kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 21-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Jörg Immendorff

Duitse schilder en beeldhouwer, geboren 14 juni 1945, Bleckede (bij Lüneberg) - overleden 28 mei 2007 in Düsseldorf waar hij woonde en werkte.

Immendorf was een groot voorstander van een politiek georienteerde kunstenaar en was één van de succesvolste artiesten ter wereld.
Immendorf neemt persoonlijke verhalen en ervaringen als uitgangspunt voor zijn werk. Toch maakt hij schilderijen die eigenlijk heel algemeen herkenbaar zijn. Hij zag in Duitsland dingen zoals misbruik van macht, ongelijkheid, en armoede en gebruikte die als onderwerp voor zijn schilderijen. In Duitsland kwamen die dingen voort uit de verdeling in Oost en West. Maar vergelijkbare problemen komen over de hele wereld voor.

Om zijn boodschap goed over te laten komen, kiest Immendorf voor een realistische manier van schilderen. Hij wil geen specialistische kunst maken voor de elite, maar kunst die voor de hele samenleving te begrijpen is: “Das Bild muss die Fünktion der Kartoffel übernehmen” (“Het beeld moet de functie van de aardappel overnemen”), heeft hij eens gezegd. (van Abbemuseum)

Jörg Immendorff schildert eigentijdse historiestukken. Het zijn allegorische visioenen van de maatschappelijke werkelijkheid, situatieschetsen van de problemen die de huidige tijd beheersen. Hij wil in zijn werk bestaande normen en waarden ter discussie stellen en kritisch doorlichten. Immendorff tilt zwaar aan de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de kunstenaar. Het is immers zijn overtuiging dat in deze getroebleerde wereld alleen de kunst nog een waarborg kan zijn voor de geestelijke ontwikkeling, die moet leiden tot een menswaardiger samenleving.
Om een zo breed en effectief mogelijk bereik te hebben, probeert hij zijn bezorgdheid over het defect van de wereld én de kunst zo concreet mogelijk weer te geven. Hij heeft een eigen, direct aansprekende beeldtaal ontwikkeld - realistisch, voor iedereen verstaanbaar en begrijpelijk - zonder daarbij een moreel of ethisch gelijk uit te spreken. Deze aanpak, maar vooral ook zijn stellingname dat kunst een dienende functie moet vervullen, is hevig gekritiseerd. Sommigen bestempelen zijn werk als populistisch en regressie. Anderen stellen het voor als traditioneel en behoudend omdat het niet zou passen in de veronderstelde modernistische context van oorspronkelijkheid en vernieuwing. Immendorff heeft er evenwel geen behoefte aan een rol te spelen in het grote kunstdebat, laat staan dat hij zich wil conformeren aan de heersende artistieke opvattingen. Hij is een kunstenaar die het voorrecht om vrijuit te kiezen nooit zal opgeven en zich ook nooit zal laten opsluiten in de geldende idiomen, zelfs als hij zich daarmee buiten de gevestigde orde van de moderne kunst zou plaatsen.

Biografie
1963/1964 Studeert theaterontwerp bij Theo Otto aan de kunstacademie van Dusseldorf.

Na drie trimesters aan de kunstacademie in Düsseldorf ging hij, in 1964, lessen volgen bij de charismatische Joseph Beuys (1921-1986). Beuys werd vooral bekend met zijn happenings, waarmee hij een ‘heilzame chaos’ wilde creëren zodat daaruit een nieuwe kunst kon ontstaan. Hij zag zijn docentschap als een wezenlijk bestanddeel van zijn kunstenaarschap, wat van invloed was op Immendorff die eveneens docent werd, onder meer aan de kunstacademies van Stockholm, Hamburg en Keulen. Immendorffs relatie met Beuys was ambigue. Hij uitte soms kritiek, maar andere uitlatingen bevatten een haast mystieke ondertoon als zag hij Beuys als een magische priester/ kunstenaar.
Immendorff’s schilderij Hört auf zu malen uit 1966 kan gezien worden als een keerpunt in zijn ontwikkeling. Tijdens een interview in 2003 verhaalt Immendorff hoe dit schilderij (Van Abbemuseum, Eindhoven) tot stand kwam. Als docent Beuys het academielokaal binnenkwam, beoordeelde hij de werken van zijn studenten kort en direct: Scheisse, scheisse, gut, scheisse, gut, gut, scheisse, scheisse Tegen elk schilderij van Immendorff had Beuys tot dan toe Scheisse gezegd. Gefrustreerd schilderde Immendorff een zwart kruis over de rode achtergrond van het doek en schreef er met witte letters Hört auf zu malen (Stop met schilderen) over heen. Ditmaal beoordeelde Beuys het schilderij als Spitzenbild! (‘topwerk’) Deze ervaring leerde hem dat uit woede en frustratie iets geheel nieuws kon ontstaan.

