kunstbus







Koekkoek


Uit het geslacht Koekkoek uit Kleef hebben zich een stuk of vijftien telgen aan de schilderkunst gewijd. Een overzicht van hun werk hangt permanent bijeen in de voormalige woning van de enige Koekkoek die de kunstgeschiedenisboeken heeft gehaald: Barend Cornelis, geboren te Nijmegen, (1803-1862).

Deze veelal kortweg als B.C. aangeduide schilder werkte in het tweede kwart van de negentiende eeuw en had toen reeds veel succes. Hij won prestigieuze prijzen, ontving onderscheidingen en mocht zich verheugen in een stroom opdrachten van mensen uit de hoogste kringen.

B.C. Koekkoek geldt als de belangrijkste representant van de Nederlandse romantiek. Hij werd tijdens zijn leven al de 'prins der schilders' genoemd; Zijn werk werd tot in Rusland toe door konings- en vorstenhuizen bewonderd en verzameld. Romantiek was voor Koekkoek geen wijze van schilderen maar een manier van leven.

In 1841 stichtte de grote romantische schilder B.C. Koekkoek in Kleef een tekenacademie. Koekkoek's academie bracht een school voort van kunstenaars die een grote bewondering koesterden voor de wonderschone natuur rondom Kleef: een heuvelachtig landschap met eeuwenoud bos.

Deze schilders romantiseerden dit landschap; Het werd nog mooier en sprookjesachtiger; Een levensstroom van zonlicht breekt door de boombladeren, nietige figuurtjes en vee staan in contrast met reusachtige wodanseiken, symbolen van een almachtige natuur, terwijl vaak een beekje de tijdloosheid aangeeft, die een tegenstelling vormt met het tijdelijke van het aardse leven. Symbolen van romantiek die in Nederland ook wel eens - deels ten onrechte - als zoetsappig zijn afgeschilderd. De romantiek was immers buiten Nederland veel dramatischer, zoals het beroemde 'Vlot van Medusa' van Théodore Géricault, die het contrast van de nietige mens tegenover de natuurkrachten veel pregnanter neerzette.

Omdat zijn werk gretig aftrek vond, kon hij het zich veroorloven een vorstelijk onderkomen te laten bouwen.
In 1847 liet Koekkoek als woonhuis een compleet stadspaleis in classicistische stijl optrekken met op steenworp afstand het prachtige atelier 'Belvédère'. Daar trok hij zich terug om uit te kijken over de glooiingen van het Rijnland. Dat vormde steevast het onderwerp van zijn doeken, of eigenlijk meer het uitgangspunt. B.C. Koekkoek vervolmaakte het bestaande landschap namelijk, opdat dat beter beantwoordde aan de romantische smaak.

Hoe hij hierbij opereerde, valt af te lezen aan een werk als bijv. Rijnlandschap met ruïne. De overdadig met loofbomen begroeide heuvels bepalen de grondtoon van het schilderij. De bouwval, een vage herinnering aan een groots, mysterieus verleden, met de daaromheen zwermende vogels verhevigen de stemming. Het tafereel wordt gecompleteerd door de kronkelende rivier die voor de bergen in het verschiet verdwijnt. Alle beeldelementen vloeien volmaakt in elkaar over en scheppen samen een sfeer waarin de gevoelige beschouwer heerlijk kan wegdromen. Voor degenen die moeilijk loskomen van de werkelijkheid heeft B.C. op de voorgrond twee figuurtjes geplaatst. Je wordt als het ware uitgenodigd geestelijk een eindje met hen op te lopen. Mijmeren over natuur, cultuur, kunst en het verband daartussen is de inzet van het geheel.

Voorstellingen als deze leenden zich wonderwel voor bespiegelingen over de diepe waarden van het menselijk bestaan vanwege de onberispelijke uitvoering. De kunstenaar componeerde niet alleen knap, maar schilderde bovenal ook heel mooi en overtuigend. Zijn werk wordt gekenmerkt door een grote mate van perfectie. Hoeveel aanleg B.C. Koekkoek had voor het uitbeelden van de scheppingen der natuur blijkt in het bijzonder uit schetsen van zijn hand. Studies van bomen laten zien dat hij zowel oog had voor verfijnde details als voor de krachtige hoofdstructuur. De organische ordening van stammen en daaraan ontspringende takken hergebruikte hij als basis bij het opzetten van zijn eigen beelden. Gemeten naar onze maatstaven doen die ietwat zoetsappig en decoratief aan, maar de ambachtelijke kwaliteit ervan staat buiten kijf.

