kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 21-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Joëlle Tuerlinckx

Belgische kunstenares, installatie en videokunstenaar, geboren in 1958 te Brussel, werkt en woont in Brussel.

Sommige werken van Joëlle Tuerlinckx lijken op het eerste gezicht erg chaotisch en moeilijk leesbaar. De Brusselse kunstenares maakt dan ook geen hapklare kunstobjecten. In haar dagboeken noteert ze wat ze waarneemt en daarbij ervaart. Voor tentoonstellingen werkt ze in situ aan bijna immateriële installaties waarin ze met minimale middelen (bijvoorbeeld licht, kleur en papier) en elementaire handelingen patronen creëert die een dialoog aangaan met de architecturale ruimte. Hierbij concentreert ze zich volledig op het proces van de creatie: elke handeling laat een spoor na dat reageert op het geheel. Deze reactie is essentieel en bepaalt vorm en inhoud van de volgende handeling.
Tijdens deze creatie is het resultaat onbekend. Het wordt een mogelijke schikking van zorgvuldig uitgekozen materialen en andere middelen (bijvoorbeeld licht, geluid, video, projectie) in de ruimte. Een ritmisch landschap waarin elk onderdeel herinnert aan een moment. Een onderzoek naar de vatbaarheid van de tijd. - (oeuvre van de Brusselse kunstenares Joëlle Tuerlinckx te doorgronden. Uiterst subjectieve, persoonlijke maatstaven liggen ten grondslag aan haar werken die een nietige, zelfs nietsige indruk kunnen maken en waarin schijnbaar onbetekenende details tot onderwerp zijn verheven.
De aangewende materialen, voornamelijk papier en spaanplaat hebben een provisorisch, goedkoop uiterlijk. Her en der opgestelde objecten bezitten nauwelijks aanwijsbare sculpturale kwaliteiten en de videobeelden die op monitors en als projectie verschijnen lijken zonder betekenis of belang, evenals de stemmen, die op gezette tijden uit de luidsprekers opklinken. Het lijkt zelfs wel of er helemaal geen sprake is van kunst.
Toch horen haar installaties en geluiden in het museum thuis. Het gáát over kunst, namelijk over hoe het ontstaan van een kunstwerk kan samenvallen met het proces van waarnemen. Er bestaat volgens Tuerlinckx een onverbrekelijke band tussen het mentale en fysische domein, tussen idee en uitvoering. Kunstwerken zijn op te vatten als geconcretiseerde, gestolde momenten in een doorgaand artistiek proces, en ook een tentoonstelling is te beschouwen als een – tijdelijke - bevriezing van een reeks werken in een bepaalde samenhang. Tuerlinckx, echter, weigert haar werk tot stilstand te laten komen, in een vorm te fixeren. Er bestaat in haar optiek ook geen onderscheid tussen het ontstaansproces en het tentoonstellen: scheppen is tonen en omgekeerd. Haar werken zijn zodoende op te vatten als blijvend onaffe voorstellen. Vanuit het perspectief van een wereld in constante beweging probeert ze in een eindeloos creatief proces het begrensde - een kunstwerk, een tentoonstelling - met het onbegrensde – het idee, het artistieke proces - te verzoenen. - Biografie
Begin jaren ‘90 trad Joëlle Tuerlinckx naar buiten met tentoonstellingen die expliciet het gegeven ‘tentoonstelling’ als medium hanteerden, via ingrepen die zich op de rand van het zichtbare ophielden, zoals stukjes gekleurde plasticine die nauwelijks boven de spleten in de parketvloer uitkwamen of op de grond geschilderde vlekjes.

Haar werk is getoond in solo en groepstentoonstellingen onder meer in het Centre d'Art Contemporain (Lausanne, 1990, cat.), Musee des Sciences Naturelles (Brussel, 1983), I.S.E.L.P. (Brussel, 1985), Paleis voor Schone Kunsten (Brussel, 1988 en 1993, cat.), Centre Regional d'Art Contemporain Midi-Pyrenees (Toulouse, 1990, cat.), Galerie des Archives (Parijs, 1992), Goethe Instituut (Brussel, 1993, cat.), Sint-Pietersabdij (Gent, 1993, cat.), NeuerAachener Kunstverein (Aachen, 1993), Witte de With (Rotterdam, 1994), Ludwig Forum (Aachen, 1994, cat.), Palais des ArtsEcole des Beaux Arts (Toulouse, 1994), en Inside the Visible, Begin the Beguine (Kortrijk, 1994).

