kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 06-02-2011 voor het laatst bewerkt.

Jasper Johns

Jasper Johns (1930)

Amerikaanse kunstenaar, geboren 15 mei 1930 te Augusta (Georgia), hij groeide op in Allendale (South-Carolina).

De Amerikaanse kunstenaar Jasper Johns wordt samen met Rauschenberg beschouwd als een van de kunstenaars die na het abstract-expressionisme baanbrekende veranderingen in de moderne kunst introduceerden.

Biografie
Jasper Johns groeide op in Allendale (South-Carolina).

Hij werd voor dienst opgeroepen en in Japan gestationeerd.

In de jaren 1947/1951 studeert Johns aan de University of South Carolina, Columbia.

In 1949 verhuisde de kunstenaar naar New York, waar hij de kunstschool bezoekt, gevolgd door twee jaar militaire dienst, o.a. in Japan.

Van 1952 tot 1958 werkt hij als boekverkoper in New York en verzorgde in 1954 samen met Rauschenberg etalages voor Bonwit Teller en Tiffany.

Johns was een boezemvriend van Rauschenberg; toch gooide hij het als kunstenaar over een andere boeg. Hoewel ze hetzelfde huis en atelier deelden, en in tijden van armoede gezamenlijk als etaleurs voor chique winkels in New York werkten, was er een fundamenteel verschil tussen de uitbundige aanpak van Rauschenberg en de filosofische aanpak van Johns. Maar ze probeerden ook allebei om los te komen van het Abstract Expressionisme.

De Amerikaanse kunst verzet zich in de jaren '50 tegen de Europese invloeden. Het zogenaamde Amerikanisme zet door: het idee van vooruitgang, de media-industrie en de sterrencultus worden belangrijk in Hollywood. Maar ook in New York, het culturele middelpunt van de Verenigde Staten. Er ontstaat een nieuwe trend in het Realisme om hedendaagse voorwerpen in de kunst te gebruiken. Het gevolg is dat een jonge generatie kunstenaars de abstract expressionistische stijl ontgroeit.

Johns begon, na zijn eerdere werk voor zover mogelijk te hebben vernietigd, in 1954 zijn eerste belangrijke objecten en symbolen te schilderen (zijn Flags, Targets, getallen, letters, het 'doek' en woorden).

Jasper Johns zijn eerste vlag en stelt de vraag: "Is het een vlag of is het een schilderij?" Het is zijn bedoeling om de heersende opvattingen over de werkelijkheid en waarneming te doorbreken. Hij heeft hiermee heel wat discussies veroorzaakt. Zijn werk is een inspiratiebron voor de pop-beweging. Niet alleen in Amerika, maar ook in Europa. De New Yorkse kunstenaars verkennen hun eigen ervaring van het alledaagse leven. In de Pre-Pop-Art fase zeggen Jasper Johns en Robert Rauschenberg het abstract expressionisme vaarwel.

Nadat Jasper Johns had gedroomd dat hij de Amerikaanse vlag schilderde, maakte hij van dit nationale symbool een schilderij in encaustiek, (een traditionele techniek met was vermengd met pigmenten ). Dat gaf een zacht oppervlak dat contrasteert met het vlakke, prozaïsche beeld. Johns begon ook met het schilderen van schietschijven, en werken waarin cijfers en letters het uitgangspunt vormden... zijn onderwerp is een gegeven, een soort objet trouvé (Een groot voorbeeld van Johns was de dada-kunstenaar Marcel Duchamp). Landkaarten, vlaggen, schietschijven, cijfers en letters worden door iedereen onmiddellijk herkend.

Zoals veel moderne kunstenaars stelde Johns de vraag naar de verhouding tussen kunst en dagelijks leven, beeld en realiteit. Hij deed dit door simpele thema's die publiek eigendom waren, zoals de Amerikaanse vlag, cijfers, letters en schietschijven voor zijn schilderijen te kiezen. Johns experimenteerde met encaustische technieken, die een dikke laag op het doek vormden. Hij maakte veel assemblages, die eerst een vrij geordende indruk maakten.

