kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 14-10-2008 voor het laatst bewerkt.

Jean Antoine Watteau

Frans schilder, 10.10.1684 Valenciennes - 18.06.1721 Nogent-sur-Marne

Watteau's Vlaamse afkomst verklaart zijn bewondering voor Rubens, wiens werk een beslissende invloed op hem had. Hij trok ca. 1702 naar Parijs en werkte daar van 1704-05 bij Claude Gillot, een schilder van theaterscènes. Ca. 1707-08 werkte hij bij de decoratieschilder Claude Audran, die hem bekend maakte met Rubens' Maria de Medicicyclus in het Louvre. Later bestudeerde hij ook het werk van de grote Venetianen, vooral Veronese. De invloed van Rubens en de Venetianen bepaalden vanaf ca. 1710 zijn stijl.

In 1717 ontstond l'embarquement pour Cythère, een werk waarmee hij als lid van de Académie werd toegelaten. De onderwerpen voor zijn schilderkunst zijn steeds ontleend aan de fêtes galantes en aan de Italiaanse commedia dell'arte. Zijn werk is typerend voor de régencestijl.

Na een kort verblijf in Engeland (1719-20) schilderde hij het bekende uithangbord voor de bekende Gersaint (de zgn. Enseigne de Gersaint, 1720-21). Dit werk geeft een grotere mate van realisme te zien en is meer beïnvloed door David Teniers dan door Rubens. Watteau verkeerde toen echter reeds in een vergevorderd stadium van TBC en in afwachting van zijn vroege dood vernietigde hij talloze tekeningen, die hij steeds gebruikte als studies voor zijn schilderijen. Door de grafische reproducties naar zijn werken van de hand van zijn vriend Julienne, is veel van zijn composities voor ons bewaard gebleven.

In de 19de eeuw hebben vooral de gebroeders De Goncourt een juistere waardering voor het werk van Watteau bewerkstelligd en sindsdien is zijn werk steeds volop in de belangstelling gebleven. (Summa)

Biografie
De Franse kunstenaar Jean-Antoine Watteau werd in 1684 geboren te Valenciennes, een stadje dat destijds nog bij Vlaanderen hoorde. In zijn geboorteplaats kreeg Watteau les van de kunstschilder Jacques-Albert Gérin.

Omstreeks 1702 verhuisde Jean-Antoine Watteau naar Parijs, waar hij aanvankelijk moeizaam in zijn levensonderhoud kon voorzien. Hij werkte onder meer in werkplaatsen aan de Pont Notre-Dame, waar hij kopieën maakte.

Later ging Watteau in de leer bij Claude Gillot, een decorschilder die o.a. Italiaanse komediescènes vervaardigde en Claude Audran III.

Watteau bestudeerde de werken van Titiaan, Rubens, en Veronese intensief. Hij ontwikkelde onder de invloed van deze oudere kunstenaars een losse schilderstijl. Watteau leerde schilderen in de stijl en motievenwereld van de 'Commedia dell arte'. Bovendien bekwaamde Watteau zich in de techniek van de arabeskenversiering.

In Frankrijk stond op dat moment het classicisme in hoog aanzien. Watteau wist echter veel waardering te krijgen met zijn schilderijen waarin de schilderachtige benadering en het koloriet beeldbepalende elementen zijn. Hij maakte door zijn oeuvre de weg vrij voor de schilderkunst van het rococo. Schilders als Fragonard en Boucher hebben dan ook veel aan hem te danken.

In 1709-1710 verbleef hij in Valenciennes, waarna hij terugkeerde naar Parijs.

Tussen 1719 en 1720 werkte de veelgevraagde kunstschilder in Londen.

Hij stierf op in 1721 op zijn zevenendertigste jaar door toedoen van tuberculose. Voordat hij aan deze ziekte overleed zou hij een deel van zijn erotische getinte werken vernield hebben.

Vooral onder invloed van Watteau kwam in de Franse schilderkunst van de achttiende eeuw het genre van het fête galante tot grote ontplooiing. Het betreft schilderijen waarin hij de bovenlaag van de bevolking weergeeft tijdens feestelijke samenkomsten van modieus geklede mannen en vrouwen, waar wordt gedanst, muziek gemaakt, toneelgespeeld en geconverseerd. Hij weet dergelijke schilderijen op een subtiele manier te voorzien van een melancholische sfeer. De uitgebeelde idyllische vrolijkheid krijgt hierdoor een dubbele bodem.

Watteau blonk ook uit in de 'manière aux trois crayons', een combinatie van rood, zwart en wit krijt waarmee op uiterst geraffineerde wijze het verschil tussen bijvoorbeeld de verschillende kledingstukken wordt weergegeven.

