kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 21-01-2016 voor het laatst bewerkt.

John Körmeling

Nederlands monumentaal kunstenaar, beeldhouwer en architect, geboren in 1951 te Amsterdam. Woont en werkt in Eindhoven.

John Körmeling realiseerde vele opdrachten in de openbare ruimte en nam deel aan tentoonstellingen in binnen- en buitenland.

Website: John Körmeling is kunstenaar, maar van huis uit architect, afgestudeerd aan de TU Eindhoven. De relatie met gebouwen en de gebouwde omgeving is dan ook nog steeds in zijn werk te zien. Monumentale werken die hij realiseerde zijn o.m. 'Hot Spring' Matsunoyama Japan (2003), 'Lucky Game' Anyang Korea (2005), en in 2006 in opdracht van Stroom, stichting Biesieklette en de gemeente Den Haag een Fiets&Stal bewakingshuisje in Scheveningen. Recent was zijn overdekte brug voor het Van Abbemuseum in Eindhoven prominent in het nieuws. Daarnaast exposeerde hij regelmatig in binnen- en buitenland, zoals in 2003 'Echige-Tsumari' Art Triennal Japan, 2004 'Mobile Fun' The Power Plant Toronto, 2005 'New Scape' Total Museum Seoul, 'Yaya' Istanbul, 'Eindhoven-Luik' 233 Hasselt. Prijzen die hij in ontvangst mocht nemen zijn de David Röell Prijs (2000) voor Beeldhouwkunst Amsterdam en de Design Award Tokyo (2004). Een uitgebreid overzicht van zijn werk vervatte hij in de bijzondere publicatie 'A good book'. - (Beeldende kunst, architectuur, stedenbouw, design, planologie: de ontwerpen en realisaties van Körmerling zijn niet in één denkruimte te classificeren. Functie en vorm zijn niet zelden in een oogopslag te vangen. Zijn urbanistische voorstellen, ontwerpen en projecten bevatten een ironisch commentaar op onze vaak uniforme smaak en ontwerpgewoontes.
Körmeling heeft een brede en onconventionele kijk op architectuur, omdat dit voor hem niet slechts bouwkunst behelst, maar ook stedenbouwkunde, design en beeldende kunst. Zijn werk draagt hier de sporen van en kan niet worden ondergebracht onder één rigide noemer. Het leitmotiv door zijn oeuvre is het begrip 'Ruimte' en de verschillende manieren waarop men hiermee kan omgaan.

De problematiek van stadsplanning, in combinatie met het groeiende aantal auto's en de nodige infrastructuur hiervoor (bijvoorbeeld: autosnelwegen en parkeergarages) fascineert Körmeling. Een groot deel van zijn oeuvre draait rond het vinden van creatieve en artistiek verantwoorde oplossingen voor het tekort aan parkeerplaatsen en voor files. Körmelings projecten zijn vaak geïdealiseerd en onuitvoerbaar en geven meestal blijk van een fijn gevoel voor humor.

Hendrik Driessen, directeur van museum De Pont te Tilburg, omschrijft kunstenaar John Körmeling in een artikel in het Eindhovens Dagblad als 'iemand die steeds weer in staat is te attenderen op dat waar anderen volkomen langs kijken of denken'. Met zijn eigenzinnige werkstijl en verrassende kijk op dagelijkse dingen heeft Körmeling het hart van menig kunstexpert veroverd. Kenmerkend voor zijn werk is de relativerende humor die eruit spreekt. Zijn ideeën toveren regelmatig een glimlach op het gezicht van de toeschouwer. Sjarel Ex, oud-directeur van het Centraal Museum Utrecht, zegt in eerder genoemd artikel over Körmeling: "De humor van John Körmeling is een zegen. Hij weet er heel complexe dingen inzichtelijk mee te maken en soms haarfijn het absurde van situaties bloot te leggen."

John houdt van snelle associaties. Altijd direct en dichtbij, soms zo dichtbij dat je als beschouwer ervan opschrikt, omdat je te ver zocht. Zo heet zijn boek over eigen werk “een goed boek” en kun je, als je van een oude klomp een bloempot kunt maken, dit ook doen met een autowrak. Zijn werken gaan bij voorkeur over de banale dingen van alle dag, ongeësthetiseerd, maar zodanig uit de context geplaatst dat het verwondering en vaak een lach tot gevolg heeft.

