kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Isa Genzken

Duits kunstenares, geboren in 1948, Bad Oldesloe, Duitsland. Vanaf 1996 woont en werkt zij in Berlijn.

Isa Genzken werkt al meer dan dertig jaar aan een veelzijdig en complex oeuvre dat bestaat uit beelden, installaties films, video's, schilderijen, werken op papier, foto's en kunstenaarsboeken. Ze werkt met vele verschillende materialen zoals hout, gips, epoxiehars, beton en vooral ook plastics en kunststoffen, maar ook met alledaagse gebruiksvoorwerpen en producten uit de consumptiemaatschappij. Met haar werk weet de kunstenares de hedendaagse realiteit op subtiele wijze maatschappijkritisch te reflekteren.

Centraal in het werk van Isa Genzken staat de inwerking van de realiteit die de beschouwer omgeeft en beïnvloedt: architectuur, design, reclame, media, maatschappelijke en politieke vraagstukken en de daarmee verbonden spanningsvelden van privaat en openbaar, open en hermetisch, subjectief en objectief. In een gesprek met Wolfgang Tillmans geeft de kunstenares haar mening over hoe sculptuur eruit moet zien: ‘Een sculptuur moet een zeker verband met de realiteit heb-ben. Dus niet iets dat uitgedacht of zelfs verzonnen is, zoiets hoffelijks en buitenaards. […] Een sculptuur is eigenlijk als een foto: ze kan knettergek zijn, maar ze moet toch een aspect hebben dat ook in de realiteit zit.’ (in: Camera Austria no. 81/2003, pp. 7-18)

Van 1969 tot 1977 studeerde zij beeldhouwkunst in Hamburg, Düsseldorf en in haar huidige woonplaats Berlijn. Ook studeert zij enkele jaren kunstgeschiedenis en filosofie.

Opleidingen:
1969–71 Hogeschool voor Beeldende Kunsten, Hamburg
1971–73 Hogeschool voor de Kunsten, Berlijn
1973–75 Studie kunstgeschiedenis en filosofie aan de universiteit van Keulen
1973–77 Staatskunstacademie Düsseldorf

1977 Reisstipendium van de Kunstacademie Düsseldorf in de VS
1978–80 Karl-Schmidt-Rottluff-Stipendium
1980 Kunstprijs Berlijn

Genzkens vroege werk bestaat uit kleurige, glad afgewerkte, houten sculpturen die gebaseerd zijn op wiskundige figuren. Daarna wordt haar werk architectonischer. Ze gaat onder meer werken met beton. Transparantie is een belangrijk gegeven binnen Genzkens werk. Het komt tot uitdrukking via openingen in haar betonnen constructies, maar ook door het gebruik van glas of doorzichtige kunststof.

Feuervogel, 1981, 20 x 521 x 26cm
Isa Genzken is een langgerekte houten sculptuur, gebaseerd op een wiskundige figuur: de hyperbool. De uiteinden zijn het breedste. Daarmee rust de sculptuur op de vloer. Naar het midden toe wordt zij smaller en komt ze los van de grond. De ene kopse kant is cirkelvormig, de andere elliptisch. Over de lengte is een vierde deel van de vorm verwijderd. Dit deel is daarna iets verkleind en enigszins verschoven teruggeplaatst. Aan de ronde kant steekt het iets uit, aan de elliptische kant springt het in. De buitenkant van het beeld is egaal beschilderd met matte rode verf. Het ingelegde deel laat een gelijkmatige kleurovergang zien van geel naar oranje. De smalle snijvlakken zijn lichtgroen. De kopse kanten zijn onbeschilderd.
Tussen 1976 en 1983 maakt Genzken een aantal houten sculpturen, gebaseerd op de ellips en de hyperbool. Ze gaat daarbij uit van tekeningen en computerberekeningen. De ellipsoïden worden liggend gepresenteerd. Ze rusten op één plaats op de vloer. De hyperbolen kunnen liggend of staand tentoongesteld worden. Door hun gestroomlijnde vorm en hun langgerektheid lijken deze sculpturen licht en beweeglijk. Ze zijn altijd kleurrijk beschilderd. Enerzijds roepen ze de associatie op met oervormen als speren of kajaks, anderzijds ogen ze door hun perfectie en gepolijstheid bijna als hedendaags design.
Genzken verenigt in haar beelden allerlei contrasten, zowel inhoudelijk als formeel. In 'Feuervogel' treedt een vormverandering op van cirkel naar ellips, die met grote precisie is uitgevoerd. Dit gegeven, evenals het feit dat het hout glad gepolijst en strak geschilderd is, draagt bij aan het technisch-mathematische karakter van het beeld. Aan de kopse kanten is echter het oorspronkelijke materiaal hout zichtbaar. Door dit materiaal, de ronde vorm en de lengte van de sculptuur ontstaat de associatie met een natuurvorm, een boomstam. Deze wordt nog versterkt doordat het ingelegde deel van de sculptuur een blootgelegde oudere jaarring lijkt te zijn. Zo verenigt Genzken natuur en techniek. De overwegend warme kleuren van deze sculptuur, in combinatie met de titel ´Feuervogel´, geven dit werk een expressieve lading die in tegenspraak lijkt met de mathematische strakheid van de vorm.