Van 1965 tot 1970 voerde Immendorff vele happenings, performances en demonstraties uit met een sociale en politieke inhoud. Tijdens de performances gebruikte hij zijn schilderijen als rekwisieten, iets waarin hij zich onderscheidde van zijn leermeester Beuys. Aanvankelijk was er de serie Babes waarop al te mollige babies al te gelukzalig glimlachen. Immendorff verwees hiermee naar zijn aversie tegen de zelfgenoegzaamheid van de toenmalige kunstwereld. Zijn stellingname tegen de oorlog in Vietnam werd duidelijk gemaakt met de tekst: Wir erklären uns gegen den Krieg in Vietnam (1966) geschilderd op een gouache, waarop ook een handtekeningenlijst en de zwart/rood/gele banen in de kleuren van de Duitse vlag te zien waren.

1965/1966 Happenings met een sociale en politieke inhoud op de academie.

Hört auf zu malen, 1966, 135x135cm, Stedelijk Van Abbemuseum Eindhoven
Immendorff zette zich af tegen het academieonderwijs en tegen de popart die toen in opkomst was. Met het schilderij “Hört auf zu malen” (“stop met schilderen”) wil hij aangeven dat hij de maatschappelijke betrokkenheid van kunstenaars belangrijker vindt dan het maken van kunst zelf.

Lidl-happenings
1968/1969 Actief onder de naam Lidl op politieke bijeenkomsten in Dusseldorf en andere steden. Immendorff zette zich af tegen het academieonderwijs en tegen de popart die toen in opkomst was (Hört auf zu malen, 1966) en wilde kunst maken in dienst van de arbeidersklasse; de ludieke acties die hiervan het gevolg waren, voerde hij uit onder de naam LIDL (afgeleid van een brabbelwoordje van baby's, 1968–1970). De activiteiten leidden ertoe dat hij van de academie werd geschopt. Zijn engagement komt ook in zijn allegorische schilderijen uit de jaren zeventig naar voren, die zonder het erbij geschilderde commentaar vaak niet te begrijpen zijn.

Immendorff maakte vele LIDL-beelden die als rekwisieten bij zijn acties dienden. Een van zijn bekendste acties was het houten, in de kleuren van de Duitse vlag beschilderde LIDL-block (1967), dat hij aan een koord rond de Bondsdag in Bonn achter zich aan trok, tot hij vanwege belediging van het nationale symbool werd gearresteerd.

Begint schilderijen en affiches te maken die duidelijk op het Sociaal-Realisme aansluiten.

Boodschapper over gras, 1967, dispersie op linnen, 20x25, Kassel, Neue Galerie, Staatliche Kunstsammlungen

Van 1968 tot 1980 gaf Immendorff met zijn toenmalige maoïstisch-leninistische ideologie kunstonderwijs aan een middelbare school .

Zijn engagement komt ook in zijn allegorische schilderijen uit de jaren zeventig naar voren, die zonder het erbij geschilderde commentaar vaak niet te begrijpen zijn.