Veel werken bouwt hij zelf. Hij schrikt er niet van terug zelf auto's te maken van buizen, plaat en plexi en waarachtig ze rijden nog ook. Van veel projecten maakt hij een maquette van aan elkaar gesoldeerde aluminium profielen en draad, heel precies en verfijnd.
De gevoelsmatige tegenstelling tussen de promptheid van de voorstelling en de verfijndheid van het model leveren, misschien ongewild, ook esthetische kwaliteit op.

Körmeling niet vreemd, getuige een plan voor de herindeling van de Rijksweg A12 waarbij een baanbreedte van 60m met 16 rijstroken is voorgesteld. Weliswaar controversieel, maar ook een fundamentele stelling, die ons opnieuw doet nadenken.

Körmeling had in 1998 een solotentoonstelling in De Pont, Tilburg en in 1999 in het Van Abbemuseum te Eindhoven.

1999 Reuzenrad voor auto's, 'Drive-in wheel' te Utrecht (Körmeling ontving in 2000 voor zijn oeuvre de David Roëll Prijs voor de beeldhouwkunst. Er is een bedrag van fl. 100.000 aan verbonden, waarvan fl. 25.000 door de laureaat vrijelijk kan worden besteed en fl. 75.000 na overleg met het fonds aan een of meer projecten op diens werkterrein of vakgebied.

John Körmeling in 2001 maakte voor de rondvaartboten in Leiden. Zijn kassahuisje vormt een opvallend beeld aan het Leidse water: kunst, architectuur en lichtreclame komen er samen in een eigenzinnig ontwerp. Het drijvende plateau heeft de plattegrond van een fles, waarbij de hals de verbinding met de kade vormt. Het meet ruim 16 bij circa 4,5 meter. Op het betonnen ponton staat een capsule-vormig transparant huisje, opgebouwd uit een vloeiende vorm en afgewerkt in glas, staal en aluminium. Functie en vorm zijn in een oogopslag te vangen. Het ontwerp straalt helderheid en openheid uit. Boven op het transparante huisje prijkt in twinkelende lampjes het woord KASSA.

Theehuis in park Valkenberg te Breda (2002)

Bijzondere publicaties: 'A good book'; overzicht van werk John Körmeling in periode 1981 - 2002 (2002)
Door de jaren heen heeft Körmeling zich bezig gehouden met meer dan 200 projecten. In 'A good book' passeren een groot aantal van deze werken de revue.
2003 - 4de editie; deze nieuwe uitgave volgt de uiterst functionele en in het oog springende vormgeving van de vorige edities en bevat 32 nieuwe pagina's met de ontwerpen en realisaties van Körmeling tot en met 2003. De eerste drie edities zijn vandaag uiterst zeldzaam en collectors items geworden.

Vertikale, beklimbare plattegrond 'Hot spring' voor kunstproject in Matsunoyama te Japan (2003)
John Körmeling heeft zowel in Nederland, als in het buitenland naam gemaakt met een aantal opvallende projecten. Zo werkte Körmeling in 2003 mee aan het kunstproject 'Echigo-Tsumari Triennale' in Japan. Hij verraste, in het kader van dit project, de bewoners van de Japanse plaats Matsunoyama met een plattegrond van 25 meter hoog waar de bezoeker zelf in kan klimmen.

2003 krijgt opdracht voor een ronddraaiend huis op de Hasseltrotonde in Tilburg.

ABC2004: Y
Bas Haring & John Körmeling plaatsten aan het begin en het einde van de Leysstraat twee verkeersborden. Gewone blauw met witte borden, richtingaangevende borden. Op die borden zullen elke maand andere woorden staan. Walen naar links, Vlamingen naar rechts bijvoorbeeld. Of geestverwanten naar links, genomineerden naar rechts. Of knolgewassen naar rechts, marterachtigen naar links.
Tussen de twee borden loopt een witte streep, een signaal dat we ook kennen uit het verkeer en die symbool staat voor de keuze die je gemaakt hebt.

