kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Jan Wolkers

Jan (Hendrik) Wolkers

Nederlandse schrijver, dichter en kunstenaar, beeldhouwer, medailleur, schilder, illustrator, non-figuratief, dieren en figuurvoorstellingen, geboren 26 oktober 1925 Oegstgeest – overleden 19 oktober 2007, Westermient, Texel.

'Levensdrift' is het woord dat Jan Wolkers kiest als hij spreekt over zijn literaire werk en zijn andere passies, de schilderkunst en de beeldhouwkunst.

De Beeldend kunstenaar
Door aandacht voor de schrijver Wolkers is zijn belang als beeldend kunstenaar weleens in het gedrang gekomen, terwijl hij zichzelf altijd in de eerste plaats schilder en beeldhouwer noemt en daarna pas schrijver. In zijn al meer dan 50-jarige loopbaan als schilder en beeldhouwer maakte hij talloze monumenten, sculpturen en schilderijen. Zijn aanvankelijke realistische manier van werken veranderde in een abstracte stijl. Zijn werk valt in drie periodes te verdelen: de eerste periode van 1941-1960 (naturalisme en intimiteit) wordt bepaald door zijn scholing en de ontwikkeling van zijn beeldhouwwerk in een voornamelijk realistische stijl. Van 1960-1986 (abstractie en aardse banaliteit) neemt hij afscheid van het figuratieve en legt zich toe op materieschilderijen en objecten gemaakt uit afgedankt materiaal. Vanaf 1987 (licht en kleur) begint de derde fase waarin Wolkers geïnteresseerd raakt in licht, transparantie en kleur. In deze periode ontstaan ook zijn sneeuwschilderijen, opgebouwd uit stipjes verf.

De Auteur
Jan Wolkers beschouwt zichzelf in de eerste plaats beeldend kunstenaar. Vooral met schrijven is hij echter bekend geworden. Zijn manier van schrijven over sex, geloof en dood riep veel kritiek op. Door alle 'deining' rond zijn literaire werk, blijft zijn beeldende werk steeds wat minder belicht. Vooral zijn vroegste werk heeft een sterk autobiografische inslag. Hoofdthema's in zijn werk zijn: de dood, seksualiteit, aftakeling, haat-liefdeverhoudingen, verhouding tot vader en oudere broer. Het bijbels taalgebruik (dat hij van huis uit kent) klinkt in zijn werk vaak door.

Biografie
Jan Wolkers, geboren op 26 oktober 1925 in Oegstgeest, groeit op als derde kind in een streng gereformeerd, kinderrijk (11 kinderen) gezin, waarin de vader de dominerende figuur was.

Op school gaat het niet goed, hij wordt in 1938 van de MULO afgestuurd en gaat aan het werk in de kruidenierswinkel van zijn vader.

1941-1960 (naturalisme en intimiteit)
Jan Wolkers, wiens tekentalent zich al op de lagere school manifesteerde, werd ingeschreven op de avondtekenschool 'Ars Aemula Naturae' in Leiden waar hij in 1943 ondergedoken zat om tewerkstelling in Duitsland te voorkomen. Hij houdt zich in leven met versch. baantjes zoals dierenverzorger(aan de Leidse Universiteit), tuinjongen en jongste bediende op een distributiekantoor. Zijn werk wordt bepaald door zijn scholing en de ontwikkeling van zijn beeldhouwwerk in een voornamelijk realistische stijl.

Op 30-08-1944 sterft zijn oudere broer (Gerrit Johannes) aan difterie. Hij bewonderde deze broer, omdat hij tegen hun vader durfde te protesteren.

Na de oorlog ontwikkelt hij zijn talenten als beeldend kunstenaar verder aan de Haagse Academie voor Beeldende Kunsten.

In 1946 schrijft hij zich in aan de Academie van Beeldende Kunsten in Amsterdam.

In 1947 trouwt Jan Wolkers voor de eerste keer. Zijn vrouw Sibylle was eerst bevriend geweest met Hans Warren. Warren beschrijft haar én jan wolkers uitgebreid in zijn 'Geheim dagboek' over die jaren.

Weg uit het ouderlijk milieu raakt hij van zijn geloof, en ontwikkelt een anti-kapitalistische en anti-koloniale visie op de wereld; hij heeft eindelijk de vrijheid waar hij naar zocht.

