kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 20-10-2008 voor het laatst bewerkt.

Johan Barthold Jongkind

Nederlands schilder, aquarellist, etser en lithograaf, 03.06.1819 Latrop - 27.02.1891 La Côte-Saint-André.

Johann Barthold Jongkind werd opgeleid in het atelier van Andreas Schelfhout. In 1843 ontvangt hij van koning Willem II een beurs om zijn opleiding voort te zetten aan het atelier van de Franse schilder Eugène Isabey (1803-1886). Langzaam verandert Jongkinds stijl. De verfijnde romantische toets wordt losser en vrijer en zijn kleurgebruik lichter en vrolijker. Samen met de Franse schilder Eugène Boudin (1824-1898) is hij meestal te vinden aan de Normandische kust. In de zomer krijgen Boudin en Jongkind bezoek van jonge impressionisten als Monet en Manet. De impressionisten worden sterk geïnspireerd door de nieuwe schilderwijze van Jongkind en Boudin. Omdat men in Frankrijk zeer gesteld is op Jongkinds schilderijen met Hollandse onderwerpen, keert hij nog een aantal malen terug naar Nederland. Hij kiest dan ook voor typische onderwerpen als molens, schaatsers en havengezichten. Vanwege hun grote invloed op de impressionisten worden Jongkind en Boudin pre-impressionisten genoemd. Na Vincent van Gogh wordt Jongkind als Nederlands invloedrijkste 19e eeuwse schilder beschouwd. De schilderijen van Jongkind hebben niet allemaal dezelfde hoge kwaliteit, die zijn aquarellen wel kenmerken.

Leerling van A. Schelfhout. In 1845 met Isabey naar Parijs. Uit Parijs kwam hij vaak naar Holland. Hij woonden dan te Rotterdam en schilderde riviergezichten, dikwijls bij maan- en avondlicht. Ook in Frankrijk schilderde hij rivier- en havengezichten, verder motieven uit Parijs en Nevers en later van de hoogvlakte van Le Dauphiné. Behalve schilderijen maakte hij aquarellen en etsen. Hij wilde de beweging van licht, water en wolken vastleggen. In Frankrijk verfijnde zijn kleur- en toongevoel. Evenals Corot en Dupré schilderde hij de atmosfeer van het landschap, maar hij bleef daarbij typisch Nederlands. Zijn invloed op Claude Monet is onmiskenbaar. Ook als etser is hij van grote betekenis geweest. (Summa; 25 eeuwen 273)

biografie
Johan Barthold Jongkind is op 3 juni 1819 geboren in het Overijsselse Latrop (op oude kaarten Latdorp genoemd) bij Denekamp als achtste van tien kinderen.

1820 Zijn vader wordt in Vlaardingen tot belastingambtenaar benoemd. De familie verhuist. Johan-Barthold brengt zijn jeugd door in voornoemde stad en eveneens in Maassluis, beide steden aan de Maas gelegen, ten westen van de haven van Rotterdam.

1831 Verdrag van Londen dat een scheiding teweegbrengt voor de Verenigde Provinciën en Zuiden en Noorden verdeelt in twee verschillende landen : Nederland en België.

1835 Johan-Barthold verlaat de school en gaat werken als notarisklerk.

1836 Op 18 juli overlijdt zijn vader.

1837 Jongkind overtuigt zijn moeder, die veel vertrouwen in hem heeft, om hem een carrière te laten uitbouwen als kunstschilder. Johan-Barthold gaat studeren aan de Tekenacademie in 's Gravenhage.

1838 Zijn leermeester in 's Gravenhage is de kunstschilder Andreas Schelfhout (1787-1870).

1839 Eerste contacten met Charles Rochussen (1815-1894) waarmee hij bevriend wordt. Ze betrekken samen een woning. Via Rochussen komt hij in contact met Van Bronkhorst, secretaris van de Prins van Oranje, die een relatie tot stand brengt tussen de kunstenaar en de toekomstige Koning Willem III.

1842/1843 Om in zijn onderhoud te voorzien, organiseert hij vier loterijen, waarin telkens één van zijn werken de hoofdprijs is.

In de periode 1845-1855 bracht de kunstenaar afwisselend door in Frankrijk en Nederland. Jongkind verkocht weinig kunstwerken, waardoor hij een armoedig bestaan leidde.

