kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 14-06-2011 voor het laatst bewerkt.

Jonathan Meese

25/05/2007 <> 19/08/2007 De Appel - Centrum voor Hedendaagse Kunst: Jonathan Meese: "Jonathan Rockford (Don't call me back, please)"

In De Appel toont Meese recent werk en bouwt een nieuwe monumentale installatie die als setting fungeert voor een eenmalige site-specific one-man-performance waarin alle theatrale registers worden opengetrokken.
Meese realiseert op de eerste verdieping van het de Appel-pand een hedendaagse Wunderkammer: met schilderijen, tekeningen, assemblages, sculpturen, objecten, collages, foto's, en op de wanden geschilderde teksten creëert Meese een 'site-specific' totaalinstallatie.

Geboren in 1970, Tokio, Japan, woont en werkt in Hamburg en Berlijn.

Met zijn radicale werkwijze, grootse thema's en zware symboliek heeft Meese veel stof doen opwaaien sinds zijn afstuderen aan de Hamburgse Hochschule für Bildende Künsten in 1998.

Zijn werken gaat uit van een haast negentiende-eeuwse vroeg-romantische kunstopvatting: het is de missie van een kunstenaar om 'die Sache Kunst' te dienen en visueel uitdrukking te geven aan al wat hij denkt, ervaart en voelt. Dit levert een oeuvre op dat zich laat lezen als een grillig universum gevuld met persoonlijke obsessies en bizarre fantasieën moeiteloos verbonden met referenties aan de gehele Westerse (cultuur)geschiedenis, van Romulus en Remus tot Stalin en Wagner: beeldende kunst met een groot gebaar, waarin visoenen worden geschetst en universele emoties worden aangesproken.

Meese refereert in een eclectische mix van mythologie, geschiedenis en pop-cultuur, aan de grote drama's uit de Westerse geschiedenis van de negentiende en twintigste eeuw. Hij is niet wars van pathos of bombast en verwijst herhaaldelijk naar zijn persoonlijke (foute) 'helden' die rangeren van dictators en Hollywoodsterren tot filosofen en musici. Noel Coward en Ezra Pound, Marquis de Sade en Dorian Gray, Stalin en Nero, Wagner en Napoleon, of Nietzsche en Meese's eigen moeder bevolken zijn op chaotische wijze gevisualiseerde ideeënwereld. Jonathan Meese laat zich met evenveel gemak inspireren door Nietzsche en Marquis de Sade als door Picasso, porno, cartoons en B-films.

Jonathan Meese maakt ruimtevullende installaties met een overvloed aan schilderijen, wandschilderingen, tekeningen, assemblages, objecten, collages, foto's, afbeeldingen uit tijdschriften, affiches en op de wanden geschilderde teksten. Met deze zondvloedachtige stroom aan informatie, die zowel historisch en actueel alsook maatschappelijk en privé is, schept Meese een volstrekt eigen wereld. Hij bedenkt zijn eigen mythologie waarin bijvoorbeeld Richard Wagner en Ennio Morricone, Stroheim en Stalin, Satan en Caligula op associatieve wijze met elkaar verbonden worden. En dat alles doordrenkt met literaire verwijzingen naar de Nibelungen, Beowulf, Marquis de Sade, Maldoror en Edgar Wallace. Het is een Hieronymus Bosch -achtig universum vol demonen, monsters, vampiers en 'aliens'; een wereld waarin de donkere schaduwen van Nero, Heidegger, Napoleon, Nietzsche, Ezra Pound, Raspoetin, Rainer Werner Fassbinder, Charles Bronson en Klaus Kinski weer tot leven worden gewekt. Zijn installaties getuigen ook van Meese's interesse in 'grote' thema's als gevallen helden en de oppositie tussen goed en kwaad.

'In het werk van Jonathan Meese is alles Alles en alles Niks', aldus kunsthistoricus Friedrich Meschede. Zelf zegt hij: 'Ik noem mezelf een volkskunstenaar. Ik ben een fundamentele kunstenaar die werkt met basisgevoelens, met emoties als liefde en haat, hebzucht, macht en politiek. Heftige en pathethische levensthema's inderdaad, maar het leven is nu eenmaal pathetisch.'