In 2004 vond een belangrijke soloexpositie plaats bij de Energie Centrale in Toronto en creëerde hij een project voor het Openlucht Museum Middelheim in het Nachtegalenpark te Antwerpen.

Winnaars Bredase architectuurprijs 04
Architect John Körmeling is de grote winnaar van de Architectuurprijs Breda 2004. Hij won de 1e prijs van de jury en de 2e prijs van het publiek voor zijn T-huis in park Valkenberg. Hij liet daarmee duidelijk andere uitstekende nieuwbouwprojecten, zoals het Poppodium Mezz van Eric van Egeraat, de Chasséparking van Office for Metropolitan Architecture en de woningen aan de Dotterbloem van Pascal Grosfeld duidelijk achter zich.

In 2005 was zijn werk te zien op de tentoonstelling Eindhoven-Luik in Hasselt (België) en in 2006 tijdens de tentoonstelling Plug In in het Van Abbemuseum te Eindhoven.

2006 John Körmeling wint Witteveen+Bos-prijs voor Kunst+Techniek

In 2007 neemt hij deel aan de tweede Moscow Moskou.

Fiets&Stal (www.stroom.nl) Aluminium paviljoen
Voor de Strandweg bij Scheveningen heeft John Körmeling een aluminium paviljoen voorgesteld dat nog het meest weg heeft van een bescheiden vooroorlogs benzine-station. Onder een grote luifel kan de fiets ter reparatie opgehangen worden en een efficiënt ingericht kantoortje biedt ruim zicht naar alle kanten. Op de dakrand staan ‘fietswoorden' als trapper, lucht en spaak. Het altijd stuivende zand zal het aluminium permanent blank opschuren.

Hollandpan
Het hoofd van de architect John Körmeling zit vol met ideeën. Zijn tekeningen laten zijn grote verbeeldingsvermogen zien. Je ziet allemaal dingen uit de werkelijkheid die hij op de meest bijzondere manieren veranderd heeft. Bij het uitwerken van deze fantastischeideeën houdt hij geen rekening met de wensen van het publiek. Want die zijn zo veranderlijk, dat je daar als kunstenaar niets aan hebt.Het verzinnen van een goed idee is van groot belang, een goed ideezorgt voor een goed kunstwerk. John Körmeling is iemand die heelsnel en met weinig woorden spreekt. Zo geeft hij de bedoeling van zijn werk ook in enkele zinnen weer. Zijn werk bevindt zich op de grens van beeldende kunst en architectuur, toch blijft hij vooral architect. Maar het is ook werk waar veel humor inzit. Zo maakte hij de Hollandpan, die een ode bracht aan de platheid van Nederland. Iedere pannenkoek die je in deze pan bakt draagt het woord Holland. Dit als perfecte maquette van Nederland. Körmeling wijst ons op dingen die we eigenlijk al wisten, maar hij laat ons die op een andere manier zien. - (Kunstwerken uit de collectie Van Abbemuseum)

