kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 17 08 2016 18:22 voor het laatst bewerkt.

Johannes Itten


Zwitsers schilder, ontwerper en kunstdocent, geboren 11 november 1888 in Südern-Linden - overleden 25 maart 1967 in Zürich.

Johannes Itten is door de door hem opgerichte Vorkurs een centrale figuur van het vroege Bauhaus geworden. Hij was van groot belang voor het leerconcept van het Bauhaus, zowel als voor de latere kunstopleiding. Zijn schilderijen omvatten een breed scala aan stijlen en uitvoeringen van zijn theoretische onderzoek naar kleur.

Biografie
In zijn geboorteplaats Südern-Linden genoot hij een opleiding naar de methode van Fröbel.

Johannes Itten was de zoon van een leraar en hij volgde een opleiding als basisschoolonderwijzer in Bern van 1904 tot 1908. Na korte tijd les gegeven te hebben, studeerde Itten een semester aan de École des Beaux-Arts van Genève voordat hij van 1909-1913 een studie wiskunde en wetenschap voltooide, om les te geven aan de middelbare school.

Hij kreeg een opleiding aan de kunstacademie in Genève, maar keerde terug naar Bern omdat hij niet onder de indruk van de Geneefse opleiders was.

Reisjes naar het buitenland overtuigden Itten dat hij gelukkiger zou worden en beter af zou zijn als schilder. Van 1913 tot 1916 studeerde hij bij Adolf Hölzel aan de kunstacademie van Stuttgart, waar hij Ida Kerkovius, Oskar Schlemmer en Willi Baumeister ontmoette.


Horizontal/Vertikal, 1915

In 1915 maakte hij zijn eerste abstracte schilderijen, gebaseerd op de Formes Circulaires van Delaunay.

In 1916 had hij zijn eerste solotentoonstelling in galerie Der Sturm in Berlijn.

In 1916 verhuisde Itten naar Wenen, waar hij een eigen Kunstschool stichtte. Hij raakte steeds meer geïnteresseerd in Oosterse filosofie, iets dat ook invloed zou hebben op zijn latere onderwijs

Hij liet zich in Wenen inspireren door muziek en zijn vriendenkring, waaronder Adolf Loos en Alma Mahler. Zij introduceerden hem bij Walter Gropius, die Itten, als een van de eerste leraren, uitnodigde om les te geven aan het Bauhaus in Weimar. Veel van zijn studenten volgden hem toen hij daar in oktober van dat jaar werd benoemd en vanaf 1920 zijn eigen 'Vorkurs' gaf. Zijn collega leraren waren Gerhard Marcks, Lyonel Feininger, Georg Muche, Oskar Schlemmer, Lothar Schreyer, Paul Klee en Wassily Kandinsky.

De Vorkurs van het Bauhaus
Basiscursus van zes maanden, die bedoeld was om de student te zuiveren van alle op conventionele wijze vergaarde kennis om hem vertrouwd te maken met de theorie en praktijk van de werkplaats.
Terwijl Itten van 1919 tot 1923 les gaf in Weimar, ontwikkelde hij een doctrine over vormgeving, die hij doceerde als de voorbereidende Bauhaus cursus. Hij organiseerde in oktober 1919 voor het eerst de 'Vorkurs' aan het Bauhaus in Weimar, propedeusecursussen over de basisprincipes van vorm en kleur.

Het onderricht werd in het Bauhaus steeds gegeven door twee meesters gezamenlijk: een ambachtsman en een kunstenaar. Dit geschiedde totdat er uit de aldus gevormde nieuwe generatie mensen zouden opkomen die in staat waren deze beide taken in één persoon te verenigen. De vorming omvatte twee fasen. De eerste heette de 'Vorkurs', de voorbereidende cursus. Deze bestond uit een aantal oefeningen in vaardigheid met materiaal, vorm en kleur. Door handwerk, artistiek werk en rechtstreeks contact met de natuur maakte de leerling zijn scheppende energie vrij en ontwikkelde hij zijn persoonlijkheid. In de tweede fase vormde hij, door zijn toenemende ervaring als ambachtsman, het beroepsbesef dat van hem een medewerker maakte met verantwoordelijkheidsgevoel voor de gezamenlijke arbeid. Op deze wijze wist Bauhaus het romantische ideaal van de terugkeer naar het ambachtelijke om te zetten in een middel om de kunstenaar te integreren in de werkelijkheid van het arbeidsleven en hem voor te bereiden op gemeenschappelijk werk in de industrie.

