kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 19-01-2016 voor het laatst bewerkt.

icoon

Icoon (of ioon)

Een icoon is een portret van Christus, Maria, van Heiligen en Profeten of van taferelen uit het Oud- en Nieuw-Testament. Iconen behoren tot de religieuze schilderkunst.

Het woord 'ikoon' is afgeleid van het Griekse woord eikon of eikoon, dat afbeelding betekent.

Iconen vormen een belangrijk onderdeel van de kerkelijke kunst in Oost-Europa, de Balkan en Griekenland. Deze gestileerde voorstellingen zijn echter, behalve kunstwerk, in de eerste plaats cultusvoorwerp en nemen een centrale plaats in de kerkelijke liturgie in. Vervuld van het afgebeelde bidt de orthodoxe christen voor de icoon alsof het een venster is dat uitzicht geeft op de goddelijke wereld.

Geschiedenis van de ikoon
Alhoewel het schilderen van de eerste icoon volgens de traditie toegeschreven wordt aan de Heilige Apostel en Evangelist Lucas - namelijk de Theotokos of Moeder-Gods-icoon - vinden wij bij de eerste christenen slechts afbeeldingen van symbolen van Egyptische en Hellenistische afkomst zoals een druivengrap, een beker, vogels of een vis. Tot ongeveer 300 is het christelijk geloof binnen het gebied waar het ontstaat, het Romeinse rijk, een verboden religie. In de catacomben, waar christenen hun doden begraven in afwachting van de wederopstanding, worden deze oude symbolen christelijke herkenningstekens.

De eerste icoon die teruggevonden werd - namelijk de Moeder Gods in gezelschap van een profeet - dateert uit de periode van de catacomben (tweede eeuw).

313 Christendom als staatsgodsdienst,
Mede onder invloed van de - in de 2e eeuw nC ontstane - neoplatoonse filosofie, die leerde dat men via een zichtbaar beeld in contact kon komen met onzichtbare religieuze waarden, ontstond eind 5e/begin 6e eeuw in de Byzantijnse christelijke Kerk de beeldenverering. Deze richtte zich in het bijzonder op geschilderde beeltenissen van heiligen, de iconen (Grieks: eikon = beeld, voorstelling). De weinige iconen die bewaard zijn gebleven uit de periode van de 6e tot de 8e eeuw, vertonen nog niet de uniforme trekken die typerend zijn voor de latere iconen.

Tegenstanders van de beeldenverering - de iconoclasten - kregen begin 8e eeuw de overhand. In de periode van 726 tot 787, die men aanduidt met iconoclasme (beeldafbraak), werd een groot deel van de Byzantijns-christelijke kunst vernietigd (een tweede periode van iconoclasme begon in 814 en eindigde in 843).

Door de voorstanders van beeldenverering, de iconodulen, werd op het tweede concilie van Nicaea (787) besloten de icoon in haar oude positie te herstellen. Daarbij werden wel bepaalde dogmatische eisen opgesteld: een icoon moest zoveel mogelijk de beschrijving of een eigentijds portret van de afgebeelde heilige benaderen; deze heilige moest de beschouwer aankijken om het contact te vergemakkelijken.

Vanuit Byzantium verspreidde de icoonschilderkunst zich over de gehele Balkan. De grootste en meest continue ontwikkeling vond plaats in Rusland, waar sinds de komst van het christendom in 988 een kerkelijke kunst ontstond op basis van de Byzantijnse kunst. Reeds in de 12e en 13e eeuw kon men verschillende schilderscholen onderscheiden in steden als Moskou, Vladimir, Soezdal en Novgorod. Deze laatste school kenmerkte zich door prachtige kleuren en een expressieve tekening in de figuren, in tegenstelling tot bijvoorbeeld die van Moskou, waar de nadruk op elegance en gratie lag.

De beroemdste der icoonschilders - van wie het merendeel anoniem bleef - werd de in Moskou werkzame Andrej Roebljov (ca 1360-ca 1430), aan wie een beperkt aantal iconen wordt toegeschreven, o.a. de icoon Drievuldigheid, waarop drie engelen zijn afgebeeld (Moskou, Tretjakov Galerie).

Iconostase
In Russische kerken is de gebruikelijke koorafsluiting een wand van iconen, de iconostase, waarin drie deuren toegang verlenen tot het koor (dat alleen voor geestelijken toegankelijk is).
De iconen van de iconostase zijn gerangschikt volgens een vast programma: aanvankelijk (13e eeuw) alleen de voorstellingen van Christus tussen Maria en Johannes de Doper; dit werd in later tijd uitgebreid met de iconen van andere heiligen, aartsengelen en evangelisten. ca 1400 werden de meest uitgebreide iconostasen vervaardigd. Mede onder invloed van de West-Europese schilderkunst en het steeds meer optreden van lekenschilders werd sinds de 16e eeuw de voorstelling der iconen gecompliceerder en kreeg een meer verhalend karakter. Vanaf de 17e eeuw raakte de icoonschilderkunst in verval. In de volkskunst en als handwerk leefde zij echter voort. De meest volledige collecties iconen vindt men in de Tretjakov Galerie in Moskou en in het Iconenmuseum te Recklinghausen.

Techniek
Alvorens met het schilderen van een icoon te beginnen, stak men in een houten paneel een vlak uit. Dit werd ruw gemaakt of met linnen bespannen en geprepareerd met een witte krijtlaag. Hierop werden de contouren van de figuren aangebracht, waarbij men vaak gebruik maakte van een voorbeeldenboek. Vervolgens werd de achtergrond met bladgoud bedekt en de kleur aangebracht. Ten slotte werd het geheel bedekt met een olie-harslaag. Al vroeg was het de gewoonte de iconen te versieren met o.a. bladzilver en edelstenen. In de 17e eeuw ging men iconen zelfs geheel bedekken met een laag bewerkt metaal (de zgn. oklad).

Riza
1. Een bekleding van zilveren plaatjes, die op de icoon zijn gespijkerd. Riza's werden vanwege de waarde van het materiaal vaak van de iconen verwijderd.
2. Russisch Kastje met een glazen deur, waarin een icoon wordt bewaard. Vaak hangt er een lange handdoek, versierd met borduurwerk, overheen. De riza is niet ouder dan het begin van de 19de eeuw.

De iconen werden (in Rusland sedert de 16de eeuw, in Serviƫ reeds in de 14de) vaak versierd met een riza, een metaalbedekking die reikt tot aan de contouren van de gestalten. Wanneer slechts de rand van de icoon met metaal bedekt is, spreekt men van basma (of bafma). Een metalen bekleding waarbij slechts het incarnaat vrij blijft noemt men een oklad. Een apart opgezette nimbus rond het hoofd heet ventchik.

Incarnaat is 1. een term uit de schilderkunst en kunstgeschiedenis. 2. een aanduiding voor een in een lichaam gereĆÆncarneerde ziel.
Met incarnaat worden in de schilderkunst de vleeskleurige oppervlakten van schilderijen aangeduid. Om een overtuigende indruk van vlees (carne, vandaar de naam) en bloed te geven zijn bij olieverf verscheidene ondertekeningen in grijze tinten noodzakelijk.

Een riza volgt nauwkeurig de lijnen van de afbeelding en laat alleen gezichten, handen en voeten (inkarnaat) vrij. Het zilveren beslag wordt aangebracht ter verfraaing en verrijking van de ikoon, maar ook om het houten paneel te beschermen. De riza kan zonder meer worden verwijderd. De iconen werden gekust uit verering, dus wat extra bescherming was niet overbodig.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 604.

Tweets by kunstbus