kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Joost Swarte

Nederlands striptekenaar, illustrator en grafisch ontwerper geboren te Heemstede, 24 december 1947, woont en werkt in Haarlem.

Joost Swarte ontdekt al op jonge leeftijd dat hij tekenaar wilt worden. Op de middelbare school leest hij undergroundbladen waarin tekenaars als Robert Crumb publiceerden.

Joost Swarte begint eind jaren 1960, tijdens een studie industriële vormgeving in Eindhoven, met het tekenen van strips.

Zijn eerste stripverhaal publiceert hij 1970 in de Eindhovense krant De Andere Krant. In 1971 richt hij het striptijdschrift Modern Papier op, waaraan hij zelf bijdragen levert. Hij houdt dat echter al na tien nummers voor gezien. Ook werkt Joost Swarte regelmatig mee aan het striptijdschrift Tante Leny Presenteert met diverse bijdragen. Swarte wordt een van de grondleggers van de undergroundstrip in Nederland.

In 1972 start hij in het kindertijdschrift Okkie een serie strippagina's, getiteld 'Katoen en Pinbal'.

Een jaar later maakt hij de eerste van een reeks boekomslagen voor de Real Free Press Foundation in Amsterdam, in datzelfde jaar stelt hij de bundel 'Cocktail Comix' samen, met strips van een nieuwe generatie Nederlandse tekenaars. Ook in 1973 begint hij met een vervolgserie op 'Katoen en Pinbal' die tot 1979 in het kinderblad Jippo zal verschijnen.

Nadat hij in 1973 bij het Franse stripblad Charlie Mensuel was geïntroduceerd rees de ster van Swarte snel. Hij publiceerde bijvoorbeeld als eerste Nederlander in het Amerikaanse underground stripblad Raw, van Art Spiegelman, de enige striptekenaar die ooit de Pulitzerprijs won en in het uiterst prestigieuze literaire blad The New Yorker.

Het tijdschrift Tante Leny Presenteert heeft in 1975 een expositie in het Lijnbaanscentrum in Rotterdam. Hier wordt onder andere ook werk van Joost Swarte geëxposeerd.

In 1977 ontwerpt hij voor het No Fun Label en het Torso Label platenlabels en platenhoezen. Hij werkt mee aan de Kuifje tentoonstelling die wordt gehouden in het Lijnbaanscentrum van Rotterdam. voor deze tentoonstelling ontwierp hij ook 4 catalogusomslagen. Ook in 1977 begint hij omslagen te tekenen voor de boekenbijlage van het weekblad Vrij Nederland en voor het Belgische tijdschrift HUMO. Met de strips DR BEN CINE & D (later: NIET ZO! MAAR ZO!) in VRIJ NEDERLAND verwerft hij nationale bekendheid.

Zijn boek Modern Art verschijnt nog voor de Nederlandse uitgave in een Franse, Duitse en Engelse versie. Het is zijn bekendste boek tot nu toe. In 1980 wordt de Duitse uitgave van Modern Art bekroond, behorende tot de bestverzorgende boeken van het jaar in Duitsland.

In 1980 neemt hij voor het eerst deel aan de internationale stripbeurs SALON INTERNATIONAL DE LA BANDE DESSINÉE in het Franse Angoulême. Vanaf die tijd wordt hij ook internationaal erkend en verschijnen zijn (strip)boeken in het Engels, Frans, Duits, Spaans en Catalaans.

1981 Prix St-Michel van de stad Brussel voor de beste buitenlandse tekenaar

In 1982 begint hij een serie voor de kinderkrant van Vrij Nederland: 'Niet Zo, Maar Zo!'.

Halverwege de jaren 1980 verlegt hij zijn werkterrein van strips naar illustraties en vrije grafiek. Ook ontwerpt hij affiches, postzegels, letters, meubels, objecten en zelfs gebouwen.