Zijn onderwijs werd sterk beïnvloed door zijn Mazdaznan-opvattingen. Itten liep rond met kaalgeschoren hoofd en loshangend kleed en bekeerde tot ergernis van zijn collega's en de lokale Duitse overheid als docent-mysticus veel studenten tot deze extremistische sekte. Na 1921 werd zijn invloed ingeperkt en kreeg hij de leiding over de metaal-, brandschilder- en muurschilerateliers. Zijn overheersende invloed hield echter stand.

Johannes Itten had in zijn kunstschool in Wenen ideeën ontwikkeld om de creatieve kracht van studenten te bevrijden en ze begrip bij te brengen voor de materialen uit de natuur. Iedere nieuwe student komt beladen met een hoeveelheid opgestapelde kennis die hij moet loslaten voordat hij kan komen tot waarneming en kennis die echt van hem zelf zijn. Hij moet het materiaal waarmee hij werkt door en door leren kennen en begrip ontwikkelen voor de verhouding tot andere materialen. (...) Studentenwerk uit de Vorkurs laat zien hoe grondig Itten deze idealen, deze complete anti-these van traditionele opleidingstechnieken, in praktijk wist te brengen. Omdat hij zo stond op directe ervaring en persoonlijke betrokkenheid van de ontwerper op zijn materiaal en op de intensieve bestudering van de eigenschappen van dat materiaal, zou Itten in theorie studenten hebben moeten afleveren die goed toegerust waren om de half-ambachtelijke technieken, die in die eerste jaren het Bauhaus ter beschikking stonden, verder te ontwikkelen. In de praktijk echter leidde zijn nadruk op een intuïtieve benadering en de ontwikkeling van een eigen persoonlijkheid door alle tevoren opgedane kennis af te zweren, de studenten af van de reële zaken die Gropius ze probeerde bij te brengen. (...)

Gropius bleef ervan overtuigd dat hij door het bij elkaar brengen van kunstenaars en technici de juiste formule had om betere standaarden te scheppen voor architectuur en design. Hij beperkte Ittens invloed tot het voorbereidende jaar waar zijn unieke methode tot positieve resultaten kon leiden. (...) - Uit: Gillian Naylor, The Bauhaus. Londen 1968

Aan het Bauhaus liet ik voor de tactiele beoordeling van de verschillende texturen lange chromatische reeksen van echte materialen aanleggen. De leerlingen moesten dan deze textuurreeksen met gesloten ogen met hun vingertoppen betasten. In korte tijd werd hun tastgevoel op wonderbaarlijke wijze verbeterd. Daarna liet ik textuurmontages maken van contrasterende materialen. Er ontstonden fantastische producten van voor die tijd geheel nieuwe werking.
Bij de oplossing van deze opgaven raakten de studenten letterlijk in een scheppingskoorts. Ze begonnen de laden van kasten van hun spaarzame grootmoeders, keukens en kelders door te snuffelen; ze zochten in de werkplaatsen van ambachtslieden, op de afvalhopen van fabrieken en bouwterreinen.
Hun hele milieu werd opnieuw ontdekt, ruwe stukken hout en spaanders, staalwol, draden, snoeren, gepolijst hout en schapenwol, veren, glas, metaalfolie, roosters en vlechtwerk van allerlei aard, leer, bont en gladde conservenblikken. Manuele vaardigheden werden ontdekt en nieuwe texturen werden gevonden. Een krankzinnige knutselarij begon en de zo gewekte speurzin vond een onuitputtelijke rijkdom aan texturen en combinatiemogelijkheden. De leerlingen merkten dat hout vezelig, droog, ruw, glad of gegroefd, dat ijzer hard, zwaar, glanzend of mat kon zijn. Ze onderzochten tenslotte met welke middelen deze textuureigenschappen konden worden afgebeeld. Voor de toekomstige architecten, ambachtslieden, fotografen, grafici en industriële vormgevers waren deze studies van grote waarde.
- Uit: Johannes Itten, Beeldende vormleer.

Paul Klee heeft eens deze oefeningen beschreven, - met een licht ironische ondertoon, volgens Johannes Itten -. De beschrijving geeft Itten weer in zijn "Vorkurs am Bauhaus, Gestaltungs- und Formenlehre". Klee schrijft: "Nadat Itten een paar rondes gemaakt heeft, beent hij op een schildersezel af waarop een palet met een aantal vellen kladpapier staat. Hij grijpt een stuk houtskool, zijn lichaam verzamelt kracht alsof het zich met energie oplaadt. Dan begint hij plotseling twee keer achtereen woest te tekenen. Men ziet de vorm van twee energieke streken, loodrecht en parallel, op het bovenste kladpapier, hij verzoekt zijn studenten hem na te doen. De meester controleert het werk, laat het door een paar studenten extra voordoen, controleert de houding. Dan commandeert hij het in de maat - dan laat hij iedereen dezelfde oefening staande uitvoeren. Er schijnt een soort lichaamsmassage mee bedoeld te worden om de machine voor het gevoelsmatige functioneren te trainen. Op een dergelijke manier worden nieuwe elementaire vormen zoals de kluwen, de spiraal, de cirkel voor- en na gedaan."