Picasso, Matisse, Balthus, Francis Bacon, Vincent Van Gogh: Meese is niet vies van traditie en van bewondering voor zijn voorgangers. 'In de kunst geef je de fakkel en je kracht door aan de volgende generatie, die deze op zijn beurt weer doorgeeft aan de daaropvolgende. Althans, zo zie ik het. Voor mij zijn die voorgangers goden. Picasso is een god, Immendorff is een god. Hopelijk ben ik de volgende in de keten.'

Tentoonstellingen
Jonathan Meese exposeerde voor het eerst op de Biënnale van Berlijn in 1998, waar hij met twee klasgenoten van de academie, John Bock en Christian Jankowsky, de trend van de 'Nieuwe Activisten' inluidde.
Opvallend is dat Meese gaandeweg ook steeds meer het bestaan van individualiteit is gaan ontkennen. Zoals hij zelf zegt: "De afwijzing van individualiteit is de grond en de motor van mijn kunst. Het gaat om de totale distantie, pas dan kan kunst ontstaan. Ik streef naar een ultieme vorm van nul-individualisme. En als zodanig gaat het in mijn werk niet om mij als persoon, maar om het wereldbeeld dat ik weergeef."

'Je moet ervoor uitkijken de kunstenaar te verwarren met zijn werk', 'Kunst heeft zijn eigen ongekende wetten, schoonheid en visioenen. De kunstenaar is slechts dienend.'

12/2005-02/2006 De Hallen - Haarlem: Sherwood Forest - Jörg Immendorf en Jonathan Meese
De Installatie van Jonathan Meese in De Hallen zal het karakter krijgen van een 'historisch doolhof' vol herinneringen, mythes, angsten en fantasieën. Meese zal hierbij steeds nieuwe rollen en identiteiten aannemen: van zachtaardige imhotep en kwade Meesewolf tot de ultieme gedaante van de almachtige GottMeese. Meese zegt hier zelf over: "Ik geloof niet dat de kunstenaar iets over zichzelf kan vertellen. Ik ben er niet in geïnteresseerd om mijn gezicht als een individuele uitdrukking te presenteren of als een spiegel van mijn persoonlijkheid te beschouwen. Integendeel. Mijn gezicht is voor mij het meest onpersoonlijke, het meest on-individuele dat er bestaat. Het zit wel op mij, maar het heeft met mij persoonlijk absoluut niets van doen. Ik zie mijn zelfportret veel meer als een decorstuk dat in steeds wisselende samenstellingen gebruikt kan worden."
Twee, individuele tentoonstellingen met één titel. Jonathan Meese verwijst in zijn groteske installaties nadrukkelijk naar de surrealistische schilderijen van Jörg Immendorff. Beide kunstenaars zullen naast hun individuele tentoonstellingen ook een gezamenlijk werk presenteren.

Een intrinsiek onderdeel van Meese's kunstenaarschap zijn zijn veelbesproken performances. Sinds een aantal jaar waagt Meese zich ook buiten het domein van de beeldende kunst en gaat hij allianties aan met theatermakers en doet interventies in de theaterwereld. Zo ontwierp hij in 2006 ondermeer de decors van 'Die Meistersänger von Nürnberg' en 'Kokain' van de Duitse regisseur Frank Castorf en ging in januari 2007 zijn eerste eigen theaterstuk 'De Frau - Dr. Pounddadylein' in première in de Berlijnse Volksbühne.

Meese's werk was recent onder meer te zien de Deichtorhallen, Hamburg en het MAGASIN Centre National d'Art Contemporain, Grenoble (2006), het Statens Museum for Kunst, Kopenhagen (2006) en The Saatchi Gallery, London (2005). Hij voerde performances uit in de Deichtorhallen, Hamburg, (2006) de Arario Gallery, Beijing (2006) en de Turbine Hall in Tate Modern in London (2006).

