kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

James Lee Byars

Geboren: 1932 Detroit
Gestorven: 1997 Le Caire Egypte

Amerikaanse performance en conceptkunstenaar.

Byars studeert aan de Merill Palmer School en de Wayne State University.

1958 Bezoek van een jaar aan Japan voor verdere studie. Woont vervolgens in Kioto en interesseert zich sterk voor de Japanse cultuur en filosofie.

1960 William Copley Award.

Vanaf de jaren zestig reist hij door de wereld en duikt op in musea, galeries en belangrijke manifestaties als de Documenta in Duitsland en de Biënnale in Venetië. Meestal heeft hij een gouden pak aan, hij heeft een hoge zwarte hoed op en draagt een zwarte blinddoek. Hij zegt: 'I show philosophy'. Hij doelt op één door hem zelf ontwikkelde filosofie, een combinatie van oosterse mystiek en de klassieken, waarvan een neerslag te vinden is in vele vormen van precieus denkwerk, die hij laat produceren met beweringen als: 'the perfect question, Iíve never done a perfect thing' of 'announce perfect till it appears'.

In de jaren zestig reisde James Byars verschillende keren naar Japan en daar kwam hij onder de indruk van het Noh-theater en de rituelen van het Sjinto-geloof, hetgeen ook duidelijk in zijn werk is terug te vinden. Byars manier van werken met papier, zijde en steen en zijn voorkeur voor natuurlijke materialen hebben zeker te maken met rituele objecten van Sjinto (gevouwen papier of gladde stenen uit de natuur). In Sjinto-tempels wordt waakzame maar passieve aandacht verenigd met het ritueel in een verfijnde, tot de zinnen sprekende atmosfeer, geparfumeerd door de klank van een gong of een klok, het ruisen van zijde en het ritselen van blaadjes in de wind. Byars beschouwt zich als een reïncarnatie van Ze-Ami (1363-1445), die het Sjinto-ritueel vertaald heeft voor het Noh-theater.

Zijn verblijf in Japan beïnvloedde zijn latere werk. Hij maakte evocatieve uitvouwbare sculpturen van papierstroken, sommige tot 300 meter lang, die zorgvuldig ontvouwd werden tijdens zijn publieke optredens.

1965 Organiseert de performance A Mile Long Paper. Talloze werken in de volgende jaren kenmerken zich door een geconcentreerde verstildheid in de geest van de Japanse traditie.

Behalve Japan was ook Europa de plaats voor veel van zijn werk en hij bleef daar zijn esthetische belangstelling ontwikkelen. James Lee Byars ging in 1969 voor het eerst naar Europa en werkte met zowel Joseph Beuys als Marcel Broodthaers aan gemeenschappelijke stukken.
Byars bleef met papier en kostbare stoffen werken, gemakkelijk wisselend tussen het voorbijgaande en het duurzame, terwijl hij tegelijkertijd investeerde in sculpturale ondernemingen gemaakt van brons, zandsteen, marmer en aangepast antiek meubilair.

Behalve het gebruik van fragiel materiaal als papier, koos hij fluweel, zijde en goudlamé voor kleding als kunst. Toen hij in 1972 was uitgenodigd voor de Documenta, gaf hij een memorabele performance gekleed in rode zijde, losse Duitse woorden uitsprekend door een gouden megafoon vanaf de top van het Fredericanum in Kassel.

Neemt regelmatig aan Documenta's(1972, 1977, 1982 en 1987) en de Biennale van Venetie mee.

1974 DAAD-beurs voor Berlijn.

Vanaf 1975 reduceert James Lee Byars zijn beeldhouwwerken tot basisvormen als cirkels of bolvormen en gebruikt steeds vaker graniet, marmer, glas en objets trouves.

James Lee Byars heeft zich als kunstenaar gedurende zijn leven aan één thema gewijd: het sublieme, het verhevene, de 'volmaakte schoonheid', zoals hij het zelf formuleerde. Daarbij ging het hem niet om afzonderlijke voorwerpen, maar slechts om een idee. Zo betekende het materiaal goud voor Byars 'de meest abstracte mogelijkheid van het verhevene'. Goud, schreef Byars ooit, is 'van een zodanige mate van abstractie, dat het je - wanneer je het artistiek toepast - al op een verheven vlak tegemoet treedt'.

Byars' gouden en stoffen objecten omlijsten in wezen in hun materialiteit het eigenlijke werk. Hij vindt zijn objecten, of laat ze maken, en presenteert ze dan aan ons op een vragende manier: 'Wat denk je, bestaan deze dingen echt? Zouden we beter af zijn zonder ze? Hoe worden ze gewaardeerd? Is deze 'setting' beter dan de banaliteit waaraan ze overstijgt ? En zo ja, hoe kunnen we aannemen dat we zien wat goed is en wat beter, wat juist is en wat perfect is? En is 'zien' wel genoeg?'
De implicatie van het werk van Byars is dat we zouden moeten luisteren, bijvoorbeeld naar de onzichtbare vragen die vermoedelijk de lucht rondom zijn werken vullen.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 23.