In 1982 trouwde zij met de Duitse kunstschilder Gerhard Richter, die tegenwoordig getrouwd is met Sabine Moritz.

In 1992 nam zij deel aan documenta IX (1992).

Venster, 1993, Epoxyhars en staal, Middelheimmuseum
Doorheen het “Venster” is er nauwelijks iets te zien dat aandacht vraagt of dat bijzonder genoeg is om als beeld omkaderd te worden, behalve dan lucht, bomen,… of wat je ook overal rondom te zien krijgt. In plaats van dat de aandacht zich concentreert op een bepaald omkaderd beeld wordt ze gericht op het raam zelf, op het doorzichtig materiaal van het kader en de interne bewapening die zichtbaar wordt door de kunstharsomhulling. De werken van Genzken gaan steeds over het construeren van een bekisting, een buitenkant of een huid. Het beeldhouwwerk is een kader geworden.

Vanaf 1996 woont en werkt zij in Berlijn.

Na de aanslag op het World Trade Center in New York in 2001 maakt ze een serie werken die gaan over kwetsbaarheid, agressie en vernietiging.

In 2002 ontving ze de Wolfgang Hahn-prijs. In hetzelfde jaar nam zij met haar werken New Buildings for Berlin en Spiegel deel aan de grote kunsttentoonstelling documenta XI in Kassel.

2004 Internationale kunstprijs van de Cultuurstichting van de SSK München, München 2004
In 2004 ontving zij de Internationale Kunstpreis Kulturstiftung Stadtsparkasse München (een geldprijs van 50.000 euro).

Haar werk was verder onder andere te zien op solotentoonstellingen bij Hauser & Wirth in Londen (2005), in het Camden Arts Centre in Londen (2005), in de Kunsthalle in Kiel (2006), in de Wiener Secession (2006), en voorts in het Taxispalais in Innsbruck (2006).

Isa Genzken, "OIL" (Detailansicht), Deutscher Pavillon, Venedig Biennale, 2007
verschiedene Materialien, Courtesy Deutscher Pavillon 2007, Foto Jan Bitter