Pas d'histoire, pas d'histoire
In 1994 creëerde Joëlle Tuerlinckx haar eerste belangrijke individuele tentoonstelling Pas d’histoire, pas d’histoire (geen toestanden, geen toestanden) in museum Witte de With in Rotterdam. Haar tentoonstelling werd één van de grote verrassingen van dat jaar. In de monumentale zalen van het Rotterdamse kunstcentrum lagen dunne slierten plasticine in rechthoeken op de grond, gekleurde confetti was in wisselende patronen op de wand geplakt, propjes papier vormden lijnen van verschillende lengten op de vloer. Janneke Wesseling schreef destijds in de NRC (25-11-'94) over deze bijna objectloze, immateriële tentoonstelling: “Tuerlinckx wil bereiken dat haar werk ‘zweeft rond de grenslijn van reëel en virtueel'. Het lukt. Haar confetti en verfrommeld papier zweven tussen werkelijkheid en illusie. Er worden volkomen illusoire grenzen en patronen in de ruimte zichtbaar die een wisselwerking aangaan met de werkelijke architectuur.”

Sinds 1994 nam Tuerlinckx deel aan belangrijke internationale groepstentoonstellingen, waaronder 'Inside the Visible' (Boston/Washington/Londen/Australië) in 1996/97, 'Lost in Space' in 1997 in het Kunstmuseum Luzern, 'Manifesta 3' in 2000 in Ljubljana, 'Orbis Terrarum' in Antwerpen en Documenta 11 te Kassel in 2002.

B.O.O.K.
In dit omvangrijke werk documenteert Tuerlinckx haar eigen oeuvre, niet enkel met foto's van gerealiseerde tentoonstellingen, maar met allerlei materiaal dat concrete realisaties net voorafgaat of begeleidt. Zo omvatten de 106 volumes onder meer voorafgaandelijke studies, schema's, ideeën, persoonlijke bemerkingen, tentoonstellingsscenario's, titelfragmenten, uitvoerige materiaalbeschrijvingen en correspondenties met musea en galeries. Evenzeer als de concreet gerealiseerde tentoonstellingen geven deze documenten haar werk gestalte. Gebruikte elementen worden telkens hernomen, met nieuwe vondsten gecombineerd, verder uitgewerkt en getransformeerd. Het boekwerk B.O.O.K. is de noodzakelijke vergaarplaats van al deze kruisende trajecten; een levendige archiefruimte van materiaal dat de aanzet is voor gerealiseerde en toekomstige projecten.

