kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 06-03-2009 voor het laatst bewerkt.

John Cage

Amerikaanse Componist, dichter, graficus en essayist, geboren 5 september 1912 Los Angeles - overleden 12 augustus 1992 New York City.

Door toevalselementen en alledaagse geluiden in zijn werken op te nemen leverde Cage een belangwekkende bijdrage aan de uitbreiding van de definities van de klassieke muziek en kunst. Hij heeft gestudeerd bij Henry Cowell en Arnold Schönberg en bedacht ook de 'prepaired piano', een gewone piano waar allerlei spullen tussen de snaren voor een andere klank zorgden.

1930 John Cage studeert architectuur en neemt muzieklessen in Frankrijk.
In 1930-1931 vertrok Cage naar Frankrijk om er architectuur en muziek te studeren. Hij wou graag schrijver worden, maar de mentaliteit en structuur van een universiteit bevielen hem niet. Hij begon te schilderen en muziek te schrijven volgens mathematische modellen, waarin het toeval niettemin een hoofdrol toebedacht werd.

1931-37 Studeert compositieleer aan de New School of Social Research, New York en de University of California en in Los Angeless onder Arnold Schönberg.
Van 1930 tot 1934 studeerde hij te New York bij onder meer Henry Cowell. Deze verwees hem door naar Adolph Weiss, en deze introduceerde hem bij Arnold Schönberg, die toen in Los Angeles doceerde. Cage componeerde toen stukjes muziek bij teksten van Gertrude Stein en Aeschylus (hij had Grieks gestudeerd op de middelbare school), en vroeg Schönberg om hem te onderrichten. Schönberg antwoordde dat Cage hem waarschijnlijk toch niet kon betalen, waarop Cage verklaarde dat hij helemaal geen geld bezat. Vervolgens vroeg Schönberg hem of hij dan zijn leven aan de muziek wou geven, waarop Cage bevestigend antwoordde. Schönberg begon hem dan pro deo te onderwijzen, maar na twee jaar bleek Cage elk gevoel voor harmonie te ontberen, waarna Schönberg hem afschreef, en stelde dat Cage nooit muziek zou kunnen schrijven.

Na zijn studie werkte hij als dirigent van een slagwerkensemble en als componist-begeleider van balletgezelschappen in de Cornish School te Seattle. In Seattle leerde hij de choreograaf en Merce Cunningham kennen, met wie hij in de volgende jaren veel zou samenwerken.

In Seattle ontwikkelde hij zijn micro- en macrokosmische ritmische structuren, als antwoord op Schönbergs structurele harmonie. Zijn theorie bestond eruit dat de grote delen waaruit een compositie bestond dezelfde proporties moesten aannemen als de kleinere motiefjes. Deze ritmische structuur kon door elk geluid vertolkt worden.
Tegelijk raakte Cage sterk geïnteresseerd in het Zenboeddhisme uit de Oosterse filosofie. John Cage ervoer een communicatieprobleem: hoewel hij met zijn muziek ernstige zaken wilde overbrengen, lachten de toeschouwers. Hij zocht daarom naar een andere bestaansreden voor muziek dan als communicatiemiddel. Onder invloed van Zen werd zijn doelstelling het kalmeren van de geest, en die ontvankelijk te maken voor goddelijke invloeden.

Vanaf 1938 componeerde hij veel voor percussie en voor ‘prepared piano’; aangezien hij voor piano en percussie wilde schrijven, maar er op het podium van Cornish geen plaats was voor veel slagwerk, bouwde hij de piano om tot een soort dubbelinstrument. Ook werkte hij met elektronisch versterkte geluiden (bijvoorbeeld ‘Imaginary Landscapes’).

1938 Geeft les aan het Mills College, Californië, waar hij Laszlo Moholy-Nagy leert kennen.

1941 Doceert experimentele muziek aan het Chicago Institute of Design.
1942 Verhuist naar New York, waar hij Piet Mondriaan, André Breton en Marcel Duchamp ontmoet.

Perilous Night (1943-1944) van John Cage voor geprepareerde piano. 12 min. The Perilous Night is een vroeg werk van Cage voor geprepareerde piano, een uitvinding van Cage uit de jaren dertig, waarin verschillende objecten in de piano de snaren van de piano afdempen en het timbre van het instrument totaal veranderen. Het stuk behelst een van de meest complexe preparaties met bouten, moeren en bamboestengels. De titel is afgeleid van een Iers volksvertelling. De muziek verhaalt over de gevaren van een erotisch leven en de misere wanneer mensen uit elkaar gaan. De compositie is nogal emotioneel en droevig van aard, en daarmee niet karakteristiek voor de rest van zijn werk. Cage schreef het werk dan ook toen hij toen hij in een scheiding verwikkeld was met zijn vrouw Xenia.