1845 Isabey bezoekt Jongkind en nodigt hem uit, na het diens werk te hebben gezien, als zijn leerling te komen studeren in zijn atelier in Parijs. Van Bronkhorst, secretaris van de Prins van Oranje, beveelt Jongkind aan de Prins van Oranje aan, die hem een beurs verstrekt om zijn verblijf in Parijs te bekostigen. Jongkind volgt Franse les, maar zal zijn hele leven, zelfs na een verblijf van vele jaren in Frankrijk, het Frans met veel fantasie blijven uitspreken en schrijven !

1846 In maart vertrekt hij naar Parijs. Hij trekt in bij Eugène Isabey. Hij is dan 27 jaar oud.

1847 Eerste reis naar Normandië en Bretagne. Hij komt geregeld in het atelier van F.E. Picot (1786-1868) en van Alex Dupuis (xxxx-1854). Hij knoopt relaties aan met Eugène Ciceri (1813-1890), Kuytenbrouwer (1821-1987), Mevr. O'Connell (1823-1885), Antoine Etex (1808-1888), Théodore Chassériau (1819-1856), Isidore Pils (1823-1889), Félix Ziem (1821-1911) en anderen.

1848 Eerste deelname aan 'het Salon'. Terugreis naar Nederland in juni, waar hij tot december blijft. Van 24 juni tot 2 juli verblijft hij samen met Andreas Schelfhout in het paleis 'Het Loo'.

1849 Hij krijgt de bijnaam 'schilder van de Seine'.

1850 Een verlengde reis naar Normandië, waar hij Honfleur, Fécamp, Yport, Saint-Valéry-en Caux... bezoekt. Hij reist door tot in Bretagne met Eugène Isabey. Hij neemt deel aan 'het Salon'. Onmoet Joséphine, Clara, Mathilde ... en anderen. Isabey beschermt Jongkind in toenemende mate als een vader, toont interesse in zijn werk en discussieert met hem als hij van het rechte pad afdwaalt en zijn bewezen talenten in gevaar brengt.

1851 In het gezelschap van de heer en mevrouw Isabey gaat hij naar Normandië, bezoekt Le Havre, Abbeville, Rouen. Hij trekt verder door naar Bretagne en bezichtigt Morlaix, Brest Landernau, Chateaulin en Douarnenez.

1852 Hij ontvangt de medaille van de derde klasse op het Salon. Dit is het jaar waarin Gustave Courbet (1819-1877) zijn 'Begrafenis in Ornans' wordt tentoongesteld op het Salon. Hij ontmoet Constant Troyon (1810-1865), Pierre-Antoine Bonnardel (1824-1856) ... Jongkind beklaagt zich over zijn gezondheid, die niet verbetert ondanks zijn voorbeeldig en sober gedrag. In december van dat jaar ontvangt hij voor het laatst zijn toelage, hem geschonken door de Prins van Oranje, die intussentijd koning is geworden. Geldzorgen ontstaan. Hij zal tot het einde van zijn dagen blijven denken dat zijn toelage werd ingetrokken, omdat 'spionnen' negatieve berichten over hem overmaakten aan Koning Willem III.

1853 Hij bezoekt cafés. Ontmoet Gustave Courbet, Thomas Couture (1815-1879), Célestin Nanteuil (1813-1873), Nadar (1820-1910) ... Verkoopt wat schilderijen en aquarellen, vooral door bemiddeling van zijn vrienden. In zijn correspondentie spreekt hij over een mogelijke reis naar Engeland. Deze reis wordt betwist, daar men geen concrete sporen in zijn aantekeningen, noch in zijn werken kan terugvinden.

1854 Hij schildert Parijs en buitenwijken. Komt in contact met Poulet-Malassis (1825-1878), Alfred Cadart (1828-1875)

1855 Zijn moeder overlijdt op 23 augustus. Het Salon. Hij ontvangt geen beloning. Ergernis en allerhande zorgen drijven hem terug naar zijn moederland vluchten, waar hij eind november aankomt. Hij bezoekt Brussel, Utrecht, Amsterdam. Hij vestigt zich in Rotterdam.

1856 Op 11 maart organiseert de kunsthandelaar Vader Martin, de verkoop van een deel van Jongkinds werken, die hij in Parijs achterliet. Het magere resultaat is onvoldoende om alle schuldeisers te betalen.