Kunst in de openbare ruimte is maar heel soms groots en meeslepend, vaker bijna te bescheiden om opgemerkt te worden. Het Draaiende Huis van John Körmeling (1951) is niets minder dan een spektakelstuk. Op de Hasselt-rotonde van Tilburg bouwt de architect en beeldend kunstenaar een vrijstaand huis van vijf meter breed en tien meter hoog, met voor-en achtertuin. - (John Körmeling winnaar ontwerpwedstrijd nieuwe brug Piushaven
Stalen ophaalbrug gebouwd in 2010
De nieuwe brug over de Piushaven is een ontwerp van John Körmeling. Voor de ontwikkeling van de nieuwe brug heeft de gemeente een ontwerpwedstrijd uitgeschreven. Drie bureaus hebben een ontwerp ingediend: Greisch Ingénerie uit Luik, Hans van Heeswijk Architecten uit Amsterdam en John Körmeling uit Eindhoven. Een beoordelingscommissie heeft het ontwerp van John Körmeling unaniem als beste beoordeeld. Het college heeft deze keuze overgenomen. - (Körmeling tijdens de presentatie op het gemeentehuis." Dat maakt de bouw goedkoop, net zoals het onderhoud." Zijn ontwerp uitvoeren kost 2.577.512 euro. Daarmee zit Körmeling onder het budget van 2,7 miljoen. Volgens hem verbindt zijn ophaalbrug het verleden met het heden. De brug lijkt op een oude havenhijskraan. Dat past bij het oude karakter van de Piushaven. Door de uitvoering in een zilver c.q. aluminiumachtige kleur sluit de brug aan bij de moderne tijd. Dat doet ook de ballast, die in de vorm is gegoten van een ballasthuis. Dat verwijst ernaar dat langs de haven appartementencomplexen verrijzen. De gemeente wil voor het ballasthuis een functie bedenken. "Een expositieruimte bijvoorbeeld", aldus verkeerswethouder Johan van den Hout (SP).
Körmeling noemt het ontwerp 'de begroetingsbrug', omdat zowel in geopende als gesloten toestand goed zicht is op de passerende schepen. Volgens de kunstenaar creëert de open constructie van het ontwerp nieuwe zichtlijnen, als een baken waardoor je wordt aangetrokken. Vanaf de kade, maar ook vanuit het meebewegende ballasthuis. De doorgangbreedte voor schepen is dezelfde als de verderop gelegen historische draaibrug. Er kan één schip tegelijk passeren.

Körmeling is in de Japanse stad Shanghai bezig met de bouw van zijn Happy Street voor de Wereldtentoonstelling in 2010. Hij zei trotser te zijn op het ontwerp van zijn eerste brug dan op zijn creatie voor de Shanghai Expo. In 2010 zal zijn Happy Street, het Nederlands paviljoen, op de Expo 2010 in Sjanghai geopend worden. Dit ontwerp won het van o.a. architectenbureau Neutelings Rietdijk vormgever Marcel Wanders en NL Architects.

Toekomstige HSL-stations zullen worden voorzien van zijn ontmoetingspunten, die als stukjes weg met aanhangende balkons of huisjes de lucht in kronkelen en waarin de reiziger zich even kan ontspannen.

Websites:
. John Körmeling: PLUG IN #8
Plug In is de nieuwe benadering voor de presentatie van de collectie van het Van Abbemuseum.
Plug In #8 staat in het teken van architect, beeldend kunstenaar, uitvinder en vrijdenker John Körmeling. Hij is onlangs gevraagd het Nederlands Paviljoen voor de Wereldtentoonstelling in 2010 in Shanghai te ontwikkelen. Het werk in Plug In #8 is even divers als de kunstenaar; een grote lichtsculptuur, stripachtige tekeningetjes met beeld- en woordspelingen, schetsen van al dan niet uitvoerbare bouwsels, maquettes en onconventionele oplossingen voor problemen van ruimtelijke ordening. Achter die veelheid gaat een kunstenaar schuil die graag ten strijde trekt tegen de bekrompenheid van onze overgeorganiseerde samenleving. Zijn oorlogsvoering is van het vrolijke soort; humor blijkt een effectief wapen.

Architect, beeldend kunstenaar, uitvinder en vrijdenker, zo wordt John Körmeling (1951) wel getypeerd. Zijn werk is even divers; een grote lichtsculptuur, stripachtige tekeningetjes met beeld- en woordspelingen, schetsen van al dan niet uitvoerbare bouwsels, maquettes en onconventionele oplossingen voor problemen van ruimtelijke ordening, je komt het allemaal tegen op deze presentatie van Körmelings werk in de collectie van het Van Abbe. Sinds kort is daar nog een werk bijgekomen: de overdekte brug, die het museum ook vanaf Stratumseind toegankelijk maakt.
Achter die veelheid gaat een kunstenaar schuil, die graag ten strijde trekt tegen de op de loer liggende benepenheid van de georganiseerde samenleving. Maar zijn oorlogsvoering is er een van het vrolijke soort; humor blijkt een effectief wapen. Een stripachtig tekeningetje uit 1991 toont twee wandelende onderbenen, die zijn voorzien van een rechthoekig stukje vloerbedekking; ‘Vaste vloerbedekking onder je schoenen’ luidt de titel.

