kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 06-02-2011 voor het laatst bewerkt.

Jackson Pollock

Untitled, ca. 1939-40

Amerikaans schilder, 28.01.1912 Cody (Wyoming) - 11.08.1956 Southampton (U.S.A.)

De Amerikaanse kunstenaar Jackson Pollock is samen met bijvoorbeeld Willem De Kooning het boegbeeld van het Amerikaanse abstract expressionisme, hoewel Pollocks werk doorgaans wordt omschreven als action-painting.

Pollock bracht zijn jeugd door in het Westen, maar vertrok in 1929 naar New York, waar hij leerling werd van de schilder Th. Benton.

Hij onderging de invloed van Mexicaanse schilders als Diego Rivera en van Siqueiros, later van de surrealisten en van Picasso.

Ca. 1947 kwam hij tot zijn definitieve stijl, een vrije, informele abstracte kunst met als techniek het laten druipen van verf op het canvas (dat op de vloer lag). Zijn werk staat aan het begin van een nieuwe Amerikaanse kunstvorm: action painting, waarin de creatieve handeling een absolute waarde heeft. Pollock schilderde van figuratieve zwart-witdoeken tot vrolijke, veelkleurige werken (golvende banen). Veel van zijn creaties kregen eenvoudig een serienummer. (Summa)

De improvisaties uit 1947 leidden Pollock naar zijn beroemde, van Max Ernst overgenomen, ‘dripping’-techniek, waarbij de kunstenaar verf op het op de grond liggende doek laat druipen. Die ‘all-over’-techniek is Pollocks belangrijkste bijdrage aan het Amerikaanse abstracte expressionisme. "Het was een groots spektakel," schreef Hans Namuth, die samen met Paul Falkenberg een korte film over Pollock maakte, "de laaiende explosie als de verf op het doek kletterde, de dansachtige bewegingen van de druppels... de angst in Pollocks ogen als hij afwachtte waar de volgende ontlading, het volgende verfspoor terecht zou komen." (Leinz 147)

Biografie
Pollock werd geboren op 28 januari in 1912 in Cody in de staat Wyoming. Net na zijn geboorte verhuisde zijn familie naar San Diego, California. In 1928 werd Pollock geschorst van school in Los Angeles omdat hij een aanval op de 'focus' van de school op atletiek publiceerde.

In het najaar van 1930 verhuisde hij naar New York startte hij een studie aan de Arts Student League. Zijn interesse ging uit naar de grote Mexicaanse muurschilderingen. Hij was enige tijd in de leer bij de muurschilder Thomas Hart Benton. Ook had hij een grote interesse in de etnische kunst, met name de Indiaanse zandschilderkunst. Indiaanse zandschilderijen werden ritmisch uitgevoerd door verschillende kleuren zand op de grond te strooien en zo vergankelijke symbolische beelden te creëren, als onderdeel van een religieuze rite. Al deze ervaringen en interesses hebben grote invloed gehad op zijn ontwikkeling als kunstschilder.

Stenographic, 1942

In 1938, was hij een lid van de WPA(Works Progress Administration) van de regering. Rond deze tijd kwam hij bij een experimentele workshop opgericht door David Alfaro Siquerios waar hij begon met het vormen van een meer experimentele vorm van schilderkunst gebaseerd op het Europese modernisme.

In 1940 werd hij ontslagen van de WPA vanwege alcoholisme, en begon hij met psychische analyse.

In 1943 werd zijn eerste solo-expositie georganiseerd bij Peggy Guggenheim.

Aan het einde van 1946 begon Pollock met de eerste van zijn 'all over' schilderijen. Hij gebruikte de techniek van schenken en spetteren van de verf op het doek.

De naam van Pollock wordt vaak geassocieerd met de introductie van een nieuwe stijl die niet langer de compositie als uitgangspunt neemt. Het ontwerp van de afbeelding heeft niet langer te maken met de grootte of vorm van het doek. Het duurde echter tot 1947 voordat Pollock met zijn action-painting', zoals de-stijl wel genoemd wordt, begon.

Untitled (Green Silver) c. 1949

In de zomer van het jaar 1947 begon Pollock met zijn 'drip paintings', die het hoogtepunt van zijn werk zouden worden. Ook zijn rivaal De Kooning zag de revolutionaire betekenis van deze manier van werken: 'Eens in de zoveel tijd moet een schilder de (bestaande) schilderkunst weer afbreken. Cézanne heeft dat gedaan, daarna Picasso en toen Pollock. Hij joeg alle bestaande ideeën over schilderkunst de vernieling in.'

Onder invloed van de Mexicaanse muurschilderingen van Orozco en Siqueiros ontwikkelde Pollock een zeer expressieve schildersstijl, die hij geleidelijk als emotionele actie intensiveerde. Hij dreef het automatisme tot extreme hoogte en werkte meestal op grote doeken. Doorgaans werd het schilderslinnen op de grond uitgespreid, terwijl hij in een soort trance het doek met verf besprenkelde. Pollock gebruikte niet alleen kwasten, maar schilderde ook met emmers, die waren voorzien van een gat in de bodem. Dikwijls werd aan de verf zand, glas of ander materiaal toegevoegd om een reliëfwerking te verkrijgen.