In 1973 verscheen zijn boek Hier und Jetzt: Das tun was zu tun ist. Materialien zur Diskussion: Kunst im politischen Kampf. Het was zijn manifest voor een politiek geëngageerde kunst: ‘een kunstenaarsvuist is ook een vuist.’ Maar zijn ideeën bereikten niet het gewenste effect bij het gewenste publiek: de arbeidersklasse die hij hiermee aansprak. Verder schilderde hij portretten van Marx, Lenin en Engels die hij vervolgens schonk aan de maoïstische partij. Hij hield redevoeringen, gekleed in een zwarte leren jas waarop het communistische symbool van hamer en sikkel bevestigd was. De partij twijfelde echter of zij met een serieus partijlid of met een freak te doen had. In ieder geval was zij niet gelukkig als hij, gekleed in zijn favoriete Lederhose und Schlangenlederhighheels, in bepaalde uitgaansgelegenheden opdook om te feesten.

Neue Deutsche Malerie
Begin jaren ‘70 trekken in Duitsland een aantal kunstenaars waaronder A.R. Penck, Anselm Kiefer, Georg Bazelitz, Markus Lüpertz en Jörg Immendorf de aandacht door hun ruige en agressieve manier van schilderen. Zij vertegenwoordigen de zogenaamde 'Neue Deutsche Malerie', ook neo-expressionisme genoemd. Op doeken van grote formaten uiten de kunstenaars hun sociaal onbehagen, hun walging voor elke vorm van fascisme, vaak hun woede tegenover de geordende structuren. Met figuratieve middelen stelden zij politieke en (kunst)-historische thema’s aan de orde in een tijd dat de conceptuele kunst en Minimal Art dominant waren en de schilderkunst vanwege het vermeende traditionele en commerciële karakter werd afgewezen.
De meeste leden zijn geboren tijdens de oorlogsjaren, of er omheen. Hun artistieke denken is gedetermineerd door de sfeer in Duitsland van de jaren vijftig en zestig. De wijze waarop deze kunstenaars controversiële onderwerpen ontleend aan de Duitse geschiedenis aan de orde stellen wekt bewondering bij het publiek. In tegenstelling tot de informele schilders van de jaren zestig zijn de jonge Duitse schilders, 'Die Neuen Wilden', van de jaren zeventig veel directer in het uiten van gevoelens. Hun schilderwijze, waarbij ook weer de handeling van het schilderen een belangrijke rol speelt, geeft blijk van een persoonlijke beleving of van een maatschappelijke betrokkenheid zoals bij Jörg Immendorff het geval is.

Café Deutschland
De Neue Wilden bliezen de schilderkunst, die eerder ‘dood’ was verklaard, weer nieuw leven in. A.R. Penck, Anselm Kiefer, Georg Bazelitz, Markus Lüpertz en Immendorff werden als neo-expressionisten betiteld. Ze uitten veelal op grote doeken hun sociale onbehagen, afkeer van de geschiedenis in relatie tot het fascisme, en opstandigheid tegen de bestaande structuren. In 1976 ontmoette Immendorff de Oost-Duitser A.R. Penck met wie een vruchtbare samenwerking ontstond en met wie hij onder andere happenings in Oost-Berlijn organiseerde. Een indrukwekkende serie schilderijen Café Deutschland ontstond, geïnspireerd op het schilderij Caffè Greco (1976) van de Italiaanse communist Renato Guttoso. In dit droomcafé komen de werelden van de doden en levenden samen: De Chirico en André Gide, Marcel Duchamp en Buffalo Bill, lesbiennes en Japanners onderhouden zich met elkaar in een ruimte vol klassieke en moderne kunstwerken. Guttoso schilderde een bestaand café en ook Immendorff baseerde zich losjes op een punkcafé waar hij toen vaak kwam. Centraal in het project Café Deutschland staat het toentertijd in oost en west verdeelde Duitsland. Immendorff geeft een bitter commentaar op de Berlijnse muur en de kapitalistische en communistische ideologieën die tot de totstandkoming ervan hebben geleid. De complexe schilderijen zitten vol groteske, ironische en mythologische verwijzingen. Zo wordt de muur gesymboliseerd door prikkeldraad, sneeuw verwijst naar de ijzige sfeer, en overal duiken historisch beladen motieven als swastika, adelaar en vlaggen op.

1972 en 1982 deelname aan Documenta 5 en 7.

