kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Kendell Geers

Kendell Geers


Kode-X 2003

Geboren in 1968 in Johannesburg, Zuid-Afrika. Woont in Londen en Brussel.

Kendell Geers in de Zuidafrikaanse pers voorafgegaan door het epitheton 'enfant terrible'. Als opkomende kunstenaar en uitgesproken artiest in de jaren '90, schopte hij met zijn punkhouding keihard tegen de schenen van de Zuidafrikaanse kunstwereld. Zijn latere succes op de internationale kunstscène, heeft dit initiële gevoel van onbehagen alleen maar versterkt.

Wanneer Geers in '97 met Guilty een artistieke interventie creëert tijdens de rechtse festiviteiten in Fort Klapperdorp, geraakten de relaties helemaal getroubleerd. Na de jarenlange strijd met lokale critici die zijn geloofwaardigheid als kunstenaar bleven ondermijnen, koos Geers uiteindelijk om Zuid-Afrika te verlaten, en een meer appreciatieve omgeving om te zoeken. Na talrijke omzwervingen besluit de kunstenaar in Brussel te resideren.

Geers heeft sinds zijn vertrek uit Zuid-Arika meegewerkt aan diverse grote tentoonstellingen en biënnales van Taipei tot Helsinki. Zijn werk was te zien in solo tentoonstellingen in heel Europa, en zijn werk werd belicht in de omvangrijke monografie 'Your Tongue in My Cheek'. Hij was ook één van de geselecteerde artiesten voor de ophefmakende Documenta 11 van Okwui Enwezor.

1997 Memento Mori
Kendell Geers exposeert het project 'Memento mori', waarin hij zeventiende eeuwse Hollandse schilderkunst op een suggestieve manier verbindt met beelden van stedelijk geweld. Geers: ,,De zogenaamde Gouden Eeuw werd mogelijk gemaakt door de bruutheid van de Van Riebeeks en hun VOC. Ik laat zien wat de Hollanders hebben aangericht in Afrika''.

Met zijn videowerk Memento Mori, speciaal gemaakt voor de Vleeshal (en geselecteerd voor de Biennale van Johannesburg), beweegt Kendell Geers zich op de grens van schilder- en videokunst. Als hedendaagse fresco-schilderingen welven de door beams geprojecteerde filmbeelden zich over de plafonds en muren van de Vleeshal; deze beelden bewegen zich echter niet in de narratieve sequentie van het filmverhaal maar trillen in het bevroren moment van de "still". De trillingen zijn niet constant maar veranderen in onvoorspelbare ritmes waardoor het beeld in een parallelle beweging verloopt van abstract naar figuratief.
Soms is het louter kleur, dan weer structuur en dan weer vloeit dat samen tot een voorstelling.
De beelden tonen dodelijk getroffen filmhelden, die in de klassieke, esthetische poses van de martelaren hun pijn in schoonheid ondergaan. Met het echte sterven heeft dit weinig van doen; dit zijn de gestileerde, artificiele beelden van een romantisch perspectief op de dood. De rafeligheid van de beelden accentueert die sleetsheid. Tussen de beelden en de architectuur van de hal, en tussen de beelden onderling, ontstaan bij aandachtiger beschouwing verwijzingen, spiegelingen en verbanden die onderliggende betekenislagen zichtbaar maken.
De duisternis in de hal roept visioenen van het voorgeborchte op en vervreemdt de bezoeker van zijn materieele omgeving. De architectuur van de hal als drager van de beelden en de manier waarop de bezoeker gedwongen wordt hiernaar te kijken roept ook een eerder werk van Kendell Geers in herinnering.
Op een baksteen had hij een klein, terzijde bericht uit de krant laten drukken waarin de verbranding van een familie werd vermeld. Om dit bericht te kunnen lezen moest de bezoeker van de tentoonstelling op zijn knieen voor de steen liggen, waarmee de relatie tussen bericht en ontvanger opeens een heel andere werd.
De nadrukkelijke verwijzing in de titel van de tentoonstelling naar de vanitas-schilderijen uit de 16e en 17e eeuw geeft aan hoe ver verwijderd wij zijn van een reeele aanvaarding van de dood en die slechts in een symbolische en afgeleide vorm onder ogen kunnen zien; voor Zuid-Afrika is de (criminele) dood evenwel een gegeven teken van de veranderende politieke werkelijkheid.
Tegelijk plaatst de titel de tentoonstelling in het debat over de positie van de hedendaagse schilderkunst.
Tijdens de lezing "Het scherm van de schilderkunst" (de Vleeshal 23 februari 1997) betoogde Frank Reijnders dat enkele jonge kunstenaars de schilderkunst aanwenden om een stap naar de beweging van de video-kunst te maken en dat omgekeerd sommige video-kunstenaars in hun werk de schilderkunst trachten te benaderen. Met dit werk speelt Kendell Geers beide tegen elkaar uit om tot een verheviging van het beeld te komen.
Lex ter Braak, directeur Vleeshal

