kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 05-01-2011 voor het laatst bewerkt.

Josef Albers

Josef Albers gefotografeerd doo Arnold Newman, 1948.

Duits-Amerikaanse kunstschilder, graficus, ontwerper en kunstdocent, geboren 19 maart 1888 in Bottrop Westfalen Duitsland - overleden 25 maart 1976 te New Haven Connecticut.

Josef Albers maakte abstracte kunst, waarin rechte vormen en heldere kleuren een belangrijke rol spelen. In zijn werk staat systematisch onderzoek naar de wisselwerking tussen kleuren centraal. Ondanks de systematische en mechanische uitvoeringen van zijn schilderingen, bevatten ze allemaal een mysterieuze, enorme variëteit aan stemming en kleur. Zijn werk was van grote invloed op de op-art (optical art) en de minimal-art.

Met zijn constructivistisch werk leunde hij dicht bij De Stijl aan. Na de sluiting van het Bauhaus, waar hij leraar was en uitwijking naar de U.S.A. werkte hij als kunstpedagoog en designer voor de industrie. Daarnaast was hij ook schilder, die de ervaringen van de Gestaltpsychologie aanwendde en zo meteen een voorloper mag genoemd worden van de hedendaagse constructivistische richting (Op Art). Met zijn rustige geometrische werken (zijn beroemde vierkanten) is hij meteen een voorloper geweest van de koele Amerikaanse abstracte kunst (hard-edge / post painterly abstraction). (25 eeuwen 323)

Hoewel zijn werk soms eclectisch was, werd het gekenmerkt door vereenvoudigde, abstracte geometrische vormen en een minimaal gebruik van materialen.

Biografie
Josef Albers gaf les op een basisschool in West-Falen van 1905 tot 1913. Daarna studeerde hij van 1913 tot 1915 aan de Königliche Kunstschule in Berlijn en daarna bij Jan Thorn-Prikker aan de kunstnijverheidsschool in Essen waar hij drie jaar aanbleef als docent. Van 1919 tot 1920 was hij in München waar o.a. Franz von Stuck zijn leermeester was.

In 1920 kwam hij als student bij het Bauhaus terecht. ,,De beste stap die ik in mijn leven deed,’’ schreef hij later. Bauhaus onderscheidde zich van de klassieke academies door uit te gaan van basisonderzoek naar materialen, naar de grondwetten van kleur, vorm, compositie en uitbeelding, en zich te richten op de sluimerende creatieve kracht in de student om die tot volle ontplooiing te brengen. ,,Leren is beter dan onderwijzen, omdat het intenser is: hoe meer wordt onderwezen, hoe minder wordt geleerd’’.

Na het behalen van de propaedeuse in 1921 hielp hij met het inrichten van een glasschilderatelier in de school, waar hij vanaf 1923 de leiding had.

Om zeker te zijn van manuele kennis uit de eerste hand wat het materiaal betreft beperken wij het gebruik van gereedschappen. In de loop van de cursus worden de mogelijkheden in het gebruik van verscheidene materialen alsook hun beperkingen ontdekt. De meest bekende methoden om ze te gebruiken worden samengevat; en aangezien zij al in gebruik zijn worden zij een poosje verboden. Bijvoorbeeld: papier wordt zowel bij handwerk als in de industrie meestal platliggend gebruikt; de rand wordt zelden benut. Om deze reden proberen wij papier overeind te laten staan of zelfs als bouwmateriaal te gebruiken; wij versterken het door ingewikkelde vouwsels; wij gebruiken beide kanten; wij benadrukken de rand. Papier wordt gewoonlijk gelijmd: in plaats van lijmen proberen wij het te binden, te spelden, te naaien, te scheuren. Met andere woorden, wij bevestigen het op velerlei manieren. Tegelijkertijd leren wij door ervaring de eigenschappen buigzaamheid en stijfheid en de mogelijkheden spanning en samenpersing. Tenslotte mogen wij dan, na alle andere bevestigingsmethoden geprobeerd te hebben, natuurlijk lijmen. Ons doel is niet zo zeer anders dan anders te werk te gaan, maar te werken zonder anderen te kopiëren of te herhalen. Wij trachten te experimenteren, onszelf te trainen in 'constructief denken'. Uit: Josef Albers, Werklicher Formunterricht. in: Bauhaus 2/3, 1928

Albers gaf een Bauhaus-basiscursus over vorm en was in 1925 de eerste leerling die als docent werd benoemd. In hetzelfde jaar trouwde hij met textielontwerpster Anni Fleischmann.