Van 1949 tot 1953 studeert Jan Wolkers beeldhouwkunst aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam en Straatsburg. Ook krijgt hij een beurs om deel te nemen aan de zomeracademie van de kunstenaars Giacomo Manzù en Kokoschka in Salzburg, Oostenrijk.

In 1950 maakte Wolkers als studieproject 'De opwekking van Lazarus', een reliëf in mergel in de Gemeentegrot in de Cauberg in Zuid-Limburg.

In 1954 werd 'Gezin of Vader en moeder met kind op een bank' (een bronzen reliëf) geplaatst in de hal van het gebouw van de Grafische Bedrijfsfondsen in Amsterdam.

Sint-Lucas medaille
Na zijn studie maakt Jan Wolkers snel naam als kunstenaar. 'Jongen met haan' een bronzen beeld op het schoolplein van de school De Kade in Amsterdam (1955) leverde in 1956 de Sint-Lucas medaille op.

Al in het begin van zijn carrière heeft Wolkers opdrachten gehad voor de openbare ruimte.
Aanvankelijk maakte hij vooral vrouwen- en dierenfiguren in de traditie van Charles Despiau.

Eerste (openbare) opdrachtgever
Zijn eerste openbare opdrachtgever is in 1956 de gemeente Zaandam. Ze vragen hem een beeld te maken voor een te openen brug. 'Leda en de zwaan' staat sinds 1958 op de Vaartbrug in de Stationsstraat.

Zadkine
Zijn eerste belangrijke opdracht, het watersnoodmonument in Kruiningen, krijgt hij ook in 1956. Het bronzen beeld 'Moeder met gestorven kind' wordt in 1957 geplaatst. Dit levert hem in 1957 een beurs op waarmee hij op uitnodiging van de Franse regering stage kon gaan lopen bij de beroemde beeldhouwer Zadkine in Parijs. Daar begon hij ook met het schrijven van verhalen.

In 1958 trouwt Jan Wolkers voor de tweede keer.

1958 - 'Mattekeesje of de zielenreiniging van de Nederlandse klamboemaatschappij' (toneel).

1958 In Leiden staat in Het Plantsoen sinds 'Moeder met kind en zonnehoed'. Het bronzen beeld werd oorspronkelijk gemaakt voor de Prix de Rome 1953.
1959 Een betonnen reliëf in de ingang van Het Leeuwenpoortje, Schouwburg Amsterdam
'Moeder met kind', een bronzen beeld in het park van het Centraal Laboratorium van de Bloedtransfusiedienst in Amsterdam-Slotervaart.
In Groningen (stad) staat sinds 1960 zijn beeld 'Olga met de kat'. Het is in 1956 gemaakt en in 1960 door het Bouwfonds Nederlandse Gemeenten aan Groningen geschonken.
In 1960 werd 'Een man aan het aambeeld of Bidt en wekt', een beeld van tufsteen, geplaatst bij een school in Katwijk.

(abstractie en aardse banaliteit)
Vanaf ongeveer 1960 neemt Wolkers afscheid van het figuratieve en legt zich toe op materieschilderijen en objecten gemaakt uit afgedankt materiaal. Hij ontwierp abstracte, architectonische structuren voor de wand en voor de ruimte en wandobjecten van afval als stukken ijzer, steengruis, houtafval en stront.

De schrijver
1961 - Debuut met 'Serpentina's petticoat' (verhalen).
1962 - 'Kort Amerikaans' (proza).
1963 - 'Gesponnen suiker' (verhalen).
1963 - 'Een roos van vlees' (proza).
1963 - 'Wegens sterfgeval gesloten' (toneel).
In 1963 verschijnt toneelstuk 'De Babel', geschreven in opdracht van de gemeente Amsterdam en opgevoerd door Studio.

Prozaprijs van de gemeente Amsterdam 1963 voor 'Serpentina's petticoat'.

1964 - 'De hond met de blauwe tong' (verhalen).
1965 - 'Terug naar Oegstgeest' (proza).
In deze roman herbeleeft de hoofdpersoon zijn jeugd in het huis van zijn ouders in Oegstgeest.
In 1966 wordt zijn eenakter Wegens sterfgeval gesloten (1963) opgevoerd door het Nieuw Rotterdams Gezelschap.