Websites:
. Acteurs van de Académie Française, 1712, 20x25, Sint-Petersburg, Hermitage
Acteurs van de Académie française, 1712, olieverf op paneel, Sint-Petersburg, Hermitage

La comédie française, 1714, olieverf op doek, 37x48, Berlijn, Staatliche Museen
Een herder en een herderin in een park, omringd door een groep mensen worden hier bekeken vanuit het punt van de franse komedie. Bacchus ligt op een stenen bank en drinkt samen met een jager, terwijl muzikanten dansmuziek spelen. We mogen veronderstellen dat Watteau hier geen specifiek toneelstuk voor ogen had. Wellicht probeert hij de verschillende karakters van de Comédie te portretteren. Wat dan weer niet betekent dat hij nooit gewone mensen of dergelijke gebeurtenissen in beeld bracht. De zwart geklede figuur rechts is wellihct de toen bekende acteur Paul Poisson.

Het theater speelt een belangrijke rol in het werk van Watteau, wellicht onder invloed van zijn leraar Gillot. Watteau's bekendste portret, de Gilles in het Louvre, is trouwens een portret van een theaterkarakter.

Dit schilderij was samen met zijn pendant, de Italiaanse Komedie van 1769 tot 1830 in Sanssouci, ze werden omwille van hun naar Pruisische normen te verregaande frivoliteit, net als ander werk van Watteau, niet waardig geacht om in het Berlijnse museum opgenomen te worden. (wga)

Les deux cousines, ca. 1716, olieverf op doek, 30x36, Parijs, Louvre
De avonturierster, 1716, 20x24, Troyes
Muzikant, 1716, olieverf op doek, Sint-Petersburg, Hermitage
Het vervelende voorstel, ca. 1716, olieverf op doek, Sint-Petersburg, Hermitage
Portret van een edelman, 1715-20, olieverf op doek, 130x97, Parijs, Louvre

De inscheping voor Cythera, 1717, olieverf op doek, 130x194, Parijs, Louvre
Een tweede enigszins gewijzigde versie werd door Frederik de Grote gekocht.

De triomf van de Rubenisten in Frankrijk. Watteau werd op grond van dit diplomawerk toegelaten tot de Academie voor Schone Kunsten. Dit werk schond alle heilige regels van de academie en zelfs het onderwerp was niet in een gevestigde categorie van de fêtes galantes. Deze term heeft niet zozeer betrekking op dit ene doek, als wel op het hele oeuvre van de kunstenaar, dat in hoofdzaak scènes van aristocratische gezelschappen of groepen komedieacteurs geeft, meestal in een parkachtige omgeving.

Karakteristiek bij Watteau is de vermenging van theaterleven met werkelijk leven, zodat de grens tussen beide geheel vervaagt. Deze "inscheping..." voegt hierbij een derde element: dat van de klassieke mythologie. Deze jonge mensen zijn in paren naar Cythera gekomen, het eiland van de liefde, om daar eer te bewijzen aan Venus (van wie rechts een omkranst standbeeld te zien is). Nu nadert het einde van deze dag vol magische bekoring en het gezelschap, omzwermd door cupido's, maakt zich op om weer aan boord te gaan van de boot die de bezoekers zal terugvoeren naar de prozaïsche wereld.

Het toneel herinnert aan Rubens' Tuin der Liefde, maar Watteau heeft er een element van melancholie in gebracht door de minnaars af te beelden op het ogenblik van hun vertrek. Een besef van de vergankelijkheid van alle geluk komt ons tegemoet uit haast elk werk van de meester. Zijn werk krijgt hierdoor een dichterlijke subtiliteit die doet denken aan Giorgione. Ook zijn figuren hebben niet de robuuste vitaliteit van Rubens' sujetten. Ze zijn slank, gracieus, en bewegen zich als acteurs die hun rollen zo voortreffelijk spelen dat we er meer door worden ontroerd dan door de werkelijkheid. In barokvorm doen zij een vroeger ideaal van "gemaniëreerde" élégance herleven. (Janson, 538-39; Meesterwerken, 49; KIB bar 180)

Op de voorgrond rechts staat net een paar van de grond voor een standbeeld van Venus. Ze zijn het einde van een lange stoet met pelgrimsstaven die niet naar een heilige onderweg zijn. Het zijn minaars die de godin van de liefde hulde brengen en niet allemaal even bereid zijn om zich naar het aan de oever liggende schip te begeven. Maar of ze nu van het eiland Cythera vertrekken om met het schip de oneindige weidsheid in te varen of dat ze de aanlegplaats als het ware belegeren om slechts overgezet te worden, blijft bewust onduidelijk. Amor heeft zich verstopt, zijn boog met pijlen hangt aan de sokkel van het standbeeld van zijn moeder Venus. Met dit schilderij werd Watteaus specialiteit en uitvinding, de “fête galante”, als genre in de Académie geaccepteerd. Hij maakte de compositie nog een keer met een levendiger koloriet (Berlijn, Schloss Charlottenburg). In deze Berlijnse versie maken de paren zich niet graag los uit de tuin van Venus, zodat de licht melancholische stemming er sterker is. (Louvre 401)