1857 Vanaf zijn 'terugkeer' naar Nederland tot in maart 1860, regelmatige briefwisseling met Martin. Jongkind stuurt geregeld werken naar Parijs en Martin stuurt regelmatig in ruil 100-frank biljetten naar Rotterdam. Van eind juli tot november keert Jongkind terug naar de Parijs lucht. Tijdens een diner op 2 augustus is hij in het gezelschap van Gustave Courbet, Jean-Baptiste Camille Corot (1795-1875), Jean-François Millet (1814-1875) ... Bij zijn terugkeer naar Nederland krijgt hij het bezoek van Dr. Piogey, Nadar en Aldolphe Beugniet.

1858/1859 Uitwisseling van schilderijen en geld tussen Rotterdam en Parijs. Projecten om terug te keren naar Parijs. In 1858, tentoonstelling in Dijon, waar hij een zilveren medaille ontvangt. In 1859, tentoonstelling op 'het Salon' te Parijs, door bemiddeling van Martin.

1860 Een brief van 20 februari aan Eugène Boudin (1824-1898) bewijst dat Oscar-Claude Monet (1840-1926) Jongkind dood voor de kunst beschouwt; hij zal zijn mening herzien ! Op 7 april verkoop bij Drouot van werken van andere kunstenaars, waarvan de opbrengst voor Jongkind is bestemd, met name werk van : Adolphe-Félix Cals (1810-1880), Jean-Baptiste Camille Corot, François Bonvin (1817-1887), Narcisse Diaz (1807-1876), Eugène Isabey, Charles Daubigny (1817-1878), Henri Harpignies (1819-1916), Théodore Rousseau (1812-1867), Philippe Rousseau (1816-1887), Achille-François Oudinot (1820-1891), François-Henri Nazon (1821-1902), Eugène Lavieille (1820-1889), Félix Ziem en anderen. In totaal schonken 88 kunstenaars een werk. Het idee voor zo'n verkoop komt van graaf Armand Doria (1824-1896), bijgestaan door de schilder Adolphe-Félix Cals en kunsthandelaar Pierre-Firmin Martin, de Vader Martin genoemd. Eind april verlaat hij Rotterdam en gaat naar Parijs, vergezeld door Cals, die hem met toestemming van al zijn Parijse vrienden komt halen om ... al zijn schulden te betalen. Zijn terugkeer naar Parijs verloopt niet zonder incidenten. Martin neemt alle zorg op zich.

Een ander belangrijk feit in 1860 : bij Martin ontmoet Jongkind Mevr. Joséphine Borrhée-Fesser (1819-1891). Zelf schilderes, zal zij zijn partner worden, zijn 'verwante' zoals hij zelf schrijft in verscheidene brieven en dit tot het einde van zijn leven. Zijn eerste - ons bekende -brief aan Mevr. Fesser is gedateerd op 14 juli 1860. Dankzij deze ontmoeting leert Jongkind reeds het volgende jaar de Nivernais kennen en later de Dauphiné.

1861 Hij vestigt zich te Parijs in de rue Chevreuse nr. 9 (wat later nr. 5 wordt), in de buurt van Montparnasse, ver van de cafés van Montmartre. Hij zal dit verblijf bljven behouden tot zijn dood. Reis naar de Nivernais, waar de echtgenoot van Mevr. Fesser, Alexandre Fesser (1811-1875) werkt als kok. Jongkind werd geweigerd op 'het Salon', net als Jean-François Millet !

1862 Tocht in Normandië. Hij houdt halt in Le Havre, Sainte-Adresse en bezoekt onder meer Honfleur en Trouville. Eerste gloriejaren in Normandië, waar hij een overvloed aan werken zal scheppen. Knoopt vriendschap aan met Eugène Boudin, ontmoet Monet, Philippe Burty (1830-1890). Eerste etsen geïnspireerd op Nederlands themas. Lovend artikel van de hand van Charles Baudelaire (1821-1867) ter gelegenheid van de publicatie van die etsen in Le Boulevard.

1863 Weigering op het officiële Salon. Stelt drie doeken tentoon op het Salon des Réfusés. Ook mevr. Fesser stelt werk op dit Salon tentoon. Eerste langere verblijf te Honfleur.