Johns verlaat het abstract expressionisme niet volledig: hij bedekt op een typische action painting manier het hele doek. Johns heeft het spontane handschrift van het abstract expressionisme tot in het absurde doorgevoerd door het hele doek ermee te bedekken. Van de ruimtelijkheid van het abstract expressionisme blijft niets meer over; het enige wat rest is een monumentaal teken, de vlag, die zich als een vlak object met de even vlakke achtergrond verbindt. Het schilderij is in de encaustische techniek uitgevoerd, wat irritatie teweegbrengt omdat er een verwarrend spel tussen het vlakke beeld en de illusionistische werking ervan ontstaat. Johns maakt van de vlag een alledaags object, een schilderij, "niet heroïsch wapperend of kunstig gedrapeerd, maar gewoon uitgespreid, emotieloos, een cliché dat iedereen kent, het alledaagse voorwerp als motief voor een schilderij" (E. Weiss).

Wat is het verschil tussen de afbeelding en de werkelijkheid? We herkennen de Stars and Stripes, maar wat zien we precies? I.p.v. op natuurlijke wijze te wapperen of te hangen, liggen zij stram en strak achter elkaar in een soort omgekeerd perspectief, hetgeen ons a.h.w. een schok geeft en zo extra onze aandacht trekt. Toch niet geheel zonder beweging: in de rode, witte en blauwe vlakken zitten vele kleurnuances. Kunnen we spreken van een afbeelding van drie vlaggen? Dit soort vlaggen kan slechts in de geest van de kunstenaar bestaan, en zo gaan we het werk bewonderen als een product van de verbeelding, wat wel het laatste is dat we op het eerste gezicht hadden verwacht. (Janson)

In 1956/57 begint hij objecten te beschilderen en komt in contact met Leo Castelli.

De eerste solo-expositie van Jasper Johns vond plaats in 1958 in de Leo Castelli Gallery, algemeen beschouwd als het begin van de poptical-art; in hetzelfde jaar hing zijn werk op de Biennale van Venetie.

Zijn schilderij Grey Numbers won in 1959 de internationale Carnegieprijs op de Biennale van Pittsburgh. Verder neemt hij deel aan een happening in europa.

In 1959 nam hij deel aan de tentoonstelling Sixteen Americans in het Museum of Modern Art; samen met Robert Rauschenberg deed hij in dat jaar mee aan de happening 'Eighteen Happenings in Six Parts' van Allen Kaprow.

In 1959 keerde Johns zich af van zijn tot dan toe strikt aangehouden Minimal Art techniek. Hij begon, met gulle penseelgebaren, objecten uit het dagelijks leven te schilderen.

Zijn werk breder en vrijer van opbouw. Hij plakte voorwerpen zoals meetlatten, ritssluitingen, thermometers e.d. op, of maakte insnijdingen in het doek. Door het vlak te doorbreken wees hij er op dat het schilderij een reëel voorwerp is. Ook maakte Johns sculpturen, afgietsels in brons van huiselijke voorwerpen als conservenblikken, kopjes, tandenborstels enz. Door beschildering trachtte hij een zo natuurgetrouw mogelijke kopie te maken. Echt en niet echt zijn nauwelijks meer te onderscheiden. Opnieuw kwam de vraag naar de verhouding werkelijkheid-illusie ter sprake. Hij vervaardigt ook heel wat sculpturen, zoals de beroemde bronzen bierblikjes.

In 1960 maakt hij zijn eerste lithografieen.

In 1961 ontwerpt hij kostuums decors voor de Merce Cunningham Dance Compagnie.
Hij gaat in samenwerking met john cage.
Hij maakte zijn eerste grote 'landkaart' en reisde naar Parijs voor een expositie in de galerie Rive Droite.

Jasper richt in 1963 een stichting voor eigentijdse performancekunst op.

Jasper Johns: bierblikjes
Deze blikjes uit 1964 bestaan uit een bronzen afgietsel van twee bierblikjes op een sokkel. Op de blikjes zijn de etiketten zeer zorgvuldig nageschilderd. De banaliteit van de oorspronkelijke objecten krijgt hier een strenge formele nadruk in het bronzen oppervlak, de geschilderde etiketten en de kompositie: de oorspronkelijke identiteit wordt verwisseld met een esthetische identiteit.

