kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 13-05-2008 voor het laatst bewerkt.

Jan van Goyen

portret door Gerard Ter Borch

Nederlandse schilder en tekenaar, geboren 13 januari 1596 in Leiden – overleden 27 april 1656 Den Haag.

Jan Josephsz. van Goyen was een van de meest producerende schilders van de de Barok in de 17de eeuw. Hij werkte in Leiden, Haarlem en Den Haag en heeft zo'n 1200 schilderijen en 800 tekeningen schilderijen nagelaten. Van Goyen schilderde zandwegen, rivieren, meren en kanalen in de omgeving van Den Haag, Rotterdam, Delft, Dordrecht, Leiden, Gouda, Arnhem en Emmerik. Zijn hoge tempo dwong hem tot de herhaling van motieven. Tussen 1638 en 1653 schilderde hij een tiental schilderijen van de Valkhof in Nijmegen. Hij reisde ook naar Antwerpen en schilderde het Fort Lillo aan de Schelde. Zijn latere werk is het meest voornaam, zoals het "Gezicht op de Kaag" en "Storm op het Haarlemmermeer".
Van Goyen maakte aantekeningen en voorstudies in zijn schetsboek, aanvankelijk met pen, later met zwart krijt. Veel van die tekeningen maakte hij op studiereisjes door de Nederlanden, Frankrijk, Zeeland, langs de Rijn, de Waal en in Duitsland.

Jan van Goyen was net als Jacob en Salomon van Ruysdael gespecialiseerd in het schilderen van landschappen en riviergezichten. Hij werd beroemd door zijn groengrijze, transparant geschilderde landschappen met weidse Hollandse wolkenluchten. Typerend voor zijn stijl is de afwisseling van donkere lichtere banen, in zijn latere werk op een complexe manier. Jan van Goyen had een groot oog voor de details van alle dag. Menselijke bedrijvigheid bepalen het karakter van zijn schilderijen. De schilderijen zijn minder realistisch dan je op het eerste gezicht denkt. Uit onderzoek blijkt dat de landschappen vaak een gefantaseerde mengeling zijn van realistisch geschilderde componenten. Van Goyen maakte zijn doeken dan ook in het atelier, en niet in het veld.

De belangrijkste leerlingen van Van Goyen waren Nicolaes Berchem en Jan Steen. Jan Steen, getrouwd met zijn dochter, schilderde de familie, zijn leerling Gerard ter Borch tekende zijn portret, evenals Bartholomeus van der Helst.

Biografie
Als oudste zoon van een schoenmaker werd hij door zijn vader aangespoord om een goede teken- en schilderopleiding te volgen. Hij ging in 1606 in de leer bij een viertal leermeesters in Leiden (Coenraet Adriaensz van Schilperoort, Isaac Nicolai Swanenburg, Jan Arentz de Man en Hendrik of Cornelis Clock).

Hij vertrok ergens tussen 1608 en 1615 naar Hoorn, nadat hij te kennen had gegeven geen glazenmaker te willen worden. Daarna studeerde hij bij Esaias van de Velde in Haarlem (Ca 1610-1617), die hem een nieuwe schilderstijl bijbracht. Het zijn niet meer de verschillende elementen, maar de totale indruk die de schilderijen van Van Goyen kenmerken. Ook Pieter de Molyn (1595-1661) is voor Van Goyen van betekenis geweest.

Op zijn 19de vertrok Jan van Goyen naar Frankrijk, samen met zijn voormalige leermeester.

Van Goyen woonde en werkte van 1618 tot 1632 in Leiden. In 1618 werd hij opgenomen in het Leidse Sint-Lucasgilde. Naast schilderen begon hij in Leiden ook voorzichtig met een andere bron van inkomsten: het speculeren in huizen en tuinen (1625). Daarnaast werd hij ingeschakeld als taxateur en werkte hij als kunsthandelaar.

Zijn eerste gesigneerde werk dateert uit 1620. Er zouden nog ongeveer duizend werken en 800 tekeningen volgen.

Olieverf op paneel, diam. 33,5 cm
Een imposante eik staat voor een groot stenen huis. Wat meer in de verte, voorbij een riviertje, zijn een windmolen en een torenspits te zien. Het is druk bij de rivier. Bootjes varen af en aan. Op de voorgrond staat een groepje mensen te praten. Links loopt een mannetje met een knapzak in de richting van een waterput. Een groot wagenwiel dient als putdeksel. Jan van Goyen leerde bij Esaias van de Velde landschappen schilderen. Hij raakte erg beïnvloed door diens werk. In de late jaren twintig ging Van Goyen meer monochrome schilderijen te maken. Dit schilderij is nog van vóór die tijd.
Dit paneeltje van Jan van Goyen staat niet op zich. Er hoort een pendant bij: een ander rond landschapje. De schilderijen stellen de zomer en de winter voor.
Hoewel het niet ongebruikelijk was om hele series van de seizoenen af te beelden, schilderde Van Goyen er géén lente en herfst bij.

Zwart krijt, 10,8 x 20,9 cm
Het is een klein blaadje papier, maar Jan van Goyen wist er op grootse wijze een landschap op af te beelden. Hij gebruikte zwart krijt en gaf de bomen en boerderijen met trefzekere lijnen vorm. Wie door zijn oogharen kijkt, kan zich inbeelden welk beeld de schilder zelf gezien moet hebben. Hij tekende het uitzicht waarheidsgetrouw, zonder het te verfraaien. Dergelijke tekeningen maakte Van Goyen in de openlucht. De schetsen dienden hem tot inspiratiebron voor de schilderijen en uitgewerkte tekeningen, die hij op zijn atelier maakte.
Formaat en kwaliteit van de tekening wijzen erop dat deze afkomstig is uit een schetsboekje. Van Goyen vulde vele boekjes met dit soort vlugge landschapsimpressies. In zijn atelier verwerkte hij elementen uit deze schetsen in tekeningen en schilderijen voor de verkoop. Later zijn de schetsboekjes uit elkaar gehaald en de afzonderlijke schetsen verkocht. Zo is ook de tekening van de boerderijen losgeraakt.
Door harder of zachter op het krijtje te drukken maakte Van Goyen de lijnen zwaarder of lichter. Voor de schaduwzijde van het huis veegde hij de lijnen wat uit, zodat de ondergrond een grijstoon kreeg.