1864 Tweede verlengd verblijf te Honfleur. Hij brengt een bezoek aan Rouen, Le Havre, Villerville, Pont-l'Evêque. Maakt diverse uitstappen naar de Saint-Siméonboerderij. Vriendschapsrelatie met de jonge Monet, 21 jonger dan hemzelf. Zijn financiële situatie verbetert. Zijn relatie met Monet verkoelt. Andere kunsthandelaars krijgen een grotere belangstelling voor Jongkind, waaronder onder meer Adolphe Beugniet, de vaste kunstdealer van Eugène Isabey, die ook 'handelt drijft' met Delacroix. Zijn privécliënteel groeit aan, waarvan de belangrijkste Jean-Baptiste Théophile is, genaamd Théophile Bascle (1824-1882), een wijnhandelaar uit Bordeaux.

1865 Hij stelt drie schilderijen tentoon op het Salon. Derde en laatste verblijf te Honfleur. Nieuwe ontmoeting met Boudin.

1866 Tentoonstelling van twee schilderen op het Salon. Van augustus tot september reist hij door Nederland, met tussenstops te Brussel, Antwerpen en Rotterdam.

1867 Tentoonstelling van twee schilderijen op het Salon. Een volgende reis naar Nederland, van midden augustus tot eind oktober, met verblijf te Antwerpen, Rotterdam, ...

1868 Hij stelt twee schilderijen tentoon op het Salon. Befaamde reeks 'Démolitions' van Parijs, zowel aquarel als in olieverfschilderij. Emile Zola wijdt ter gelegenheid van 'het Salon' op 1 juni, een uitgebreid artikel aan Jongkind, dat wordt gepubliceerd in l'Evénement Illustré. Terugkeer voor een verblijf in Nederland van 27 augustus tot 7 september. Verblijf in Rotterdam. Hij bezichtigt Den Haag, Dordrecht en Delft. Alexandre Fesser, de echtgenoot van Mevr. Fesser, gaat uit dienst bij de graaf van Montsaulnin in de Nivernais en aanvaardt werk bij de Marquis van Virieu. Deze relatie zal voor Jongkind het bezoek aan de Dauphiné betekenen, voor het eerst in 1873, ...

Op het persoonlijke vlak ging het Jongkind beter toen hij Madame Fesser ontmoette. Zij werd zijn toegewijde levensgezellin en hielp hem van zijn drankzucht en achtervolgingswaan af.

1869 Deelname aan het Salon met twee schilderijen. Laatste reis naar Nederland, verblijf in Rotterdam, Brussel, Bois-le-Duc (de geboorteplaats van Mevr. Fesser) en Antwerpen.

1870 Jaar van de Frankisch-Pruisische Oorlog. Hij vlucht weg uit het belegerde Parijs naar Nantes, waar men hem aanziet als een spion. Omwille van de oorlog, lang verblijf in Nevers. Start van de briefwisseling met Jules, zoon van Mevr. Fesser, wat ons een schat aan informatie bezorgt.

1871 Jongkind en Mevr. Fesser keren terug naar Parijs. Op donderdag 4 mei krijgt Jongkind het bezoek van Edmond de Goncourt (1822-1896), in gezelschap van Philippe Burty. In oktober wordt Paul Cézanne verwelkomd door zijn jeugdvriend Philippe Solari (1840-1906), die in hetzelfde gebouw als Jongkind (rue de Chevreuse nr. 5) woont. In december komt Emile Zola (1840-1902) op bezoek.

1872 Zola publiceert op 24 januari een lovend artikel over Jongkind in de krant La Cloche. Deelname aan het Salon met een olieverfschilderij. Hij werkt veel aan Parijse stadsgezichten.

1873 Hij wordt geweigerd op het Salon. Van dan af zendt hij geen enkel werk meer in. Eerste verblijf in de Dauphiné voor een paar mooie dagen met Mevr. Fessers zoon Jules, die in de Dauphiné werkt bij de graaf van Virieu . Trip naar het zuiden : Avignon en Marseille. Verblijf in Nivernais.

1874 Hij brengt de zomer door, de laatste in Nivernais en de Dauphiné. Dit is het jaar van de eerste impressionisten-tentoonstelling. Deelname van Boudin, doch niet van Jongkind.