1999 S.M.A.K. / This book, like a book
In de solotentoonstelling in het S.M.A.K. stond het boekwerk B.O.O.K. centraal. Zoals de titel laat vermoeden, wilde de tentoonstelling als een boek zijn. Met tal van fragmenten uit haar oeuvre gaf Tuerlinckx doorheen de ruimte de mogelijkheid tot een lezing van haar werk.
Bij het realiseren van de begeleidende publicatie kreeg de kunstenaar de volledige vrijheid. Zoals het colofon vermeldt, fungeert This book, like a book als een referentieboek, als het boek voor de 106 volumes van het werk B.O.O.K. De catalogus biedt een gecondenseerde versie van het overkoepelende B.O.O.K. Net zoals B.O.O.K. fungeert de catalogus als een documentaire ruimte. Naast het geheel aan gerealiseerde tentoonstellingen, wil ook This book, like a book de tentoonstelling in het S.M.A.K. aanvullen.
Gebruik makend van de eenvoudige spiegeling van het tentoonstellingsconcept – een tentoonstelling als een boek – werd de catalogus opgevat als een ruimte naast de tentoonstelling – een boek als een tentoonstelling. Deze omkering heeft echter merkwaardige gevolgen: De transformatie die het werk van Tuerlinckx heeft ondergaan, ging ten koste van een cruciale kwaliteit. Typerend voor het werk van Tuerlinckx is immers de wijze waarop ze de densiteit aan denkpistes in haar oeuvre weet te vertalen naar boeiende ruimtelijke installaties. Door telkens opnieuw de condities van het tentoonstellen te bevragen, leidt dit in concrete tentoonstellingsruimtes tot wat Frank Vande Veire een 'verijling van het tentoongestelde' noemt. Net die verijling maken tentoonstellingen van Tuerlinckx tot een zeer merkwaardig balanceren tussen onderhuidse complexiteit en zichtbare eenvoud. In de publicatie van de tentoonstelling in het S.M.A.K. is die balans echter eerder problematisch. Er zit een te groot verschil tussen de wijze waarop Tuerlinckx haar artistieke denken heeft vertaald naar de ruimte van de tentoonstelling enerzijds en naar de ruimte van het boek anderzijds. Waar de tentoonstelling in het S.M.A.K. een persoonlijke lectuur van haar eigen werk toeliet, wordt elk ‘lezen' van het boek geblokkeerd. De publicatie is van begin tot einde letterlijk volgestouwd met ellenlange materiaalbeschrijvingen, kleurlijsten, een overzicht van catalogi, affiches, tentoonstellingstijdstippen, collecties. Dat hiermee een fundamentele karakterisitiek van het medium 'boek' in vraag wordt gesteld, met name de leesbaarheid, ligt als argument te veel voor de hand. Daarvoor wil This book, like a book trouwens iets te veel naslagwerk zijn. De onderhuidse ambitie om toch ook catalogus te zijn, zorgt ervoor dat het niet genoeg op zich staat als boekwerk. In het depot van het S.M.A.K. gaf Tuerlinckx haar boekwerk B.O.O.K. een leesbare variant, maar in de ruimte van het boek werkt de gecondenseerde versie eerder verstikkend.
Joëlle Tuerlinckx, This book, like a book werd in 1999 uitgegeven door Snoeck-Ducaju & Zoon en wordt verdeeld door Exhibition International, Kolonel Begaultlaan 17, 3012 Leuven (016/29.69.00), ISBN 90-5349-292-5.

Nieuwe projecten, Nouveaux Projets D.D.
Over haar tentoonstelling antwoordde Joëlle Tuerlinckx destijds op de vraag ‘Joëlle Tuerlinckx, wat doet u en als u geen timmerman bent, wie bent u?' ‘Ik doorkruis ruimtes en exploreer de specifieke tijdsdelen bij elk van deze doortochten, ik observeer hoe deze ruimtes – hier in het Museum Dhondt-Dhaenens – op mij overkomen (…) eigenlijk observeer ik hoe de ruimte de mens doordringt en hoe hij de mens op zijn beurt die tijdsblokken, die zelf deel uitmaken van en over-lopen vanuit deze ruimtes, in zich draagt. (…) als zien en lopen werk zijn, wel dan werk ik door te lopen en te zien, het is het moeilijkste om te stoppen, ik stop, ontwikkel vormen van zichtbaar-heid, ik ga verder in de ruimte tot waar de vloer muur wordt en de muur begint te twijfelen aan zijn kwaliteiten of zijn naam ‘muur', ik werk tot het omgekeerde te voorschijn komt net onder de verschijning en het is op dat moment, of het nu de hand is of het hele lichaam die het zegt, als ik het gebouw wordt, als ik die steen daar, het venster hier wordt, als ik het museum wordt en waarschijnlijk de volledige tuin van Dhondt-Dhaenens erbij, het is op dat moment dat ik stop en dat de tentoonstelling begint.'
In de catalogus voor de tentoonstelling Nieuwe Projecten nouveaux projets D.D. in het Museum Dhondt-Dhaenens te Deurle doet zich iets gelijkaardigs als in haar 'This book, like a book' voor. Ook hier gedraagt de publicatie zich als een zelfstandige ruimte, en ook hier valt ze eerder mager uit ten opzichte van de ruimtelijke kracht van de tentoonstelling. In de ruimte van Dhondt-Dhaenens slaagde Tuerlinckx erin om de handeling van het inventariseren te vertalen in een uiterst intrigerende en suggestieve installatie. Zo werd de tentoonstelling ‘ruimtelijk' gedomineerd door een klankband. Op die band werd in gebrekkig Frans een ‘lezing' gegeven uit het archief van het museum, met fragmenten van de ontstaansgeschiedenis, het bouwproces, de collectie. De wijze waarop hiermee de context van het museum ‘geëvoceerd' werd, zat je als toeschouwer (en luisteraar) dicht op de huid. Op het moment dat de tekst van die klankband – die eigenlijk gebaseerd is op een ordinaire selectie uit het archief van het museum – in het boek wordt afgedrukt, verliest deze echter het grootste deel van haar zeggingskracht. Hoe Tuerlinckx erin slaagde om een dergelijke nodeloze opsomming te 'verruimtelijken', wordt in afgedrukte vorm onderuitgehaald. Ook de in de publicatie afgedrukte foto's en de andere opsommingen – van onder meer de collectie, de logistiek, het materiaalgebruik van de werken in de collectie – kunnen niet onmiddellijk overtuigen. De lezer krijgt ook hier het gevoel dat diegene die zijn zin heeft mogen doen, er eigenlijk het meest profijt uit heeft gehaald.
Nieuwe Projecten nouveaux projets D.D. werd uitgegeven door Museum Dhondt-Dhaenens, Museumlaan 14, 9831 Deurle (09/282.51.23).

