kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 04-03-2011 voor het laatst bewerkt.

Henryk Stazewski

Pools schilder, geboren 9 januari 1894 in Warschau, gestorven 10 juni 1988 in Warschau.

Stazewski was een leidende figuur in de Poolse avant-garde kunst en een vertegenwoordiger van de constructivistische beweging. Hij maakte reliëfs, ontwierp decors, maakte interieurontwerpen en posters.

Biografie
Henryk Stazewski wordt op 9 januari 1894 in Warschau geboren en studeert van 1913-1919 aan de kunstacademie van Warschau onder Stanislaw Lentz.

In 1917 wordt hij lid van de eerste Poolse avant-garde beweging, eerst de Poolse Expressionisten genoemd, in 1919 hernaamd tot Formisten.

In 1920 maakt Stazewski zijn debuut, waarbij hij zijn werken exposeert met de Formisten bij de Towarzystwo Zachety Sztuk Pieknych de vereniging ter aansporing van de schone kunsten.

In 1922 neemt Stazewski deel aan de expositie van de Formisten 'F 9' in de salon van Czeslaw Garlinski in Warschau. In 1923 neemt hij deel aan de tentoonstelling van 'Nieuwe Kunst' in Vilnius, georganiseerd door Strzeminski en Kajruksztis, en de internationale tentoonstelling van 'Nieuwe Kunst' in Lodz. Deze twee evenementen zijn het begin van de constructivistische beweging in Polen.

In 1923 gaat Stazewski interieurs ontwerpen evenals decors en presenteert zijn werken in de Laurin and Klement Automobile Showroom in Warschau.

In 1924 is Stazewski mede-oprichter van de kubistische, constructivistische en suprematistische groep 'Blok' en is hij hoofdredacteur van de eerste vijf uitgaven van het tijdschrift Blok.

Vanaf 1924 reist Stazewski regelmatig naar Parijs, waar hij bevriend raakt met Piet Mondriaan en de kunstenaar en schrijver Michel Seuphor. Na een vroege kubistische en puristische fase neemt Stazewski de geometrisch abstracte stijl van Mondriaan aan.

In 1926 gaat Stazewski samenwerken met de avant-garde groep Praesens (1926-29) en is eveneens redacteur van het gelijknamige tijdschrift. Hij neemt een abstracte stijl aan beïnvloed door het Nederlandse neo-plasticisme en het Russische constructivisme. Hij maakt interieurontwerpen en vormgeving voor boeken in een neoplasticistische stijl.

In 1929 wordt Stazewski lid van de groep 'a.r.'. In 1930 sluit hij zich aan Cercle en Carré en in 1932 bij Abstraction-Création, met Arp Mondriaan, Vantongerloo en anderen. Ook helpt hij met verzamelen van werken van avant-garde kunstenaars om een nieuw museum voor abstracte kunst in Lodz te realiseren.

Vanaf 1926 representeert Stazewski de Poolse kunst in buitenlandse exposities georganiseerd door de Towarzystwo Szerzenia Sztuki Polskiej wsrod Obcych (Vereniging voor de Verspreiding van Poolse Kunst Onder Buitenlanders).
In 1928 ontwerpt hij de omslagen voor het tijdschrift MUBA, geproduceerd in Parijs door de Litouwse dichter Juozas Tysliava. In 1929 gaat hij samenwerken met Jan Brzekowski en Wanda Chodasiewicz-Grabowska aan de uitgave van het tijdschrift "L'Art Contemporain - Sztuka Wspolczesna."

Stazewski neemt deel aan talrijke internationale exposities, waaronder de 1ste Internationale Expositie van Moderne Architectuur (Warschau, 1926), de expositie van Theatrical Art (Parijs, 1926), de Machine Age Expositie (New York, 1927) en de Konstruktivisten expositie (Basel, 1937).

Stazewski is een van de kunstenaars wiens werk opgenomen wordt in de internationale collectie van moderne kunst te bezichtigen voor het publiek in het Museum voor Kunst in Lodz in 1931. De collectie omvat werken van een aantal andere internationaal bekende kunstenaars waaronder Hans Arp, Michel Seuphor, Theo van Doesburg, Fernand Léger, Max Ernst, Amédée Ozenfant en Enrico Prampolini.

In 1933 is Stazewski een van de medeoprichters van de Kolo Artystow Grafikow Reklamowych (Cirkel van Grafisch Kunstenaars in de Reclame), en hij maakt onder meer talrijke typografische ontwerpen, waarvan de meeste in neoplasticistische stijl. In datzelfde jaar heeft hij zijn eerste solotentoonstelling naast een presentatie van de werken van Karol Kryński in het Instytut Propagandy Sztuki (Instituut voor Kunst Propaganda) in Warschau.
De periode 1929-1933 is voor Stazewski een experimentele fase waarin hij probeert de stijlen van het neoplasticisme en het unisme (een Poolse variant van het Russische suprematisme) te verenigen.