Hoewel sommigen Pollocks techniek meer als gieten dan als druppen beschouwden, hield hij zelf vast aan de term dripping. Door een stokje in een verf blik te plaatsen kon hij de stroom van de verf richten; door de hoek ten opzichte van het doek te veranderen bepaalde hij hoe dik of dun de verfstroom was. Hij experimenteerde met allerlei soorten verf, maar gewone huis‑, tuin‑ en keukenverf had wel zijn voorkeur omdat deze goedkoop en vloeibaar was. Hij onderbrak regelmatig het werk aan een doek om het effect te bekijken.

Number 4, 1950

Pollock legde het doek op de grond en druppelde, goot of smeet zijn verf erop. Hij danste in een soort van trance over het doek en maakte zo de voorstelling. Volgens Pollock is een schilderij geen afbeelding maar een actie, vandaar ook de naam action-painting voor deze stroming. Pollock was van mening dat schilderijen een eigen leven leidden en hij probeerde dit leven uit het doek te halen. Schilderijen mochten voor Pollock en zijn stijlgenoten geen van tevoren bedachte werken zijn, het moest spontaan gemaakt worden. In zijn ogen was een doek schilderen een fysieke daad. Verf moet met emotionele gebaren op het schilderij worden gesmeten.

Jackson Pollock had ruzies met zijn vrouw, was een gewelddadig man, een alcoholist en overleed vroegtijdig door een auto-ongeluk op 11 augustus 1956. Pollock leefde echter lang genoeg om meer dan duizend werken achter te laten en om de schilderkunst een nieuwe dimensie te geven.


Werken:
. Pasiphaë, 1943, olieverf op doek, 143x244, privé-verzameling
Tentoongesteld tijdens zijn eerste individuele expositie in de New-Yorkse galerie van Peggy Guggenheim (1943). Nog op het surrealisme geïnspireerd. De geboorte van het in het labyrint verborgen kind van Pasiphaë, de stiermens Minotaurus, wordt door raadselachtige tekens omgeven. (Leinz 147)

. Bewakers van het geheim, 1943, olie, 123x191, San Francisco, Museum of Art
Bij Pollock blijft de ontlening aan het expressionisme en de invloed van het surrealisme tot het eind van de Tweede Wereldoorlog zichtbaar. Magische tekens, bogen en lijnen bedekken figuren die aan het onbewuste zijn ontleend: de beschermengel, de waakhond en de Ark van het Verbond komen als tastbare beelden in de weergave naar voren, en eroverheen dwarrelen cijfers die spontaan uitdrukking geven aan de door de kunstenaar doorleefde ervaring. (KIB 20ste 240)
Het werk lijkt een perspectiefloze opeenstapeling van diverse niveaus. Onderaan liggend een menselijke figuur: een lijk (?), het geheim (?). Centraal een witte rechthoek met een hele reeks symboolachtige cryptische tekens. Zou dit een deksel van een soort sarcofaag kunnen zijn? Daarachter vijf mensachtige figuren, zeer strikt statisch, die lijken te verwijzen naar figuren uit vroeg-kretenzische vazen of Noorse prehistorische rotsschilderingen. Ze stralen een zekere adeldom uit (graalridders?). Het lijken wel goden. Duidelijk geen abstract werk, dus. (dhk)

. Kathedraal, 1947, duco en aluminium op linnen, 180x89, Dallas, Museum of Fine Art
Na 1945 verdwijnt elke verwijzing naar de realiteit uit Pollocks kunst en wordt een geheel nieuwe wijze van schilderen ingevoerd. Hij legt het linnen op de grond en laat volgens de bewegingen van de arm verf neerdruppelen die hij dan verder uitwerkt. Dat gebeurt met een verfijndheid en een technisch raffinement die ertoe leiden dat elke vierkante centimeter van het schilderij belangwekkend wordt. Zilver, goud en ingehouden kleuren vormen een rijkdom die van de ruimte een vlechtwerk maakt dat uit verscheidene afzonderlijke delen bestaat en waarin zich nog herinneringen weerspiegelen aan diepte, aan de hemel en aan planten. De rijkdom aan mogelijkheden om zich uit te drukken en telkens nieuwe vormen toe te passen, heeft van de jong gestorven kunstenaar de meester gemaakt van die vorm van de abstracte schilderkunst die in Amerika ontstaan is en die men de naam action painting gegeven heeft. (KIB 20ste 240)
Pure gespoten verf in dunne lijnen in verticaliserende opbouw. Vandaar wellicht de titel. (dhk)