In 2007 neemt zij voor Duitsland deel aan de Biënnale van Venetië.
Witte de Withs directeur Nicolaus Schafhausen is aangesteld als curator van de Duitse bijdrage aan de 52ste Biënnale van Venetië in 2007. Hij vroeg Isa Genzken om Duitsland op de Biënnale te vertegenwoordigen. Schafhausen motiveerde zijn keuze met de verklaring dat hij Genzken als een van de meest compromisloze hedendaagse kunstenaars beschouwt. Als geen andere kunstenaar weet ze de tijdgeest in haar werk te vatten. Voor Isa Genzken is het leven, het bestaan, op een zelfde wijze complex als de kunst zelf. Haar werk staat in schril contrast met de One-Trick Pony maatschappij en cultuur, die de belofte van geluk in eenvoudige antwoorden zoekt. (expositie Oil in het Duits paviljoen heeft Isa Genzken een werk gemaakt dat het hele paviljoen omvat. Genzken definieert het gebouw als sculptuur. De gevel van het paviljoen is in de steigers gezet en omspannen met oranje kunststof netten van het soort dat ook ter afscherming van bouwplaatsen wordt gebruikt en gewoon in de handel verkrijgbaar is. De marmeren vloer in het paviljoen is bedekt met een grijsgroene folie. Hier presen-teert Genzken een bijna militaristisch aandoende installatie van haar sculpturen, deels vrijstaand en deels gegroepeerd, tegenover elkaar of in wisselwerking met elkaar:
De titel Oil [olie] staat als metafoor voor alle werken die Isa Genzken voor de Biënnale heeft gecreëerd. Trolleys, koffers, astronauten, objecten die beweging evoceren, verwijzen ook naar het niet alleen in Venetië overheersende (cultuur-)toerisme. Hoe gemakkelijk, mooi en verbazend het reizen ook kan zijn in het tijdperk van de globalisering, reizen staat ook steeds meer in het teken van milieuvernietiging. Isa Genzken: ‘Kunst en architectuur zouden fascistische tendensen moeten vermijden tegengaan. Ze zouden vrolijk en vriendschappelijk, onbevangen en intelligent contact moeten zoeken en samen verdergaan.’ (in: Isa Genzken, Phaidon Press, 2006, p. 141)

Al vanaf het begin van haar carrière beweegt Isa Genzken zich in het grensgebiedtussen beeldende kunst en architectuur. Haar zorgvuldig uitgewerkte installaties en omgevingen weerspiegelen de omringende wereld en de breekbaarheid van het menselijk bestaan. Van wezenlijk belang zijn ook de keuze en combinatie van ongelijksoortige en ook verschillend ervaren materialen die ze vindt bij bouwmarkten, grote warenhuizen en handels in bouwmaterialen. Terwijl ze vroeger hout, gips en epoxyhars gebruikte, en vooral beton, hét bouwmateriaal van de moderne architectuur, zijn haar materialen tegenwoordig vooral plastic, kunststoffen en allerhande spiegels, maar daarnaast ook alledaagse gebruiksvoorwerpen en consumptieartikelen zoals stoelen – designklassiekers naast goedkope tuinstoeltjes – kledingstukken, kitschbeeldjes, plastic poppen en dieren. ‘Er is een permanent misverstand over de materialen die ik gebruik. Ik interesseer me niet voor readymades. De betekenis ligt in de combinatie van de dingen. In een tijd als de onze, de tijd van de verwaarlozing, is het belangrijk goedkope materialen te gebruiken. De mensen roepen dan meteen ‘bouwmarkt’, maar dat is de grootste onzin. Ik wil de mensen opwekken. Ik wil ze wel een spiegel voorhouden, dat wel,’ verklaarde Isa Genzken in een gesprek met Nicolaus Schafhausen (in: Isa Genzken, Oil, catalogus van de tentoonstelling in het Duitse paviljoen in 2007, p. 188).

Skulptur Projekte Munster 07.
Isa Genzken heeft voor de Dom een tafereel van omgevallen stoelen en omgewaaide parasols neergezet. Wanneer je dichterbij komt ontdek je de poppen die zich in ongemakkelijke posities onder de aan flarden gescheurde parasols schuilhouden. Het lijkt of Genzken een oproep doet voor alle mensen in nood. Alleen de muren van de Dom bieden beschutting tegen weer en wind. Het werk roept agressie op bij sommige passanten; er zijn ledematen van poppen afgerukt en delen van de installatie zijn vernield. Isa Genzken heeft bewoners en bezoekers verzocht een oogje in het zeil te houden. Of de installatie het einde van de tentoonstelling haalt valt nog te bezien. (Museum Ludwig op het programma.

