kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 21-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Jan Brueghel-de-Oude

Jan Brueghel de Oude

Zuid-Nederlands schilder, bijgenaamd Fluwelen Brueghel, leefde van 1568 Brussel - 13.01.1625 Antwerpen.

Jan Brueghel was de zoon van Pieter Brueghel de Oude. Hij wordt Jan Brueghel I of 'de Oude' genoemd omdat zijn zoon ook Jan heette: Jan Brueghel II of 'de Jonge'. Ook was hij de broer van Pieter Brueghel de Jonge, de oom van Jan van Kessel en de schoonvader van David Teniers de Jonge.

Ongeveer 450 werken zijn aan Jan Brueghel toegeschreven: historiestukken, zoals helletaferelen in de stijl van zijn vader, mythologische en allegorische scènes, van de vijf zintuigen (gehoor, gezicht, tast, reuk, smaak) en van de vier elementen (lucht, aarde, water, vuur), bloemstillevens en landschappen. De bijnaam 'fluwelen Brueghel' kreeg de schilder waarschijnlijk vanwege zijn prachtige stofuitdrukking en de speciale, zachte glans van zijn schilderijen. Ook wordt beweerd dat hij zijn bijnaam dankt aan het feit dat hij altijd in fluweel gekleed ging. Anderen leggen weer uit dat zijn zorgvuldige voorstudies gemaakt naar de natuur waardoor de werkelijkheid heel precies weergegeven wordt ten grondslag ligt aan deze bijnaam.

Biografie
Zijn vader stierf een jaar na zijn geboorte. Volgens kunstenaarsbiograaf Van Mander ging Jan Brueghel in de leer bij Pieter Goetkindt. Daarvóór moet hij al lessen hebben gehad van zijn grootmoeder die miniatuurschilderes was.

Jan werkte van 1589 tot 1596 in Napels, Rome en Milaan in Italië. In Rome raakte hij bevriend met Paul Bril. De twee schilders werkten samen en oefenden een sterke wederzijdse invloed op elkaar uit. Een andere samenwerking was die met Johann Rottenhammer, die hem bekend maakte met de kunst in Venetië. In Milaan werkte Jan Brueghel voor kardinaal Federico Borromeo. In Italië ontstonden vooral bosgezichten in de trant van Gillis van Coninxloo. Ze zijn daarnaast vooral beïnvloed door Girolamo Muziano en Paul Bril.

In Italië ontwikkelde Brueghel zijn typisch noordelijke repertoire van landschappen en minutieus weergegeven menigten figuren, zijn helletaferelen met Jeroen Bosch-achtige monsters en zijn paradijsstukken, waarin hij een oneindige hoeveelheid vogels en dieren, zowel inheemse als exotische, natuurgetrouw vastlegde. Hij werkte in Rome voor het eerst samen met de Duitse figuurschilder Hans Rottenhammer, wiens verfijnde stijl goed bij die van Brueghel aansluit. Rottenhammer begon als eerste zijn figuren te schilderen, waarna Brueghel pas zijn achtergronden uitvoerde. Brueghel had de smaak van het samenwerken te pakken gekregen. Zijn leven lang zou hij regelmatig zijn krachten met andere kunstenaars bundelen, het vaakst nog met zijn vaste figuur-schilder Hendrick van Balen.

Na zeven jaar keerde hij via Duitsland en Bohemen in 1596 terug naar het noorden en vestigde zich in Antwerpen als vrijmeester in het Sint-Lucasgilde. In de jaren 1601 en 1602 was Breughel deken van het St. Lucas gilde.

Terug in Antwerpen keerde hij terug naar het type panoramische vergezichten omzoomd door coulisseachtige bergen zoals dat in Vlaanderen traditie was (vergelijk de werken van Joos de Momper). Ook het traditionele driekleurenschema (bruine voorgrond, groen middenplan, blauw verschiet) en de hoge horizon zijn onverminderd aanwezig. Ondanks vernieuwende elementen zijn de invloeden van de fantastische boslandschappen van Gillis van Coninxloo nog te herkennen.

Jan Brueghel de Oude heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de vernieuwingen in de landschapschilderkunst. Zijn generatie Zuid-Nederlandse schilders liet langzaam het traditionele fantasielandschap achter zich en kreeg meer interesse in de eigen omgeving. De omgeving, die voorheen bestond uit fantastische elementen, zoals steile rotswanden en onmetelijke ruimten, werd nu herkenbaar voor de toeschouwer.
Ook werd afstand gedaan van de religieuze scènes en werd het landschap bevolkt met personen uit het leven van alle dag. In zijn nadruk op vertellende details sluit Brueghel aan op de traditie van de Vlaamse landschapschilders.
De opbouw van zijn schilderijen zal een grote invloed gaan uitoefenen op de Noord- Nederlandse schilders uit de vroeg 17de eeuw. Ook het kleurgebruik, dat een grote bijdrage levert aan het suggereren van diepte, wordt in de 17de eeuw nagevolgd. Vooral de schilderijen van Esaia van de Velde en het vroege werk van Jan van Goyen tonen invloeden van Brueghel de oude.

