kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Hugo van der Goes

Zuid-Nederlands schilder en tekenaar (vermoedelijk Gent, ca. 1435 (tussen 1425/1445) - 1482 Oudergem, in de abdij Rode Klooster bij Brussel).

Huighe van der Goes was de een van de belanrijkste meesters van de schilderkunst in de 2de helft van de vijftiende eeuw 3n wordt samen met schilders als Jan van Eyck, Rogier van der Weyden, Hans Memling en Dirk Bouts bij de Vlaamse Primitieven gerekend.

Zijn werken getuigen van grote technische vaardigheid en vaak bereikt hij een ongeëvenaarde monumentaliteit. Werken met perspectief kon hij niet, maar de verhoudingen tussen de figuren en de omgeving zijn al beter dan bij veel van zijn voorgangers. Gezichten en handen drukken bij hem veel emotie uit. Hij was een groot vernieuwer van de Vlaamse schilderkunst. Hij voerde het momentane gebaar in, de beweging en de melancholie. Op talrijke plaatsen vernieuwde hij de iconografie en de compositieschema's. Tevens toont hij zich een zeer goed portrettist, m.n. in de portretten van de schenkers op zijn drieluiken.

Het werk van Hugo van der Goes is een voorloper van de barok. Hij schildert monumentale panelen, met een feilloos gevoel voor compositie, expressie en kleur. Zijn realisme richt zich niet op details, maar op beweging, ruimte en de spanning tussen de figuren. Een Van der Goes is dus zó te herkennen. Gelukkig. Het is immers enkel op basis van zijn stijlkenmerken dat zo'n zestien werken aan hem kunnen worden toegeschreven. Hugo van der Goes signeerde zijn werk niet en het is compleet onduidelijk hoeveel schilderijen zijn oeuvre omvat. Het enige werk dat met zekerheid aan hem kan worden toegeschreven (omdat Vasari er melding van maakt) is het altaarstuk dat hij maakte in opdracht van Tommaso Portinari. Deze was de Brugse vertegenwoordiger van de Medici-familie uit Florence.

Tot de grote voorbeelden voor Van der Goes moet het Gents altaar van de gebroeders Van Eyck worden gerekend, alsmede enkele werken van Rogier van der Weyden.

Dürer noemt in zijn dagboek drie Nederlandse schilders uit het verleden: Jan van Eyck, Van der Weyden en Hugo van der Goes. De bijzondere prestatie van deze schilder ligt hem in het feit dat hij de schilderkunst ten Noorden van de Alpen verrijkte met een nieuwe manier om de mens af te beelden en er een geheel nieuwe dimensie aan gaf. Hugo van der Goes versterkte de stijl van de Nederlandse schilderkunst met mimiek en gebaren en hervormde de laat-gotische figuren in natuurgetrouwere figuren.

Levensloop
Het staat niet vast dat hij in Gent geboren is. Het enige wat we weten, is dat hij er lang heeft gewoond en gewerkt.

In oorkonden uit 1465 duikt zijn naam voor het eerst op. 5 mei 1467 wordt hij op voorstel van Justus van Gent opgenomen als meester in het Schildersgilde van Gent waar hij in 1474 zelfs werd gekozen tot deken.

Men weet dat hij te Gent aan verschillende schilderijen werkte. Samen met andere beroemde tijdgenoten werd hij in 1468 uitgenodigd om deel te nemen aan de schitterende feesten t.g.v. het huwelijk van Karel de Stoute met Margaretha van York. Enige tijd later schildert Van der Goes voor de begrafenis van Karel de Goede 30 wapenschilden met de Bourgondische wapens. Zo kan men zijn leven te Gent volgen tot 1476. Hij onderhield trouwe vriendschapsbanden met de miniatuurschilder Joos van Wassenhoven, drie jaar ouder dan hij en misschien zijn leermeester. Van Wassenhove droeg Van der Goes voor tot het meesterschap en ze werkten samen aan de versiering van de Sint-Janskerk. Van der Goes zal zijn vriend, die tot zijn dood aan het Hof van Urbino zou gaan werken, nooit meer terugzien. Joos wordt daar door de Italianen Giusto da Guanto genoemd, wat verklaart waarom hij in sommige werken met de naam Justus van Gent wordt aangeduid.

Van der Goes bouwt al snel een goede reputatie op als erg getalenteerd schilder. Hij wordt bedolven onder de opdrachten. Eén van die opdrachten zal uitgroeien tot zijn meesterwerk: het Portinari-drieluik. Samen met het "Lam Gods" van Van Eyck wordt het als het belangrijkste werk van die tijd beschouwd.