Anni Albers werd geboren als Annelise Else Frieda Fleischmann op 12 juni 1899 in Berlijn.
Zij studeerde van 1916 tot 1919 design in Berlijn bij Martin Brandenburg en van 1919 tot 1920 aan de Kunstgewerbeschule in Hamburg. Ze begon in 1922 textielontwerp te studeren bij Georg Muche (1895-1987), Gunta Stölz en Paul Klee (1897-1940) aan het Bauhaus waar ze in 1930 haar diploma behaalde. Anni Albers heeft vanaf dan samen met Gunta Stölz, de leiding van de textielwerkplaats aan het bauhaus in Weimar en later in Dessau. De vormgeving berust niet meer op traditie, maar komt geheel voort uit het experimenteren. Ze was de eerste textielontwerpster die weefde met cellofaan.
Ze trouwde in 1925 met Josef Albers en ze vluchten in 1933, samen met vele andere Duitse (Bauhaus) kunstenaars, uit Hitler-Duitsland naar de Verenigde Staten. Beiden gaan les geven aan het Black Mountain College in North Carolina en zullen een grote invloed hebben op de ontwikkeling van Amerikaanse kunst in het algemeen en de textielkunst in het bijzonder. Anni werd assistent professor van kunst op het Black Mountain College in Noord-Carolina. Ze naturaliseerde in 1937.
In 1949 verhuisde ze naar New York City waar Anni de eerste wever werd met een eigen expositie in het Museum of Modern Art. In de jaren ’50 werkte ze vooral aan massaproductie textiel en schreef verschillende artikelen over haar werken.
Anni was van mening dat modern textiel door hoge kwaliteit en een nauwkeurige vormordening esthetisch bevredigend kon zijn en een tijdloze aantrekkingskracht kon hebben. Ze ontwierp series abstract-geometrisch textiel die de structuureigenschappen van het materiaal benadrukten, vanaf 1959 voor Knoll International en vanaf 1978 voor Sunar.
In 1961 kreeg Anni Albers van het American Institute of Architects een gouden medaille voor haar vakmanschap.
In 1980 ontving ze een gouden medaille van de American Craft Council. Ze bleef lezingen geven over de hele wereld tot aan haar dood op 9 mei 1994 in Connecticut.

In 1922 zette Josef Albers voor het Bauhaus een glasatelier op en later nam hij de leiding over van het meubelmakersatelier. Josef Albers was zelf in 1920 leerling van de Vorkurs van Johann Itten. Vanaf 1923 leidde hij onofficieel bepaalde onderdelen van de Vorkurs, waarvan Moholy Nagy officieel de leiding had. Vanaf 1925, het jaar dat het Bauhaus naar Dessau werd verplaatst, leidde hij het eerste semester en Moholy het tweede, vanaf het vertrek van Moholy Nagy in 1928 had hij de leiding over de hele Vorkurs tot 1933, het jaar waarin het Bauhaus ophield te bestaan.

Albers maakte collages van stukjes gekleurd glas en ijzerdraad (‘Scherbenbilder’), houtsneden en schilderijen van gezandstraald glas. Hij ontwierp ook meubelen en huishoudelijke objecten die nog niets aan moderniteit hebben ingeboet. Het nieuwe lettertype dat hij bedacht, oogt fors en ambitieus en zijn foto’s bezitten een subtiele ambiguïteit en schoonheid.

Josef Albers, Concentrische cirkel, ca 1926

Uit: Hannes Beckmann, Die Grunderjahre. In: Eckhard Neumann (Hrsg), Bauhaus und Bauhäusler. Bern-Stuttgart 1971
Hannes Beckmann was van 1928 tot 1931 leerling aan het Bauhaus. Hij beschrijft zijn eerste indrukken van de Vorkurs zoals Albers die gaf aldus: Josef Albers betrad het lokaal met een stapel kranten onder zijn arm die hij onder de leerlingen liet verdelen. Vervolgens wendde hij zich tot ons en zei zo ongeveer: 'Mijne dames en heren, wij zijn arm en niet rijk. Wij kunnen het ons niet permitteren materiaal en tijd te verspillen. Elk kunstwerk heeft een bepaald materiaal als uitgangspunt en dus moeten wij eerst eens onderzoeken van welke aard dat materiaal is. Tot dat doel willen wij - zonder nog iets te maken - eerst eens gaan experimenteren. Op dit moment geven wij de voorkeur aan de gepaste vorm van schoonheid. De vervaardiging van de vorm is afhankelijk van het materiaal, waar we mee werken. Denkt u er aan dat u vaak meer bereikt als u minder doet. Onze studie moet opwekken tot constructief denken... Ik zou graag willen dat u nu de kranten, die u gekregen hebt, ter hand neemt en daaruit meer gaat maken dan er op dit moment nog is. Ik zou ook willen dat u het materiaal respecteert, het zinvol vormgeeft en daarbij de eigenschappen er van in acht neemt. Als u dat zonder hulpmiddelen als messen, scharen of lijm voor elkaar krijgt, des te beter...' Uren later kwam hij terug en liet ons de resultaten van onze inspanningen voor hem op de grond uitstallen. Er waren maskers ontstaan, bootjes, kastelen, dieren ... kleine figuren. Kleuterschoolrommel noemde hij dat alle en hij was van mening dat dat in zeer veel gevallen beter uit andere materialen gevormd had kunnen worden. Vervolgens wees hij op een maaksel dat er zeer eenvoudig uitzag; een jonge Hongaarse architect had het vervaardigd. Hij had niets anders gedaan dan de krant in de lengte vouwen, zodat hij als vleugels rechtop stond. Josef Albers verklaarde ons hoe goed het materiaal was begrepen, hoe goed het gebruikt was en hoe natuurlijk het vouwen juist bij papier was, omdat dit een zo soepel materiaal stevig maakte ... Verder verduidelijkte hij dat een op tafel liggende krant maar één visueel actieve zijde heeft, de rest is onzichtbaar. Nu het papier rechtop stond was het dubbelzijdig visueel werkzaam. Het papier had daardoor zijn slome uiterlijk, zijn vermoeide aanblik verloren. Na een poosje kregen wij deze manier van zien en denken door. Wij vervaardigden fascinerende studiemodellen) uit alle mogelijke materialen: papier, golfkarton, lucifers, draad, metaal.

