kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Jennifer Tee

Beeldend kunstenaar, Woont en werkt in Amsterdam.

Jennifer Tee studeerde achtereenvolgens aan de Academie voor Beeldende Kunsten Sint Joost te Breda en de Gerrit Rietveld Academie en het Sandberg Instituut in Amsterdam. In december 2002 sluit zij een werkperiode van twee jaar aan de Rijksakademie af, waar zij vorig jaar tijdens de Open ateliers werd onderscheiden met de Uriôtprijs.

Stedelijk Museum Bureau Amsterdam (1999),
Het werk van Jennifer Tee is verbonden met de ambient spaces (een term van Maria Lind) van andere jonge kunstenaars in binnen- en buitenland. In deze artistieke praktijk werken objecten, sculpturale elementen, decorstukken, video, fotografie en performance-achtige handelingen op elkaar in. Basis voor deze 'omgevingswerken' zijn alledaagse, persoonlijke ervaringen. Een samenspel van elementen voert de kijker naar een plek die in alles verschilt van de werkelijkheid, maar wel met behulp van die werkelijkheid tot stand is gekomen. In haar debuuttentoonstelling bij Stedelijk Bureau Amsterdam in het najaar van 1999, Down the Chimney, figureerden ook Jennifers ouders en zusje. Om inzicht te krijgen in de psychologische codes die haar familie maken tot wat zij is, stuurde Jennifer haar ouders en zusje een taperecorder met de opdracht een bandje vol te praten met verhalen die zij normaliter voor zichzelf houden. Deze verhalen verwerkte zij tot een scenario. Jennifer Tee heeft een hekel aan hermetische kunst, aan werken waarvan de betekenis volkomen onzichtbaar is. Ieder kunstwerk moet iets blootleggen van de kunstenaar zelf. Wat haar drijft is een fascinatie voor het vreemde en raadselachtige. 'Men verwacht altijd van je dat je je met concrete dingen bezighoudt, maar zo functioneer ik helemaal niet. Je denkt allemaal dingen door elkaar. Mensen noemen mij vaak ongeconcentreerd, maar misschien concentreer ik me wel meer op juist die onduidelijke gedachten…'

Down The Chimney, 1999,
Hier kan je rondhangen op een dikke grote matras, terwijl voor de muur kleurige lappen hangen, om zo de geheimzinnige video met zwaardvechtende kinderen te bekijken. Door de combinatie het begeleidende geluid en de beelden van de jonge vrouw met bontmuts op de video krijgt het spel iets gevaarlijks en mystieks.

Het werk van Jennifer Tee laat zich niet gemakkelijk beschrijven in termen van categorieën, technieken of disciplines. Jennifer Tee werkt in haar onderzoeksveld als een (quasi) antropoloog of geschiedkundige en legt verbanden, tussen feit en fictie, daar waar ze ogenschijnlijk nog niet bestonden. Haar tentoonstellingen hebben meestal de vorm van omvangrijke installaties: Total Tee Transformers (TTT's), die worden samengesteld uit de meest uiteenlopende media zoals video, dia's, tekst, geluid, fotoprints en sculpturale objecten van divers materiaal zoals textiel, hout en chocolade. Inhoudelijk begeeft Tee zich met haar installaties in het schemergebied waarin de gewone, tastbare werkelijkheid overgaat in een andere, onverklaarbare en raadselachtige wereld. Voor haar gaat het om werkelijkheden die elkaar deels overlappen, en die de verbinding vormen tussen de mens en de kosmos. 'Mijn werk is niet in één zin samen te vatten. Het is in ieder geval geen verhaal van A naar B. Ik werk in beelden, vrij intuïtief. Ik maak relaties voelbaar, maar niet helder. Ik wil dat de bezoekers vooral 'voelen' met hoeveel energie het werk tot stand komt. Vandaar ook de grote hoeveelheid materialen en kleuren. En dat er plezier van uitgaat. Daar gaat het niet over, maar ik vind het wel een belangrijk onderdeel. Er is altijd een link naar mijzelf, ik speel zelf een rol in mijn installaties, het liefst een beetje actieachtig.'
de With - Wild Zone,
Jennifer Tee mengt in een 'Alice in Wonderlandachtige' omgeving hiphop elementen met codes uit de motorscène. Jennifer Tee maakte speciaal voor Wild zone een persoonlijke microkosmos, met de meest uiteenlopende materialen, objecten, kleuren, geluiden en videobeelden. De installatie is ter plekke opgebouwd. Jij, de bezoeker, wordt onderdeel van deze wereld. Je bent nooit helemaal zeker van de betekenis van wat je ziet. Je herkent dingen uit de werkelijkheid, maar doordat Jennifer dingen heeft veranderd of toegevoegd, kun je het niet meer goed plaatsen. Voor Wild zone werkte ze samen met twee hiphoppers en een groep motorrijders. Je vindt elementen uit deze scènes terug, maar dan ... anders. Jennifer's Wild zone is een explosie van energie.
Waar gaat jouw installatie over?
Mijn werk is niet in één zin samen te vatten. Het is in ieder geval geen verhaal van A naar B. Ik werk in beelden, vrij intuïtief. Ik maak relaties voelbaar, maar niet helder. Ik wil dat de bezoekers vooral 'voelen' met hoeveel energie het werk tot stand komt. Vandaar ook de grote hoeveelheid materialen en kleuren. En dat er plezier van uitgaat. Daar gaat het niet over, maar ik vind het wel een belangrijk onderdeel. Er is altijd een link naar mijzelf, ik speel zelf een rol in mijn installaties, het liefst een beetje actieachtig.