Statements:
‘Isa Genzkens kunst is voortgekomen uit de nieuwe avant-garde, uit het minimalisme. Maar daaruit is iets ontstaan dat tamelijk vreemd tegenover de eigen uitgangspunten staat. Ik denk dat ze daarmee haar relatie bepaalde met het modernisme in het algemeen.’ Alex Farquharson, directeur van het Centre for Contemporary Art, Nottingham

‘Wat Isa Genzken bijdraagt – niet aan de wereld, maar aan de kunst – is dat ze kunst maakt waarmee de beschouwer de confrontatie aan moet gaan, waarvan hij de tegenspraken en tegenstellingen kan begrijpen en leert differentiëren. Dat is ook pre-cies het kenmerkende van haar relatie met de stedenbouw. In haar kunst legt ze altijd verbanden met maatschappelijke, economische, politieke en actuele situaties.’ Kasper König, directeur van het Museum Ludwig, Keulen

‘Isa Genzken’s werk is doortrokken van een obsessieve aandacht voor de spanningen binnen het concept van schoonheid zelf. Misschien is het die obsessie die de verschil-lende fasen van haar oeuvre – dat door critici vaak uitgesproken heterogeen wordt genoemd – bijeenhoudt. Het ziet er zelfs naar uit dat de moed waarmee Genzken telkens weer onbetreden terrein opzoekt en haar gevoelsmatige aversie tegen het herkenbare in feite voortkomen uit deze obsessie.’ Juliane Rebentisch, filosofe, universiteit van Potsdam

‘Zichzelf elke strategie ontzeggen is de meest gecompliceerde taak die Isa Genzken zichzelf stelt. Men moet zich van strategisch denken bevrijden om kunst te maken. Dit is een heel belangrijk aspect van haar werkwijze en volgens mij is het ook de reden waarom ze alsmaar beter wordt.’ Nicolaus Schafhausen, curator van het Duitse paviljoen op de Biënnale van Venetië van 2007 en directeur van Witte de With, Center for Contemporary Art, Rotterdam.

