kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 20 09 2016 10:16 voor het laatst bewerkt.

Joan Miró

Catalaanse Spaanse schilder, beeldhouwer, keramist en graficus, 20 april 1893 geboren in Montroig Catalonië, Spanje , overleden 25 dec. 1983 op 90-jarige leeftijd in Palma de Mallorca.

Joan Miró's oeuvre omvat schilderijen, sculpturen, textielwerkvormen, theater en monumentale beelden. Miró is bekend om zijn originele veelal ideogrammatische vormenwereld. Zijn doeken worden beheerst door een speelse en kleurrijke variatie van veelal organische vormen. In het werk van Joan Miró komen met name blauw, evenals de basiskleuren rood, zwart, groen en geel veel voor. De gekleurde vlakken, door zwarte lijnen omrand of doorsneden, zijn meestal helder geschetst.

Miró's onrealistische vormen, felle kleuren en lijnen doen sterk lijken aan die van kinderen. Miró probeert door middel van deze vormen en kleuren terug te gaan naar de oorsprong.

Miró's werk kent een aantal regelmatig terugkerende thema's, zoals bijvoorbeeld hemellichamen en ladders. Veel van de afbeeldingen op zijn affiches hebben ogen. Op deze manier zoekt het affiche, dat natuurlijk het doel heeft de aandacht te trekken, direct oogcontact met degene die er naar kijkt.

Miró signeert zijn werken nooit door alleen zijn naam te zetten. Zijn naam maakt altijd deel uit van het kunstwerk. Bij de ene creatie zet hij de vier letters van zijn naam netjes naast elkaar, soms als in het Chinese schrift onder elkaar en dan weer staan de tekens door elkaar of tussen andere letters.

Biografie
Joan Miró werd als zoon van een klokkenmaker, juwelier en goudsmid geboren op 20 april 1893 in het Spaanse Montroig, in de buurt van Barcelona.

Als kind reeds tekende Miró veel en vanaf zijn zevende volgde hij tekenlessen.

1907 - Als jongere volgde hij, om zijn ouders een plezier te doen, een opleiding tot koopman aan de handelsschool in Barcelona maar gelukkig kon hij dit combineren met kunstonderwijs aan de kunstacademie La Lonja (La Llotja, Escuelas de Bellas Artes Barcelona), welke ook door picasso werd bezocht. Hier leerde hij het precies en exact uitbeelden van objecten. Abstracte kunst werd aan deze school volledig genegeerd en afgewezen.

1910 - Na zijn studie, hij was toen 17, werkte hij tegen zijn zin even als boekhouder, tot hij een zenuwinzinking en tyfus kreeg en ontslagen werd. Nadien besloot hij zich enkel nog met kunst bezig te houden.

Van 1912-1915 studeert hij aan de Academie van de kunstenaar Francisco Gali. De aanpak en stijl, van Galí waar meer ruimte en vrijheid bij geoorloofd was, paste veel beter bij Miró dan wat hij op de in Escuelas de Bellas Artes Barcelona geleerd had. Galí liet zijn leerlingen ondervinden dat het exact natuurgetrouw weergeven van een object, landschap of persoon niet de enige manier was om iets uit te beelden:
Hij plaatste een object in een doos waaraan zijn studenten door middel van een gat in de doos konden voelen. Vervolgens moesten zij dit object op tastzin proberen te tekenen en niet op voorstellingsvemogen.

Miro bezoekt tentoonstellingen van de impressionisten, fauvisten en kubisten. Hij maakt tekeningen naar de tastzin (met de ogen dicht) en zijn eerste olieverfschilderijen.

Miró was niet tevreden met de manier waarop hij objecten afbeeldde en wou zijn techniek verbeteren. Zijn gevoel voor kleur en vorm zijn dan al wel duidelijk aanwezig. In zijn jeugdjaren werd Miro eerst beïnvloed door de Realisten, hij schildert paradijselijke landschappen in een poetische, zeer realistische stijl. Later vermijdt Miro dan steeds meer de pictorale diepte in zijn werken tot hij volledige vlakke composities maakt en hij beinvloed raakt door het Fauvisme en hun gebruik van felle kleuren.