Heb jij iets gedaan met de term Wild zone?
Ik heb er wel aandacht aan besteed, maar het zat meer in de ideeën van Tanja (Elstgeest, de curator van Wild zone, red.). Zij heeft mij uitgekozen omdat mijn werk in het idee van 'wild zone' past: de tussengebieden in de werkelijkheid. Ik transformeer geen bestaande gebieden, ik creëer mijn eigen ruimtes. Maar het is wel breder dan alleen maar mijn eigen persoonlijke 'wild zone', vandaar dat ik heb samengewerkt met motorrijders en hiphoppers. We delen dingen, een hang naar avontuur, het uitleven van fantasieën. De motorrijders hebben ook iets heroïsch, een soort power. Ik houd van stunts, een beetje boven jezelf uitstijgen, dingen doen en maken die in het dagelijks leven niet aan de orde komen.

Hoe zit dat met jouw samenwerking met hiphoppers?
Met de hiphoppers heb ik een soundtrack gemaakt, voor bij de video's van de motorrijders. Het idee hiervoor kreeg ik in Nighttown, tijdens een hiphop concert van allemaal supergoede Rotterdamse hiphop bands. Het had een grote dynamiek en ik zag het wel samengaan met mijn werk. Hiphop heeft vaak simpele beats, en de teksten zijn ook vrij eenvoudig, maar het geheel is heel energiek.
En via via kwam ik met Egea Flavor en Golden Delicious in contact. Eén maakt de beat, de ander de tekst. Het geluid is niet in de video's gemonteerd, je hoort het motorgeluid en de hiphop soundtrack tegelijkertijd.
Ik heb eerst zelf allerlei geluiden verzameld, vooral filmgeluiden (gillend meisje, stemmen, geluidseffecten) en die heb ik hun gegeven, ter inspiratie. Op deze manier lijkt de werkwijze nog het meest op de werkwijze in het atelier, je gaat uit van de dingen om je heen, daar laat je je door beïnvloeden. Ik heb het resultaat niet gestuurd, Egea F. en Golden D. geven er natuurlijk hun eigen invulling aan. De soundtrack is trouwens te koop: Sub Woofer, Break Beatz for Wild zones. Featuring: Tee Tee Tee, Egea Flavor & Golden Delicious!

Kun je jouw installatie beschrijven?
Ik heb een ruimte met een rij pilaren en een tussenmuur. Ik wilde dat de ruimte één geheel zou worden, en dat hij een beetje afgesloten zou zijn. Daarom is bijvoorbeeld de tussenmuur met stof omwonden, en heb ik de pilaren 'aangepast'. Tussen de pilaren staan ronddraaiende borstels, zoals in een car-wash, maar dan zelfgemaakt met repen, lussen en lapjes gekleurde stof. Het heeft wel wat van een auto-wasserette, maar ook wel iets van wapperende vaandels of 'om de pilaren heen dansen'.
Als je daar langs bent zie je een landschap, gemaakt van onder ander schuim en was. Er staan poppetjes in, als een soort legertje dat het gebied beschermt. Dit landschap verwijst ook weer naar de video's die in de volgende ruimte staan. Die zijn samen met een groep motorrijders gemaakt. Het ging me vooral om het opzwepende geluid van de motoren. Het zijn twee verschillende video's, op de ene zie je de groep aan komen rijden, vrij frontaal gefilmd. Op de andere zie je ze bij een sloperij, in een meer gesloten beeld. Ik speel er zelf ook in mee. Het is een beetje dramatisch geworden, in ieder geval suggestief.