Paul Citroen studeerde van 1922-1924 aan het Bauhaus, onder andere bij Itten. Hij richtte later in Amsterdam de Nieuwe Kunstschool op.
Walter Gropius opgerichte kunstschool met beroemde leraren als Johannes Itten, Kandinsky en Klee legde sterk de nadruk op de persoonlijke ontplooiing van leerlingen. Citroen volgde het door Itten ingestelde voorbereidende jaar, de zogenoemde ‘Vorkurs’. Itten was een inspirerende goeroe. Zijn tekenleer, die uitging van het materiaal, opende de ogen van Citroen en heeft zijn tekenstijl blijvend beïnvloed. Later zou hij de principes van Itten vertalen voor het Nederlandse kunstonderwijs.
Ik zat dus in Ittens Vorkurs. De tekenlessen die ik voordien gekregen had waren zeker niet slecht geweest. Het was het goede, gewone teken-onderwijs, dat op alle kunstscholen en academies gegeven werd. Maar bij Itten leerde ik voor het eerst iets van de grondslagen van het tekenen, waarvan ik tot dan toe nog nooit gehoord had en waar ook tegenwoordig nog maar weinig tekenleraren iets van af weten. Mij werden de ogen geopend, wat voor iemand die tekent zeker geen kwaad kan. Ik viel van de ene verbazing in de andere. Hoelang tekende ik al! Maar ik wist er eigenlijk niets van; ik had geen basis. Itten had een systeem van oefeningen opgebouwd. De studies naar de natuur, waaruit vroeger onze hele opleiding bestond, waren hier slechts een onderdeel van het geheel van het tekenen. Wij maakten lijn-, toon- en materiaalstudies, compositie- en structuur-oefeningen, imitatieve, expressieve, constructieve oefeningen, licht-donker analyses naar werken van oude meesters, synthetische, analytische en ritmische tekenoefeningen. Wij tekenden scala's van wit tot zwart, met alle daartussen liggende grijstinten om ons gevoel voor toonnunances te ontwikkelen, enz. enz.
Itten hield ook lezingen met lichtbeelden. Zijn analysen van oude meesters waren algemeen bekend; alle Bauhëusler kwamen ernaar luisteren en kijken. Wat hij allemaal uit de kunst der vroeger tijden haalde was werkelijk enorm! Ons begrip van wat kunst überhaupt kon zijn werd er dieper en veelomvattender door.
Wat hij uit ons leerlingen wist te halen, door ons tot een creatieve roes op te stuwen, was geweldig. Itten was een geniale, absoluut originele en volmaakte pedagoog. Het enige bezwaar dat ik tegen zijn lessen had was, dat hij ons te veel leerde; wij konden het nauwelijks verwerken. Bovendien trad hij met zijn sterke persoonlijkheid te zeer op de voorgrond. Hij was te weinig terughoudend en drukte ons zijn stempel op. Menige leerling die onder zijn inspirerende leiding ware meesterwerken tot stand bracht, zakte totaal in elkaar als Itten niet meer achter hem stond. Hij tilde hen boven zichzelf uit, wat beslist een unieke ervaring was, maar tevens de gevaarlijke kant van deze je kunt zeggen demonische figuur.
- Uit. Paul Citroen, Paul Citroen en het Bauhaus. Utrecht/Antwerpen

Door de preoccupatie van Itten met mystiek kon een conflict tussen Itten en Gropius over hun tegenstrijdige ideeën bijna niet uitblijven wat uiteindelijk tot het ontslag van Itten in 1923 zou leiden.