Brussel toonde ze een verzameling van experimenten met beeld- en klankmateriaal. Hierin zet ze haar onderzoek naar de relatie tijd/ruimte verder.

2001 Bonnefantenmuseum Maastricht - A stretch museum scale 1:1
Een overzichtstentoonstelling van de Belgische kunstenares Joëlle Tuerlinckx. Onder de titel 'A Stretch Museum, Scale 1:1' neemt zij de architectuur van het museum als uitgangspunt en tracht zij de normale ervaring van ruimte en tijd te manipuleren. In meerdere opzichten kan het een experimentele tentoonstelling genoemd worden. Zo zijn bijna alle kunstwerken nieuw en speciaal voor deze tentoonstelling gemaakt. A Stretch Museum, Scale 1:1 krijgt dan ook pas gestalte tijdens de opbouw. Ook voor Tuerlinckx is het spannend: “dit is de eerste keer in mijn leven dat ik word geconfronteerd met échte architectuur, met schaal en proportie”.
In A Stretch Museum, Scale 1:1 heeft de kunstenares zichzelf de taak gesteld de zintuigen van de bezoeker zodanig te manipuleren dat deze zijn of haar normale ervaring van ruimte en tijd verliest. Het is een spel, waarbij het museum een vrijplaats wordt voor de verbeelding. Tuerlinckx manipuleert de museumzalen op zo'n manier dat de bezoeker de indruk krijgt een maquette te betreden. Maar dan wel één op reële schaal (1:1). Bijna alle zalen worden bijvoorbeeld losjes behangen met papier in felle en fluorescerende tinten waarin doorgangen zijn geknipt. Wandvullende foto's en videoprojecties tonen eenvoudige handelingen en waarnemingen uitvergroot op reuzenformaat, de lichtlamellen gaan open en dicht waardoor ruimten, projecties en objecten voor het oog verdwijnen en weer verschijnen. Daardoorheen, daarboven, daarnaast en daarin toont Tuerlinckx uitgebreid haar dagboeknotities, haar persoonlijke tijdmeetinstrumenten (étalons), ronde schijven en constructies van papier, hout, glas, perspex en tientallen films.

Wandschilderingen, video, licht- en geluidsinstallaties, belooft het persbericht bij A stretch museum scale 1:1. ‘Wandschilderingen' klinkt naast de andere drie media wat vreemd en archaïsch. Het doet in eerste instantie denken aan klassieke fresco's, die met levensgrote taferelen een nadrukkelijke impact hebben op de beleving van de architectuur. Maar Tuerlinckx' werk associeer je niet meteen met zo'n monumentale kunstvorm. Ze concentreert zich doorgaans op discrete en zeer subtiele ingrepen.

