kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Kinetische-Kunst

Kinetische kunst

Kinetische kunst [Gr.'Kinetika' in de betekenis 'zich bewegen'] is een richting in de moderne kunst, waarbij met bewegende objecten gewerkt wordt. Waar de traditionele kunst statisch is, werkt de kinetische kunst met natuurkrachten (wind, water) of mechanische krachten (magneten, motoren), ofwel door de toeschouwer. Deze kunst was een uitlaatklep voor het toepassen van de nieuwe technologie en wetenschappelijke onderzoeken. De basis van deze kunstvorm zijn de technische realiteiten uit onze omgeving en de bewuste integratie hiervan in het gebied van de kunst.

In de Klassieke Oudheid en in de renaissance gelden reeds voorbeelden van kinetische kunst: Stoomaangedreven Automata bij de Dinoysische spelen en de vele uitvindingen en experimenten van Leonardo da vinci.

Kunstwerken die begin 20e eeuw de kinetische kunst inhoud gaven zijn met name Bicyclette van Marcel Duchamp (1913), de Kinetische Sculptuur (1920) van Lásló moholy-nagy (1895-1946) en de Kinetische Constructie (1920) van Naum gabo (1890-1977).

De Kinetische kunst begon bij de Amerikaan Alexander Calder, zo rond 1920. Calder maakte paletvormige schijven, een combinatie van staaldraad en aluminiumplaatjes, die hij schilderde in rood, wit en zwart. Door deze vormen vervolgens goed uitgebalanceerd op te hangen (bijvoorbeeld aan een plafond) veroorzaakte het geringste zuchtje wind beweging, waardoor ze om elkaar heen wentelden of elkaar even aanraakten. En dat was waar het bij de kinetische kunst om draaide; beweging.

Een andere gerenommeerde kunstenaar uit de eerste helft van de 20e eeuw is Wladimir E. tatlin (1885-1953) met zijn luchtfiets (1939) en zijn niet gerealiseerde kinetische Monument voor de Derde Internationale (1913).

In de jaren vijftig begon een aantal kunstenaars zich te specialiseren in bewegende kunst. Voor de promotie en de fundering van de kinetische kunt is de Franse galeriehoudster Denise René van enorme invloed geweest. In haar in 1955 samen met Vasarely georganiseerde historische tentoonstelling Le Mouvement werden jonge kunstenaars gebracht die tot dan nog volstrekt onbekend waren en nu gelden als grootheden : Tinguely, Soto, Agam, Pol Bury en Cruz Diez.

Begin jaren zestig is er sprake van een revival. Het nouveau realisme met Jean Tinguely (1925-1991 anarchistische anti-machines) en Yves Klein ( 1928-1962 'immaterialisaties') en de Nouvelle Tendance met de Zeroïsten Jésus Rafael Soto (1923; moiré-achtige configuraties) en Vassili Takis (1925 magneetvelden) maar vooral ook François morellet (1926) die samen met o.a. Julio le Parc (1928) de GRAV (Groupe de Recherche d'Art Visuel) oprichtte met ondermeer onderzoek naar de kinetische waarden binnen de kunst, getuigen hiervan.

Jean Tinguely (1925-1991) is een vertegenwoordiger van het Nouveau Réalisme maar vooral en meer van de assemblage en de kinetische kunst. Zijn bizarre, piepende, draaiende, stampende oeuvre was vooral bedoeld als sensatie. De Zwitser Jean Tinguely was de man van de gemotoriseerde afvalbeelden. Dat afval bestond uit oude machine-onderdelen. Deze onderdelen werden door de kunstenaar zo samengevoegd, dat een volkomen zinloze machine ontstond, die echter wel de schoonheid van de beweging demonstreerde.

Andere kunstenaars van betekenis die al dan niet aangesloten waren bij bewegingen die tot de Nouvelle Tendance worden gerekend zijn: George Rickey (1907), Gerrit van Bakel (1953-1984), Günther Uecker (1930), Hans Haacke (1936), Nam June Paik (1932), Nicolas Schöffer (1912), Panamarenko (1940) en Rebecca horn (1944).

Uitwerkingen van kunst die de bewegende aarde (c.q. de kosmos) als uitgangspunt neemt, vormen landart-projecten van o.a. James Turrell en Robert Morris.

Op Art of Optical Art
De term kinetisme kan eveneens worden gebruikt voor kunstwerken waarbij met behulp van lichteffecten de kijker de illusie van beweging wordt voorgeschoteld, ook wel Op Art genoemd, toch is er verschil: Op art geeft de illusie van beweging. Kinetische kunst laat de objecten zelf bewegen. In Op Art, dat officieel Optical Painting heette, schilderden kunstenaars als Bridget Riley en Victor Vasarely briljante twee-dimensionale patronen, die zonder technologische hulpstukken een irriserende of drie-dimensionale werking op het oog van de toeschouwer schenen te hebben.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1115.