Fragment Poster

De expositie "Das tun, was zu tun ist" in 1973 in de Westfälische Kunstverein in Munster neemt een sleutelpositie in zijn ontwikkeling in. De catalogus rekent meedogenloos af met een kunstenaarschap in het teken van de avant-garde en verwerpt een kunst die overeenkomstig haar opvatting afziet van directe politieke stellingname, maar is tegelijkertijd een manifest voor een politiek geëngageerde kunst onder het motto: "een kunstenaarsvuist is ook een vuist". Hoewel Immendorffs schilderijen een openlijk propagandistisch karakter hadden, waren ze niet met de vuist geschilderd. Expositie en catalogus bereikten echter niet het gewenste publiek. De aangesproken kunstenaars bekeerden zich niet tot een propagandistische kunst, en de aangesproken 'Collega Müller' uit de arbeidersklasse werd evenmin tot een bezoek geïnspireerd. En zelfs de hoop, uitgesproken in een dubbelschilderij, dat de genoemde 'Collega Müller' op 1 mei 1973 met een rode vlag de straat op zou gaan om voor zijn belangen op te komen en niet zoals het jaar daarvoor voor zijn plezier de groene natuur in zou trekken, zelfs die hoop bleek ijdel.

In 1976 ontmoette hij de Oost-Duitse schilder A.R. Penck met wie hij regelmatig zou samenwerken en happenings organiseerde in Oost-Berlijn.

Café Deutschland (1978-1984) (Brechtzyklus)
De scheiding van beide Duitslanden is het thema van de serie Café Deutschland, een reeks schilderijen vol symbolische toespelingen op het thema van het verdeelde Duitsland, die hij vanaf 1977–1978 maakte en waarin hij zowel het kapitalistische als het communistische systeem op de hak nam, evenals het nazi-verleden van Duitsland.
Hij was hiertoe geïnspireerd door Renato Guttuso's meesterwerk 'Café Greco' en beïnvloed door zijn vriendschap met Penck, die toen nog in de DDR woonde.

Café Deutschland IV 1978

De in felle kleuren geschilderde doeken tonen hedendaagse politici en legendarische kunstenaars als Berthold Brecht. In Café Deutschland doet Immendorff verslag van zijn persoonlijke ontmoetingen met bekenden uit het culturele leven en geeft hij tegelijk commentaar op de politieke situatie in het naoorlogse Duitsland. Hij schildert brede panorama’s van cafés en discotheken waar hij drinkt en discussieert met zijn vrienden en denkbeeldige gesprekspartners uit heden en verleden. De figuren bevinden zich in een schemerige, slechts door kaarslicht verlichte ruimte, waarin alleen de silhouetten met lichte fluorescerende contouren opdoemen.
De manier waarop Immendorf zijn schilderijen maakt, is indrukwekkend. Ze laten ons een vervreemde werkelijkheid zien. In deze serie schilderijen laat Immendorf als een waar leerling van Joseph Beuys zien dat hij graag zou willen dat kunstenaars zich wat meer met problemen in de maatschappij bezig zouden houden.

Café Deutschland I, 1977-78, acryl op doek, 279x330, Aken, Neue Galerie, Sammlung Ludwig (Nu: Keulen, Museum Ludwig)
Immendorff begint in 1977/78 met zijn serie "Café Deutschland", waarin hij op profetische wijze de maatschappijpolitieke functie van de kunst behandelt. (Leinz 188)

Schnee-Café Deutschland, 1978, olieverf op doek, 290x290, Eindhoven, Stedelijk Van Abbemuseum
Het toneel is een discotheek in Düsseldorf die in twee wordt verdeeld door een stenen muur, die verwijst naar de Muur en de Koude Oorlog. In het oosten staat een propagandarobot, in het westen zit de verveelde jeugd. Door de toen nog bestaande muur heen reiken de op de grond liggende kunstenaars Immendorff en Penck elkaar de hand. (Leinz 188)

De grote schilderijen die hij hierna maakte, zijn eveneens ruimtelijk complex en in een satirische, quasi sociaal-realistische stijl, echter meestal zonder dat er een concrete aanleiding voor lijkt te zijn.

