kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 02-11-2008 voor het laatst bewerkt.

Jean-Paul Riopelle

Jean Paul Riopelle

Canadees schilder en beeldhouwer, geboren Montreal 7 oktober 1923, gestorven Ile-aux-Grues 12 maart 2002.

Belangrijke inspiratiebronnen voor Riopelle waren de surrealisten en Borduas. Zijn stijl ligt tussen het abstract-expressionisme en de École de Paris in. Zijn abstracte schilderijen worden gekenmerkt door vlakken met sterke kleuren waarvan de verf vaak met een spatel is opgebracht om het effect van een weefselstructuur te bereiken. Daarnaast maakte hij schitterende, veelkleurige abstracte mozaïeken.

Biografie
Riopelle studeert van 1940 tot 1942 wiskunde en architectuur aan de Polytechnische Hogeschool van Montreal. Van 1943-44 studeert Riopelle aan de École des Beaux-Arts en aan de École du meuble onder Paul-Émile Borduas in Montreal. Hij raakt vooral beinvloed door de avant-gardistische en ‘surrealistische’ kunst van Paul-Émile Borduas.

In 1945 na lezing van het essay Le Surréalisme et la Peinture van Andre Breton begint hij te experimenteren met improvisatorische non-figuratieve schilderkunst.

Hij begon te exposeren samen met andere abstracte schilders die zich “Les Automatistes” noemden en in 1948 het manifest “Refus Global” publiceerden waarin zij kunstenaars opriepen om de onderdrukkende sociale verplichtingen, die zij in Quebec zagen, te verwerpen.

In 1946 neemt hij deel aan de internationale tentoonstelling van de surrealisten in New York en Parijs.

Hij maakt reizen naar Europa en ontmoet Andre Breton.

In 1947 verhuist Jean-Paul Riopelle naar Parijs, waar hij zich een tijdlang bezighield met het surrealisme en contacten onderhoudt met Waldberg, Soulages, Georges Mathieu, Wols en anderen.

In 1949 heeft hij een solotentoonstelling in Galerie Nina Dausset in Parijs.

Hij werd in de jaren vijftig bekend door zijn art informel-werken; sinds 1953 ontwikkelde hij zijn onverwisselbare stijl: ritmische tekens van dikke, met het mes opgebrachte verf, die in elkaar overgaan.

Riopelle nam deel aan de biënnale van São Paolo in 1951 en 1955, aan de biënnale van Venetië in 1954 en aan de Documenta 2 en 3 in 1959 en 1964 van Kassel.

Museum Ludwig Keulen
Nadat de abstracte schilderkunst zich volkomen losgemaakt had van haar binding met het voorwerp, bestond de vrees dat zij zou verzanden in de eentonigheid van het ornament. Maar juist het werk van de jongere kunstenaars bewijst dat het verrassend veelzijdig is en telkens nieuwe inhoud kan krijgen. Riopelle gaat daarbij vooral uit van de expressieve waarde van de kleurencombinaties, die hij laat samengaan met kleine stukjes kleur die aan een staccato doen denken. Het tegenover elkaar stellen van rood en groen maakt, afgezien van de vorm, van het geheel een dramatisch gebeuren. (KIB 20ste 234)

Ca. 1960 begon hij ook met beeldhouwen en zijn stijl van schilderen veranderde opnieuw: de vormgeving werd vrijer en de sfeer dramatischer. In heldere kleuren wordt een complexe ruimtelijkheid verbeeld. Hij ging meer materialen en technieken beoefenen, o.a. litho, pastel, collage en acryl. Hij begon toen ook te beeldhouwen, in grote, ruwe compacte vormen.

In 1962 ontvangt Riopelle de UNESCO prijs in Parijs.

In de 70er jaren begon hij weer figuratieve schilderstukken te maken, geïnspireerd door de natuur. Ook paste hij nieuwe schildertechnieken toe zoals het opbrengen van verf met een spuitbus en het drukken in negatief.

Hij keerde terug naar Canada en vestigde zich in Isle-aux-Grues ten oosten van Quebec. Daar overleed hij in maart 2002.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 809.