Zo vulde ze tijdens een tentoonstelling in de antichambres van het Brusselse PSK, enkele jaren geleden, spleten in de houten vloer met fijne streepjes plasticine. Die groeven zich letterlijk in de vloer van de zaal in, en lieten zich alleen nog opmerken door de kleur en het materiaal. Zo'n installatie toont hoe Tuerlinckx naar het kleinst mogelijke verschil zoekt tussen werk en achtergrond, hoe ze het punt opzoekt waarop een kunstwerk nog maar net te onderscheiden is van zijn omgeving. Een oppervlakte uitgezet met papierpropjes; strepen van doorzichtige plastic film op een witte muur; een micaplaat voor een open deur. Niet de objectwaarde van een kunstwerk maakt het los uit zijn omgeving; daarvoor zorgen subtiele materiële eigenschappen zoals reflectie, textuur, omkadering en transparantie. Door het verschil tussen werk en achtergrond te ondergraven, wil Tuerlinckx precies de aandacht op die achtergrond, op de omgeving van een werk vestigen. Met haar ingrepen presenteert ze de achterliggende wand of de vloer als essentieel onderdeel van het werk. In die zin zijn haar werken inderdaad wandschilderingen; alleen bedekken ze geen muren, maar tonen ze of presenteren ze die juist. Ze zijn, zoals klassieke fresco's, nadrukkelijk bepalend voor de ruimte waarin ze zich ophouden.

In de tentoonstelling A stretch museum scale 1:1 wordt de relatie tussen ‘wandschildering' en architectuur nog verder onderzocht. Het Bonnefantenmuseum confronteert Tuerlinckx in elk geval met een nieuwe situatie. Het is één van die recente grote musea die ontworpen werden door sterarchitecten, al gaat het dit keer om een traditionele sterarchitect, Aldo Rossi. Tuerlinckx' werk is opgesteld in elf museumzalen: grote, witte volumes, meestal verlicht via een glazen dak en aaneengeschakeld in een tamelijk klassiek parcours. Het is meteen de eerste keer dat Tuerlinckx in zo'n grootschalige en afgeschermde omgeving tentoonstelt. Haar aanpak is dan ook verschillend. Slechts twee zalen zijn gevuld met ‘klassieke' Tuerlinckxinstallaties: kleine voorwerpen uit lichte materialen, die uiterst precies geordend en geschikt zijn. Tientallen stroken papier, sommige met voetstappen op, liggen uitgespreid over de vloer van een zonverlichte ruimte. In de andere, donkere zaal zijn de voorwerpen dan weer keurig op een tafel geschikt, als om een inventaris op te maken. De beide zalen bevinden zich aan het begin van het parcours en geven samen een introductie op en een achtergrond voor wat volgt.
In de overige acht zalen werkt Tuerlinckx het concept ‘wandschildering' verder uit. De grootste zaal is bijna leeg. Op de vloer liggen enkel een houten lat, een zwarte plaat, een VCR en twee luidsprekers; onopvallende voorwerpen die bovendien zijn opgesteld in twee hoeken, waardoor de aandacht direct naar de zaal zelf gaat. De vloer en het plafond zijn gebleven wat ze zijn; we zien een houten oppervlak en, vaagweg, de structuur van het daklicht. De wanden van de zaal zijn echter bijna volledig met stroken groen papier bedekt, losweg aan elkaar geniet. De stroken reflecteren het licht, de ruimte gloeit lichtjes groen. Dan wordt het donkerder, het licht neemt af, de gloed verandert. Boven het daklicht zijn zonneblinden geïnstalleerd, die volgens een bepaald patroon open en dicht gaan. De video toont cirkels, roosters die ingekleurd worden, en een hand die onverstoorbaar puntjes zet. En er is muziek.
Door de deuropeningen zijn andere zalen te zien, variaties op dezelfde thema's: wanden met monochrome papierstroken, een veranderende lichtinval, minimale voorwerpen en projecties. De ruimten vormen een zintuiglijk parcours dat constant verandert van kleur, helderheid en reflecties. Het maakt van deze zalen een omgeving waarin je tot steeds wisselende parcours en invalswegen wordt uitgenodigd. Opnieuw gebruikt Tuerlinckx haar werk om de omgeving te tonen. Maar de omvang van het museum nodigde haar uit om minder de achtergrond (zoals een muur) te ‘tonen', en meer de ruimte. Zo zoekt ook de installatie een relatie met de ruimte rondom, en de personen die er zich in ophouden; en zo werkt deze installatie opnieuw als een wandschildering, of beter, als een ‘ruimteschildering'. De kleurverschillen tussen de ruimtes, de gradaties tussen donker of verlicht, en de diverse materialen genereren een niet aflatende stroom van waarnemingen.
Het einde van de wandeling voert opnieuw langs het vertrekpunt: de twee zalen met ‘klassieke' Tuerlinckxinstallaties. De ‘inventariszaal' ontbindt als het ware de tentoonstellingswandeling in haar bestanddelen: we zien minimale voorwerpen, publicaties en projecties die zich autonoom naast elkaar bevinden, los van hun vroegere omgeving. Een video toont twee mannen die de papierstroken aan de muren bevestigen. De laatste zaal tenslotte, de ruimte vol papierstroken en voetstappen, ontmantelt de wandeling zelf. De stappen van de bezoeker en de stappen op het papier gaan wel in een tegengestelde richting, maar ze verdubbelen elkaar ook. De wandeling door de zalen wordt hier gerelativeerd, ze gaat over in de wandeling van anderen, en uiteindelijk in de wandeling buiten.