Bijeenkomst in een park, ca. 1717, olieverf op hout, 32x46, Parijs, Louvre
Niet alleen zijn uit de schilderijen van Watteau de grote goden van de 'grand siècle' verdwenen, maar de gehele Grieks-Romeinse mythologie speelt geen rol meer bij de inhoud van de voorstellingen. Wel komt er vaak nog een beeld van Venus of een sater op de stukken voor. De mens zelf is de god in een wereld die in een paradijselijke toestand gebracht is. Het zijn geen tuinen in de Franse stijl van die tijd, het is de vrije natuur, maar aan banden gelegd en als omgeving voor de mens geschikt gemaakt. En op dit toneel speelt zich een leven vol hemelse onschuld af zonder smart en ziekte, zonder armoede, ouderdom en vergankelijkheid. Maar er is geen overmoedige uitgelaten vrolijkheid weergegeven zoals in de zgn. liefdestuinen van Rubens, waarmee men het werk van Watteau vaak vergelijkt. Wel heerst ook hier sterk de sfeer van de erotiek, maar het is meer een zachte vibratie, die zowel de mens als de natuur doortrilt. Van het stormachtige van de hartstocht zoals die vlamt uit het werk van de grote Vlaming, is bij Watteau in geen enkel opzicht sprake. (KIB bar 178)

Feest te Venetië, 1718-1719, olieverf op doek, 56x46, Edinburgh, National Gallery of Scotland
Watteau bracht het genre van de Fêtes galantes tot een waar hoogtepunt door het creëren van een mysterieuze, melancholische droomachtige wereld, bevolkt met mooi gekleed volk dat flirt en gratieus acteert in een parkachtige omgeving. De pastorale uitwerking benadrukt de onschuld en spontaniteit van de figuren, die ongevoelig zijn voor de stijfheid en de conventies van de formele samenleving. Het erotisme is eerder sutbtiel dan openlijk weergegeven. De fêtes galantes werden later ook geschilderd door Watteau’s leerlingen Nicolas Lancret en Jean-Baptiste Pater. De fête champêtre en de fête galante verdwenen met het einde van de rococo in de late 18de eeuw. (wga)

Enseigne de Gersaint, 1720, olieverf op doek, 163x306, Berlijn, Staatliche Museen
Hier blijkt Watteau’s passionele voorliefde voor de zichtbare werkelijkheid en de mens in een herkenbare omgeving (hier de winkel van zijn vriend Gersaint). Eigenlijk is hij op zijn manier altijd een genreschilder geweest.


Badende Diana, 1721, olieverf op doek, Parijs, Louvre

Gilles (Pierrot), 1721, olieverf op doek, 184x149, Parijs, Louvre
De Italiaanse komedianten vormen voor Watteau een onderwerp waarop hij telkens weer teruggrijpt. Meestal geeft hij afgeronde taferelen weer. Maar de vermomde mens met het masker dat hem uit de werkelijkheid van de wereld verplaatst in een wereld van schijn, heeft Watteau steeds geprikkeld tot allerlei varianten. In Gilles heeft hij slechts één figuur uit de commedia dell'arte weergegeven; de overigen bevinden zich in een soort terreinplooi en zijn nauwelijks waar te nemen. De tragiek van het 'lach dan, Paljas' kent men in de 18de eeuw nog niet. De mens is nog goddelijk en zijn lot en maatschappelijke situatie staan vast. Maar de Gilles drukt toch een zekere melancholie uit die door de ernstige zakelijkheid van de uitbeelding het werk in de ogen van de moderne mens een diep doordringende uitwerking verleent. (KIB bar 179)

Vreemd geïsoleerd staat de jongeman in een kostuum van de commedia dell’arte op een smalle strook land die achter hem de diepte in gaat, zodat zijn metgezellen aanzienlijk lager staan. Terwijl zij met zijn allen een ezel in beweging proberen te krijgen, staat de witte nar stil en alleen. Melancholisch kijkt hij de toeschouwer aan. De Pierrot is een grappenmaker uit de Commedia dell’Arte. Maar Watteau dringt door de schmink van de opgelegde humor. Het lukt hem om door te stoten naar een dimensie van menselijkheid, die voortaan in schilderijen over kunstenmakers steeds weer zal meeklinken. Zowel Manet als Picasso hebben op dit unieke schilderij gereageerd. (Louvre 400)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 64.