De Aanbidding der Herders, 1476-78, olietempera op hout, middenpaneel 253x300, beide vleugels, 253x141, Firenze, Uffizi

Portinari Triptiek
Hugo van der Goes werkte in de traditie van de Vlaamse Primitieven en wordt gezien als een van de belangrijkste en vooruitstrevendste leden. Zijn belangrijkste en bekendste werk is het gigantische altaarstuk Aanbidding der Herders, dat ook wel bekend staat als de Portinari Triptiek. Het drieluik werd in 1475-76 gemaakt in opdracht van Tomasso Portinari, een vertegenwoordiger van de Medici-familie in Brugge.
Het altaarstuk was bedoeld voor de kapel van het hospitaal van Santa Maria Nuova in Florence, hoofdplaats van Toscane in Italië. Toen het daar aankwam bracht zijn realisme een ongelofelijke sensatie teweeg. Het had na aankomst in 1480 een grote invloed op de Florentijnse schilders, van wie Dominico Ghirlandaio het als voorbeeld gebruikte.

Het middenpaneel laat het pasgeboren kind Jezus zien met Jozef en Maria, aanbeden door herders en engelen. Op de zijpanelen zijn de leden van de familie Portinari afgebeeld met hun beschermheiligen. Anno 2005 is Aanbidding der Herders te bezichtigen in de Botticelli-zaal van het Uffizi in Florence.

In dit werk zijn de herders ongetwijfeld het meest spectaculaire nieuwe element. Zij blijven niet eerbiedig op afstand, maar nemen ten volle deel aan het toneel. Hun gezichten vertonen een gans gamma van rechtzinnig en sterk uitgedrukte gevoelens: bewondering, tederheid, verbazing modelleren hun trekken en beheersen hun gebaren. Zij zijn echte volksmensen, met de geschoren kop of de wanordelijke haren, met ruwe, door het openluchtleven sterk afgetekende trekken. Hun handen zijn die van landarbeiders met knokige gewrichten en eelt. Voor van der Goes heeft niemand zulke realistische uitbeelding aangedurfd.
Hugo van der Goes is na de gebroeders Van Eyck wel de grootste baanbreker in de schilderkunst geweest. Hij heeft zich losgemaakt van de reliëfachtige middeleeuwse compositie en zijn figuren los in de ruimte opgesteld. Een vergelijking met Rogier van der Weyden maakt dit duidelijk. De figuren en groepen staan niet meer op het vlak, maar komen uit de diepte naar voren en worden doorkruist met dwars geplaatste uitbeeldingen die alle gericht zijn op het Christuskind als middelpunt van de verering. De soms levensgrote figuren zijn door de kleur en de lichtschakeringen menselijker, voller geworden. Op de verschillen in grootte is door de kleur extra de aandacht gevestigd. Het volkskarakter van de herders en de echtheid van de dieren in de stal staan scherp tegenover het vergeestelijkte uiterlijk van de engelen. Het werkelijke en onwerkelijke staan in juiste verhouding tot elkaar. Door het samengaan van de nieuwe natuurbeschouwing en de middeleeuwse verstoffelijking van de gedachte gaan we iets begrijpen van het geheim van de Geboorte. (KIB late me 176)
Ook zonder dat wij zoeken naar aanwijzingen voor zijn toekomstige geestesziekte krijgen wij de indruk dat achter dit werk een explosieve persoonlijkheid vol spanningen staat. Die spanning spreekt overduidelijk uit zijn overgave aan de natuurlijke wereld, aan het prachtige ruime en sfeervolle landschap en de overmaat aan waarheidsgetrouwe details enerzijds en de bovennatuurlijke extase anderzijds. Op de vleugels zijn bijvoorbeeld de knielende leden van de familie Portinari veel kleiner afgebeeld dan hun schutsheiligen, die door hun afmetingen als wezens van hogere orde worden aangeduid; dat geldt ook voor Jozef, Maria en de herders van de Geboorte op het middenpaneel, die al even reusachtig zijn, maar niet meer dan levensgroot, ja, in verhouding tot de gebouwen en tot de os en de ezel volkomen normaal. De engelen, op gelijke hoogte als de schenkers, lijken daarentegen bijzonder klein. Deze wisseling in de afmetingen, die duidelijk symbolisch bedoeld is, staat buiten elke logische ervaring van de werkelijkheid, waarop de schilder in de achtergrond van de figuren zozeer de nadruk heeft gelegd. Opvallend is ook de grote tegenstelling tussen de heftige emoties van de herders en de plechtige houding van de andere figuren. De verrukking van deze landlieden, die in ademloze verbazing staren naar het pasgeboren kind, het wonder van de Geboorte van Christus, is zo aangrijpend en direct als nooit tevoren werd bereikt.
Naast deze en andere symboliek (zoals die van de stillevenaspecten zoals de sandaal en bloemen) laat het werk ook een scherp vroegnoordelijk realisme zien. Van der Goes accentueert de emotie in de handen en gezichten en schildert met een feilloos gevoel voor compositie, expressie en kleur. Zijn realisme richt zich niet op details, maar op beweging, ruimte en de spanning tussen de figuren.

