kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Jurriaan Schrofer

Nederlands Grafisch ontwerper, beeldhouwer, graficus, typograaf

Jurriaan (Willem) Schrofer
Geboorteplaats/datum Den Haag 1926-04-15
Sterfplaats/datum Amsterdam 1990-07-01

Jurriaan Schrofer is een van de opvallendste grafisch ontwerpers van na de oorlog. Schrofer ontwierp beeldmerken, agenda’s, brochures, advertenties, fotoboeken en boekomslagen. Zijn credo luidde: er bestaat geen waarheid, er zijn alleen maar mogelijkheden.

Jurriaan Schrofer werd in 1926 geboren in Den Haag en begon, bij toeval, zijn loopbaan als ontwerper eind jaren '40 als assistent van Dick Elffers. Daarna trad hij in dienst bij drukkerij Meijer te Wormerveer waar hij zich verdiept in typografie. In de loop van zijn carriere was hij werkzaam voor de Nationale Publiciteits Onderneming (NPO), adjunct-directeur bij Total Design, docent op verschillende kunstacademies, waaronder de Amsterdamse Gerrit Rietveld Academie, en bekleedde hij talloze bestuursfuncties.

Schrofer verwierf bekendheid met zijn bedrijfsfotoboeken. Vuur aan zee (1958) voor de hoogovens behoort tot de beste in dit genre. Net als Wim Crouwel experimenteerde hij graag met letters. In de PTT-kantooragenda 1965 verbeeldde hij spreekwoorden van Jan G. Elburg door fotografisch letters te vervormen. Als een spel met ruimte en licht sneed hij ook letters in papier.

Tussen 1958 en 1962 verschenen 25 pocketboekjes in de Ooievaarsreeks van de Haagse uitgeverij van Bert Bakker typografisch verzorgd door Jurriaan Schrofer. In de serie omslagen voor de Ooievaarsreeks ontwikkelt Schrofer een typografische opvatting waarop hij de rest van zijn carrière als ‘omslagontwerper’ voort gaat. Naast deze serie ontwerpen maakte Schrofer een even groot aantal boekomslagen voor Uitgeverij Bert Bakker die niet in serieverband verschenen. Soms verzorgde hij ook het binnenwerk van het boek. Een van de bekendste is de bloemlezing met artikelen uit het tijdschrift ‘i 10’. H.N. Werkmanprijs.

Als ontwerper was Schrofer vooral geïnteresseerd in typografie, de leesbaarheid en de ruimtelijkheid van letters en woorden. Hij richtte zich daarbij op mathematische vormen en had een voorliefde voor ordening zonder daarbij het keurslijf van een stramien te willen volgen. Boekomslagen uit de jaren ’70 en ’80 tonen bijvoorbeeld een typografisch grid waarbinnen met kleur wordt gevarieerd. Schrofer schreef: “De combinatie organiseren en ontwerpen is me altijd blijven boeien. Ook het thema ‘serie’. Ik ben er altijd van uitgegaan dat een stramien er niet is om de wet te stellen. Die regels maak je om te weten waar je ervan af kan wijken. Als ontwerper ben je aan het ordenen maar ik vind het belangrijk dat de ordening een functie vervult bij wat je overbrengt. Het stramien moet zijn als een ademhaling. Je moet er fluiten, schreeuwen, hijgen mee kunnen uitdrukken. Ze moeten nooit dwangmatig zijn, altijd organisch.”

Het werk dat hij in opdracht maakte heeft vaak nauwe verwantschap met zijn vrije werk waarin hij experimenteerde met typografie, licht en kleur. Schrofer maakte veel typografische- en ruimtelijke objecten die hij als geschenk weg gaf aan vrienden of familie.

Jurriaan Schrofer schiep volgens strikte principes lettertekens die hem de kans boden om onleesbare boodschappen te verbergen in schijnbaar abstracte mozaïeken. Hij paste ook op eigenzinnige wijze veel zelf-geconstrueerde letters toe met de bedoeling deze een hoofdrol te laten spelen in zijn ontwerpen. ‘Het karakter van het grafisch ontwerpen verandert niet, want ondanks ruimte en maat, is de tekst het beeld en het beeld de tekst.’ Dit schreef Schrofer in de publikatie ‘Zienderogen’, die verscheen toen hij in 1988(?) de Gerrit Jan Thiemeprijs kreeg.

Jurriaan Schrofer maakte voor de films van Fons Rademakers zakelijke affiches. Hun samenwerking begon met Het mes (1961), een poëtische verfilming van een novelle van Hugo Claus. De film werd goed ontvangen op internationale festivals en Schrofer maakte ook Engelse en Franse versies van het affiche. Hij ontwierp ook de affiches voor Als twee druppels water (1963) en Mira (1971) en voor films, die door Rademakers geproduceerd werden, zoals het door Ate de Jong geregisseerde Dag dokter. Ontwerpers als Schrofer waren beïnvloed door het zakelijke werk van onder meer Paul Schuitema (1897-1973) en Piet Zwart (1885-1977). Beiden hebben nooit echte filmaffiches gemaakt, maar maakten wel werk voor de Nederlandse filmliga. Piet Zwart had in 1928 een fraai affiche voor de Internationale Tentoonstelling op Filmgebied in Den Haag gemaakt.

