kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 25-05-2008 voor het laatst bewerkt.

Jan Cox

Belgische kunstenaar, geboren op 27 augustus 1919 in Den Haag - overleden door zelfmoord 7 oktober 1980 in Antwerpen.

De kunst van Jan Cox neemt in de naoorlogse kunstgeschiedenis een aparte plaats in door de zorgvuldige compositie, het magische of surreële karakter en een zeer persoonlijk kleurenpalet. Maar bovenal onderscheidt Jan Cox zich van zijn tijdgenoten door zijn keuze voor klassieke thema's: Orpheus, de Ilias van Homeros, de passie van Christus, thema's waarin hij met de toeschouwer wil nadenken over de “menselijke conditie” en de verschrikkingen en de wanhoop van de moderne tijden.

Cox heeft een uitgesproken belangstelling voor het klassieke modernisme, de kunst van Picasso, Matisse, de surrealisten. Hij is leeftijdgenoot en vriend van Cobrakunstenaars zoals Alechinsky. Het werk van Cox draagt af en toe heel duidelijk de sporen van artistieke ontdekkingen: de vrijheid en expressiviteit van Cobra, Barnett Newman en de kracht van het gekleurde vlak, Rothko en de kleur van de ruimte, het coloriet van de Pop Art. Maar Cox gelooft niet dat alleen een kinderlijke spontaneïteit of een uitgezuiverde abstractie de kloof tussen de werkelijkheid, het publiek en de kunstenaar kan overbruggen. Cox vertrekt van de inhoud die wordt uitgebeeld en heeft een voor die tijd bijna unieke voorkeur voor onderwerpen uit de Bijbel en de Grieks-Romeinse Oudheid. Een constante in het werk van Cox is de zorg om de compositie die altijd doordacht wordt opgezet en uitgewerkt. Naargelang de noodwendigheden gebruikt hij expressieve, surreële, abstracte of realistische motieven.

Door het tragische levenseinde en de ernst van de onderwerpen die Jan Cox in zijn schilderijen aansnijdt, ontgaat ons soms de ironie en humor in zijn werk. Een aantal werken, sommige driedimensionale assemblages, getuigen nochtans heel duidelijk van het onderschatte ludieke karakter van Jan Cox, een ander aspect van zijn kunstenaarschap.

Het belang van Cox reikt verder dan het louter kunsthistorische. Hij brengt in zijn werk de thematiek van het “onbehagen in de cultuur” en het streven naar vrijheid op een onvergelijkbaar doorleefde manier tot vorm. Dat zijn cultuur met haar humanistische gedragsmodellen geen werkbare barrière vormt voor zinloos geweld, vertwijfelt hem ten zeerste. Juist omdat hij de tragiek van cultuurmens te zijn in de tweede helft van de twintigste eeuw niet ontwijkt maar verinnerlijkt, kunnen we Jan Coxb eschouwen als een kunstenaar met een “klassieke” houding. Hij is geen utopische modernist, noch een onverschillig postmodernist. .

Biografie
De Belgische schilder Jan Cox wordt geboren in Den Haag uit een Vlaamse vader en een Hollandse moeder. Hij brengt het grootste deel van zijn jeugd door in Amsterdam waar hij Grieks-Latijnse studies volgde aan het Barlaeus Gymnasium.

In 1936 verhuisde de familie terug naar Antwerpen waar Jan Cox gedurende één jaar de lessen volgt aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten.

Wanneer hij in 1937 besluit Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde te gaan studeren in Gent, hoopt hij in die richting een combinatie van filosofie en geschiedenis aan te treffen. Als filosofisch kunstenaar bij uitstek, beschouwt Cox het schilderen, naast een primaire behoefte, ook als een kennisinstrument dat inzicht moet verschaffen in de “condition humaine”. Kunst blijkt voor hem één van de middelen om met inzet van alle menselijke capaciteiten te speuren naar de wezenskern.

Hij werkt even met Cyriel Verschaeve en is vervolgens betrokken bij de activiteiten van het verzet tijdens WO II.

Jan Cox kreeg zijn eerste tentoonstelling in 1942 in Antwerpen. Op deze expositie toonde hij tekeningen en gouaches.

Samen met andere kunstenaars richtte Jan Cox in 1945 de kunstenaarsgroep Jeune Peinture Belge op, maar in tegenstelling tot de andere kunstenaars van deze groep, die vooral abstracte kunst schilderden, maakte Cox door het Vlaams expressionisme beïnvloede kunst.

In 1948 presenteerde het Paleis voor Schone Kunst in Brussel een solotentoonstelling van Jan Cox. Ook was zijn werk te zien op de Biënnale van Venetië met de groep Jeune Peinture Belge.

Jan Cox kwam in contact met de kunstenaars van Cobra en bouwt blijvende vriendschappen op met Pierre Alechinsky en Hugo Claus. Hij werkte mee aan één van de nummers van het tijdschrift van deze groep. In 1951 toonde hij een tiental lithografieën op de Cobra-tentoonstelling in het Palais des Beaux-Arts in Luik.

Vanaf 1948 verschuift zijn aandacht naar de Verenigde Staten. Zo stelt hij tussen 1950 en 1954 tentoon in de befaamde Curt Valentin Gallery in New York.