Godsdienstwaanzin
Rond 1478 ging hij bij zijn halfbroer Nikolaas als lekenbroeder wonen in het Brusselse Zoniënwoud; waarschijnlijk omdat hij leed aan een vorm van godsdienstwaanzin. Hij bleef nog enige tijd schilderen en ook reizen, maar zijn geestesziekte speelde hem steeds meer parten. In 1481 kreeg hij een zenuwinzinking. Hij herstelde weliswaar, maar overleed het volgende jaar.

De aanbidding door de herders
Ca. 1480, 245x97, Berlijn, Gemäldegalerie, Staatliche Museen Preußischer Kulturbesitz
Op het einde van zijn leven gemaakt, wellicht een decennium na het Montforte-altaarstuk. De compositie is hier eenvoudiger. De engelen, allen van hetzelfde kinderlijke type, zijn opnieuw geschaard rond Maria en Jezus. Alleen de engel boven de grond verheven en de andere, die boven de os vliegt en teder neerbuigt, vormen een uitzondering. De herders vallen in langs de linkerkant. Het werk wordt zorgvuldig in de breedte opgebouwd. De twee profeten in halffiguur, die aan de uiteinden van de compositie het groene gordijn opzijschuiven, zijn een nieuw element. (Sneldia)

De dood van Maria, ca. 1480, 121x147, Brugge, Groeningemuseum
Bij dit werk verschijnt Christus om de ziel van zijn Moeder op te nemen. Men kon een scherpe tegenstelling verwachten tussen de harmonische lijnen van dit vredesvisioen en de droevige tonelen rond het bed van Maria. Doch daar is niets van. De heldere en koude kleuren veroorzaken een voortreffelijke harmonie van het geheel, die berust op een gamma van blauwe tonen, gesteund door roze en rode tinten en licht bruin. De tekening beschrijft met onmeedogende nauwkeurigheid de bedrukte gezichten en de anatomie van de verwrongen ledematen. Geheel de compositie is opgebouwd op een ingewikkeld spel van handen. De apostelen symboliseren de verscheidenheid van de menselijke droefheid.
Dit werk is zover verwijderd van de houterigheid van de Primitieven, dat men in Van der Goes een voorloper van de Renaissance kan zien. Zijn vrij koel koloriet doet nu vreemd aan. Maar wat heeft de schilder een prachtig palet waarin het blauw domineert, waarop deze gehele zo oorspronkelijke en zo stoutmoedige compositie steunt! Wij zijn hier ver van de pathos van Van der Weyden. In het overlijden, of liever volgens de traditionele uitdrukking, het inslapen van de Maagd, suggereert de schilder op meesterlijke wijze de gevoelens van de toeschouwers, van wie sommigen gezeten en anderen geknield zijn, met uitzondering van Petrus, die een wit overkleed draagt. Allen zijn verontrust, angstig en overspannen. Verschillende kunsthistorici menen dat dit werk reeds de stempel draagt van de geestesziekte die de schilder draagt, echter zonder dat zijn vakmanschap eronder heeft geleden. (Sneldia; Artis Historia)
Wat ons het eerst opvalt is de bewonderenswaardige manier waarop de kunstenaar de verschillende reacties van de 12 apostelen op de gebeurtenis heeft weergegeven: de gehele reeks van expressies van rustig peinzen tot hartstochtelijk medelijden en bijna onbescheiden aangapen. (Gombrich 204-205)

De zondeval en De bewening van Christus (beiden te Wenen), De madonna en het kind Jezus, (Brussel, K.M.S.K.) en de De madonna, Sint-Anna en een franciskanerschenker, olieverf op eik, 33x369, (Brussel, K.M.S.K.) worden door stijlvergelijking aan Van der Goes toegeschreven. Het laatste is een zeer bekoorlijk werkje, één en al sfeer en met een zeer vaste hand geschilderd. De driehoekige compositie van de groep is in het teer geschilderde landschap ingevoegd. Een poëtische stemming. De voorgrond is meer allegorisch dan realistisch: een grastapijt met symbolische bloemen en een profane ruimte met de opdrachtgever. (Artis Historia)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1118.