kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 21-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Jacob Adriaensz. Backer

Jacob Adriaensz. Backer

Nederlandse barokschilder, geboren tussen 27 augustus 1608 en 31 december 1608 te Harlingen - overleden 27 augustus 1651 in Amsterdam.

Naamsvarianten: Jakob / Jacobo Adriaensz. Bacquer / Bakker
De meeste van zijn schilderijen zijn met monogram 'JAB' gesigneerd (Saur 1992)

Backer was leermeester van Jan de Baen, Jan van Noordt en Abraham (Lambertsz.) van den Tempel, zoon van de Mennonietische schilder Lambert Jacobsz (c 1598-1636).
In zijn vroege werken beinvloed door Pieter Feddes van Harlingen en Wybrand de Geest I.

Backer was een van de meest succesvolle en invloedrijke Hollandse schilders van de Gouden Eeuw, maar is tegenwoordig bij het grote publiek onbekend. Jacob Adriaesz Backer (1608-1651) behoorde rond 1640 tot de schilderselite van Amsterdam. Zijn roem was vooral gebaseerd op zijn virtuositeit als portrettist. Bij zijn tijdgenoten genoot hij grote faam vanwege zijn briljante schildertechniek. Zo beroemd als Backer in zijn eigen tijd was, zo onbekend is hij nu. Vanaf de 19de eeuw richtte de aandacht zich vooral op Rembrandt, waardoor veel van zijn tijdgenoten in de vergetelheid raakten. Bovendien werd Backer lange tijd – ten onrechte – als leerling van Rembrandt beschouwd. Hierdoor werd het zicht belemmerd op zijn autonome rol als toonaangevend en vernieuwend kunstenaar.

Biografie
De doopsgezinde Jacob Adriaensz. Backer werd geboren als zoon van een bakker in Harlingen. Jacob verhuisde in 1611 met zijn vader en stiefmoeder naar Amsterdam.

In 1627 vertrok Backer uit Amsterdam naar Leeuwarden waar hij samen met Govert Flinck leerling werd van de historieschilder Lambert Jacobsz.

In 1633 ging hij met Flinck terug naar Amsterdam. Flinck werd daar leerling van Rembrandt. Voor het vanaf 1868 als waar aangenomen leerlingschap van Backer bij Rembrandt ontbreekt elk feitelijk bewijs: invloed van de grote meester kan natuurlijk op stylistische gronden wel worden aangetoond in zijn werk (Saur 1992).

Terwijl Flinck verder in de leer ging bij Rembrandt, ging Backer meteen aan het werk als zelfstandig kunstenaar. Mogelijk werkte hij, net als Rembrandt enige jaren eerder, onder bemiddeling van de kunsthandelaar Hendrick Uylenburgh. Als historieschilder ging Backer zijn eigen weg en speelde hij zelfs een voortrekkersrol: hij was de grote wegbereider van de Amsterdamse klassisistische stijl. Backer excelleerde als colorist, schilder van verleidelijk vrouwelijk naakt en voorstellingen op groot formaat. Het heldere kleurgebruik, de snelle en trefzekere toets en een ongelooflijk gevoel voor plasticiteit gaven zijn historiestukken een voor die tijd ongekende allure.
Backer ontwikkelde zich in korte tijd tot de meest trendy schilder van Amsterdam. Ook als tekenaar werd Backer door zijn tijdgenoten ten zeerste bewonderd. Vooral zijn talloze getekende naaktstudies vielen al vroeg bij verzamelaars in de smaak.

Laat in de jaren '30 verbleef hij tijdelijk in Vlissingen (Willigen/Meijer 2003).

Jacob Adriaensz. Backer vond zijn onderwerpen vooral in de historie en de mythologie. Na 1640 is hij echter ook portretten en groepen gaan schilderen in de trant van zijn tijd.