In 1966 gaf Wolkers de Prozaprijs van de gemeente Amsterdam terug, uit protest tegen het politieoptreden tegen de Provo's.

Geleidelijk evolueert het werk van Wolkers inhoudelijk van de eerder gesignaleerde bevrijdingsthematiek in de richting van het thema van de alom tegenwoordiging dreiging van verval en bederf.

1967 - 'Horrible tango' (proza).

In opdracht van de PTT werd in 1968 'Communicatie', een bronzen beeld, geplaatst op het terrein van het districtspostkantoor in Amsterdam.

Tussen 1968 en 1978 maakte hij affiches voor politieke actiecomité's.

1969 - 'Turks fruit' (proza). Hier speelt het aftakelingsproces van de aan kanker lijdende Olga een hoofdrol.

1969 - 'Het afschuwelijkste uit Jan Wolkers' (bloemlezing)

1969 - 'Zwarte advent' (proza).

Engagement
In deze jaren ontwikkelt Wolkers zich tot communist en toont ook in zijn werk een steeds sterker wordend engagement: antikapitalistisch en antikolonialistisch. Zijn engagement komt duidelijk tot uiting in het autobiografische Werkkleding (1971).

Van 17 tot 24 juli 1971 zit Wolkers, op uitnodiging van de VARA, op Rottumerplaat. Er is via Willem Ruis dagelijks radiocontact. De week voor hem zat Godfried Bomans op Rottumerplaat.

1971 - 'Groeten van Rottumerplaat' (dagboek in verhaalvorm).

Verfilming Turks fruit
Van de roman 'Turks fruit' werd in 1972 een verfilming uitgebracht die grote aantallen bezoekers trok. Over de verfilming van 'Turks fruit' kwam veel kritiek los. Hier en daar probeerden plaatselijke politici de vertoning tegen te houden. De Belgische douane heeft zelfs een honderdtal exemplaren van het boek Turks fruit in beslag genomen, vanwege 'pornografie'.

1974 - 'De walgvogel' (proza), speelt zich af tijdens de politionele acties gedurende de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd.
1977 - 'De kus' (proza).

In de jaren zeventig begon hij monumenten te maken in materialen als glas, perspex en roestvrij staal, die abstract zijn, maar wel een sterke symbolische lading hebben.

1977 Auschwitzmonument
Naast het schrijven blijft Jan Wolkers ook succesvol als beeldend kunstenaar.
Bekend is zijn Auschwitzmonument (1977) op de Oosterbegraafplaats in Amsterdam. Bij de urn met as van slachtoffers uit Auschwitz heeft Wolkers gebroken spiegels neergelegd: 'Voorgoed kan op die plaats de hemel niet meer ongeschonden weerspiegeld worden'. Daags na de onthulling, in 1993, 1997 en 1999 werd dit monument vernield. In 1993 werd het monument vergroot en verplaatst naar het Wertheimpark in Amsterdam.

1979 - 'Kort amerikaans' werd verfilmd.

Het latere werk van Wolkers bevat steeds minder autobiografische achtergronden. Opvallend is bijv. dat voor het eerst in 'De perzik van onsterfelijkheid' (1980) geen bijbelse elementen meer een rol spelen.

Texel
Jan Wolkers woont sinds 1980 met vrouw en kinderen op Texel. Deze verhuizing markeerde ook zijn hernieuwde interesse voor de beeldhouwkunst. Hoewel Jan Wolkers bleef schrijven kwam de nadruk op beeldende kunst te liggen. Sinds zijn verhuizing naar Texel is Wolkers ook veel gaan schilderen.

1981 - 'Brandende liefde' (proza), kreeg ongunstige recensies, maar werd als speelfilm een succes.
1981 - 'Alle verhalen van Jan Wolkers'.

In 1981 wordt de eerste grote overzichtstentoonstelling van Wolkers beeldend werk ingericht in de Leidse Lakenhal en in 1982 wordt een catalogus samengesteld van zijn volledige literaire en beeldende werk.

1982 - 'De junival' (proza).

Jan Wolkers weigerde in 1982 de Constantijn Huygensprijs in ontvangst te nemen uit protest tegen de slechte recensies van zijn, met name, latere romans.