Aantekeningen voor een circulaire aan de Bauhausmeister naar aanleiding van het conflict met ltten: Meester Itten stelde onlangs onder ons de eis dat men zich moest uitspreken om ofwel in volkomen tegenstelling met de economie van de buitenwereld individueel handwerkte verrichten of contact met de industrie te zoeken. Ik geloof dat in deze vraagstelling de grote X ligt die om een oplossing vraagt. Om het maar meteen voorop te stellen: zoek de eenheid in de verbinding, niet in de scheiding van deze levende vormen. Het Bauhaus zou een eiland van zonderlingen worden wanneer het contact met de arbeid in de rest van de wereld en hun soort werk verloren zou gaan... Een gevaar voor onze jeugd zie ik ten aanzien van een opgeschroefde romantiek, die vanuit een begrijpelijke reactie op de heersende gemoedstoestand tal en macht en vanuit het fiasco van de staat ontstaat.
Vele Bauhäusler huldigen een verkeerd begrepen terugkeer naar de natuur à la Rousseau... Hoe de nog brede kloof tussen de werkzaamheden, zoals wij die in onze werkplaatsen (uitoefenen en de tegenwoordige gang van zaken in industrie en handwerk daarbuiten, zich eenmaal zal sluiten is de onbekende X... Het verband tussen de industrie en het handwerk op deze wereld kan slechts van lieverlede gevonden worden. Het zou denkbaar zijn dat de arbeid in de werkplaatsen van het Bauhaus meer en meer zou leiden tot het vervaardigen van typische unica (die handwerk en industrie als voorbeelden/prototypen zullen dienen). Leerlingen die het Bauhaus doorlopen hebben, zullen met de vaardigheden die zij hier verworven hebben, in staat zijn een beslissende invloed op bestaande handwerkbedrijven en industriële werken te hebben.
- Uit: Walter Gropius, De levensvatbaarheid van het Bauhaus. Aantekeningen van 3 februari 1922

Gropius bleef vasthouden aan de synthese. Gropius leerde zijn studenten dat het eerste waarvoor de ontwerper verantwoordelijk is, zijn cliënt is. Hij kan niet proberen nieuwe levenspatronen op te leggen die gebaseerd zijn op revolutionaire designoplossingen, voordat de maatschappij bereid is die te accepteren. Deze essentiële gerichtheid op de mens met begrip voor zijn psychische en fysieke behoeften, is de belangrijkste bijdrage van het Bauhaus aan de architectuur en het design van de 20ste eeuw. (...) Gropius probeerde de collectieve benadering van design en architectuur, dat
wil zeggen teamwerk, standaardisatie en coördinatie per module, te introduceren. De middeleeuwse kathedraal belichaamde voor hem een dergelijke benadering met bouwmeesters, houtbewerkers, steenhouwers en metselaars die samenwerken aan een collectief visioen. Gropius zelf had er geen moeite mee dit visioen te koppelen aan de eisen van de 20ste eeuw, maar zijn theorieën gaven aanleiding tot allerlei misverstanden, vooral in de beginjaren. (...)

Het realistische en praktische programma was erop gericht de traditionele scheiding tussen kunstenaar, architectuur, ambacht en industrie op te heffen. Studenten van allerlei leeftijd en nationaliteit werden uitgenodigd zich voor de opleiding, die volledig onacademisch zou zijn, in te schrijven. Om de verschillen tussen deze en alle vroegere kunstopleidingen te benadrukken, werd de beroepsmatige titulatuur afgeschaft en werden de termen van de middeleeuwse gilden in ere hersteld. Er zouden geen studenten en geen docenten zijn in de school, maar meesters, gezellen en leerlingen. Ze zouden samen werken aan gezamenlijke projecten en tegelijk zou elke student worden aangemoedigd zijn individuele capaciteiten te ontdekken en te ontwikkelen.(...) Door Klee en Kandinsky tot 'Formmeister' te benoemen had Gropius zich verzekerd van twee kunstenaars die in hun theoretische lessen de studenten wilden leren hun ogen en hun hersens op een geheel nieuwe manier te gebruiken. Ze probeerden beide de basis van de artistieke scheppingskracht te analyseren en die te relateren aan alle niveaus van de menselijke ervaring. (...)

In 1923 liepen de conflicten zo hoog op over de te volgen richting van het onderwijs, dat Itten het Bauhaus verliet.