Johns' banale, versleten thema's benadrukken dat hij aan een schilderij geen betekenis geeft, behalve wat het publiek erin ziet. Over het bronzen afgietsel van twee bierblikjes gaat het verhaal dat het gemaakt zou zijn nadat Johns zijn galeriehouder had horen beweren alles te kunnen verkopen, zelfs een paar bierblikjes. Het illustreert de wending in het denken over kunst. Het geeft weer hoe de kunsthandel met Pop Art in die jaren evolueerde tot big business. 'Populair' en 'triviaal' waren niet langer scheldwoorden, maar werden de kernpunten van een nieuwe kunstopvatting die de grenzen tussen de kunst en het leven op wilde heffen

In 1964 kreeg hij een grote overzichtstentoonstelling in het Jewish Museum of New York. De catalogus bevatte teksten van John Cage en Alan Salomon. Eveneens nam hij dit jaar deel aan de Biennale van Venetie.

Van 1964 tot in 1977 neemt hij deel aan Documenta 3-6 in Kassel.

In 1965 organiseerde Walter Hopps een overzichtstentoonstelling in het Pasadena Art Museum. In dat jaar zag hij een Duchamp-tentoonstelling en won een prijs op de 6e Internationale Expositie van Grafische Kunst in Ljubljana, Jugoslavie.

In 1966 hield hij een persoonlijke expositie in de national Collection of Fine Arts in Washington.

Hij won de eerste prijs tijdens de biënnale van Sao Paulo in 1967.

In 1967 huurde hij een bovenverdieping in Canal Street, waar hij Harlem Light schilderde met een tegelmotief. Ook illustreerde hij de dichtbundel In Memory of my Feelings van Frank O'Hara. Hij werkte samen met Robert Morris, Frank Stella, Andy Warhol en Bruce Naumann en was tot 1972 artistiek adviseur van John Cage en Merce Cunninghams Dance Company.

1973 Documenta 5, en ontwierp kostuums voor Walkaround Time van Merce Cunningham, verder bracht hij 7 weken door bij GEmini G.E.L. een drukkerij in Los Angeles.

In 1973 ontmoette hij Samuel BEckett in Parijs.

Hij verhuisde naar Stony Point, New York.

Een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk vond plaats in 1977 in het Whitney Museum of American Art in New york. In 1978 reisde deze tentoonsteling langs het Ludwig Museum in Keulen, Het Musee National d'Art Moderne in Parijs, de Hayward Gallery in Londen en het Seibu Museum of Art in Tokyo.

1978 Biennale Venetie.

In 1979 organiseerde het Kunstmuseum van Basel een expositie vanzijn grafiek, die door Europa trok.

In de jaren tachtig schilderde hij speels-symbolische werken; in een aantal citeert of becommentarieert hij werken van andere schilders (The four seasons, 1985/1986, privé-verz.). Zijn werk heeft voortdurend tot verschillende interpretaties aanleiding gegeven. Zeker lijkt dat het zowel in zijn schilderijen als in zijn plastieken (o.a. bronzen van gloeilampen en bierkratten) gaat om de identiteit van het ‘ding' en de relatie ervan tot de werkelijkheid en tot de afbeelding, alsook om de mogelijkheden, uitwerking en invloed van de beeldende kunst.

Jasper Johns blijft de kunstwereld verrassen, want hij won een belangrijke schildersprijs, de Grand Prix, op de biënnale van Venetië in 1988.

Tot zijn bekendste werk behoren afbeeldingen van de Amerikaanse vlag, schietschijven, nummers en andere typische beelden. Jasper Johns combineerde ook andere voorwerpen met schilderijen, assemblages van bestaande objecten . Bovendien vervaardigde de kunstenaar sculpturen, alledaagse voorwerpen die hij in vloeibaar metaal goot (sculpmetals).

Werken:
. Flag, 1954-55
. Schietschijf met vier gezichten, 1955, doek, gips en houten kist met scharnieren, met geopende kist 85x66x8, New York, Museum of Modern Art