Voor de PTT ontwierp hij in 1984 een serie van vier postzegels.
1985 Internationale Asiago-prijs voor artistieke filatelie
1985 Stripschappenning voor postzegelontwerpen

In 1987 was er een wereldtentoonstelling over Joost Swarte in de Vishal van het Frans Halsmuseum in Haarlem. Later zijn er nog wereldtentoonstellingen van Joost Swarte geweest in onder meer het Gemeentemuseum van Arnhem, Parijs, Brussel en Barcelona.

1988 Max und Moritz Preis voor Niet Zo, Maar Zo!
1988 Plano een van de Best Verzorgde Boeken van 1987 (Stichting CPNB)
1990 Stripschappenning voor Bijzondere Verdiensten 1990 van het Stripschap

In 1990 was er bij Galerie Lambiek een verkooptentoonstelling van Joost Swarte.

Swarte is ook actief in de muziek en maakt cd's met zangeres Fay Lovsky (JOPO IN MONO, 1991) en met Popprijs 2000-winnaars Arling & Cameron (SOUND SHOPPING, 1998).

Joost Swarte is een ware promotor van het stripverhaal. In 1990 neemt hij het initiatief tot de STRIPDAGEN, een tweejaarlijks internationaal stripevenement dat in 1992 voor het eerst plaatsvindt in Haarlem.

Na 1990 is Joost Swarte zich vooral bezig gaan houden met de architectuur en het ontwerpen van postzegels, meubels en horloges.

1993 Tijdschriftomslag voor Nozone wint prijzen van de Art Directors Club Society for Publication Designers.
1993 Jopo in Mono een van de Best Verzorgde Boeken van 1992 (Stichting CPNB)
1995 Crumb The Record Cover Collection bekroond door CPNB
1995 Prix Jules Chéret voor het affiche van het Holland Animation Film Festival 1994

In 1996 presenteert hij zijn ontwerp voor de nieuwbouw van het Haarlemse theater de Toneelschuur, dat in 2002 zal worden geopend.

1998 Stripschapprijs 1998 voor gehele oeuvre

De structuur van het stripverhaal
Het idee in de tekening is steeds belangrijker geworden, de uitvoering is een tweede fase in het werk. Ik ben met een beeldtaal bezig en het gaat mij erom dat ik een bepaald idee wil overdragen. Je vraagt je bijvoorbeeld af - om in filmtermen te spreken hoe je je camera plaatst, wat op de voorgrond moet, wat de eerste attentie moet krijgen. Lopen er bepaalde lijnen in je tekening waardoor mensen hun ogen op een tweede detail gaan richten? Zo ontstaat een verhaal binnen een tekening. Dat is de ambachtelijke afdeling van het werk. Er moet voor de mensen iets aantrekkelijks zitten in die tekening, en als je eenmaal hun aandacht hebt, dan pas kan je ze wat vertellen. Anders gaan ze er veel te snel overheen. Slaan ze de bladzij meteen om. Juist omdat het idee voor mij het belangrijkste is, moet de tekening eigenlijk zo zijn dat de mensen vergeten dat het een tekening is. Het moet tot leven komen. (...) Een jaar of tien geleden heb ik een bepaald soort papier ontdekt om met aquarel of ecoline op te werken. En voor zwart-wit neem ik gewoon goed hard papier. Ik werk met oostindische inkt en een kroontjespen, en voor het inkleuren een kwastje en ecoline. Of ik snij zelf litho's.

Ik zet een tekening eerst op in potlood en pas als-ie helemaal klaar is in potlood ga ik 'm ininkten. Ik werk veel met transparant papier. Dan zet ik de tekening eerst heel ruw op en leg ik de personages op transparant papier over de plek waar ze in de tekening komen. Daarna trek ik het over en kan ik wat meer details toevoegen. Dan neem ik het transparant papiertje van de tekening af en ga daarmee verder. Eerst draai ik het om, dat is een ouderwetse truc als je een tekening voor de spiegel houdt, zie je pas wat je fout gedaan hebt. Want je hebt een afwijking in je hand. Als je met je rechterhand tekent, lopen de lijnen die je trekt van linksonder naar rechtsboven, omdat je elleboog zo scharniert. Die afwijking moet je elimineren, vind ik. (...)