Omdat hij gespecialiseerd was in hetzelfde soort schilderijen als Rembrandt heeft het werk van Backer altijd in de schaduw gestaan van zijn beroemde stad- en tijdgenoot.

Werken:

Portret van een jongen in het grijs, 1634, doek (ovaal), 94,2 x 70,8 cm, Mauritshuis te Den Haag.
Wie is dit kleine mannetje, dat zijn grote donkere ogen strak op de kijker richt? Helaas, zijn naam bleef niet samen met zijn portret bewaard. De naam van de schilder wel, die werd ontdekt bij nauwkeurige bestudering van het schilderij: Jacob Backer.
De jongen is op zijn minst 7 jaar oud; vanaf die leeftijd gingen jongens net zo gekleed als hun vaders. De mantel van dit jongetje is heel modieus met een punt over de schouder geslagen.
De schilder gebruikte een scala aan grijs en bruin tinten om dit portret kleur te geven. De rode lippen en één rode wang vormen een prachtig contrast met de donkere tinten en de witte plooikraag die het hoofd omlijst.
Nooit zijn er zoveel kinderportretten gemaakt in Nederland als in de Gouden Eeuw. Rijke ouders gaven de kunstenaar opdracht om hun kroost te laten vereeuwigen. Welstand, goede opvoeding en ouderlijke trots moesten van de portretten af te lezen zijn. Daarom zijn de kinderen altijd prachtig uitgedost en kijken ze zo ernstig.
Er kan geen lachje af. Natuurlijk waren de kinderen in de 17de eeuw net zo ondeugend als nu, waren er lachebekken en huilebalken. Maar dat wilden hun ouders niet laten zien: het moest een representatief portret zijn, keurig gekleed, met het gezicht in de plooi.
Dit portret behoorde lange tijd tot de Steengracht Collectie, op Lange Vijverberg 3 in Den Haag. Rond 1900 was deze collectie een publiekstrekker in de stad. Het hart van de verzameling, schilderijen van Hollandse meesters uit de Gouden Eeuw, was door Johan Steengracht van Oostkapelle (1782-1846) bijeen gebracht. In 1816 werd hij de eerste directeur van het Mauritshuis. Zijn collectie ging over op zijn zoon, die op zijn beurt het geheel naliet aan een neef onder voorwaarde dat de verzameling open zou blijven voor het publiek. Echter, bij het overlijden van de neef in 1913 werden alle schilderijen geveild in Parijs. Het portret van de jongen in het grijs kon behouden blijven voor Nederland dankzij een gift van mevrouw Rose-Molewater. Zij liet het schilderij in Parijs kopen en schonk het aan het Mauritshuis. Zo keerde het portret terug in Den Haag in 1914.

Johannes Lutma, zilversmid te Amsterdam, ca.1639-51, Olieverf op paneel, 91 x 71 cm
Johannes Lutma was in de jaren dertig van de 17de eeuw de bekendste zilversmid van Amsterdam. Hij vervaardigde onder andere vier zilveren zoutvaten in de vorm van jongetjes met schelpen op het hoofd. Lutma liet zichzelf met een van zijn zoutvaten portretteren door Jacob Backer. Daaruit blijkt wel dat hij trots was op zijn werk. In de cartouche onderaan het schilderij staat Lutma's naam. Het afgebeelde werkstuk, de ponsen -gereedschap van een zilversmid- in het potje op de achtergrond en het drijfhamertje in zijn hand geven aan welk beroep hij uitoefende. Bij dit schilderij hoort een pendant: een portret van Lutma's tweede vrouw, Sara de Bie.

Websites:
. Amsterdam: Jacob Adriaensz Backer (1608 - 1651)
Museum het Rembrandthuis eert een Hollandse grootmeester van barokke kunst, Jacob Adriaensz Backer, die zijn stempel heeft gedrukt op de XVIIe eeuw.
Van zaterdag 22 november 2008 aan zondag 22 februari 2009


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 4952.

Tweets by kunstbus