Tijdens de Duitse bezetting van 1939-45 werkt hij niet en bijna alle kunstwerken die Henryk Stazewski voor 1939 maakte, op een paar vroege werken na, zijn vernietigd tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Na de oorlog wordt hij lid van de 'Jonge Kunstenaars en Wetenschappers Club' (Klub Mlodych Artystow i Naukowcow) en werkt samen met de avant-garde galerie Krzywe Kolo in Warschau. In 1955 heeft Stazewski zijn eerste naoorlogse solotentoonstelling in Warschau's Club de Vereniging van Schrijvers (Klub Zwiazku Literatow).

Stazewski schildert figuratieve composities en vanaf 1955 richt hij zich weer op de geometrisch abstracte stijl. In de tweede helft van de jaren vijftig voegt Stazewski een nieuw element toe aan zijn visuele taal, het reliëf. Zijn eerste reliëfs zijn vooral in wit, of zwart en wit, vanaf 1967 in kleur, vaak met beweegbare delen.
Van 1959-1964 maakt hij een reeks metaalreliëfs met systematische variaties op een vierkant.

Stazewski presenteert zijn werken op talrijke exposities van Poolse hedendaagse kunst in het buitenland, waaronder tentoonstellingen in Stockholm, Amsterdam, Brussel en Genève in 1959, Venetië in 1959, 1966 en 1986, Oslo in 1961, Essen in 1962 en 1973, Stuttgart in 1962, Chicago in 1964, 1966, 1967 en 1972, Bochum in 1964, Tel-Aviv in 1965, Tokio in 1966, Londen in de Royal Academy in 1970 en 1984, Straatsburg in 1970, Düsseldorf in 1974, 1981, 1982, Milaan in 1974 en 1986), Zürich in 1974 en 1975), Hamburg in 1975, Madrid, Berlijn, en Keulen in 1977, het Museum of Modern Art in New York in 1976, het Musée d'Art Moderne in Parijs in 1977 en 1982, het Centre Georges Pompidou in 1983, Rome in 1979 en Los Angeles in 1981.

De kunstenaar krijgt een eervolle vermelding op de 33ste Biënnale van Venetië in 1966 en in 1972 wordt hem de Gottfried von Herder Prijs toegekend door de universiteit van Wenen.

Stazewski's aansluiting bij de avant-garde is zichtbaar in zijn eerste tekeningen welke refereren aan kubisme in structuur en in zijn decoratieve over-gestileerde portretten en stillevens uit de periode 1917-1923.
De werken uit zijn constructivistische fase zijn duidelijk geïnspireerd door de theorie van het unisme verspreid door Wladyslaw Strzeminski, te zien in zijn texturele differentiatie van vlakken op wat anders grotendeels monochrome canvassen zouden zijn.
Sterke verbanden tussen Stazewski's kunst en het neoplasticisme van de Nederlandse beweging de Stijl, zijn evident in de consequente constructie van schilderijen op een raster van horizontale en verticale lijnen, en zijn gebruik van de drie primaire kleuren - rood, geel en blauw - en de drie niet-kleuren - zwart, wit en grijs.
Stazewski's abstracte schilderijen uit de jaren dertig en vijftig zijn vrij van deze strenge structuur. In deze werken staan biomorfe of geometrisch gevormde vlakken van puur kleur, onafhankelijk van de dynamische lijnen die het vlak doorkruisen.
In het decennium voorafgaand aan de oorlog creëert Stazewski een overvloed aan landschappen, portretten en stillevens. Zijn composities uit de jaren veertig en de vroege jaren vijftig liggen op de grens tussen figuratieve en abstracte kunst. Zijn werken uit de jaren zestig en zeventig liggen weer in het kader van geometrische abstractie.

In 1974 ontwikkelt Stazewski het idee van een reeks witte schilderijen met een patroon van zwarte lijnen.

In 1980 zet Stazewski een uitwisselingsprogramma op van Poolse en Amerikaanse kunstenaars, ter viering van de vijftigste verjaardag van het opzetten van de internationale collectie van moderne kunst in Lodz.

Henryk Stazewski sterft op 10 juni 1988 in Warschau.

In 1994 organiseert het museum van Lodz een retrospectief van Stazewski's werk

websites:
. Culture PL
. Tate


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1820.