1979 Neemt deel aan het Initiative fur eine bunte Liste.

1981 Gastdocent aan de Kunstacademie van Stockholm.
1982-85 gastcolleges aan de Hochschule für bildende Künste Hamburg, de Kunstakademie Trondheim en de Fachhochschule Keulen.

De manifestatie "Zeitgeist", in oktober 1982 in de Martin-Gropius-Halle van Berlijn, bracht de kunstenaarsgroep ''Die Neue Wilde'' spectaculair in de kijker.

Op naar de 38ste partijdag; Café Deutschland, 1983, olieverf op linnen, 190x220, Keulen, Galerie Michael Werner
Als student en leerling van Beuys hield hij zich intensief met diens kunst en persoonlijkheid bezig. Hij had een uiterst bewogen artistieke loopbaan achter zich. Eerst was hij een zeer politiek geëngageerd schilder, die zijn hoop op de arbeidersklasse vestigde en in talrijke artistieke acties heftig tegen de Amerikaanse Viëtnamoorlog protesteerde. Later maakte hij een verrassende ommekeer; hij maakte het probleem van het gedeelde Duitsland tot zijn thema in een indrukwekkende schilderijenreeks met de titel "Café Deutschland" en in andere schilderijen. Hij was hiertoe geïnspireerd door Renato Guttuso’s meesterwerk ‘Café Greco’ en beïnvloed door zijn vriendschap met Penck, die toen nog in de DDR woonde. De expositie "Das tun, was zu tun ist" in 1973 in de Westfälische Kunstverein in Munster neemt een sleutelpositie in zijn ontwikkeling in. De catalogus rekent meedogenloos af met een kunstenaarschap in het teken van de Avant-garde en verwerpt een kunst die overeenkomstig haar opvatting afziet van directe politieke stellingname, maar is tegelijkertijd een manifest voor een politiek geëngageerde kunst onder het motto: "een kunstenaarsvuist is ook een vuist". Hoewel Immendorffs schilderijen een openlijk propagandistisch karakter hadden, waren ze niet met de vuist geschilderd. Expositie en catalogus bereikten echter niet het gewenste publiek. De aangesproken kunstenaars bekeerden zich niet tot een propagandistische kunst, en de aangesproken ‘Collega Müller’ uit de arbeidersklasse werd evenmin tot een bezoek geïnspireerd. En zelfs de hoop, uitgesproken in een dubbelschilderij, dat de genoemde ‘Collega Müller’ op 1 mei 1973 met een rode vlag de straat op zou gaan om voor zijn belangen op te komen en niet zoals het jaar daarvoor voor zijn plezier de groene natuur in zou trekken, zelfs die hoop bleek ijdel. (hed kun 58)

Na 1983 werd zijn werk persoonlijker en verbeeldde hij in de serie Café de Flor in symbolische composities zijn relatie tot de geschiedenis van de moderne kunst. In de titel ' Marke Vaterland – Ernst-Ludwig, Otto, Max' (1987) worden de voornamen van de 'vaders' van het Duitse expressionisme aan het begin van de 20ste eeuw expliciet genoemd.

In 1984 opende hij in de beruchte Hamburgse wijk Sankt Pauli zijn café 'La Paloma'.

Top, 1985, olieverf op linnen, 285x250, Keulen, Galerie Michael Werner

Hij richt zich opnieuw op zijn oude liefde voor de toneelkunst en ontwerpt decors en kostuums voor onder andere een opera van Stravinsky (1989).

Immendorff werd in 1996 hoogleraar aan de Düsseldorfer Kunstakademie. Hij was een bewonderaar van SPD-politicus Gerhard Schröder en schilderde een portret van de voormalige bondskanselier, dat hij hem in maart dit jaar persoonlijk overhandigde.

1997 Wint een van de hoogst gedoteerde kunstprijzen ter wereld, de Marcoprijs van het Museo de arte contemporaneo in Monterrey (Mexico).