De Nederlandse Romantiek wordt gekenmerkt door haar grote technische verfijning. Op minutieuze wijze wordt het landschap weergegeven. Aan de majestueuze eikenbomen van B.C. Koekkoek lijk je ieder blad te kunnen tellen. Koekkoek vestigde zijn atelier in Kleef en maakte het rivierlandschap langs de Rijn tot zijn onderwerp. Boeren die hun vee door een mysterieus woud leiden, met in de verte het altijd weerkerende gezicht op de Rijn.

Anders dan veel hedendaagse kunstenaars streefde B.C. Koekkoek er nadrukkelijk naar een markt te bedienen. Hij deinsde er dan ook niet voor terug om eindeloze reeksen winterlandschappen te schilderen. Daar was nou eenmaal veel vraag naar. Met de inkomsten die hij aldus vergaarde bouwde hij het riante onderkomen waar zijn werk nu met dat van diverse familieleden verenigd is.

Dynastie Koekkoek
B.C. Koekkoek was tijdens zijn leven een gevierde kunstenaar. Hij hield een groot atelier waarin veel belangrijke romantische schilders werden opgeleid. B.C. Koekkoek geldt zelfs als de stamvader van een echte dynastie. We kennen maar liefst negentien nazaten en familieleden die de schilderkunst als vak kozen. Vaak zijn ze aan hun onderwerp te herkennen.

De dynastie begon bij vader Koekkoek, Johannes Hermannus, die verdienstelijke zeegezichten vervaardigde (Afb.3). Ook zijn werk behoort tot de categorie romantiek, maar wel tot een bedaagde subvorm. Hoewel het buitengaats onmiskenbaar stormt, blijven de boten overeind en er zijn in ieder geval nergens schipbreukelingen te betreuren. Johannes Hermannus' oeuvre laat zich het best omschrijven als ‘kan-geen-kwaad-kunst'. Ook de drie broers van B.C. hebben de penselen ter hand genomen, evenals zeven van hun kinderen. Zelf kreeg hij vijf dochters van wie er zich twee toelegden op het stilleven. De oudste broer van B.C. had één schilderende zoon en de jongste maar liefst vier. Hermanus junior (1815-1882) trad met zeegezichten in de sporen van zijn grootvader. De andere drie vatten verschillende onderwerpen aan, werkten in diverse stijlen en met zeer wisselende resultaten. Willem Koekkoek (1839-1895) schilderde vooral stadsgezichten.

Stamboom Koekkoek

Afgaand op de stamboom lijkt de bijdrage van de Koekkoeks-clan aan de schilderkunst indrukwekkend. Want na de derde generatie was het nog niet klaar. Tot halverwege de twintigste eeuw hebben nazaten de familietraditie voortgezet. Dat deden ze vaak nogal letterlijk. In Museum Haus Koekkoek overheersen de reeds door Johannes Hermannus en B.C. verbeelde thema's: schepen en natuur. Je zou kunnen spreken van een artistiek eerbetoon aan beide voorouders, ware het niet dat het nieuwe werk soms wel erg verbleekt naast de gedegen voorbeelden. Zo is Jan Koekkoek in onvervalst effectbejag verzandt, getuige zijn Avondschemering voor de Franse kust. Om de oplichtende wolken aan te duiden heeft hij de verf wel erg dik op het doek gelegd. De overeenkomst met glitter op kitsch-kaarten is groot, met doorleefde kunst heeft het niets meer te maken.

Al met al luidt de conclusie dan ook dat schilderen als ambachtelijke activiteit vaak doorgegeven wordt van vader op zoon. Van erfelijkheid is waarschijnlijk echter geen sprake. Integendeel, het vergelijkend warenonderzoek in Museum Haus Koekkoek te Kleef wijst helder uit dat talent en genialiteit in ieder geval niet via de genen wordt overgedragen.



privacybeleid