1917, Ciurana, le sentier
olie op doek, 60x73cm

Miro verbleef graag bij familie op het platteland in Montroig, waar hij landschappen schilderde. Miró werkte graag rustig en afgezonderd en putte veel inspiratie uit het Catalaanse boerenleven. Hij wou dit sterk Catalaanse gevoel aan het buitenland tonen via de kunst en wenste tevens een belangrijke impuls geven aan de Catalaanse moderne kunst. Hij heeft zich altijd zeer verbonden gevoeld met zijn geboortestreek, maar ook met die van zijn moeder, Mallorca. In zijn werken zijn dan ook het landschap, het bijzondere licht en de volkskunst van de beide streken terug te vinden.

1917 - Schildert landschappen en portretten en ontmoet francis picabia.

In 1918 vond zijn eerste solotentoonstelling plaats, en in datzelfde jaar richtte hij met enkele vrienden de beweging Agrupacio Courbet op, met als doel in te gaan tegen de conservatieve kunstwereld in Barcelona.

zelfportret 1919, olie op doek, 75x60cm

1921/22, La Ferme
National Gallery of Art, Washington

La Danseuse II 1925

Miró reist naar Parijs en raakt bevriend met picasso. Schildert 'zelfportret' welke hij aan picasso weggeeft.

In 1920 verhuisde hij naar Parijs waar hij experimenteert in het kubisme en Dada. Hij heeft veel contact had met gelijkgestemde kunstenaars en schrijvers, uit wiens teksten en poëzie hij veel inspiratie putte. Financieel zat Miró in een dieptepunt maar op artistiek vlak bloeide hij open. Hij ontwikkelde onder invloed van surrealistische schrijvers en schilders zijn kenmerkende Bio-morfische schilderkunst. Hij nam lessen aan de Académie de la Grande Chaumière.

Begin jaren twintig mengde hij kubistische en gedetailleerde elementen. Een belangrijk werk in die stijl is 'De boerderij' uit 1921/22. De onderwerpen zijn duidelijk herkenbaar maar werden op een vreemde manier weergegeven. De boerderij vormt een hoogtepunt en afsluiting van zijn 'realistische' periode.

Zijn schilderijen uit de jaren twintig werden hoe langer hoe meer ingepalmd door vreemde wezens, die Miró naar verluidt zag tijdens hongerhallucinaties.

Vanaf 1924 onderhoudt hij nauwe contacten met de surrealisten en André Breton, de grondlegger en theoreticus van het surrealisme. Hij ondertekent ook het surrealistisch manifest.

De fauvistische en kubistische invloeden maakten plaats voor kleurrijke, geometrische vormen en figuren die voor de achtergrond lijken te zweven. Zijn werk werd surrealistisch. Typisch voor deze surrealistische werken is, dat niet volgens een bepaald plan gewerkt werd; het schilderij kreeg vorm tijdens het schilderen zelf. Zijn schilderijen en tekeningen weerspiegelden zijn herinneringen, droombeelden en een irrationele fantasiewereld.

In 1925 neemt hij deel aan de eerste tentoonstelling van het surrealisme.

Samen met max ernst ontwerpt hij in 1926 decors en kostuums voor de Ballets Russes van Diaghilev.

H.M. Sorgh, De luitspeler

Dutch Interior I, 1928, Miro

In 1928 bezocht hij Nederland, en omdat hij de werken van de oude meesters zo bewonderde, vooral die van Vermeer, besloot hij ze op een bijzonder eigenzinnige, abstracte wijze na te schilderen.

12 oktober 1929 huwde Miró met Pilar Juncosa. In 1931 wordt zijn dochter Maria Dolores geboren.

Rond de jaren dertig experimenteerde hij vaak met gevonden materiaal en maakte collages met papier, hout, schuurpapier en koper.

1930 - Expositie in Brussel, Parijs en zijn eerste in Amerika.

In '32, na de totstandkoming van de autonomie in Barcelona, keerde hij met zijn gezin vanuit Parijs naar die stad terug. De groep surrealisten die in Parijs elkaars gezelschap opzochten, was ondertussen uit elkaar gevallen.