. Vlag op een oranje ondergrond, 1957, encaustiek op linnen, 167x124, Keulen, Museum Ludwig
Johns verlaat het abstract expressionisme niet volledig: hij bedekt op een typische action painting manier het hele doek. Middenin staat een monumentaal teken: de Amerikaanse vlag. Het wordt een triviaal, alledaags object en een schilderij. (elviera 56)
Ondanks de schilderachtige verfopdracht en de dynamische penseelvoering blijft de zwevende vlag op de oranje ondergrond duidelijk herkenbaar. Johns heeft het spontane handschrift van het abstract expressionisme tot in het absurde doorgevoerd door het hele doek ermee te bedekken. Van de ruimtelijkheid van het abstract expressionisme blijft niets meer over; het enige wat rest is een monumentaal teken, de vlag, die zich als een vlak object met de even vlakke achtergrond verbindt. Het schilderij is in de encaustische techniek uitgevoerd, wat irritatie teweegbrengt omdat er een verwarrend spel tussen het vlakke beeld en de illusionistische werking ervan ontstaat. Johns maakt van de vlag een alledaags object, een schilderij, "niet heroïsch wapperend of kunstig gedrapeerd, maar gewoon uitgespreid, emotieloos, een cliché dat iedereen kent, het alledaagse voorwerp als motief voor een schilderij" (E. Weiss). (Leinz 173-174)

. Drie vlaggen, 1958, wasschildering op linnen, 77x113, Meriden (Connecticut), Verzameling Burton Tremaine

. Drie vlaggen, 1958, wasschildering (brandschildering?) op linnen, 76x116x13, New York, Whitney museum of American Art
Vraag: wat is het verschil tussen de afbeelding en de werkelijkheid? We herkennen de Stars and Stripes, maar wat zien we precies? I.p.v. op natuurlijke wijze te wapperen of te hangen, liggen zij stram en strak achter elkaar in een soort omgekeerd perspectief, hetgeen ons a.h.w. een schok geeft en zo extra onze aandacht trekt.
Toch niet geheel zonder beweging: in de rode, witte en blauwe vlakken zitten vele kleurnuances. Kunnen we spreken van een afbeelding van drie vlaggen? Dit soort vlaggen kan slechts in de geest van de kunstenaar bestaan, en zo gaan we het werk bewonderen als een product van de verbeelding, wat wel het laatste is dat we op het eerste gezicht hadden verwacht. (Janson 675-676)

. Schietschijf, 1958, olieverf en collage op doek, 92x92, Washington, National Gallery of Art

. Nul doorheen negen (Zero through nine), 1961, olieverf op doek, 137x105, Londen, Tate Gallery
Johns is met Rauschenberg de verbindende figuur in de Amerikaanse kunst tussen het Abstract Expressionisme en de Popart. Tot 1960 hadden ze samen een studio, vijf jaar lang, en konden elkaar bekritiseren hoewel het werk van lek van hen niet op dat van de ander lijkt. Johns onderwerpen waren vlaggen, ‘targets’ (schietschijven) en cijfers. Al deze dingen gaven hem vooraf bepaalde composities zoals later een rij Coca Colaflessen Warhol zou inspireren. Omdat zijn onderwerpen zo beperkt zijn, veroorloofde Johns zich heel veel met zijn verf. Zijn manier om ze te gebruiken, is waarschijnlijk de overvloedigste en sappigste in de kunst sinds 1945. Zero through nine heeft als onderwerp de cijfers tot 9: de een ligt aldoor weer op de vorige. Onder de verf lijken de nummers gestencild, maar aan de lijnen wordt tempo en kracht verleen door de beweging van de penseelstreken. De vormen zijn vol en rond. Dit is een overvloedig en blij schilderij. (Measham 11)

. Veldschilderij, 1963-1964, olieverf op doek, met objecten, 183x93, New York, verzameling van de kunstenaar

. Beschilderd brons II (Bierblikjes), 1964, 14x20x11, verzameling van de kunstenaar
Dergelijke werken hadden invloed op de Minimal Art, vooral omdat ze aantoonden dat schilderijen objecten kunnen zijn en andersom. (20ste 510)

. Field painting, 1964, olie en doek op houd met objecten, 183x92, verzameling van de kunstenaar

. Edingsville, 1965, olieverf op doek, met objecten, 173x311, Keulen, Museum Ludwig

. Passage II, 1966, olieverf en objecten op doek, 152x159, New York, Privé-verzameling

. Kaart, 1967-1971, brandschildering, pastel en collage op doek, 22 delen, 500x1000, Keulen, Museum Ludwig

. Voices two, 1971, triptiek, olie en collage op doek, elk paneel 183x127, Basel, Kunstmuseum

. Buikspreker (Ventriloquist), 1983, encaustic op doek, 191x127, Houston, Museum of Fine Arts, Museum purchase with funds provided by Angens Cullen Arnold Endowment Fund


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 43.