Na een verblijf te Rome, de Academia Belgica periode van 1954-55, is hij van 1956 tot 1974 professor schilderkunst aan de school van het het Museum of Fine Arts in Boston

In 1956 verdedigt hij de Belgische kunst tijdens de 28ste Biënnale van Venetië en toont hij zijn werk in het Belgische Paviljoen. In 1957 stelt Cox tentoon in het Museum of Fine Arts in Boston.

Vrouwen in het leven en de kunst van Jan Cox
Jan Cox reist kort na de Tweede Wereldoorlog door Frankrijk met de Amerikaanse Ruth Olson. Hij wordt verliefd op haar en besluit om Amerika te verkennen. Later zal hij haar portret schilderen. In Brussel ontmoet hij vervolgens zijn echtgenote Yvonne Van Ginneken. Zij zal bijna 10 jaar lang een van de hoofdpersonages in zijn schilderijen blijven. Hij vestigt zich met haar in Boston. Daar wordt Jan Cox verliefd op een leerlinge, Marlene. Ook van haar maakt Cox een intrigerend portret.

Orpheus
Aan Orpheus zal Jan Cox omstreeks 1960 een elfdelige reeks schilderijen wijden (die hij herneemt en uitbreidt op klein formaat, en deze suite van 12 wordt in de tentoonstelling volledig getoond). Orpheus, opnieuw een figuur uit de Griekse mythologie, staat voor de kracht en tragedie van de kunst: zijn muziek verzacht de zeden in die mate dat dieren tam worden en mensen ophouden zich als agressieve barbaren te gedragen. Door de kracht van zijn muziek slaagt Orpheus er ook in zijn geliefde Eurydice uit de onderwereld te bevrijden. Maar hun tocht uit de onderwereld eindigt op een mislukking en Orpheus is zijn geliefde voor eeuwig kwijt. Jan Cox vindt in gebeurtenissen in zijn eigen liefdesleven en zijn professionele bestaan een aansporing om deze reeks te schilderen.

In 1964 neemt hij opnieuw deel aan de 32ste Biënnale van Venetië.

Uiteindelijk keert hij ietwat ontredderd terug naar Antwerpen waar hij in Galerie De Zwarte Panter aan een nieuw hoofdstuk in zijn leven en kunst begint.

In Antwerpen wordt hij opnieuw verliefd op een jonge vrouw met wie hij zijn laatste reizen onderneemt. In de schilderijen van Jan Cox treden voortdurend vrouwen op: Judith, de dappere Joodse vrouw die de Assyrische generaal Holofernes verleidt en vermoordt, de bloeddorstige, dronken danseressen uit de Griekse mythologie, de Maenaden, en natuurlijk Eurydice, Orpheus' onbereikbare liefde.

De bloedregen (Rain of blood), 1975

De Ilias
Jan Cox had de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. In 1975 beslist hij om een reeks schilderijen te wijden aan de oorlog tussen de Grieken en de Trojanen. De Ilias is door de omvang het meeste ambitieuze artistieke project van Jan Cox. In tal van expressieve close-ups voert hij de bekende krijgers en helden op: Menelaos, Achilles, Patroclos, Hector, Priamus; Cox wil in schilderijen als De bloedregen duidelijk wijzen op de gruwel van het oorlogsgeweld. Maar in sommige taferelen is hij ook gefascineerd door de menselijkheid en verschrikkelijke schoonheid van de oorlog.

In 1975 is hij een vande exponenten van de tentoonstelling in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen samen met Fred Bervoets, Wilfried Pas en Walter Goossens. In 1976 toont hij de Ilias-cyclus in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Brussel.

De dood van Socrates (Antwerpen 1980)
De oude Griekse wijsgeer staat niet alleen symbool voor de Griekse oudheid die Jan Cox een leven lang heeft geïnspireerd, maar staat eveneens symbool voor het tragische lot van de mens op zoek naar kennis, wijsheid en inzicht in goed en kwaad. Net als Socrates maakte Cox zelf een einde aan zijn leven.

Cox vindt geen uitweg uit zijn drankzucht en de periodes van diepe depressie die worden afgewisseld met momenten van euforie en creativiteit. In 1980 maakt hij een einde aan zijn leven. Jan Cox overleed op 7 oktober 1980, kort nadat hij de reeks “De Martelgang” afwerkte die in de Zwarte Panter wordt tentoongesteld, zoals ze door Jan Cox zelf gepland was.

“De Martelgang”
Cox was tot op het einde zonder enige twijfel vrijzinnig. Toch maakt hij in 1980 een aantal schilderijen geput uit het verhaal van het lijden van Christus. Cox kiest een aantal scènes uit de traditionele kruisweg (zoals de eerste, tweede en derde val). Hij voegt ook andere scènes toe, die voorafgaan aan de eigenlijke kruisweg, en laat andere traditionele scènes weg. Cox doopt zijn schilderijenreeks De Martelgang. Meer dan door ˜de zoon van God" is Cox immers gegrepen door "wat de mens wordt aangedaan".

‘Jan Cox, a painter’s odyssey’ is een bekroonde film opgebouwd in 24 homerische gezangen uit 1988 van Bert Beyens en Pierre De Clercq over de Belgische schilder Jan Cox. Op het 7de Festival International du Film sur l’Art te Montréal in 1989/1990? kreeg de film de Prijs voor de Beste Biografie en werd door de jury geprezen als “a moving film about the tragic destiny of a little-known painter, for its dramatic structure in 24 cantos and its discretion”. Sedert 2008 uitgegeven op dvd, volledig digitaal geremasterd.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1788.