Een absurdistisch beeld dat aanleiding geeft tot allerlei filosofische bespiegelingen; de Carpetlandloper als symbool van conformisme. “Stedebouwkundigen! (…), ook U die zich verstopt achter Grondzaken” luidde in 1992 de aanhef van een advertentie, waarin Körmeling gemeenteambtenaren opriep tot een ontwerpduel op de veranda van zijn huis in Eindhoven. Want zelf zoekt hij het in de hoogte en de ruimte. Zijn bouwsels verheffen zich vaak op hoge poten van de bodem en reiken als schets soms tot boven de wolken.
In de maquette ‘Bouwkeet’ (1985) breekt een bouwkeetje door een kubusvormige constructie heen: “Een ontsnapping vanuit een in zichzelf gekeerde ruimte naar een ruimte die kijkt.” Maar ook down-to earth oplossingen zijn kenmerkend voor Körmelings benadering.
De verhitte discussies over de ruimtelijke ordening in ons kleine landje pareerde hij in ‘Verbouwing van geluidswal’ (1993) met een even eenvoudige als rigoureuze oplossing. De scheiding tussen autowegen en woongebieden is opgeheven; de woning staat weer gewoon direct aan de weg.

“Stedebouwkundigen! gedraag u niet als blindegeleidehonden” roept Körmeling, die niets moet hebben van ‘autistische’ nieuwbouwwijken en steden die nog het meeste weg hebben van een openluchtmuseum. Hij is op zoek naar locaties, waar de gebouwde omgeving even stiekem zijn gang mocht gaan. In Körmelings ‘Een goed boek’ zijn veel van die anonieme plekken - in binnen- en buitenland, in de stad en op het platte land - verzameld en in beeld gebracht. In de wirwar van anonieme gebouwen heeft een onaanzienlijk aanbouwtje zich tegen een gevel gevleid. Een knalgeel pakhuis aan de rand van een stad doet zijn opschrift ‘Big Yellow’ eer aan. Een huis in neo-koloniale stijl ontpopt zich als façade. En lonkende lichtreclames onttrekken de architectuur geheel aan het zicht. Het zijn de plekken waar Körmeling inspiratie vindt voor zijn eigen werk; architectuur als objet trouvé.
“Dames en heren, (…) wat hier staat is precies wat ik wil en voor de eerste keer in mijn leven ook wat anderen willen…” zei Körmeling in 1992 bij de ingebruikname van het starthuisje aan de wedstrijdroeibaan in Harkstede.

Sindsdien zijn veel meer plannen gerealiseerd, bouwsels die het midden houden tussen beeld en architectuur. Ze hebben een vanzelfsprekend ogende ongecompliceerdheid, die door collega-kunstenaar en vriend, Henk Visch is getypeerd als “ja-maar-zo-kan-ikhet-ook” ontwerpen, die eruit zien alsof ze op een vrije zaterdagmiddag zijn ontstaan.

Niet alleen het ontwerp ook de uitvoering houdt Körmeling in eigen hand. Zo was hij in de afgelopen tijd, tussen de buien door, samen met de Amsterdamse scheepstimmerman Willem Schrammeijer aan het werk aan de kleinste overdekte brug ter wereld. Maar behalve dat is het ook een ingang die het opneemt tegen Krophollers museumentree uit 1936. De plechtige zwaarwichtigheid, die in Krophollers tijd bij de status van een museum leek te horen, is Körmelings gebouwtje geheel vreemd, maar het trekt zich ook weinig aan van de designregels van nu. Baksteen heeft plaatsgemaakt voor felroze aluminium met een opgedrukt motief van ‘gepotdekseld’ hout. In plaats van door twee opzittende paarden worden we begroet door uitnodigende twinkelverlichting. Met een knipoog naar het uitgaansgebeuren op Stratumseind nodigt Körmeling ieder die nog twijfelt uit om over de brug te komen, want het museum is ‘echt iets voor u’.

Hanneke de Man



Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 937.