1946 Muzikaal Directeur van de Merce Cunningham Dance Company. Hier vond hij eindelijk een forum voor zijn muzikale experimenten, en met Cunningham en David Tudor ging hij meermaals op tournee door Europa en de Verenigde Staten.

1947 Orkestwerk The Seasons

In 1947 was Cage vijfendertig en stond hij op het punt van doorbreken in een wat bredere kring met zijn Sonatas and Interludes voor prepared piano. The seasons was een opdracht van Lincoln Kirstein die samen met Georges Balanchine in 1946 de New York Ballet Society had opgericht. In een choreografie van Cages levenspartner Merce Cunningham ging het stuk in 1947 in première.

The seasons is een voor Cage atypisch werk, omdat het nog beantwoordt aan een esthetiek die hij niet lang daarna radicaal vaarwel zou zeggen, om vervolgens de compositorische mogelijkheden van het orakelboek I Tsjing te onderzoeken. Het aardige aan The seasons is, dat de muziek enerzijds sterk lijkt te refereren aan de Russische balletten van Stravinsky, maar dan op een uitgebeende, gesimplificeerde manier, en anderzijds aan de heldere wereld van Erik Satie.

1948 Cage geeft les aan het Black Mountain College, North Carolina.

Vanaf 1950 creëert hij op toeval gebaseerde composities en experimenten met ongebruikelijke, voor de gelegenheid vervaardigde instrumenten, computers en audiotapes.

De echte Cage is die van het Concerto for prepared piano and chamber orchestra uit 1951, toen de componist compositorische modellen had gevonden die bij zijn nieuwe inzichten pasten. Het is ronduit schitterende muziek, waarvoor je als luisteraar alleen je Beethoven- en Tsjaikovski-oren hoeft af te zetten (want met een traditioneel pianoconcert heeft het Concerto niets van doen) om er ten volle van te kunnen genieten.

Vanaf 1951 engageerde Cage andere componisten, Wolff, Brown, en vooral Morton Feldman, om composities met magnetische band te ontwikkelen.
Zijn ritmische structuren dienden Schönberg van antwoord, terwijl zijn stiltes ontleend werden aan de witte doeken van Robert Rauschenberg. Zijn partituren volgden de grafische methode van Feldman (hoewel Feldman deze methode later zelf afzwoer).

Toeval kreeg een centrale rol toebedeeld in gaandeweg al zijn composities:
Cage koesterde de overtuiging dat men klanken niet moest onderwerpen aan causale structuren, zoals gebruikelijk was in de westerse muziektraditie, maar dat men hun eigen expressie moest zien bloot te leggen. Dat gold ook voor geluiden uit het dagelijks leven, die hij in toenemende mate in zijn composities verwerkte. De toevalsoperaties (‘aleatoriek’, waarbij ‘alea’ dobbelsteen betekent) werden eerst alleen tijdens het componeren zelf gebruikt, in de vorm van het opgooien van muntjes, of het toepassen van de ‘I Ching’, maar later ook tijdens de uitvoeringen. Aan de musici werd steeds meer beslissingsvrijheid gelaten om, bijvoorbeeld, de tempi te bepalen of de tijdsduur, of de volgorde van de compositiedelen. Deze evolutie culmineerde in grafische partituren die de uitvoerder naar eigen inzicht en vermogen kon interpreteren (bijvoorbeeld ‘Variations’). Daarmee werd een verhouding tussen ‘compositie’ en ‘uitvoering’ geschapen waarbij het laatste de doorslaggevende factor werd. In 1958 introduceerde Cage deze ideeën in Europa (met Cunningham), waarbij hij grote opschudding veroorzaakte; in de Verenigde Staten echter werden ze overgenomen door een hele generatie kunstenaars.

In de partituur van de compositie Water Music uit 1952 zijn tijdstippen opgenomen wanneer er een radio aangezet moet worden. Dat wat de radio op dat moment ten gehore brengt, gaat dan deel uitmaken van de compositie. Muziek is volgens Cage puur klank en die komt het best tot z'n recht wanneer hij is bevrijd van de wil van de componist.

