kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 27-10-2008 voor het laatst bewerkt.

Jan de Baen

Nederlands schilder, geboren 20 februari 1633 te Haarlem - begraven 8 maart 1702 in Den Haag.

De Baen wist uit heel Holland opdrachten voor grote groepsportretten in de wacht te slepen. Zijn weergaloze populariteit bij opdrachtgevers veroorzaakte veel haat en nijd onder zijn collega's. Het verhaal gaat dat er tweemaal een aanslag op zijn leven werd gepleegd, waarbij hij een vinger verloor.

De barokschilder Jan de Baen was een leerling van Jacob Adriaensz Backer. Baen werkte samen met Bartholomeus Appelman, die de (landschaps)achtergronden voor zijn protretten maakte. Baen was leraar van zijn zoon Jacobus de Baen en van Johann Friedrich Bodecker, Denys Godijn, Hendrik van Limborch, Nicolaes (II) van Ravesteyn, Petro van Rijs, Jan van Sweel en Johannes Vollevens.

Vader van Jacobus de Baen
Leraar van Jacobus de Baen, Johann Friedrich Bodecker, Denys Godijn, Hendrik van Limborch, Nicolaes van Ravesteyn (II), Petro van Rijs, Jan van Sweel, Johannes Vollevens (I)

Biografie
Op jonge leeftijd verloor Jan de Baen zijn ouders, waarna hij naar zijn oom Hinderk Pyman werd gestuurd in Emden. Pyman of Piemans (circa 1580-1647) was schilder en gaf de jongen zijn eerste schilderslessen.

In 1660 verhuisde De Baen naar Den Haag, waar hij zich vestigde als portretschilder. Hij portretteerde de prins van Oranje, vooraanstaande burgers en voorname bezoekers zoals de hertog van Toscane. Kreeg o.a. opdrachten van Johan Maurits van Nassau. Verbleef op aandrang van Karel II aan diens hof te Engeland. De keurvorst van Brandenburg bood hem een positie aan als hoofdschilder aan het paleis, maar zijn vrouw weigerde te verhuizen naar Berlijn.