Als het goed is eindig je altijd met een gespiegelde afbeelding. En dan leg je dat figuur op het vel papier waarop je je tekening wilt gaan inkten, je trekt opnieuw het figuur over, en als je het kalkpapier er dan afhaalt, zie je het figuur doorgedrukt op je papier en kun je gaan inkten. Het voordeel van met die kalkjes werken is dat je nog heel veel kunt schuiven voor je het definitief op papier zet. Soms wil je dingen veranderen aan een houding om 'm wat krachtiger te maken, wat dynamischer. Als je meteen begonnen bent met schetsen op je papier en je denkt: als ik dat been eens wat meer naar achteren omhoog gooi, dan kun je dat wel doen, maar als daar dan net een tafeltje staat kom je in de knoei. (...) Perspectief is ook een taal, het is een afspraak tussen mensen. Als je een vloer wilt tekenen waar veel op ligt, dan moet je een hoog standpunt innemen. Dus eigenlijk bepaalt dat het idee vanuit welke positie je de tekening gaat maken. Je kunt ook een andere afspraak maken, zoals isometrische projectie, waarbij je alle lijnen parallel laat lopen. Maar het perspectief met verdwijnpunten, zoals ik dat construeer, doet mensen meer aan de werkelijkheid denken. En daarmee kan je ze pakken.
Klare lijn
Swarte tekent in de stijl die wordt aangeduid als de 'klare lijn'. Deze stijl is ontwikkeld door Hergé, de geestelijke vader van Kuifje. De basis van deze stijl zijn de omtreklijnen van de afgebeelde personen en objecten. Deze zijn vrij dik en heel duidelijk, vandaar de naam. De tekeningen zijn vaak egaal ingekleurd, zonder veel weergave van de stoffelijkheid van het materiaal. Swarte beheerst deze klare lijn tot in de finesses en heeft er door de jaren heen een heel eigen gezicht aan gegeven.

1996, Ballonstrip, Achter het nieuws, Katoen + Pinbal
Eerder verschenen in het weekblad Jippo in 1976 en 1977 o.d.t.: Een letter van parket.
Geen gooi- en smijtwerk in dit beeldverhaal. De humor en avonturen zijn volgens het Swarte-scenario op een perfecte wijze uitgewerkt. De tekst is duidelijk geletterd en goed leesbaar voor kinderen vanaf ca 9 jaar.

1997, Ballonstrip, Tussen de wielen
Eerder verschenen in het weekblad Jippo in 1976 en 1977 o.d.t.: Ik heb niets gedaan.
De pierrot Katoen en de hond Pinbal komen bij toeval in de autoindustrie terecht. Samen met de muis Zacharias proberen ze milieuvriendelijke auto's aan de man te brengen. Hun loopauto is helaas geen commercieel succes. Pinbal, te lui om zelf te werken, neemt een aantal werknemers in dienst. Hij houdt echter geen rekening met het feit, dat al die mensen ook betaald moeten worden. Op een humoristisch simplistische wijze, brengt de kunstenaar Swarte een stukje industrieel denken en mismanagement onder de aandacht. Terloops wordt uitgelegd wat een octrooi-aanvraag inhoudt. Het is soms te merken dat de strip twintig jaar jong is. Dit vormt echter geen bezwaar bij dit klare lijn product van eigen bodem. Het album is geschikt voor lezers vanaf negen jaar.

Oog & Blik, 1999, Glas en lood in de Marnixstraat
34 ontwerpen door Joost Swarte ; met een tekst van Paul Hefting ; [foto's Luuk Kramer]
Joost Swarte heeft in opdracht van de woningstichting Zomers Buiten voor een stadsvernieuwingsproject aan de Marnixstraat (huisnummer 165 tot en met 213), een van de langste en saaiste straten in de Amsterdamse binnenstad, vierendertig glas-in-loodramen ontworpen waarin op een ragfijne, humoristische en dromerige wijze met de werkelijkheid, zoals die zich op straat en binnenshuis afspeelt, wordt omgegaan. In voorliggende uitgave over de achtergronden van dit project is van alle ramen een afbeelding (in kleur) opgenomen. Bij een deel van de tekeningen zijn schetsjes gevoegd die aan het uiteindelijke resultaat voorafgingen. De surrealistische afbeeldingen geven de visie van de ontwerper weer op het complexe stadsleven. Er is sprake van een subtiel evenwicht tussen (strip)kunst en architectuur enerzijds en de strakke lineaire muren met een strak ritme van ramen, deuren en dakkapellen anderzijds, waarin de glas-in-loodafbeeldingen zijn geïntegreerd. In de begeleidende tekst wordt de gedachte achter dit project op een bondige manier toegelicht. Uitklapbare tekening in achteromslag.