"Religie, sport, pornografie en horror films hebben altijd dat ene moment weten te vatten waar woorden tekort schieten. Wanneer alles wat ons is geleerd en voorgehouden faalt, en we worden gereduceerd tot wanhopig janken, extatische uitbarstingen, de schok van een meervoudig orgasme, de laatste levensadem. Wat zijn we als onze stemmen net zo stom zijn als die van elk dier, wanneer we de dronkaard worden in een dorpscafé, en een lied zingen dat alleen hij begrijpt maar zich nooit kan herinneren?
Ik heb mezelf verborgen in deze geluiden, de kreten van een land in revolutie, dat verzandt in wanhoop en chaos. Als een kunstenaar die leeft op het postmoderne kruispunt van post-apartheid, post-communisme en post-theorie, verkies ik om nergens te leven en alleen nationalistisch te zijn over datgene wat mijn tong niet kan beheersen, het moment waarop het digitale oplost in het analoge, de alledaagse destructie van de imperfectie...
"
fragment uit Kendell Geers: 'The Affluence and the Effluence', published in Co@rtnews 2001

2001 negende editie van Sonsbeek in Arnhem: Apen

,,AAAAAAAAAAHH! AUUW AAAAH, AUUW!!!!!''

Er zweeft een merkwaardige discrepantie rond Sonsbeek 9. Aan de ene kant de luidruchtige bijna publiciteitsgeile directeur, daartegenover een groot aantal stille, sobere werken. De Zuid-Afrikaanse kunstenaar Kendell Geers geeft daar zelfs nog een niet bepaald subtiel commentaar op. In een uithoek van het park zette hij een kooi neer, van het soort waarin vroeger ongetwijfeld ontembare apen of wilde leeuwen werden opgesloten. Nu stijgen er de klanken van zweepslagen uit op, met daartussendoor een erbarmelijk gekerm. Het is de stem van Hoet. Naar eigen zeggen heeft Geers Hoet willen `straffen' voor zijn machtspositie, maar eigenlijk geeft hij vooral aan hoe onmisbaar Hoet is. Zonder Hoets gebulder had Geers geen werk. Hoet schreeuwt het publiek bij elkaar en houdt de kunstenaars in de luwte. Aldus Hans den Hartog Jager NRC

Beeldend kunstenaar Kendell Geers háát het kunstestablishment.
Voor de tentoonstelling Crap Shoot liet hij Rudi Fuchs een week lang schaduwen door een privé-detective. In Glasgow blies hij één van de muren van het museum op. Ergens anders trok hij zichzelf af over een Hustler, lijstte het resultaat in, en hing het ‘schilderij' in een museum. In het Palazzo Grassi piste hij in het urinoir van Duchamps. Op deze manier is Geers voortdurend bezig met de verbeelding van het kwaad in zéér eigen kunstvormen die voortdurend de grenzen van het toelaatbare opzoeken.

Bij Geers gaat het, wat kunst betreft, niet over het kunstwerk zelf, maar over de boodschap achter het kunstwerk. Hij maakt zijn ‘kunst' alleen maar om het establishment te ondermijnen.

Kendell wil zichzelf noch een kunstenaar, noch een activist noemen. Geen kunstenaar omdat hij schijt aan de kunst heeft en geen activist omdat hij meent dat er in de huidige situatie van de wereld geen activisten passen. ‘Activisme impliceert de overtuiging dat er een systeem zou kunnen bestaan dat tegenovergesteld is aan de status quo, dat er veranderingen zouden kunnen worden bewerkstelligd door engagement of subversieve acties. In de jaren 60 of 70 was dat misschien wel zo, maar het begrip ‘waarheid' is nog nooit zo vluchtig en obscuur geweest als vandaag de dag.' Geers gelooft niet in een Utopia, maar is meer geïnteresseerd in een 'dystopia'. Vrijheid is voor hem het vermogen om voor zichzelf te spreken, zichzelf te kunnen definiëren en de ruimte te hebben om zichzelf te vertegenwoordigen op een manier die voldoet aan zijn eigen behoeften en ervaringen en niet die van anderen, met name aan die van de media en de consumptiemaatschappij.

Hij stelt dat fotobeelden tegenwoordig op zoveel manieren gemanipuleerd kunnen, dat je als mens vaak aan je eigen herinneringen gaat twijfelen. En de middelen zijn zo goedkoop en toegankelijk dat iedereen het kan doen. Voeg daar aan toe dat het in de politiek vandaag de dag niet meer gaat om meningen of standpunten, maar om beeldvorming. In Amerika en Europa is er geen verschil meer tussen links en rechts. Vroeger was er een 'counter culture' Als protest tegen het burgerlijke establishment liep je in een kapotte spijkerbroek. Het establishment heeft nu die counter culture ingelijfd: de kapotte spijkerbroeken worden nu gewoon in de winkel verkocht.
Kendell zelf heeft ook niet echt een standpunt. Hij heeft wel een soort subversieve nieuwsgierigheid. Hij zoekt voortdurend grenzen op van moraliteit, sociale etiquette, en gewoonte, grenzen die hij doorbreekt om vervolgens weer van voren af aan te beginnen. De gewoontegrens vindt hij het ergst.
Zijn grootste uitdaging is het neerhalen van de grenzen van de taal. Hij zoekt dan ook naar ervaringen, waarin de taal geen rol speelt. Soms voelt een mens dingen waar, letterlijk, geen woorden voor zijn. Dat soort gevoelens probeert Kendell met zijn kunst op te roepen.

