kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 06-05-2008 voor het laatst bewerkt.

Jan Davidsz. de Heem

Nederlands schilder, geboren april 1606 Utrecht – overleden tussen 18 september 1683 en 18 september 1684 in Antwerpen.

Jan Davidsz. de Heem schilderde uitsluitend stillevens. Het werk van Jan Davidsz. de Heem was populair bij kopers en collega-kunstenaars. Hij was een centrale figuur van de Nederlandse stillevenschilderkunst in de zeventiende eeuw. Zijn werk vormt een soort synthese tussen de Hollandse en Vlaamse tradities, en zowel zijn Hollandse als zijn Vlaamse collega’s zijn door hem beïnvloed. Hij had een groot aantal leerlingen en navolgers, onder wie Abraham Mignon. Twee kinderen van De Heem, Cornelis uit het eerste huwelijk en Johannes uit het tweede, werden eveneens stillevenschilder.

Biografie
Jan Davidsz. de Heem groeide op in Utrecht en was daar waarschijnlijk in de leer bij bloemstillevenschilder Balthasar van der Ast.

Zijn vader stierf in 1612, zijn moeder hertrouwde, en het gezin verhuisde in 1626 naar Leiden. Daar trouwde De Heem; uit het huwelijk zouden drie kinderen voortkomen.

In Leiden schilder hij vooral monochrome stillevens met muziekinstrumenten en boeken .

De wens om naar Italië te gaan ging door gebrek aan geld niet in vervulling; in plaats daarvan vertrok De Heem na 1631 naar Antwerpen. In deze stad, waar de stillevenschilderkunst bloeide dankzij schilders als Daniël Seghers, Frans Snyders, Adriaen van Utrecht, Osias Beert, Jan van Kessel en Pieter Boel, werd zijn werk steeds bonter en zwieriger. Hij veranderde ook van onderwerp en richtte zich op het weergeven van vruchten en bloemen.

Festoen van vruchten en bloemen, ca. 1635-84, Olieverf op doek, 64 x 60 cm
Een tros vruchten en bloemen is met een helder blauw lintje aan een koperen ring bevestigd. Het festoen hangt voor een donkere nis, zodat de frisse kleuren van het fruit mooi uitkomen. Alleen de gele citroen in het midden oogt iets minder fris. De Heem schilderde allerlei soorten fruit door elkaar, van exotisch citrusfruit en een granaatappel tot kersen, bramen en pruimen. Het schilderij oogt heel fris door de kristalheldere dauwdruppels die van de bladeren rollen. Insecten kruipen over het festoen en vliegen rond. Ze zijn zó tastbaar dat het lijkt alsof ze niet geschilderd zijn, maar leven en óp het doek zitten. Groene verf kan gemakkelijk verkleuren en wordt vaak een beetje vaal na verloop van tijd. Jan Davidsz. de Heem gebruikte een heel goed pigment voor de groene bladeren, zodat die nog steeds vers lijken.
De ondergrond van het festoen bestaat uit diverse verflagen. Op een warmgrijze onderlaag zijn eerst de ruwe vormen van de bloemen en vruchten gedoodverfd. Vervolgens heeft De Heem de objecten verder ingevuld, hier en daar de doodverflaag van het schilderij onbedekt latend. Deze werkwijze beschreef de schilder zelf: blauwe druiven en pruimen dienen te bestaan uit een roodbruine doodverflaag met een matte blauwige waas erover. Zo zijn de druiven en pruimen rechts dan ook geschilderd. Ertussen is de grijze onderlaag nog zichtbaar. De bloemen en vruchten in het festoen, met name die op de voorgrond, zijn heel precies geschilderd en goed uitgelicht. Daar waar zij in de achtergrond verdwijnen heeft De Heem een lossere manier van schilderen aangewend. Dit verhoogt het ruimtelijke effect.

In 1644, na het overlijden van zijn eerste vrouw, hertrouwde De Heem met de dochter van klavecimbelbouwer Andries Ruckers. Jacob Jordaens was getuige bij dat huwelijk, waaruit nog zes kinderen werden geboren.

Hoewel De Heem vooral in Antwerpen woonde, verbleef hij toch nog regelmatig een periode in het noorden: in 1649 en tussen 1665 en 1672 was hij in Utrecht.

In 1667 was De Heem weer in Utrecht, waar hij twee jaar later lid werd van het gilde. Hij werkt er samen met Abraham Mignon en Jacob Marrell. In 1672 vestigde hij zich echter opnieuw in Antwerpen.

Hij speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van het pronkstilleven, dat in de tweede helft van de zeventiende eeuw grote opgang maakte dankzij schilders als Willem Kalf en Abraham van Beyeren. In zulke stillevens vindt men een uitstalling van kostbaarheden, samengebracht in een compositie van een theatraal, monumentaal karakter. Goud, zilver, porselein, glas, schelpen, bloemen en vruchten, textiel en muziekinstrumenten vormen zoal de ingrediënten van deze werken.

Websites: GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Davidsz._de_Heem


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1760.