In zijn schilderijen vanaf circa 1998 worden zijn beelden minder verhalend en tonen een meer persoonlijke en gesloten wereld.
Ook dan nog maakt hij schilderijen vol symbolische verwijzingen, becommentarieert hij de wereld en creëert hij fantasievolle en dromerige taferelen. In het grote doek Malerwald toont hij de schilder (hijzelf) die zijn weg tracht te vinden in het donkere woud(zijn kunstenaarschap). Vele kritische blikken volgen hem en willen weten wat hij te vertellen heeft. Er is nu veeleer sprake van een enkel motief en grotere voorstellingsloze partijen.

2005 Haarlem, De Hallen - Sherwood Forest
De recente schilderijen zijn vooral toegespitst op zijn persoonlijke geschiedenis als kunstenaar. Hij geeft, overigens niet zonder de nodige zelfspot, een somber en kritisch beeld van de patstelling waarin de kunst zich volgens hem momenteel bevindt. Ieder schilderij is als het ware een ‘bekentenis’ waarbij zijn diepgewortelde twijfel omtrent het eigen kunstenaarschap in allegorische bewoordingen tot uitdrukking wordt gebracht. Jörg Immendorff zal met mede-exposant Jonathan Meese, die in zijn groteske installaties nadrukkelijk verwijst naar de surrealistische schilderijen van Immendorff, een gezamenlijk werk maken waarin hun mythische wereldbeelden elkaar zullen omarmen.

De kunstschilder en beeldhouwer Jörg Immendorff is maandagochtend 28 mei op 61-jarige in zijn huis in Düsseldorf na een jarenlange strijd met Amyotrofische Lateraal Sclerose aan een hartstilstand gestorven. Hij had te kennen gegeven dat hij geen levensverlengende behandeling wilde ondergaan.


Grootmeester van de Duitse schilderkunst Jörg Immendorff
[Sonja Overbeeke, in: Halszaken 12, november 2005]

Zijn gevarieerde werk toont zijn visie op de relatie tussen kunst en maatschappij. Hij is bekend geworden als schilder, performer van happenings, fluxuskunstenaar, politiek activist, bohémien, maar ook als café-eigenaar, docent en curator. Zijn persoonlijke ervaringen dienen als uitgangspunt voor zijn werk, waarin hij polemisch zijn betrokkenheid tot de (Duitse) geschiedenis aan de orde stelt. Zijn thema’s zijn misbruik van machtspolitiek, oorlog, armoede en ongelijkheid. Hij werkt in een realistische stijl die zijn boodschap helder moet overbrengen. In zijn uitspraak dat de kunst, net als de aardappel, deel moet uitmaken van het dagelijks leven, toont hij zich een waar leerling van Joseph Beuys.

Inmiddels heeft Immendorff zijn eigen café geopend: La Paloma in de tamelijk beruchte Berlijnse wijk Sankt Pauli. Hij heeft naam gemaakt, exposeert in musea overal ter wereld, in Nederland was zijn werk onder meer te zien in Eindhoven, Rotterdam en Den Haag. Hij richt zich opnieuw op zijn oude liefde voor de toneelkunst en ontwerpt decors en kostuums voor onder andere een opera van Stravinsky (1989). In zijn recente schilderijen, vanaf circa 1998, worden zijn beelden minder verhalend en tonen een meer persoonlijke en gesloten wereld.

Magisch
Immendorff’s indrukwekkende oeuvre weerspiegelt vele aspecten van de kunst in de 20ste en het begin van de 21ste eeuw. Als schilder combineert hij zijn persoonlijke ervaringen met verwijzingen naar historische plaatsen en gebeurtenissen. In zijn ‘acties’ staat meer de kunstenaar als persoonlijkheid centraal. Hiermee cultiveert hij zijn positie als kunstenaar in de maatschappij, zoals eens Andy Warhol en Marcel Duchamp dat deden. Hij flirt met pers en publiciteit, met vrienden uit de haut bourgeoisie en de politieke elite, zoals de Duitse ex-bondskanselier. Zijn persoonlijke, realistische stijl met vaak cryptische verwijzingen kan een uitnodiging vormen voor schier eindeloze interpretaties. Immendorff stelt echter in een interview dat een iconografische lezing van zijn werk niet voldoende is. Integendeel. Dat kan juist afleiden van de essentie, ‘das Eigentliche’, wat voor hem ’het magische’ betekent.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1462.