Aanvankelijk werkte Van Goyen in de levendige stijl van zijn leermeester, de Haarlemse landschapsschilder Esaias van de Velde, maar omstreeks 1627 begon hij monochrome landschappen te schilderen. Net als Salomon van Ruysdael werkte hij vooral in groen- en grijstinten. Na 1630 werden zijn composities eenvoudiger, waardoor ze aan kracht wonnen. Er ontstonden talrijke duinlandschappen, die een grote rust uitstralen. Zijn grootste panorama's van riviergezichten ontstonden na 1640.

In 1629 verkocht hij een huis aan Johannes Porcellis, een schilder van zeestukken.

Van 1632 tot aan zijn dood bracht hij zijn jaren door in Den Haag. Van Goyen begon met het schilderen van zeegezichten, vaak gesitueerd aan het strand van Egmond aan Zee.

Landschap met twee eiken, 1641, Olieverf op doek, 88,5 x 110,5 cm
Twee oude eiken staan op een heuveltje. Daarachter ligt een weids panorama. De lucht is somber, maar de bomen worden nèt beschenen door een straaltje licht. Twee mannetjes rusten uit op het heuveltje, een ander loopt door. Het landschap is geschilderd in één tint. Dat was in de mode toen Van Goyen zijn 'Twee eiken' schilderde. Enkele kleurige accentjes springen in het oog: de rode en blauwe jasjes van de figuurtjes op de voorgrond en de witte meeuw tegen de donkere lucht. Van Goyen werkte de laatste jaren van zijn leven in Den Haag.
Van Goyen heeft veel geproduceerd: er zijn zo'n 1200 schilderijen en 800 tekeningen van hem bekend. Door het hoge tempo waarmee hij zijn schilderijen vervaardigde had Van Goyen misschien niet genoeg tijd om veel variatie aan te brengen. Regelmatig duiken dezelfde elementen op in zijn werk.
Deze oude eiken bijvoorbeeld schilderde hij vaak: voor het eerst veertien jaar eerder, in 1627. Het weidse panorama in dit schilderij was een nieuw element in Van Goyens werk en werd in later jaren nog vaak toegepast.
De tekeningen van Jan van Goyen vertonen dezelfde grillige, rusteloze lijnen als deze 'Twee eiken'. De verf is niet egaal aangebracht; hier en daar schemert het doek door de verf heen. Van Goyen werkte aanvankelijk in de trant van Esaias van de Velde, bij wie hij in de leer was geweest. In zijn vroege werk komt daarom veel menselijke bedrijvigheid voor. De kleuren zijn tamelijk bont. Rond 1627 begon Van Goyen een nieuw type landschap te schilderen, met minder figuren, veel lucht en een beperkt palet (vooral groen en grijs). Dit schilderij is een mooi voorbeeld van de nieuwe stijl. Een andere schilder die in één toon schilderde was Salomon van Ruysdael.

In 1637 werd hij aangestoken door de Tulpenmanie. Blijkbaar had hij wat kapitaal verdiend, o.a. met het kopen en verkopen van een zestal huizen. (Een van zijn huizen aan de Dunne Bierkade verhuurde hij in 1649 aan Paulus Potter, zelf woonde Van Goyen daarnaast). Met de tulpenbollen bracht hij zichzelf en zijn gezin in grote financiële problemen.

Omstreeks 1648 maakte Jan Josefsz. van Goyen een reis naar Brussel. De Vrede van Munster, waarmee in dat jaar een einde kwam aan de Tachtigjarige Oorlog, maakte het weer mogelijk vrij tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden te reizen. In een schetsboekje dat zich tegenwoordig in het Kupferstichkabinett te Dresden bevindt, legde Van Goyen tijdens zijn reis nauwkeurig gebouwen, steden en landschappen vast. Op de terugweg reisde hij niet meer over land, maar nam hij de boot. Voordat hij weer naar zijn woonplaats Den Haag terugkeerde, deed hij als laatste stop Dordrecht aan. In het schetsboekje is te zien dat Van Goyen niet alleen het stadsprofiel van Dordrecht in een vlotte schets vastlegde, maar ook tekeningen maakte in de omgeving. Deze schetsen hebben als voorbeeld gediend voor de vele gezichten op Dordrecht en omgeving die Van Goyen vanaf 1649 heeft geschilderd. - (Jan van Goyen kreeg drie dochters. Jan Steen, eveneens katholiek, trouwde in 1649 met de middelste dochter Grietje (Margaretha). Ook Jan Steen was een geboren en getogen Leidenaar. Wellicht had hij Grietje leren kennen toen hij in Den Haag bij Jan van Goyen in de leer was (1641).

Na zijn overlijden is zijn boedel geveild om de schulden te delgen.

De Parijse kunsthandelaar Sedelmeyer wijdde in 1875 voor het eerst een tentoonstelling aan zijn werk.

In 1903 werd in het Stedelijk Museum een tentoonstelling gehouden, georganiseerd door de firma Frederik Muller. De inleiding en catalogus waren het werk van de nog jonge Frits Lugt.

Websites: www.rijksmuseum.nl, www.stimpie.nl/van_goyen/


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 29.