1937, Still Life with Old Shoe
The Museum of Modern Arts, New York

1941 Constellation
Awakening at Dawn
Gouache, 46 x 38 cm.

1933 - Uit collages ontstaan grote schilderijen.
Omstreeks 1933 is hij een echte surrealist in zijn kunst, die gekenmerkt is door rood, zwart, wit met afgeronde elkaar doordringende vormen. Een typisch surrealistisch element in zijn werkwijze hierbij werd gevormd door 'automatische' inspiratie, die tot stand kwam wanneer hij op een vel papier of een doek onderdelen van machines, speelgoed e.d. had gerangschikt en wachtte welke vormen deze voorwerpen hem zouden suggereren.

De Spaanse burgeroorlog die uitbrak in 1936 beïnvloedde zijn werk. Van pijn verwrongen, beestachtige figuren, vervormingen van de menselijke figuur tot in het monsterachtige en donkere kleuren typeren zijn zogenaamde 'wilde periode' 'peintures sauvages'. Hij gebruikt allerlei materialen die hij in zijn schilderijen integreert.

Hij verbleef van '36 tot '40 terug in Parijs, waar hij een tijd gedichten en proza schreef omdat hij tijdelijk geen ruimte had om te schilderen.

In 1937 Ontwerpt hij muurschilderingen voor het Spaanse paviljoen op de wereldtentoonstelling van Parijs en affiches voor de Spaanse Republiek.

Constellations
In 1940 vestigde Miró zich in Normandië. De plaatselijke cultuur en de indrukwekkende natuur zoals de prachtige horizon tussen de hemel en de zee en de dramatische rotspartijen langs de kustlijn, had een bijzondere inwerking op de creatieve geest van de jonge Miró: “De nacht, de muziek en de sterren begonnen een buitengewoon grote invloed te hebben op mijn werk”. In deze periode begon Miró met zijn Constellation series. Miro tekende eerst een willekeurige lijn op papier om vervolgens op zoek te gaan naar vormen en figuren die bij toeval waren ontstaan. Ten slotte werden deze vormen en figuren dmv. kleur ingevuld.

Het uitbreken van WO II deed Miró vlak voor de Duitsers Frankrijk bezetten, van Parijs vluchten naar Spanje.
Tijdens de oorlog werkte hij vooral op papier, omdat ander materiaal schaars was, en schreef ideeën die toen niet uitvoerbaar waren op voor later. Het was namelijk zijn wens ook met keramiek, beeldhouwwerken en grafische toepassingen te werken.

1942 - Betrekt zijn geboortehuis in Barcelona.
Uit deze jaren stammen zijn 50 Barcelona-litho's (1942), die aansluiten bij zijn werk uit de jaren dertig (donker). Ook maakte hij gouaches in heldere kleuren met romantische titels zoals vrouw bij het meer met een iriserende waterspiegel.

1944 - Met Josep Llorens Artigas maakt hij zijn eerste keramische object. Eerste bronssculpturen.

1945 - Werkt aan terracota-sculpturen en een serie schilderijen met zwarte of witte ondergrond.

Na WO II wou hij zijn kunst commercialiseren, zodat hij van de opbrengst zijn droomatelier zou kunnen laten bouwen.
Hij houdt zich na 1945 bezig met grafiek, keramiek, beeldhouwkunst (brons) en fingerpainting.

In ‘47 ging hij voor de eerste maal naar de Verenigde Staten waar hij gedurende enkele jaren een aantal grote opdrachten o.a. voor hotels uitvoerde (o.a. in Terrace Hilton Hotel, Cincinnati, Ohio, 1947; en in Harvard University Graduate School, 1950-51).

1954

Miró is vooral door zijn litho's uit de jaren '50 bij een breder publiek bekend geworden. In die tijd gebruikte hij vooral zeer eenvoudige tekens in pure kleuren.

1952 - Hij ontwikkeld een vrije, krachtige stijl, zoals te zien aan de muurschildering in het New yorkse Guggenheim Museum.

1954 - grafiek en keramiek bepalen vier jaar lang zijn werk.

1954 prijs voor grafische kunst van Biënnale van Venetië.

1955-1958 Hij realiseerde samen met vriend en keramiekkunstenaar Josep Llorens Artigas twee keramische muren ("Le Mur de la Lune" en "Le mur du soleil") in het Unescogebouw te Parijs. 18 Mei 1959 kreeg Miró van President Eisenhower de Guggenheimprijs voor zijn werk Le Mur du Soleil bij de Unesco.