Websites: ontwerper willen toewensen dat hij eerst een tijd
op een drukkerij werken kan. Je komt met alle mogelijke soorten werk en
mensen in contact. Voor het Contactcentrum Bedrijfsleven-Onderwijs
maakte ik bijvoorbeeld brochures. Voor mij als niet-tekenaar was dat een
begin om met min of meer mathematische vormen toch iets beeldends te
proberen. Mijn vader had dat ook, het mathematisch abstracte en tegelijk de
drang naar het spontane. Ik beleefde dat in het zetten van tabellen en het
maken van zo los mogelijke typografische dingen. In die tijd maakte ik bijna
altijd dubbele titelpagina’s. De combinatie organiseren en ontwerpen is me
altijd blijven boeien. Ook het thema serie. Ik ben er altijd van uitgegaan dat
een stramien er niet is om de wet te stellen. Die regels maak je om te weten
waar je ervan af kan wijken. Als ontwerper ben je aan het ordenen maar ik
vind het belangrijk dat de ordening een functie vervult bij wat je overbrengt.
Het stramien moet zijn als een ademhaling. Je moet er fluiten, schreeuwen,
hijgen mee kunnen uitdrukken. Ze moet nooit dwangmatig zijn, altijd
organisch.

Letters op maat
Jurriaan Schrofer, Lecturis, 1974
Ordening van zowel gelijke of gelijkwaardige als verschillende of
ongelijkwaardige zaken leidt tot het kiezen van een uitgangspunt, een
principe. Hangt men de schilderijen in een tentoonstelling lijnend op? In een
optisch midden? Door elkaar als een mozaïek? – om slechts enkele vragen te
stellen. Dezelfde vragen kunnen gesteld worden wanneer de schilderijen, -
maar ook foto’s, tekeningen enz. – in catalogus, boek of tijdschrift ten
opzichte van elkaar geplaatst worden. Dan komen er nog factoren bij als
kleur en zwart/wit en maat. De ene foto maakt de indruk uit zijn randen te
willen treden, de ander is visueel naar binnen gericht; bovendien kunnen de
toonwaarden ook nog zeer verschillend zijn. Naast elkaar geplaatst in
eenzelfde maat gaat er iets wringen. Het lijnt wel, maar het klopt niet.
Bedoeld of onbedoeld, dus irritant? Naast zulke formele aspecten, spelen de
inhoudelijke uiteraard ook nog een rol, zo niet de hoofdrol.
Teruggebracht tot het vormonderzoek naar mogelijkheden en
bruikbaarheden in lettervormen doet een dergelijke keuze voor een
uitgangspunt zich ook voor, wanneer het gaat om veranderingen in maat,
vorm of toonwaarde. Verschil in toonwaarde kan bereikt worden door
verschil in maat, steeds binnen een gebied van gelijke grootte. Uitgaande van
vlakken van gelijke grootte kunnen de verschillen in toon – veel of weinig
vlees, dat wil zeggen dunnere of dikkere lijnen – lijnend gelijk zijn of optisch
gelijkmatig, door van de hartlijnen uit te gaan. In het ene geval wordt van de
buitencontour van het vlak naar binnen toe gewerkt, in het andere groeit de
lijn als de jaarringen van een boom.
Het omslag-element voor het tijdschrift Semiotics (Mouton Publishers) laat
toonwaarden zien door verschil in maat en een lijnende plaatsing links onder
in een stramien van vierkantjes.
Met een voorkeur voor het meer klassiek aandoende principe van de
hartlijnen en rangschikking op optische zwaartepunten, is er in de praktijk
geen principiële keuze te maken voor het ene of het andere uitgangspunt.
Iedere bonbon en iedere taart van mijn zoon Gilian kent zo zijn eigen recept
en verrukking.
Luiheid en rijmdwang zijn andere woorden voor doelmatigheid en nuttig
effect. Een wetenschappelijke uitgeverij kent meestal geen grote oplagen,
zelfs niet van studieboeken. Wanneer een reeks gemaakt wordt zal
onderlinge herkenbaarheid van de delen van belang zijn voor het gezicht van
de serie. Met twee effecten: de serie onderscheidt zich van elk ander aanbod
en versterkt naar binnen toe betrouwbaarheid. Wanneer één deel goed
bevalt, zullen alle andere in de reeks dat ook wel doen. Toch dienen steeds
de produktie-kosten zo laag mogelijk te zijn.
Wetenschap is systematisch, ook in het vaststellen van beweging en
verandering. Wanneer de letters van de naam van de serie – Les textes
sociologiques van Mouton Publishers – dienst moeten doen als elementen in
een structuur die verandering en beweging wil suggereren, dan dienen die
letters allemaal in een rechthoek te passen: allemaal even hoog, allemaal
even breed. De luiheid leidt tot simpelheid: hoe minder te tekenen, hoe beter;
de rijmdwang tot ongerijmdheden, zeker in de kleine letters. Oplossingen die
lelijk zijn – de t en de 3 bijvoorbeeld - maar ook inconsequenties die
verrassingen geven. Schrift bestaat uit doorgaande lijnen, de kruisingen zoals
o.a. in de g en k irriteren daarom, maar zouden ook gehanteerd kunnen
worden als karakteristiek uitgangspunt. Gelukkig komen er in de titel geen m
en w voor, dat zou toch problemen gegeven hebben.
Door ieder blok op ieder deel van de serie op steeds andere wijze in twee
figuraties, ook steeds weer in twee andere kleuren, te scheiden, werd
geprobeerd de serie een identiteit te geven. De “onleesbaarheid” is niet
bezwaarlijk, eerder zelfs een voordeel, omdat het beeld in verandering het
merkteken van de serie wil zijn.
De behoefte aan kneedbaarheid – verandering in dik en dun, breedte en
hoogte, stand en richting – in combinatie met een betere leesbaarheid deed
het kaalste alfabet ontstaan, dat ook gemakkelijk van een derde dimensie
voorzien kan worden.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 872.