Om de grenzen van de taal te doorbreken, maakt Kendell gebruik van theorieën die gebruikt werden door iedereen, van CIA tot Baader-Meinhof: je kunt een systeem makkelijker veranderen nadat je het eerst hebt gedestabiliseerd. In dit verband zijn seks en geweld sterke, onontkoombare wapens. Het establishment kent die wapens ook: de reclamewereld gebruikt seks en politici dreigen vaak met geweld van 'de anderen'. De mens, aldus Kendell Geers, voelt het meest dat hij leeft wanneer hij zijn eigen angst kan ruiken en wanneer het verlangen om geneukt te worden zo groot is, dat het gezond verstand wordt opgevreten.

2004 Buda vzw - Maison Folie - Kortrijk,
Kendell Geers werkt met vier danseressen en één muzikant aan een onderzoek over de relatie tussen geluid, beeld en lichaam, geïnspireerd door de uitzinnige Bacchanten van Euripides. In het kader van de workshop van Kendell Geers krijgt u 2 korte performances bekijken in de Tacktoren. Tussendoor wordt het uitgebreide interview met de kunstenaar getoond in de Paardenstallen.

KENDELL GEERS: DEEP THROAT, 2002
Video-installatie waarin een pornografische film wordt
geprojecteerd op een discobal, die het beeld vervormt, uitvergroot
en fragmenteert. Hierdoor wordt de oorspronkelijke
rechtstreeksheid van het beeld getransformeerd naar een veel
complexere vraagstelling over sexualiteit en perceptie.
In een verdonkerde ruimte draaien honderden stilzwijgende, in stukken
gescheurde beelden over de muren in het rond. Ze omsingelen
de toeschouwer. Het volgen van het ronddraaiende beeld is
een moeilijke en lichtjes desoriënterende bezigheid, die door
de expliciet sexuele inhoud een ironische ondertoon krijgt.
Deep Throat koppelt duizelingwekkende vertigo aan
vervreemdende erotiek in een flikkerende discodroom.


RED SNIPER, 2002-2004
‘Red Sniper' is een project van Kendell Geers en voormalige
Belgische Front 242-voorman Patrick Codenys. Front 242 genoot
in de jaren '80 grote bekendheid in industriële/avant garde
muziekkringen, vanwege hun verregaande geluidsexperimenten.
In hun werk gebruikten zij vaak politiek gemotiveerde samples.
Kendell Geers werkt vaak met pop en rock-elementen in zijn
werk, en voerde de communicatie tussen beeld en geluid ten top
in het live concert Red Sniper, in samenwerking met Patrick
Codenys. Deze video-installatie is tegelijkertijd een registratie en
verwerking van het live concertmateriaal.

What does D.I.A.N.A. stand for ?
Dit werk is even iconoclastisch en irrelevant als alle andere
tentoongestelde werken van Kendell Geers. Het gaat over één
van de opvallendst ontbrekende beelden in de geschiedenis van
de fotografie. In een wereld waarin geen enkel beeld meer taboe
is, en een journalist of fotograaf zich op geen enkele manier meer
laat beteugelen, blijft slecht één beeld opvallend afwezig:
dat van prinses Diana's fatale auto-ongeval.
De installatie neemt de vorm aan van een dia-projectie met
geluid,waar in plaats van beelden een selectie uit de honderden
grappen die ontstonden na het ongeval, gepresenteerd worden.
Flarden tekst, net lang genoeg om leesbaar te zijn maar te kort
om te beledigen.

present time
Present Tense is een bedrieglijk eenvoudige installatie waarbij het
besef van het heden verstoord wordt door het besef van tijd.
De woorden “present” en “tense”worden naast een metafoor en
een verbale constructie evengoed een reflectie over de notie tijd.
Een simpele digitale klok wordt omgekeerd opgehangen,
waardoor getallen hun waarde verliezen. Het cijfer 3 veranderd in
een “E”waardoor 11:34 op de klok verklaart dat we ons in de hE:ll
bevinden om ons een minuut later terug aan te sporen tot SE:ll.

Title Withheld (Shoot)
In de video-installatie «Title Withheld (Shoot)» van Kendell Geers wordt tenslotte het lichaam van de toeschouwer onder vuur genomen. Een montage van schietende helden uit onder andere Woo/Kong en Tarantino films, «Indiana Jones», en «Terminator» is in combinatie met de oorverdovende geluidsband een voorbeeld van de wijze waarop Geers‘ in zijn werk de toeschouwer op radicale wijze via lichamelijke sensaties confronteert met geweld, angst en overlevingsdrang. In de traditie van Vito Acconci, Chris Burden en Carolee Schneemann onderzoekt Geers de iconografische en kinetische kwaliteiten van het lichaam en psychologische bewustzijnstoestanden.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 179.