2003 Toneelschuur
Essays over de totstandkoming van de nieuwbouw van de Toneelschuur in Haarlem.
De internationaal vermaarde Haarlemse tekenaar en ontwerper Joost Swarte ontwierp in samenwerking met het eveneens internationaal vermaarde Delftse architectenbureau Mecanoo de nieuwbouw voor de Toneelschuur in Haarlem. Joost Swarte al langer verantwoordelijk voor de huisstijl mocht zich uitleven op twee filmzalen twee theaterzalen een ontvangsthal en een cafe.
Dit eigentijdse huis voor de Nederlandse toneel-, dans- en filmwereld dat in 2002 officieel werd geopend wordt aan de hand van in- en exterieurfoto's in kleur van Henze Boekhout uitvoerig in beeld gebracht. Naast de door Joost Swarte vormgegeven huisstijl en ontwerpschetsen, krantenrecensies, plattegronden en projectgegevens wordt het boek door drie essays (in het Engels en Nederlands) onderbouwd. Jan Tromp (journalist) beschrijft de "moeizame doch opgewekte geschiedenis van een droom". Henk Doll (partner van Mecanoo) beschrijft de samenwerking tussen architectenbureau en ontwerper. Paul Hefting (kunsthistoricus) typeert het werk van de ontwerper kunstenaar Joost Swarte. Het boek nodigt uit tot een bezoek aan de Toneelschuur, die op een bijzondere manier is geïntegreerd in haar omgeving.

Joost Swarte is zonder twijfel Nederlands meest internationaal befaamde striptekenaar en daarom reist er nu een tentoonstelling met de naam Leporello door Frankrijk en Duitsland. Het door De Harmonie en, door hemzelf opgerichte, Oog & Blik uitgegeven gelijknamige boek is de catalogus van deze tentoonstelling.
Helaas zijn in het boek niet veel oude voorbeelden te vinden, maar door vergelijking van het oudere werk met het nieuwere werk valt op dat de tekeningen vooral steeds hoekiger zijn geworden en dat Swarte zich beperkt tot basisvormen, zoals de cirkel, het vierkant en de driehoek. Dat hoekige is ook terug te vinden in de opzettelijk houterige bewegende figuurtjes.

In April 2004 heeft het Hare Majesteit behaagd Joost Swarte te ridderen.

Swarte ontwierp het logo voor Bibliotheek.nl en bedacht in het kader van het project Bibliotheken 2040 Hotel Alfabet, een openbare bibliotheek die 24 uur per etmaal is geopend is en die is gevestigd in een publieke maar zeer gastvrije ruimte, de lounge van een groot hotel. Drie weken lang was een dergelijke bibliotheek ingericht in hotel Van der Valk in Vught, met boekenkasten die door Swarte waren ontworpen.

tekeningen van Joost Swarte te combineren met evenzovele boekfragmenten die zijn gerelateerd aan de Nederlandse geschiedenis. Het motto van de Boekenweek 2005 (die wordt gehouden van woensdag 9 tot en met zaterdag 19 maart) is immers ‘Spiegel van de Lage Landen – Boeken over onze geschiedenis'. Boeken die aan de orde komen, zijn onder meer Overvloed en onbehagen van Simon Schama, Eenzaam maar niet alleen van Wilhelmina en Hoe God verdween uit Jorwerd van Geert Mak. De auteur van het Boekenweekgeschenk in 2005 is Jan Wolkers.

Nederlandse Stripgeschiedenis - Joost Swarte www.deharmonie.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2029.