1952 - Uitvoering van de compositie 4'33, geïnspireerd op de White Paintings van Rauschenberg. Cages bekendste en roemruchtste stuk is de compositie 4'33' ('Tacet'), voor het eerst in 1952 door David Tudor uitgevoerd. Gedurende de aangegeven tijd nam Tudor plaats achter een concertvleugel, zonder ook maar een klank te produceren, alleen driemaal zijn armen uitstrekkend om daarmee aan te geven dat het stuk uit drie delen bestaat.
Cage neemt hier de meest extreme positie in: de geluiden van het leven zelf - een voorbijrazende auto, het gekuch in de zaal - zijn muziek geworden. Geheel op eigen wijze betoonde Cage zich hier een waardig voortzetter van de traditie van zijn leraar Arnold Schönberg (bekend om de 'bevrijding van de dissonant').
Al lijkt 4'33' een practical joke, door Cage is het allerminst zo bedoeld. Vooreerst is het de ‘verklanking’, de ‘soundtrack’, van de drie ‘White Paintings’ van Rauschenberg, en hun muzikale tegenhanger. Het is de uiterste consequentie van het in praktijk brengen van de oosterse filosofie: de intenties van de componist zijn hier volledig uitgedoofd, en de kunst (muziek) is gelijk aan het leven zelf. Muziek is volgens Cage puur klank en die komt het best tot z'n recht wanneer hij is bevrijd van de wil van de componist.
Kort voor de creatie van 4’33” bezocht Cage, naar eigen zeggen, een ruimte die met technische middelen zo stil mogelijk was gemaakt. Toen hij deze binnenkwam hoorde hij toch een hoge en een lage toon: respectievelijk zijn eigen zenuwstelsel en zijn bloedsomloop. Die ervaring was voor hem het bewijs dat absolute stilte niet bestaat in de natuur, zoals hij voordien had gedacht. 4’33” sluit aan bij de oosterse vaststelling dat stilte niet bestaat zonder zijn complement, geluid.

Music for...
Cage was gefascineerd door de niet-westerse opvattingen over tijd van media- en technologiecriticus Mc Luhan. Die constateerde bijvoorbeeld bij de Hopi-indianen dat tijd geen uniforme opeenvolging was maar een pluralisme van dingen die tegelijkertijd gebeuren. In de Music for …serie componeerde Cage met behulp van de I Ching voor iedere speler een solopartij die de musici tegelijkertijd uitvoeren, in een zelfgekozen opstelling in de zaal. Met behulp van tijdmarges, ontwikkelde Cage het idee dat elke musicus zijn persoonlijke tijd had. De Music for.. serie kan door een variabel aantal musici uitgevoerd worden, daarmee wilde Cage een flexibiliteit introduceren.

Samen met Merce Cunningham en Rauschenberg organiseert hij vroege vormen van de happening.

1956-58 Geeft les aan de New School of Social research, New York.

Cage streefde het ideaal na van een verruiming van artistieke activiteiten. Hij werd de schepper van een nieuw soort muziektheater, waarin muziek, beeld, licht en beweging geïntegreerd zijn en de werkverdeling tussen musicus, muzikaal leider, acteur en presentator volledig is afgeschaft (bijvoorbeeld ‘Europera 1 & 2’). Tevens begon hij zich te profileren als graficus, een tendens die zich sindsdien doorzette.

Ook besteedde hij veel aandacht aan de publicatie van zowel zijn muziek als zijn geschriften. Alles wat John Cage deed werd publiek toegankelijk.

Uit de jaren zeventig en tachtig dateren een aantal 'tekstcomposities': mengvormen van muziek, literatuur en beeldende kunst, die voor een deel uit citaten zijn opgebouwd en die als hoorspelen werden uitgevoerd. De muziek die Cage in zijn laatste periode schreef, laat een gedeeltelijke terugkeer zien naar conventionele notatievormen. Een belangrijke ontwikkeling was het gebruik van citaten uit werken van andere componisten, zoals in Europeras 1 & 2. Toevalsoperaties bleven daarbij een rol spelen.

Hij schreef in zijn laatste levensjaren enkel nog ‘Number Pieces’ (of ‘Time-Bracket Pieces’), waarbij het getal in de titel duidt op het aantal uitvoerders (bijvoorbeeld ‘Fourteen’).

1992 Orkestwerk Seventy-Four is een werk vol langzaam in de tijd verglijdende orkestklanken met een hypnotisch en enigszins treurig karakter. Cage componeerde het vijf maanden voor zijn dood, drie weken voor zijn tachtigste verjaardag. Hij heeft het stuk nooit gehoord.

John Cage stierf op 12 augustus 1992 in Los Angeles, en liet talloze muzikale ideeën achter. Als stichter van de New York School en als uitvinder van abstracte muziek pur sang en elektronische composities belichaamde hij het muzikaal equivalent van het abstract modernisme.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 70.