. Full fathom five (volle vijf vadem), 1947, Olieverf op doek met spijkers, kopspijkertjes, knopen, sleutel, munten, sigaretten, lucifers, enz…, 129x76, New York, Museum of Modern Art (Schenking Peggy Guggenheim)
“Mijn schilderijen komen niet van een ezel. Ik span vrijwel nooit een doek uit voordat ik begin te schilderen. Ik spijker het onuitgespannen doek liever op de harde muur of op de grond vast. Ik heb de weerstand van een hard oppervlak nodig. Op de grond voel ik me beter thuis. Dan voel ik me dichter bij het schilderij, meer een deel ervan, want op die manier kan ik er omheen lopen, van alle vier de kanten ar eraan werken en letterlijk in het schilderij zijn. De Indiaanse zandschilders in het Westen deden het ook zo. Ik maak steeds minder gebruik van de normale schildersbenodigdheden zoals ezel, palet, penselen, enz… Ik neem liever stokken, troffels, messen en druipende vloeibare verf of een zware verflaag met zand, glasscherven en ander vreemd materiaal dat ik eraan toevoeg. Als ik in mijn schilderij ben, weet ik niet wat ik doe. Pas na een soort “kennismakings”periode zie ik waar ik aan bezig ben. Ik ben niet bang om veranderingen aan te brengen, het beeld te vernietigen, enz… omdat het schilderij een eigen leven leidt. Dat probeer ik te laten doorkomen. Pas als ik het contact met het schilderij kwijt raak, wordt het resultaat( een rommeltje. Anders bestaat er een zuivere harmonie, een eenvouidg spel van geven en nemen, en het schilderij wordt goed.” (Pollock). (Measham 7)

. Number 23, 1948, emailverf op dun karton, 57x31, Londen, Tate Gallery
Toen Hans Hofmann in 1942 voor het eerst de schilderijen van Pollock zag, stelde hij voor dat deze naar de natuur zou werken. Pollock antwoordde: “Ik ben de natuur”. Meer dan enig ander begreep hij het belang om zoveel mogelijk naar het onbewuste te werken. Hij onderging behandelingen door psychoanalisten, aanhangers van Jung, die zijn tekeningen voor therapeutische doeleinden gebruikten. Pollock had met zijn werk internationale ambities: “Het idee van een geïsoleerde Amerikaanse schilderkunst die in de jaren dertig zo populair was hier te lande, vind ik absurd, evengoed als het idee om zuiver Amerikaanse wsikunde of natuurkunde te scheppen absurd zou zijn… De fundamentele problemen van de hedendaagse schilderkunst zijn van geen énkel land afhankelijk.” (Measham 6; foto Tate)

. Detail van "Eén" (nr. 31, 1950), 1950, 269x532, New York, Museum of Modern Art, donatie Sidney Janis
De verf is op het doek gegoten of gespat. Vooral van dichtbij gezien doet het denken aan Kandinsky en Max Ernst. De kritiek was hard. Hij heeft het publiek een pot verf in het gezicht gesmeten, schreef Ruskin.
Pollock ziet de verf niet als een passieve stof die hij naar vrije wil kan hanteren, maar als een reservoir vol potentiële krachten, die hij kon bevrijden. De vormen (zie dia) worden hoofdzakelijk door de interne dynamiek van zijn materiaal en zijn techniek bepaald: de viscositeit van de verf, de vaart waarmee ze op het doek wordt geworpen, de richting waarin en de invloed van en op de andere kleurlagen. Het resultaat is een vlak, zo trillend van leven, zo vol zinnelijke bekoring, dat alle vroegere doeken erbij verbleken. Maar wanneer hij de latente krachten van de verf mobiliseert door die naar het doek te slingeren laat Pollock niet alles aan het toeval over. Hij is de uiteindelijke energiebron van alle krachten. De daad van het schilderen vergt bij hem de hele mens, fysiek en psychisch. (Janson 663-664)

. Lavendelmist (Lavender Mist), 1950, olie, email en alumuniumverf op doek, 224x302, East Hampton (New York), Collection Alfonso Ossorio
De vier elementen - dripping, wall painting, all-over painting en het toeval - zijn de basiskenmerken van Pollocks kunst. (elviera 49)

. Nummer 4, 1950, olieverf, emailverf en aluminiumverf op doek, 124x94, Pittsburg, Carnegie Museum of Art
. Zwart en wit nummer 5, 1952, autolak op doek, 142x80, privé-verzameling
. Blauwe polen, 1952,
. Blauwe polen, 1953, olieverf, autolak en aluminiumverf op doek, 211x489, Canberra, Australian National Gallery

. Grijsheid van de oceaan (Ocean greyness), 1953, olieverf op doek, 147x229, New York, Solomon R. Guggenheim Museum
Grijs-blauw. Het geheel komt inderdaad over als een wild kolkende zee. Verwijzen de anderskleurige vlekken naar zeevruchten, vissen? Is dit amberkleurig? (dhk)

. Zoeken, 1955, olieverf en emailverf op doek, 146x229, privé-verzameling


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 490.