1875 In maart overlijdt Alexandre Fesser, echtgenoot van Mevr. Fesser. Verblijf in de Dauphiné, Pupetière, Grenoble en Chambéry. Uitstappen in Zwitserland, naar Genève, Lausanne, Nyon. Jaar van overlijden van Corot. Jongkind woont de begrafenis bij. Jaar van overlijden van Jean-Baptiste Carpeaux (1827-1875) en Jean-François Millet (1814-1875) ...

1876/1877 Hij verdeelt zijn tijd over Parijs en Pupetière in de Dauphiné. Veel aquarellen van de Dauphiné in de 'vallei van Pupetière'.

1878 Jules koopt de villa 'Beau-Séjour' in Côte-Saint-André. Tot aan zijn dood blijft dit Jongkind's adres op het platteland, terwijl de rue de Chevreuse dat in Parijs blijft. Vanaf nu zal hij, op enkele uitzonderingen na, de zomers in de Dauphiné en de winters in Parijs doorbrengen.

1879 Eerste olieverfschilderijen 'Parijs onder de sneeuw'.

1880 Eerste winter in de Dauphiné, sneeuwlandschappen van het platteland. Tocht naar het zuiden met uitstappen naar Marseille, Avignon, Sorgues, Nimes, Narbonne, Béziers, Sète, La Ciotat, Pont-Vendres, Toulon.

1881 Winter in Côte-Saint-André, lente in Parijs. Mentale labiliteit. Alcoholmisbruik.

1882 Paul Détrimont, kunsthandelaar in Parijs en persoonlijke vriend van Jongkind, organiseert een tentoonstelling van Jongkind's werken in zijn galerij. Jongkind is in de Dauphiné en gaat voor die gelegenheid niet naar Parijs. Dit zal gedurende zijn leven de enige tentoonstelling zijn, waar enkel werk van Jongkind wordt geëxposeerd.

1883 Als gevolg van het overlijden van Théophile Bascle op 31 december 1982 wordt zijn collectie in het Parijse Hotel Drouot op 12, 13 en 14 april 1883 verkocht. Groot aantal werken van Jongkind : 83 olieverfschilderijen en 21 aquarellen. De schilderijen halen zeer hoge prijzen.

1884 Zijn oude paranoïde ideeën blijven aanwezig. Hij dwaalt over heuvels en dalen in de Dauphiné, knoopt hij vriendschap aan met de landelijke bewoners en hun kinderen.

1885 Naarmate de jaren voorbijgaan, worden zijn verblijven in Parijs steeds korter. Inhuldiging van een gedenkplaat op het huis van Hector Berlioz (1803-1869) in Côte-Saint-André. Bartholt Jongkind bevindt zich niet onder de officiële genodigden. Hij noteert de tekst van de gedenkplaat in zijn schriften.

1886 Zijn onderwerpen behelsen voornamelijk de Dauphiné en Côte-Saint-André. Toch schildert hij ook 'herinneringen' van Honfleur, Parijs, Nederland, etc. ...

1887 Een wat langer verblijf in Parijs, waar hij het bezoek krijgt van Henri Rochefort (1831-1913). Hij maakt een aantal schetsen en schilderijen van de Luxemburgse tuin.

1888 Hij maakt nog steeds een indrukwekkend aantal aquarellen en schetsen, maar is niet langer op zoek naar kopers.

1889 Hij brengt de maand augustus door in Parijs voor l'Exposition Universelle waar hij Mevr. Fesser's kleinkinderen vergezelt. Hij brengt de winter door in Côte-Saint-André en lijdt onder hallucinaties.

1890 Laatste reis naar Parijs gedurende de zomer. Het standbeeld van Berlioz wordt op 28 september in Côte-Saint-André ingehuldigd.

1891 Op 27 januari wordt hij opgenomen in het gesticht Saint-Robert te Saint-Egrève, bij Grenoble, waar hij op 9 februari overlijdt. Hij wordt op 11 februari begraven op de begraafplaats van Côte-Saint-André. Op 23 november, datzelfde jaar, overlijdt ook Mevr. Fesser. Zij liggen zij aan zij begraven, op het kerkhof van Côte-Saint-André in het departement Isère, vijfhonderd meter van de villa 'Beau-Séjour'.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 179.

Tweets by kunstbus