Websites: Jonathan Meese (Tokio 1970) maakt sinds 1997 ruimtevullende Installaties met een overvloed aan schilderijen, wandschilderingen, tekeningen, Assemblages, objecten, Collages, foto 's, afbeeldingen uit tijdschriften, affiches en op de wanden geschilderde teksten. Met deze zondvloedachtige stroom aan informatie, die zowel historisch en actueel alsook maatschappelijk en privé is, schept Meese een volstrekt eigen wereld. Hij bedenkt zijn eigen Mythologie waarin bijvoorbeeld Richard Wagner en Ennio Morricone, Stroheim en Stalin, Satan en Caligula op associatieve wijze met elkaar verbonden worden. En dat alles doordrenkt met literaire verwijzingen naar de Nibelungen, Beowulf, Marquis de Sade, Maldoror en Edgar Wallace. Het is een Hieronymus Bosch -achtig universum vol demonen, monsters, vampiers en ‘aliens'; een wereld waarin de donkere schaduwen van Nero, Heidegger, Napoleon, Nietzsche, Ezra Pound, Raspoetin, Rainer Werner Fassbinder, Charles Bronson en Klaus Kinski weer tot leven worden gewekt. De Installatie in De Hallen zal het karakter krijgen van een ‘historisch doolhof' vol herinneringen, mythes, angsten en fantasieën. Meese zal hierbij steeds nieuwe rollen en identiteiten aannemen: van zachtaardige imhotep en kwade Meesewolf tot de ultieme gedaante van de almachtige GottMeese.

Jonathan Meese verwijst in zijn groteske installaties nadrukkelijk naar de surrealistische schilderijen van Jörg Immendorff. Beide kunstenaars zullen naast hun individuele tentoonstellingen ook een gezamenlijk werk presenteren.

Nieuwe schilderijen van Jonathan Meese.
[Karel Schampers, in: Halszaken 12, november 2005]

Jonathan Meese (Tokio 1970 / woont en werkt in Berlijn) lijkt zo te zijn weggelopen uit een voorstelling van De Drie Musketiers. Met zijn lange, zwarte manen, zijn gesoigneerde snorbaard en zijn twinkelende oogopslag lijkt hij in alles op de onstuimige D’Artagnan. De overeenkomst beperkt zich echter niet alleen tot de uiterlijke kenmerken. Net zoals de schrijver van het stuk, de Franse romanticus Alexandre Dumas, kan Meese met verve een verhaal vertellen, een melodrama dat zo meeslepend is, dat je geen moment stilstaat bij de onwaarschijnlijkheid van de gebeurtenissen.
Meese is vooral bekend geworden door zijn ruimtevullende installaties die zijn opgebouwd uit zeer verschillende objecten en materialen. Hij ensceneert met losse hand, maar zonder dat hij ook maar enig moment de regie verliest, een kolkend labyrint van schilderijen, wandschilderingen, tekeningen, assemblages, objecten, collages, foto’s, afbeeldingen uit tijdschriften, affiches en op de wanden geschilderde teksten. Het komt over als een dolgedraaide carrousel, waarin de meest bizarre fantasieën tot leven komen en de meest tegenstrijdige personen en ideeën met elkaar in verband worden gebracht. De installaties, maar dat geldt evenzeer voor zijn schilderijen, sculpturen en kunstenaarsboeken, nemen groteske, absurde vormen aan die iedere verbeelding tarten. Realiteit en fictie, autobiografie en fantasie, humor en tragiek, heden en verleden, kunst en leven gaan als vanzelfsprekend in elkaar over.
Je betreedt een Hieronymus Bosch-achtige onderwereld vol demonen, monsters, vampiers en ‘aliens’: een wereld waarin de donkere schaduwen van bijvoorbeeld Nero, Heidegger, Napoleon, Nietzsche, Ezra Pound, Raspoetin, Rainer Werner Fassbinder, Charles Bronson en Klaus Kinski weer tot leven worden gewekt. Meese bedenkt zijn eigen mythologie waarin Richard Wagner en Ennio Morricone, Von Stroheim en Stalin, Satan en Zardoz, Caligula en Picasso op associatieve wijze met elkaar verbonden worden en tot nieuwe idolen worden gekneed. In deze duistere, geteisterde wereld neemt Meese zelf als een kameleon de gedaantes aan van bizarre personages als Dr. Cyclops, Capitaine Danjou, de monnik Medardus, Dr. Fu Manchu en Mr. Joker. En dat alles doorspekt met literaire verwijzingen naar de Nibelungen, Beowulf, Marquis de Sade, Maldoror en Edgar Wallace. Je zou zijn werk kunnen omschrijven als een hallucinerend doolhof waarin, juist door het ontbreken van logische verbanden, de kijker voortdurend wordt uitgedaagd en telkens een andere richting wordt ingestuurd. Er valt ontzettend veel te zien, maar er wordt ook veel gevergd van het voorstellingsvermogen.