1983 - 'Gifsla' (proza).
1984 - 'De onverbiddelijke tijd' (brievenroman).
1985 - '22 sprookjes, verhalen en fabels'.
In 1985 publiceert 'NRC Handelsblad' zijn eerste gedichten.

Ter gelegenheid van een overzichtstentoonstelling van beeldend werk van de vooral als schrijver bekende Jan Wolkers verscheen in 1986 bij De Bezige Bij een boek met afbeeldingen van Wolkers' schilder- en beeldhouwkunst. In dit boek komt Wolkers' werk in chronologische volgorde aan bod, van 1944 tot en met 1985.

(licht en kleur)
Vanaf 1987 (licht en kleur) begint de derde fase in zijn beeldende kunst waarin Wolkers geïnteresseerd raakt in licht, transparantie en kleur. In deze periode ontstaan ook zijn sneeuwschilderijen, opgebouwd uit stipjes verf. Hij maakt ‘sneeuw'- of ‘licht'-schilderijen; grote en kleine doeken vol met likken verf, dik of dun. Zijn schilderijen zijn - evenals zijn glassculpturen - abstract. Als Wolkers schildert laat hij zich niet verleiden tot het vertellen van een verhaal. Daarvoor is de literatuur, aldus Jan Wolkers. Op vitale en sprankelende wijze brengt hij op zijn doeken de essentie van de moderne schilderkunst in beeld.

1987 - 'Een paradijsvogel boven het aardappelhof' (proza).
1988 - 'Groeten van Rottumerplaat' (dagboek + enkele fragmenten en interviews).
1988 - 'De bretels van Jupiter' (essay).
1989 - 'Kunstfruit en andere verhalen'.
1989 - 'Jeugd jaagt voorbij' (verhalen).
1989 - 'Op de Vleugelen der Profeten' (essay).

Jan Wolkers weigert de P.C. Hooftprijs van 1989.

Op de Den Uylbrug in Zaandam staat sinds 1990 zijn beeld 'De roos'.

1990 - 'Dominee met strooien hoed' (1990).
1991 - 'Wat wij zien en horen' (met Bob en Tom Wolkers).
1991 - 'Tarzan in Arles' (essay).

Busken-Huetprijs 1991 voor de essaybundel 'Tarzan in Arles'.

1992: 'Monument voor milieu en toerisme' glassculptuur in Wanneperveen. Vernield in 1995.
1992: 'Monument voor de Tachtigers', sculptuur van roestvrij staal, bij een vijver in het Oosterpark, Amsterdam.
1993: 'Toen de klok zweeg verschenen de vogels van de vrijheid', glassculptuur, oorlogsmomunument in Doesburg. Tijdens de jaarwisseling 1999/2000 blies een jongen dit oorlogsmonument op.

1993 - 'De drijfschaal van Van Gogh' (essay).
1994 - 'Rembrandt in Rommeldam', (essays, interviews en meer).
1995 - 'Zwarte bevrijding' (boekenweekessay).
1996 - 'Icarus en de vliegende tering' (proza).

Ontvangt de Hendrik de Vriesprijs 1996

Grafmonument voor Ben en Marianne van Wissen, 1997, glassculptuur, Algemene Begraafplaats Alkmaar.
1997: 'Vrouwen in verzet', Glassculptuur, Oegstgeest. In december 1998 werd dit glaskunstwerk in Oegstgeest vernield. Jan Wolkers ontdekte dit zelf, toen hij na een familiebezoek langs het kunstwerk reed. De gemeente Oegstgeest heeft in september 2000 een replica in de tuin voor het gemeentehuis geplaatst. Bij deze replica is camerabewaking ingesteld.

1997 - 'Mondriaan op Mauritius'(essays).
1998 - 'Terug naar Jan Wolkers' (essay bevat: Kort Amerikaans, Een roos van vlees en Terug naar Oegstgeest).
1998 - 'Het kruipend gedeelte des aardbodems'(rede).