Verhuizing Bauhaus van Weimar naar Dessau
In de volgende fase (toen het Bauhaus van Weimar naar Dessau verhuisde) werden de idealen en methodes die in Weimar zo moeizaam waren ontwikkeld door studenten en staf algemeen aanvaard. In plaats van het tweeledige systeem van de werkplaats met instructie werden de cursussen uitgebreid en werd de onderwijsmethodiek flexibeler, zodat de staf meer ruimte kreeg de individuele talenten van de studenten te ontwikkelen. De Vorkurs werd nu gegeven door Moholy-Nagy en Josef Albers, die elk zes maanden voor hun rekening namen. Zij concentreerden zich op de verkenning van vormen, materialen en structuren. Albers was vooral bezig met de basiselementen bij het ontwerpen die hij 'structuur, fractuur en textuur' noemde. Moholy-Nagy verkende met zijn studenten het ruimtelijk ontwerpen, wat hij in die tijd aanduidde als 'de onderlinge verwevenheid van vormen, de ordening van vormen in bepaalde welomschreven maar onzichtbare ruimtelijke relaties en vormen die een fluctuerend spel van spanning en krachten uitdrukken. (...)
De overgang van driedimensionale beelden naar design kwam tot stand in Dessau, waar de werkplaatsen veel beter waren uitgerust en waar veel actievere contacten met de industrie bestonden. Er kwamen technische en esthetisch doorbraken tot stand, bijvoorbeeld in de schrijnwerkerswerkplaats die nu meubelwerkplaats ging heten. Die naamsverandering is veelzeggend, want Marcel Breuer startte in 1925 zijn onderzoek naar de toepassing van stalen buizen voor meubilair. Zijn eerste ontwerp op dat gebied werd eind 1925 geïntroduceerd en is nog steeds in productie. Volgens de verhalen kwam hij op het idee om metaal voor meubels te gebruiken uit bewondering voor het gebogen stuur van zijn fiets terwijl hij Dessau rondfietste. Toen hij eenmaal van een fabrikant wat van dit materiaal had losgekregen, werkte hij samen met een smid aan een hele reeks ontwerpen voor stoelen en tafels, waarbij hij het staal combineerde met leer, stoffen, glas en hout. Door dit gebruik van staal bereikte hij de lichte structuur, veerkracht en anonimiteit, waar hij in hout naar gestreefd had. Terwijl zijn op Rietveld geïnspireerde houten ontwerpen iets statisch hebben, zijn zijn metalen meubels strak, licht en bijna transparant en daarmee in overeenstemming met zijn overtuiging dat meubels 'tekeningen in de ruimte' moeten zijn.
- Uit: Gillian Naylor, The 8auhaus. Londen 1968

Itten ging naar een Mazdaznan-centrum in Zwitserland.

In 1926 richtte hij een kunstschool in Berlijn op, vanaf 1929 "Ittenschule" geheten, waar schilders, grafici, fotografen en architecten opgeleid werden, die tot 1934 bleef bestaan. In 1932 werd Itten, naast zijn werk aan zijn eigen school, directeur van de School voor Textielontwerp in Krefeld, waar hij tot 1938 ontwerpers opleidde.

In 1938 emigreerde Itten naar Nederland en werd aan het einde van dat jaar directeur van de School en het Museum van kunstnijverheid in Zürich. Johannes Itten werkte extreem hard in de jaren die volgden, docerend en bestuurlijke posten bekledend aan verschillende kunstnijverheidsscholen en musea.

Vanaf 1949 was hij betrokken geweest bij de oprichting van het Rietberg Museum van niet-Europese kunst in Zürich, waar hij van 1952 t/m 1955 ook directeur was. Door het doceren, lezingen geven en het organiseren van exposities had Itten nauwelijks tijd om te schilderen, totdat hij met pensioen ging in 1955.

Vanaf 1955 vernieuwde hij, door vrije schilderkunst en bredere uitwerking, zijn Leer. Op uitnodiging van Max Bill gaf Itten een Kleurcursus aan de Hochschule für Gestaltung in Ulm.

In 1961 publiceerde hij het boek Kunst der Farbe (Kunst en Kleur). Itten werd bekend als docent en kleurtheoreticus. De kleurencirkel van Itten is gebaseerd op verfprimairen en bevat twaalf kleuren. De primaire kleuren noemt hij: rood, geel en blauw. De secundaire kleuren, die ontstaan uit menging van twee primaire kleuren zijn oranje, groen en violet. De tertiaire kleuren ontstaan uit menging van een primaire en een secundaire kleur zijn geeloranje, roodoranje, roodviolet, blauwviolet, blauwgroen en geelgroen. In de kleurenleer is het inmiddels bekend dat de door Itten genoemde kleuren niet geheel correct zijn voor wat betreft de keuze van de primaire verfkleuren. Optimale menging is bij het complement niet mogelijk. Itten wordt nog wel veel gehanteerd in de bloemsierkunst. Het bevat een goede harmonieleer.

Na Kunst und Farbe volgde nog een boek getiteld Mein Vorkurs am Bauhaus over vorm en vormgeving. In 1965 werd Itten door de Technische Hogeschool in Darmstadt een eredoctoraat toegekend. In 1966 ontving Itten de "Nederlandse Sikkens-Kunstprijs". Inmiddels was hij een internationaal bekende kunstenaar geworden en vertegenwoordigde Itten Zwitserland tijdens de 33ste Biënnale in Venetië.

Websites:
. www.cultuurnetwerk.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 13.