Jonathan Meese exposeerde voor het eerst op de Biënnale van Berlijn in 1998, waar hij met twee klasgenoten van de academie, John Bock en Christian Jankowsky, de trend van de ‘Nieuwe Activisten’ inluidde. Waren het aanvankelijk nog onschuldige, bijna kinderlijke dagdromen, de laatste jaren is een steeds complexer systeem ontstaan vol ironische verwijzingen naar seks, politiek, oorlog, macht en geweld. De voorstellingen zijn vaak zo ongerijmd dat ze een bijna surrealistische kwaliteit krijgen. Opvallend is dat Meese gaandeweg ook steeds meer het bestaan van individualiteit is gaan ontkennen. Zoals hij zelf zegt: ”De afwijzing van individualiteit is de grond en de motor van mijn kunst. Het gaat om de totale distantie, pas dan kan kunst ontstaan. Ik streef naar een ultieme vorm van nul-individualisme. En als zodanig gaat het in mijn werk niet om mij als persoon, maar om het wereldbeeld dat ik weergeef.”
De tentoonstelling in De Hallen bestaat grotendeels uit zelfportretten, alhoewel je met zijn nadrukkelijke afwijzing van de individualiteit moeilijk van zelfportretten kunt spreken. Om zijn eigen woorden aan te halen: “Ik geloof niet dat de kunstenaar iets over zichzelf kan vertellen. Ik ben er niet in geïnteresseerd om mijn gezicht als een individuele uitdrukking te presenteren of als een spiegel van mijn persoonlijkheid te beschouwen. Integendeel. Mijn gezicht is voor mij het meest onpersoonlijke, het meest on-individuele dat er bestaat. Het zit wel op mij, maar het heeft met mij persoonlijk absoluut niets van doen. Ik zie mijn zelfportret veel meer als een decorstuk dat in steeds wisselende samenstellingen gebruikt kan worden.”
Meese presenteert zichzelf als onbestemd materiaal, als de ‘Mann ohne Eigenschaften’ die volledig invulbaar is. Hij doet het voorkomen alsof hij een leeg scherm is waarop ieder wensbeeld geprojecteerd kan worden. In zijn tekeningen, foto’s en schilderijen neemt hij steeds andere gedaantes aan en vervult hij telkens weer andere rollen. Hij figureert in zelf verzonnen personages als het zachtaardig ‘Erntekind’ en de boze ‘Meesewolf’. En hij gaat zelfs zover dat hij zich voorstelt als de gevreesde ‘Erzrunengott’ en de almachtige ‘GottMeese’. Jonathan Meese speelt met bravoure de rol van hogepriester in zijn eigen liturgie van gedaantewisselingen.

Meese is een kunstenaar met buitengewone ambities. Hij heeft inmiddels een oeuvre opgebouwd dat als een van de merkwaardigste in de hedendaagse kunst geldt. Zijn werk is het product van een intelligentie die zo scherp, veranderlijk, onnavolgbaar, rusteloos, ironisch en indringend is, dat je niet direct een parallel bij de hand hebt. Zijn werk is onvergelijkbaar en enig in zijn soort. Het is een natuurgetrouwe en onmiskenbare uitdrukking van zijn unieke persoonlijkheid, al is deze constatering op het eerste gezicht in tegenspraak met zijn eerdere ontkenning van de individualiteit. Maar niets is zeker in het werk van Meese, niets staat vast, niets heeft een definitieve vorm. Ook Meese zelf niet.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2088.