kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Jacob de Wit

Jacob de Wit (1695-1754)

De zwaar katholieke kunstenaar Jacob de Wit, geboren in de Jordaan, was samen met Cornelis Troost een van de meest productieve en best betaalde schilders in Nederland in de achttiende eeuw. Zijn clientèle bestond uit de rijke Amsterdamse burgerij. In een barokke stijl à la Rubens en Van Dijck schilderde hij honderden doeken, zo'n tachtig plafondstukken, schoorsteenversieringen en maakte hij duizenden tekeningen. Jacob De Wit werd, naast de vele Rococo plafond-, deur- en schoorsteenstukken die hij vervaardigde in de huizen aan de Heren- en Keizersgracht, ook beroemd door zijn bedrieglijk echte beeldhouwwerken in olieverf in plaats van steen, zijn Grisailles, die in de volksmond Witjes zijn gaan heten.

Zijn eerste schilderonderricht kreeg hij van Albert van Spiers, die bekendheid verwierf met het schilderen van decoratieschilderingen, plafond- deur- en schoorsteenstukken. Wellicht ontwikkelde De Wit dankzij hem zijn voorliefde voor deze tak van schilderkunst.

Toen De Wit 13 jaar was, vertrok hij naar Antwerpen, waar hij lessen volgde aan de Schilder-Akademie. Hier werd hij een groot bewonderaar van de Vlaamse schilders Peter Paul Rubens en Anthonie van Dijck.

Jacob de Wit keerde in 1715 terug in Amsterdam, waar hij al spoedig zijn eerste (portret)opdrachten kreeg. Om zijn talent te tonen legde hij zich steeds meer toe op historieschilderkunst; het schilderen van mythologische taferelen stond in hoger aanzien. In het werk van Jacob de Wit zijn duidelijk invloeden van Rubens en Van Dijck te zien, maar ook van Gerard Lairesse, zijn directe voorloper.

Jacob de Wit vond in Amsterdam een mecenas in de persoon van Jacob Cromhout, een zeer vermogend koopman en kunstliefhebber. Voor Cromhout schilderde hij in 1717 zijn eerste plafond voor diens buitenhuis in de Beemster, dat hem al vrij snel beroemd maakte. Het bezorgde hem veel opdrachten. Als katholiek kreeg hij verschillende opdrachten om kerken te decoreren en altaarstukken te schilderen, o.a. de Mozes en Aaron Kerk te Amsterdam. Daarnaast decoreerde hij vele patriciërshuizen in Amsterdam, Den Haag, Haarlem en Rotterdam.

Het belangrijkste stuk uit zijn carrière is in de Vroedschapskamer van het Koninklijk Paleis van Amsterdam op de Dam bewaard gebleven. Het is een in 1737 gemaakt schilderij van wel 5 bij 12 meter waarin hij het bijbelse verhaal van Mozes en de 70 oudsten centraal stelde. Hij was heimelijk zo trots op de opdracht dat hij in het geniep twee zelfportretten tussen de menigte in het schilderij schilderde.

De schilder werd in 1741 eigenaar van Keizersgracht 383 en 385.

De Wit schreef ook nog in 1747 het 'Teekenboek der proportien van 't menschselyke lighaam'.

Tot zijn overlijden in 1754 woonde en werkte hij in 385. In het achterhuis was zijn atelier.

Bronnen:
classicistische beschilderingen komen voor na 1640, onder invloed van het Hollands classicisme van Jacob van Campen.

In de 18de eeuw ging men onder invloed van de barokke Lodewijk XIV-stijl de structuur van het huis aan het zicht onttrekken: de balken en planken verdwenen achter een verlaagd plafond van hout of stucwerk. In de mooiste kamer van het huis, doorgaans de Zaal op de hoofdverdieping van het achterhuis, werd aan het plafond een schilderdoek bevestigd, meestal met een wolkenlucht met daarop goden en putti. We spreken dan van een plafondstuk of zolderstuk. Heel soms wordt een dergelijke beschildering rechtstreeks op het hout of stucwerk aangebracht, maar meestal is sprake van een op doek aangebrachte schildering. Het doel van zo'n schildering is door een blik in het luchtruim de ruimte te vergroten. De ontwikkeling van het plafondstuk komt tot een hoogtepunt met de schilderingen van de populaire Amsterdamse schilder Jacob de Wit. Zijn belangrijkste concurrent was Anthony Elliger (1701-1781).

Zie bron.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 31.