1956 - Verhuizing van Barcelona naar Palma de Mallorca, waar architect Sert het atelierhuis ‘Son Abrines' voor Miró bouwt.

In de jaren zestig hield hij zich samen met Llorens Artigas veel bezig met keramiek en beeldhouwwerken. Voor beeldhouwwerken maakte hij modellen met gevonden materiaal, later maakte Artigas hiervan sculpturen in klei. De sculpturen gemaakt tijdens de tweede helft van de jaren zestig zijn een humoristische mengeling van objecten en kleuren. Zijn schilderijen werden tijdens deze periode weer leger.

1968 - Grote tentoonstelling in Barcelona in het ‘Miró-jaar'. De stad geeft de architect Sert opdracht voor de bouw van een Miró-museum.

1973 - Joan Miró wordt tachtig en ontvangt talrijke eerbewijzen.

1976 - Officiële opening van het Fundació Joan Miró museum in Barcelona.
In 1975 ontwierp de architect Josep Lluis dit museum; een wit strak gebouw met een permanente tentoonstelling van zijn werk.

De komende periode vervaardigd hij keramische muurschilderingen voor het UNESCO-gebouw in Parijs en produceert hij grote abstracte schilderingen met tekens in heldere kleuren, onder invloed van de Amerikaanse schilderrkunst.

Vanaf 1977 heeft hij nog diverse opdrachten. O.a. monumentale beeldhouwwerken in Madrid en Chicago.

1978 Keramische wand in het Wilhelm-Hackmuseum te Ludwigshafen (55 meter lang).

1983 - Miró wordt negentig. Zijn verjaardag wordt over de hele wereld gevierd met eerbewijzen en tentoonstellingen. Fundació Joan Miró toont werk uit de twintiger jaren. In de winter verslechtert de gezondheidstoestand van Miró. Hij sterft op 25 december in Palma de Mallorca en wordt in Barcelona begraven.

Werk van Miro is te zien in het Museum of Modern Art te New York, het Museum of Art te Baltimore, het Museum of Art te Philadelphia, het Musée national d'art moderne au centre Pompidou te Parijs en in de Fundacion Joan Miro in het Park Montjuich te Barcelona. (WPE)

Miro's invloed op Nederlandse kunstenaars:
Miró creëerde een geheel eigen, imaginaire wereld vanuit zijn onderbewuste. In het interbellum vond hij in Parijs aansluiting bij de surrealisten. Zijn werk werd rond 1950 bijna jaarlijks getoond door de Parijse galerie Maeght, waar Constant het voor het eerst zag. Piet Ouborg maakte er al voor de Tweede Wereldoorlog kennis mee, toen hij in Indonesië verbleef. Hoewel van een vroegere generatie, slaagt Ouborg erin zich onder invloed van Miró ingrijpend te vernieuwen door vrijwel geheel abstract te gaan werken. Bij Anton Rooskens en Theo Wolvecamp uit Miró's invloed zich in het gebruik van lijnen die figuren suggereren, en van de typerende primaire kleurvlakken met afgeronde hoeken. Jan Nieuwenhuijs concentreert zich op de figuratieve elementen uit Miró's werk. Rond 1949 worden zijn schilderijen bevolkt door sprookjesachtige figuren, die net als bij Miró, in een magische ruimte lijken te balanceren.
Miró's invloed op Nederlandse kunstenaars heeft ook een spiritueel aspect. Zijn verwijzingen naar het collectieve bewustzijn en het individuele onderbewustzijn vinden ondermeer navolging bij Wim de Haan.
Naast aantoonbare invloed op diverse kunstenaars, is Miró ook aanwezig in de vormgeving van het Nederlandse interieur van de jaren vijftig. Ook hier vinden we weer de karakteristieke lijnvoering en afgeronde, organische vormen terug. Het lijkt wel alsof het Nederlandse publiek eerst via de toegepaste kunst gewend raakte aan de moderne vormentaal, om pas vervolgens tot acceptatie van de moderne beeldende kunst te komen.
(bron: Stedelijk Museum Schiedam )

Zie ook: websthetica


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 859.