Documenta 11
Een zaal is geheel ingericht met video- en diawerk. Zelf noemt zij het: “een ruimte van 15 minuten, 7 seconden, in 22 voetstappen, om een gevonden zin*”. Het sterretje verwijst naar de zin: AQUI HAVIA HISTORIA-CULTURAAGORA0 (Hier hebben we geschiedenis-cultuur heeft ), die de kunstenares vond op een wand van een kerk in Lissabon. Deze zin verenigt het concrete en het cryptische, wat kenmerkend is voor haar werk.

Een voorstel voor het Bonnefantenmuseum, 2001 - 2003
Joëlle Tuerlinckx concipieerde speciaal voor de collectie van het Bonnefantenmuseum twee zaalvullende installaties, een grote lichte ruimte getiteld Tentoonstellingszaal 1 en een kleine, deels verduisterde ruimte, de Cinemazaal. Ze heeft hiermee een gelaagd en complex werk gecreëerd dat zowel haar omvangrijke solo in dit museum (voorjaar 2001), als haar installatie tijdens de laatste Documenta in herinnering roept. Het betreft hier overigens een 'work in progress'. In het voorjaar van 2004 zal Tuerlinckx, met het inrichten van een derde zaal, de gehele installatie met de overkoepelende titel: A STRETCH MUSEUM SCALE 1:1 afronden.

Ze had solotentoonstellingen in de Renaissance Society, Chicago (2003), in de Badischer Kunstverein (2004) en in The Drawing Center, New York (2006). 'After Architecture After' is haar eerste grote project in België sinds haar tentoonstelling in het Gentse SMAK (1999). - (Joëlle Tuerlinckx internationaal grote indruk in het MAMCO in Genève. In 2008 creëerde ze een even indrukwekkende individuele tentoonstelling in de Weense galerie St. Stephan Rosemarie Schwarzwälder.

16 november 2008 - 01 februari 2009 Fries Museum - EEN, TWEE, VEEL (Joëlle Tuerlinckx in Mechelen een nieuwe muurschildering. Met plakband liet ze een kruis op de muur afplakken. Daarna overschilderde ze de muur met dezelfde verf. Tot slot verwijderde ze de plakband. Het kruis is bijna niet waarneembaar, maar toch ontegensprekelijk aanwezig. Met dit soort van subtiele, efemere ingrepen weet Tuerlinckx niet alleen de ruimtelijke ervaring fundamenteel te veranderen, maar zet ze bij de toeschouwer allerlei denkprocessen in gang. Met de trefzekerheid van de allergrootsten voegt ze poëzie en schoonheid aan de werkelijkheid toe.

2009 Beeldend kunstenares Joëlle Tuerlinckx is gelauwerd met de CultuurPrijs Vlaanderen 2008.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2055.