Toen het Bauhaus door de nazi's in 1933 werd gesloten, werd hem gevraagd om les te komen geven op het nieuw gevormde Black Mountain College in de Verenigde Staten. Albers werd ook daar een van de meest bekende en invloedrijke kunstleraren. De Bauhaus ideeën vonden door hem meer ingang in de VS. Van 1933 tot 1948 gaf hij les aan het Black Mountain College in North Carolina. Bij Black Mountain waren zijn studenten onder meer: Willem de Kooning, Robert Rauschenberg en Robert Motherwell.

Albers werd in Amerika de stichter van een soberder vorm van Op Art gebaseerd op subtiele kleurverhoudingen van eenvoudige geometrische vormen. Zijn talentvolle leerling Richard Anuszkiewicz schilderde in dezelfde stijl.

In 1936 werd hij lid van de American Abstract Artists Association.

In 1950 verliet Albers Black Mountain om de afdeling Ontwerp te leiden bij Yale University in New Haven, Connecticut, tot hij zich in 1958 terugtrok uit het onderwijs.

In 1949 begon hij met het maken van 'structurele constellaties': een reeks architectonisch met elkaar verbonden tekeningen, die optisch omgekeerd kunnen worden geïnterpreteerd (principes van de kubus van Necker). Vanuit het medium glas afkomstig, bleef voor Albers de autonomie van de kleur het centrale thema en 'het meest relatieve middel van de kunst'.

Hommage aan het vierkant: Deep Voice, 1965
olieverf op masoniet, 81 x 81 cm

Hoogtepunten van zijn werk vormen de reeksen Hommage to the Square (Hommage aan het vierkant)(1950 e.v.), verschenen in de vorm van olieverfschilderingen, in offset of in serigrafie. Albers onderzocht systematisch de wijze waarop kleurvelden in een plat vierkant elkaar beïnvloeden en een illusie van ruimten creëren.

In de afbeelding links heeft hij bij de in elkaar geplaatste vierkanten gekozen voor donkere aardkleuren, waarvan hij de combinatie karakteriseerde als 'deep voice', als lage stem. In dit werk is de verf gelijkmatig opgebracht in dunne lagen op het ruwe ongeplamuurde vlak van een plaat masoniet. Zo ontstaat het verschil tussen het feitelijk concrete en de psychologische werking van kleur. Omdat deze discrepantie Albers altijd heeft gefascineerd, probeerde hij deze als een van de wezenlijke aspecten van kunst steeds opnieuw te visualiseren.

In 1963 publiceerde hij Interaction of Color (Kleurinteractie) over zijn theorie dat kleuren door een interne en bedrieglijke logica worden geregeerd. Hierin zette hij de principes uiteen die ook aan de serie vierkanten ten grondslag hadden gelegen. Uitsluitend op basis van het vierkant, sinds Malevitch een grondvorm van het Constructivisme, schiep Albers een onafzienbare reeks schilderijen, opgetrokken uit symmetrisch in elkaar geplaatste, zorgvuldig uit de losse hand geschilderde vierkanten in allerlei kleuren, zoals groene geur, dat uit drie vierkanten in zuivere groentinten is opgebouwd. De keuze van het koloriet bepaalt de ruimtelijke werking; het oog moet zich erop instellen dat een kleurwaarde in wezen wordt bepaald door de waarde van de omringende kleuren. De intensiteit van een kleurvlak op zich is van geen betekenis; de wisselwerking, daar draait het om. (Leinz 135-136)

Hij bleef in New Haven wonen met zijn vrouw, textielkunstenares Anni Albers, en bleef schilderen en schrijven tot zijn dood op 25 maart 1976.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 68.