Isa Genzken in gesprek met Nicolaus Schafhausen (curator van het Duitse paviljoen, heeft me Isa Genzken een zeer persoonlijk gesprek kunnen voeren over haar bijdrage aan de Biënnale van Venetië. De kunstenares leeft zeer teruggetrokken en geeft zelden interviews; in dit gesprek vertelt ze openhartig over haar werk, haar vriendschappen met andere kunstenaars en de uitdaging die ze is aangegaan me de inrichting van het Duitse paviljoen. De catalogus Oil, met de volledige tekst van het interview, verschijnt op 11 juni 2007 bij DuMont Literatur und Kunst Verlag.
. Nicolaus Schafhausen: Welke metafoor verbergt zich achter jouw spiegels?
.. Isa Genzken: Het is vaak een schok als je jezelf ziet. Meestal in elk geval. De toeschouwers die zichzelf in de spiegels bekijken, moeten ook het onprettige van zichzelf zien.
. Schafhausen: Waarom dat? Kijk je niet graag naar jezelf in de spiegel?
.. Genzken: Jawel, als ik er goed uitzie. En spiegels zijn ook mooie dingen. Maar er zijn zoveel mensen die er raar uitzien. Het ongegeneerde, het gebrek aan terughoudendheid, dat vind ik wel een irritante eigenschap van mensen.
. Schafhausen: Terughoudendheid is belangrijk, en niet alleen binnen de kunst.
.. Genzken: Absoluut. Grote kunst heeft ook altijd raakvlakken met terughoudendheid.
. Schafhausen: De Amerikaanse schilders van na de oorlog, zoals Barnett Newman, zijn voor jou belangrijk. Waarom?
.. Genzken: Omdat deze kunstenaars over een soort duidelijkheid beschikken die onovertroffen is. Ook ten opzichte van de Europese kunst, afgezien van Mondriaan natuurlijk. De Amerikanen zijn eigenlijk weer op die plaats van start gegaan, waar het, na Mondriaan en zijn tijdgenoten, binnen de Europese kunst allemaal alleen maar steeds confuser werd. Rothko en Newman vond ik al op mijn twintigste belangrijk en ik vind ze vandaag de dag nog steeds indrukwekkend. Het is alleen gek dat ze allemaal zelfmoord hebben gepleegd. De Europese kunst werd vervolgens pas voor het eerst weer opengebroken door Blinky Palermo. Die heeft weer duidelijkheid geschapen.
. Schafhausen: Palermo, heb je die ook gekend?
.. Genzken: Ja, ik heb een keer met hem gedanst. Gerry Schum en Benjamin Buchloh keken toe en waren ongelofelijk jaloers. Dat was een gekke vertoning. Het was een ontzettend mooie dans. Ik denk dan ook graag aan die dans terug...
. Schafhausen: Ook Bruce Nauman is voor jou belangrijk, nietwaar?
.. Genzken: Ja, ontzettend belangrijk. Het performatieve, het mooie van zijn werk, heeft ook iets met hemzelf van doen. Hij is heel authentiek. Ik was altijd onder de indruk van zijn stille persoonlijkheid; hij is een ontzettend rustig type. Eendergelijke rust en evenwichtigheid ken ik eigenlijk van geen enkele anderekunstenaar en die rust houdt bij hem ook absoluut onafhankelijkheid in.
. Schafhausen: Kai Althoff is een goede vriend van je. Toch maken jullie heelverschillende soorten kunst.
.. Genzken: Ja, maar dat is niet van belang voor mij. Kai lijkt een beetje op mij. Wehebben veel gemeen. Een van mijn werken bevat twee zuilen, de ene zuil heet 'Isa', de andere 'Kai'. Ik zei toen tegen hem: “We zijn een tweeling.” Daar had hij niets op tegen. Kai zegt altijd tegen mij: “Alles wat jij maakt is goed” en ik zeg tegen hem: “Alles wat jij maakt is goed.”
. Schafhausen: En Wolfgang Tillmans?
.. Genzken: Wolfgang gaat altijd zijn eigen gang, net als ik. Maar we zijn al heel wat jaren bevriend. Hij maakt ongelofelijke dingen. Ik was bijvoorbeeld bij zijn laatsteopening in Londen – soms ga ik ook naar openingen, al gebeurt dat niet vaak – en de hele straat stond vol mensen. Hoe hij het voor elkaar krijgt zo populair te zijn is ongelofelijk. Dat lukt mij niet. Naar mij komt vrijwel niemand.
. Schafhausen: Dat is toch niet helemaal waar...?
.. Genzken: ...maar naar zijn werk komt iedereen kijken, daar breekt de hel los en dat vind ik enorm imponerend.
. Schafhausen: Zou jij ook graag zo populair willen zijn?
.. Genzken: Niet echt. Maar misschien toch een beetje. Met het paviljoen word ik dat dan nu ook. Volgens mij komt het nu ook precies op het goede moment. Ik heb Wolfgang gevraagd een foto van mij te maken, zodat iedereen mij herkent die mij op straat ziet lopen. Maar er zijn belangrijker zaken ... Joseph Beuys was een absolute fanaat ... hij wilde absoluut populair worden. Absoluut. Zo ben ik niet. Ook al noemde hij mij altijd “Young Matisse” ... “Young Matisse, je kan voor mij ondertekenen” zei hij tegen mij; dat zei hij niet tegen iedereen, en daar was ik best trots op.
. Schafhausen: Trouwens, iemand die ik naast Beuys al heel vroeg bewonderde was Eva Hesse. Ik zat toen nog op school. Vanwege die twee personen wilde ik eigenlijk ooit kunstenaar worden. Toen ik vervolgens twintig jaar geleden jou leerde kennen, moest ik in het begin altijd aan Eva Hesse denken. Heb ik je dat ooit al eens verteld? Je hebt haar niet gekend, of wel?
.. Genzken: Oh, dat is leuk. Nee, helaas heb ik haar niet gekend. Buchloh schreef in zijn eerste tekst over mij heel precies over het verband tussen mij en Eva Hesse. Bovendien was het ook een heel mooie vrouw. Helaas is ze veel te vroeg gestorven. Het potentiële risico van haar werken is voor mij nog altijd ongelofelijk; misschien ook vanwege het feit dat ze joods was. In de tijd dat zij in Amerika haar fantastische werk maakte, beschikte geen enkele andere kunstenaar over een dergelijk abstractievermogen.
. Schafhausen: Ik ben zo blij.
.. Genzken: Ja, ik ben inmiddels ook een beetje blij. Ik weet momenteel ook nog niet, hoe ik het anders of beter had kunnen doen. Ik denk altijd veel over dingen na, maar ik geloof dat het behoorlijk goed wordt.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1239.