kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Janus de Winter

Nederlandse behangselschilder, lithograaf, schilder,

Naamsvarianten: A.J.J. de Winter, Adrianus Johannes Jacobus de Winter,

Geboren: Utrecht 28-5-1882, Gestroven: Den Helder 5-8-1951,

Utrechtse schilder-mysticus, lyrisch-expressionist,

Er ontstond in de negentiende eeuw een traditie van muzikale schilderijen, die onder meer van invloed was op de Utrechtse schilder-mysticus Janus de Winter. Op verzoek van de psycholoog Ten Haeff beschreef Janus de Winter uitvoerig zijn synesthetische ervaringen. De Winter schreef in een brief aan Ten Haeff: 'Trombones, horens, trompetten van rood over oranje naar geel; hobo's clarinetten en fluiten variëren van donkerbruin over olijfgroen en donkergroen naar licht geel-groen; cello's van rood of bruinviolet tot blauw en purper; violen kunnen alle kleuren uitdrukken, die dan altijd gemengd zijn met zilveren grijs.. Beethoven werkt veel met rood, maar ook met purper, violet en prachtig groen, zilver en grijs, terwijl Chopin duistere kleuren oproept.'.

Aan het begin van de twintigste eeuw telde Nederland een groot aantal verschillende esoterische bewegingen en die trokken veel actieve leden aan. Het is dus niet helemaal verbazingwekkend dat hier al zo vroeg abstracte kunst ontstond. Behalve algemene zaken konden daarin ook essenties van meer individuele aard worden verbeeld. Mondriaan, Janus de Winter, Van Doesburg. Maar ook expressionisten als Sluijters of Kruyder verloren hele stukken van de vertrouwde werkelijkheid uit het oog, deformeerden hun figuren en radicaliseerden hun kleurgebruik. Vaak ging het picturale 'gebaar', zoals bij het latere abstract expressionisme, een hoofdrol spelen.

De theosofie, in het bijzonder de toepassing van de theorie van de gedachte-vormen heeft een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van abstracte kunst, niet alleen bij Kandinsky en Mondriaan maar bij talloze andere kunstenaars. Een navolger van Kandinsky in Nederland is Janus de Winter, die vizioenen, aura's en gedachtevormen schildert.

Volgens Van Doesburg kan De Winter echter nauwelijks aanvoelingen van hoger orde verbeelden, omdat hij te intuïtief werkt en het ‘redelijk evenwicht' mist. Van Doesburg zegt daarover: ‘Een ontroering wordt bij mij eerst dan een gedachtevorm, wanneer mijn ontroering dóór mijn verstand vorm aanneemt. Deze gedachtevorm wordt tot kunstvorm door het nuchter construeeren, wat in de scheppende handeling van hooger orde beteekent: het in evenwicht brengen - in volkomen rust en helderheid - van het beeldend middel met den geestelijk waargenomen vorm.'

Het eerste schilderij van Janus de Winter dat Van Doesburg onder ogen kwam op het atelier van Wichman, was getiteld De zuivere rede, dat waarschijnlijk geïnspireerd was door de gedachten van Bolland. De Winter schilderde meestal gedachtevormen van emoties, maar soms ook die met een meer filosofisch karakter zoals Gedachtenvorm ontstaan bij het nadenken over Schopenhauer.

Het is opmerkelijk dat Bolland, die zich nauwelijks heeft uitgelaten over eigentijdse kunst, juist door veel kunstenaars is gelezen. Zijn ideeën over esthetica heeft hij vrijwel volledig van Hegel overgenomen zoals blijkt uit enkele publicaties waaronder In den voorhof der schoonheid (1906). Dit laatste werk wordt in een artikel in De Kunst in 1909 door G. van de Wall Perné geciteerd om aan te tonen dat de l'art pour l'art-opvatting van de kunst doodloopt omdat zij de Idee niet kan verbeelden. Een ander werk van Bolland, dat kunstenaars heeft beïnvloed is Zuivere Rede. Een boek voor vrienden der wijsheid (1904).

De schilder Janus de Winter hield zich ondermeer bezig met het vastleggen van zielentoestanden. Een werk van zijn hand in het Centraal Museum geeft een indruk van de aura van een egoïst kunstenaar actueel. In Over kunst en kunstenaars zegt Roland Holst over de gemeenschapskunstenaar: ‘Ten eerste dat het doel van de monumentale kunst is, den geest te voeren tot het waarlijk Verhevene, en dat de monumentale schilder priester moet zijn in de wijdste zin van het woord...'.
De verwachtingen die men in deze periode heeft van de kunstenaar zijn zeer hoog gespannen; men zag in hem de fakkeldrager van de toekomst die in staat zou zijn een betere wereld tot stand te brengen. Het gedicht van Theo van Doesburg, De Priester-Kunstenaar, dat in 1916 aan de aura-schilder Janus de Winter opgedragen werd getuigt hiervan; de laatste strofe van dit gedicht luidt:
‘De mensch komt in 't licht!
De mensch wordt nu geboren!
De Kunst wordt religie
De Kunstenaar, de priester, die
den wereldwil uitbeeldt, in
vormen
kleuren
woorden,
klanken
de Priester, aan wien
Wij het nieuwe leven danken!

Relevante verwijzingen: Kunst en synesthesie, Beeldenstorm: Abstracte verwijzingen, Achtergronden van het Symbolisme
, http://www.studio2000.nl/


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 110.