Jan de Baen heeft tijdens zijn schildersloopbaan tal van portretten van hoogwaardigheidsbekleders vervaardigd, onder meer van de regentenfamilie De Witt uit Dordrecht. Deze portretten bevinden zich in de collectie van het Dordrechts museum. (Jan de Baen was eerst met Hanneman en Jan Mijtens, later met Caspar Netscher de meest gezochte Haagsche portretschilder. In Amsterdam, waar hij bij Jacob Backer leerde, schijnt het met bestellingen niet erg te hebben willen vlotten, maar toen hij zich in 1660 in Den Haag vestigde, had hij dadelijk volop werk. Johan Maurits van Nassau, de bouwheer van het Mauritshuis, was een zijner beschermers en de Groote Keurvorst poogde tevergeefs hem aan zijn hof te verbinden. Karel II liet hem naar Engeland komen, waar hij tijdens zijn kort verblijf de koninklijke familie en ettelijke hovelingen conterfeytte. Tallooze bekende en niet meer bekende figuren uit de Haagsche ‘wereld’ zijn door De Baen vereeuwigd, o.a. Hieronymus van Beverninck en diens vrouw (Rijksmuseum) en de gebroeders De Witt (Museum te Dordt). Zijn Allegorie op de Gebroeders de Witt in het stadhuis te Dordrecht werd in 1672 door het gepeupel vernield. Behalve voor de stad Dordt werkte hij ook voor Leiden, getuige zijn groep der Staalmeesters van de Lakenhal, aldaar nog aanwezig.
Doorgaans geeft hij den afgebeelde staande weer, tot de knieën zichtbaar, met een draperie achter zich en een park of landschap in het verschiet. De gestalten zijn slank, de omtrekken geflatteerd, de vingers lang. De gelaatsuitdrukking vertoont meest een vriendelijken trek. Het koloriet is vrij mager, de schildering flink en handig zonder dat men van bravour of virtuositeit kan spreken. De invloed van Van Dyck is sterk, maar al hetgeen De Baen maakt is koeler en minder zwierig. Men vindt zijn werk in tal van musea, paleizen en particuliere portretten-verzamelingen. - (portretschilder Jan de Baen naar Den Haag. Deze wist zich in korte tijd een stevige marktpositie te verwerven, waarbij hij vele opdrachten ontving van de Oranjes, buitenlandse vorsten en hooggeplaatste Hagenaars. Uit omstreeks 1670 dateert een fraai zelfportret van hem met zijn echtgenote Maria de Kinderen, die een medaillon vasthoudt met waarschijnlijk het portret van hun dochtertje. Nadat Mijtens en Hanneman kort na elkaar waren overleden, was De Baen vanaf het begin van de jaren zeventig een van de weinige overgebleven schilders voor portretten op groot formaat. Zo vereeuwigde hij niet alleen de Haagse magistraat, maar ook de Leidse staalmeesters, de Hoornse bewindhebbers van de Oost-Indische Compagnie en de Amsterdamse regenten en regentessen van het Spinhuis. Kenmerkend voor de portretten van De Baen is de nogal formele wijze waarop hij zijn modellen uitbeeldde, waardoor zij een wat pompeuze indruk maken. De stijl van De Baen raakte na verloop van tijd uit de mode door de opkomst van weer een nieuw type portret, dat was gebaseerd op Franse voorbeelden en dat hier werd geïntroduceerd door Caspar Netscher (ca. 1635/36-1684), die enige tijd in Frankrijk had gewerkt. - (Olieverf op doek, 69,5 x 56 cm
Eén van zijn werken is 'De lijken van de Gebroeders De Witt', nadat zij in Den Haag op het Groene Zoodje waren vermoord. Dit schilderij behoort (met nog zo'n dertiental andere schilderijen van Baen) tot de collectie van Rijksmuseum Amsterdam.
Het 'Groene zoodje', gelegen aan de Vijverberg in Den Haag, was in augustus 1672 enkele dagen de stille getuige van dit gruwelijke tafereel. Twee naakte lichamen hangen met de voeten gebonden aan een galg. Van het linker lichaam is de buik opengereten. Het is nacht; de lichamen worden verlicht door een brandende toorts. Het zijn de lijken van de gebroeders De Witt: Cornelis en Johan. Beiden speelden een vooraanstaande rol in het stadhouderloos tijdperk (1651-1672). Johan was als raadpensionaris lange tijd de belangrijkste staatsman in de Republiek. In het rampjaar 1672 was hun rol uitgespeeld - definitief: Johan en Cornelis de Witt werden door een Haagse meute gelyncht.
In de roerige zomer van 1672 werd Cornelis de Witt slachtoffer van een felle lastercampagne. Hij werd ervan verdacht te complotteren tegen het leven van prins Willem III. Ofschoon er geen enkel steekhoudend bewijs werd aangevoerd en ook de pijnbank de aangeklaagde geen bekentenis had ontlokt, werd Cornelis tot levenslange verbanning veroordeeld. Op de dag van dit vonnis - 20 augustus 1672 - bezocht Johan zijn broer in de Gevangenpoort in Den Haag. Snel verzamelde zich buiten een door enkele notabele burgers opgezweepte volksmenigte. De schutterij keek werkeloos toe toen de beide broers naar buiten werden gesleurd: de slachtpartij kon beginnen. Ontdaan van genitaliën, neus en vingerkootjes - eindigden ze aan de galg.
Johan de Witts poging in 1672 tot een accoord te komen met de Fransen, die onder aanvoering van Lodewijk XIV een flink deel van de Republiek onder de voet hadden gelopen, werd door zijn tegenstanders gretig uitgelegd als landverraad. De roep om Oranje klonk nu sterker dan ooit. De tijd werd rijp geacht de jonge Prins van Oranje, Willem III, aan te stellen als stadhouder. 'Oranje boven. De Witten onder. Wie anders meent, dien sla de donder', zong het volk op straat. In deze sfeer van onverzoenlijkheid ontaardde de aloude tegenstelling tussen staatsgezinden - waarvan de gebroeders De Witt voormannen waren - en Oranjegezinden in een bloedige moordpartij.
Indirect medeplichtig aan de moord op de De Witten was prins Willem III. Toen de Staten verzochten het Haagse garnizoen te versterken met het oog op de te verwachten onlusten, wees Willem dit van de hand.
Na de moord weigerde Willem elke medewerking aan de vervolging van de daders. Enkele betrokkenen werden later zelfs door hem beloond.

Jan de Baen werd 8 Maart 1702 in zijn huis vermoord, en in Den Haag begraven.

Websites:
Zelfportret met echtgenote Maria de Kinderen, ca. 1674
De Baen, leerling van Jacob Backer, toont zich met zijn schilderattributen, zijn vrouw heeft een portretje van een meisje in de hand. Dit zou een overleden dochtertje kunnen zijn, of alleen een indicatie van de schilder's vaardigheid in miniatuurschilderen. - (www.museumbredius.nl)

. www.rijksmuseum.nl

. www.rkd.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1661.