Op de dijk van de Prins Hendrik Polder op Texel staat sinds 1998 zijn glaskunstwerk 'Tot hiertoe en niet verder'. Dit werk werd in maart 2002 vernield. Dit was de achtste keer dat een glaskunstwerk van Wolkers werd vernield. In september 2002 werd het kunstwerk volledig vernield. In oktober 2002 werd besloten dat het werk niet meer gerestaureerd wordt. Die agressie komt waarschijnlijk door het materiaal. In glas zie je jezelf weerspiegeld. En Achterberg schreef al: "Onder de hand der horden sterft het glas." Psychopaten kunnen die aanblik moeilijk verdragen. (Jan Wolkers, Volkskrant, 31-01-2003)

In juli 1999 werd het sculptuur van Wolkers 'De Berg van Licht' in de Literatuurwijk in Almere-Stad vernield. Het was geplaatst in 1998. Wolkers liet zich inspireren door Couperus.
1999: Grafmonument voor Tine Heemskerk, glassculptuur, Oegstgeest.

In december 1998 werd 'Vrouwen in verzet', een glaskunstwerk van Wolkers in Oegstgeest vernield. Jan Wolkers ontdekte dit zelf, toen hij na een familiebezoek langs het kunstwerk reed. De gemeente Oegstgeest heeft in september 2000 een replica in de tuin voor het gemeentehuis geplaatst. Bij deze replica is camerabewaking ingesteld.

1999 - 'Omringd door zee'(columns).
1999 - 'De spiegel van Rembrandt' (kinderboek).
2000 - 'Jaargetijden'(Poezie met tekeningen van Bob en Tom Wolkers).
Wolkers in Wolkersdorf (essay).

In Kampen was in de zomermaanden van 2000 een tentoonstelling van beelden van Jan Wolkers.

2001 - 'De weerspiegeling' (columns essay).
2001 - 'De schuimspaan van de tijd' (essay).

In de zomer van 2001 werd het beeld 'Ons verleden schittert in het heden' (roestvrij staal en glasbrokken) van hem onthuld voor het stadhuis/theater in IJsselstein.
2001: Euromunument in de Nederlandse Bank op het Frederiksplein in Amsterdam.

In het Cobra Museum in Amstelveen was van 10 mei tot 28 juli 2002 een overzichtstentoonstelling van beeldend werk van Jan Wolkers.

In september 2002 werd wederom een aanslag gepleegd op één van de glazen kunstwerken van Jan Wolkers. Dit was het moment waarop Jan besloot geen glazen objecten meer te maken voor openbare ruimten. Wolkers kiest voortaan voor roestvrij staal als het gaat om werken die op openbare plekken komen te staan, maar blijft in glas werken voor objecten op minder kwetsbare plekken.

Op 1 mei 2003 werd het Jac. P. Thijsse-monument van roestvrij staal en glas ter nagedachtenis aan bioloog en natuurbeschermer Jac. P. Thijsse in een vijver in Den Burg op Texel onthuld.

2005 Auteur van het boekenweekgeschenk Zomerhitte.

De 81-jarige schrijver en beeldhouwer Jan Wolkers overleed vrijdag 01.30 uur in zijn slaap in zijn woning op Texel. Hij was de dinsdag daarvoor uit het ziekenhuis van Den Helder ontslagen waar hij was opgenomen met een ontsteking aan zijn voet. ''Zo is het genoeg'' waren zijn laatste woorden nadat hij midden in de nacht wat granaatappelsap had gedronken en twee boterhammen met bessengelei had gegeten. Hij lachte nog even naar zijn vrouw. Daarna viel Wolkers in een diepe slaap waaruit hij niet meer zou ontwaken. Twee dagen later overleed Wolkers midden in de nacht. Zo schreef biograaf Onno Blom woensdag in Trouw. Blom hield een kort dagboek bij waarin hij de laatste dagen van Wolkers beschrijft. Op de vraag wat de schrijver wilde na zijn dood liet hij weten dat hij gecremeerd wilde worden. ,,En mijn as mag onder de tulpenboom, naast Knorretje. Gewoon vrij, niet in een urn. Ik ben bang dat ik dan ga roepen: help, ik wil eruit!''

Tot de laatste dagen voor zijn dood was Wolkers nog bezig met het Groot Dictee der Nederlandse Taal, dat hij op verzoek van Pieter Broertjes schreef. 'De ladder naar lust', heet de tekst die half december 2007 uitgesproken zal worden.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 102.