2002 - Museum het Domein,
In de tentoonstelling In air I presume, the non-logical hunt for toverknal betrekt Jennifer Tee voor het eerst ook werk van andere kunstenaars. Haar vertrekpunt is een imaginaire ontmoeting tussen Helio Oiticica (1937-1980) en Oyvind Fahlström (1928-1976), twee overleden kunstenaars, die beiden in Brazilië geboren werden en in de jaren zestig en zeventig actief waren. In de opvatting van Tee is er een bepaalde mentale verwantschap tussen het werk van de twee inspirerende historische voorbeelden enerzijds en haar eigen artistieke werk anderzijds. HO en OF waren sterk geëngageerd met politieke en sociale omstandigheden in hun tijd en hebben beiden veel geschreven over hun werk en over de rol van kunstenaars in relatie tot de wereld. Een andere in het oog springende overeenkomst is de kritische houding ten opzichte van een puur formele benadering van kunst c.q. het streven om kunstwerken te maken die hun voltooiing vinden in een bepaalde vorm van interactie met de sociaal-culturele omgeving waarin ze ontstaan.
In de tentoonstelling zullen verschillende originele kunstwerken van de hand van Oiticica en Fahlström te zien zijn, die het museum in bruikleen heeft genomen uit buitenlandse collecties.
Om zich voor te bereiden op deze tentoonstelling is Jennifer Tee vijf weken in Brazilië geweest, waar ze zich verdiepte in de (nachtelijke) rituelen van de Candomble (een van oorsprong Afrikaanse religie) en waar ze overdag optrok met straatkinderen. De relaties met de mensen die ze in Brazilië ontmoette en de Braziliaanse muziek zullen een belangrijke rol spelen in de tentoonstelling.

2003 - Prix Nouvelles Images (NI) 2003,
De jury waardeert Jennifer Tees werk vanwege haar vermogen om op basis van een eigenwijs onderzoek authentieke hedendaagse beeldende mythologieën te construeren. Met haar omnivore blik en onbevangen geest weet zij in haar werk allerhande elementen samen te brengen op het niveau van het persoonlijke en algemene, het locale en mondiale, het vertrouwde en het onbekende. Haar Box of Trails met zijn open structuur die hier wordt getoond en die, zoals de kunstenares verklaart ‘aanwijzingen voor een event bevat', is exemplarisch hiervoor. Zij put net zo graag uit subculturen, de wereld van motorliefhebbers en hedendaagse visuele cultuur als uit de populaire wetenschap, volkenkundige rituelen en de kunstgeschiedenis. Mede door de parallelschakeling van al deze gebieden ontstaat een circulaire tijdservaring. Haar visueel rijke wereld is mededeelzaam, genereus, evocatief en verleidelijk. De beschouwer wordt voortdurend uitgenodigd om deelgenoot te zijn van haar eigenzinnige rituele, performatieve wereld. De performance die zij hield in Watou en die hier in de vorm van een videoregistratie is gerepresenteerd, is een voorbeeld van een door haar geregisseerde betoverende gebeurtenis. De jury beschouwt Tee als een opmerkelijk talent in de hedendaagse kunst die ook hier haar publiek zal weten te verrassen.

2003 - Van Abbemuseum - JOURNAL # 1,
Jennifer Tee presenteert in het Van Abbemuseum een nieuwe serie, grotendeels in groepsverband geproduceerde werken. Voor deze solotentoonstelling werkte ze gedurende zes maanden intensief samen met beeldend kunstenaars Roé Cerpac en Erwan Mahéo, en grafisch ontwerper Harmen Liemburg. Ze werden uitgenodigd om ‘in' haar beeldende wereld plaats te nemen, en vanuit hun individuele praktijk en denken, samen met haar een meerstemmige vertelling te realiseren. De tentoonstelling voert de bezoeker mee in een sporenonderzoek met verschillende ‘zichtbaarheidmomenten', langs onder meer keramische lianen en tabletten, gezeefdrukte stoffen, maquettes, een huilende kameel en presentatietafels met een veelvoud aan objecten.
In de tentoonstelling spelen de notie kopie en origineel, het in kaart brengen en het reproduceren van culturele artefacten, relaties en verhalen een belangrijke rol. De vier kunstenaars leggen een catalogus van vormen en beelden aan, van de golvende landschapsarchitectuur van Roberto Burle Marx en de geschilderde en geassembleerde stokken van André Cadere naar een maquette van de vesting in Karakorum (Mongolië), en de ontwerptekeningen van het niet-gerealiseerde Raum der Gegenwart van László Moholy-Nagy tot facsimile's van de psychogeografische kaarten van G.-E. Debord.
'Elke opening of zo mogelijk elke tentoonstelling moet een soort 'event' of ‘festival' zijn, een unieke gebeurtenis', vertelt Tee, 'Een festival is een moment van intensiteit dat betekenis en vorm geeft aan het leven. Het is mijn bedoeling om een verbinding tot stand te brengen tussen de bezoekers, de ruimte en de objecten, waardoor een tijdelijk bevrijdend moment wordt ervaren (van tijd, plaats of verbeelding) en waarin een tijdelijke eenheid wordt gezocht tussen leven en bewustzijn'. of de mystiek van Mongoolse keelzangers die af en toe in Nederland wonen.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2076.