In Antwerpen werkt hij nauw samen met bevriende kunstenaars, onder wie Hendrik van Balen, Joos de Momper en Peter Paul Rubens. Hij schildert aanvankelijk druk bevolkte landschappen, maar specialiseert zich vervolgens ook in schilderijen met dieren en bloemstillevens. Zijn bloemstukken behoren tot de vroegste zelfstandige bloemstillevens uit de kunstgeschiedenis. Rond dezelfde tijd schilderden ook Ambrosius Bosschaert en Roelant Savery hun eerste bloemstillevens.

Isabella de Jode werd zijn eerste vrouw. Het huwelijk vond plaats in 1599, maar zou slechts vier jaar duren. De weduwnaar trouwde in 1605 met Catharina van Marienburg.

Rond 1605 krijgt het dorpsgezicht met lage horizon zijn voorkeur.

Jan Brueghel was bevriend met Rubens en naast hem een van de meest gezochte schilders. Door deze populariteit was Jan Brueghel een zeer vermogend man. In 1609 werd hij benoemd tot hofschilder van aartshertog Albrecht van Oostenrijk en infante Isabella van Spanje.

De eerste samenwerking tussen Rubens en Brueghel kwam al in 1599-1600 tot stand, nog vóór Rubens’ vertrek naar Italië. Na zijn terugkeer in 1608 bloeide de vriendschap op. Brueghel introduceerde Rubens bij een elitaire broederschap waarvan hijzelf al lange tijd lid was. Rubens op zijn beurt hielp zijn vriend jarenlang met de vertaling van zijn brieven aan zijn Italiaanse beschermheer. Ook was hij peetvader van Brueghels twee oudste kinderen.

Rond 1610 schilderde Brueghel meer open landschappen met een realistischer inslag die aan het Brabantse landschap herinneren. Ze zijn veelal gestoffeerd met reizigers in huifkarren of boeren.

Opvallend zijn de schilderijen die uit een samenwerking met andere schilders ontstonden: een collega als Hendrick van Balen, Hendrick de Clerck of Rubens schilderde de figuren en Brueghel verzorgde de landschappen, de flora en de fauna.

Een zeer fraai voorbeeld is Het aardse paradijs van Brueghel en Rubens in het Mauritshuis in Den Haag. Dit paneel is door beide kunstenaars afzonderlijk gesigneerd, waarbij Rubens aangaf verantwoordelijk te zijn voor de figuren: ‘Petri Pauli Rubens Figr / Brueghel fec.’. Brueghel schilderde het landschap en de meer dan honderd inheemse en exotische dieren die Adam en Eva omringen. Hij plaatste de dieren daarbij in hun natuurlijke habitat en observeerde hun gedrag en bewegingen goed. Zo blaffen de honden naar de kwakende eenden in het water, stoeien katachtigen, eten cavia's boontjes en staat de reiger in ondiep water klaar om vis te vangen.
Rubens en Brueghel werkten veel samen. Een kleine 25 gezamenlijke schilderijen zijn van hen bewaard gebleven.

1618, Stilleven, paneel, 48x53, Brussel, K.M.S.K.
De precisie en virtuositeit van Bruegels stillevens zijn schitterend aanwezig in dit werk dat in verschillende versies bestaat. Uit zijn persoonlijke correspondentie weten we dat Jan Bruegel meestal naar de natuur werkte en dat gelijkaardige composities veel van hem eisten, omdat hij ze telkens weer met precisie van liefde wilde maken. De aanwezigheid van juwelen en ringen kan erop wijzen dat het paneeltje misschien een allegorie op het huwelijk kan voorstellen. Een vernieuwing in het genre van het stilleven is hier zeker het gebruik van diagonalen. De opstelling van het juwelenkistje en de juwelen is duidelijk bedoeld om een sterker dieptezicht te creëren. Weelde symboliseert hier schoonheid.

1621 Allegorie van de Aarde uit Het Aards Paradijs, koper, 46x67, Parijs, Louvre
Dit aards paradijs is feitelijk volstrekt geen religieus schilderij. God, Adam en Eva zouden evengoed door een taankleurige leeuw of een heester met rode bloemen vervangen kunnen worden. De werkelijke naam ervan is dan ook Aarde, en het is een van de serie van de vier elementen die hij voor kardinaal Borromeo geschilderd heeft. De vroegere opvatting van het Nederlandse landschap is hier verlaten om plaats te maken voor een 'stukje natuur' dat volkomen spontaan lijkt, maar dat in feite nauwkeurig omlijst is en een centraal punt heeft, een paard en twee bomen. Hier komt het alleen aan op het weelderige landschap en de meesterlijke weergave van de dieren. In feite heeft de zoon niet zozeer veel aan zijn vader ontleend als wel aan Gillis van Coninxloo (1544-1607).

Jan Brueghel stierf in 1625 op 57-jarige leeftijd aan cholera. Hij had onder andere de landschapschilder Abraham Govaerts en de bloemenschilder Daniel Seghers als leerlingen. Zijn zoon Jan Brueghel de Jongere (1601-1678) zette de vaderlijke traditie voort.

Websites: www.mauritshuis.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 44.