kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

L'-Art-Pour-L'-Art

De romantiek heeft een belangrijke wending teweegebracht in de kunst, en daarmee ook in de positie van de kunstenaar. Voor het eerst geeft de kunstenaar uiting aan zijn eigen gevoelens, gaat hij zoveel mogelijk zijn eigen weg, wordt een rebel, een opstandeling. Het moge duidelijk zijn dat die romantiek ook een geheel ander type kunstenaar heeft opgeleverd, wat bovendien tot uitdrukking komt in de zelfportretten.
Het was misschien wel de Spaanse schilder goya (1746-1828) bij wie we dit voor het eerst goed kunnen zien. In de broeierige ogen op zijn zelfportret uit ca 1795 (Francisco José de goya, zelfportret, ca 1795. Oostindische inkt, gewassen. New york, Metroploitan Museum of Art) kun je welhaast aflezen de waanzin en de drang die hem voedden om de meest diabolische, monsterlijke, agonische, bizarre, raadselachtige en hallucinerende taferelen te verbeelden.

Vanuit de romantische hang naar inviduele vrijheid is ook de l'art pour l'art-gedachte voortgekomen (de kunst omwille van de kunst) vanaf omstreeks halverwege de 19de eeuw. Deze doctrine betekende een onafhankelijkheidsverklaring voor de kunst. En dat lieten de kunstenaars weten ook.
Het was de Franse schilder Courbet (1819-1877) die hiervoor de toon zette. In zijn schilderij 'Bonjour, Monsieur Courbet' - weliswaar geen zelfportret in de gebruikelijk zin van het woord, maar wel een schilderij waarin de kunstenaar Courbet nadrukkelijk figureert - zien we hoe Courbet zichzelf heeft geschilderd door het landtrekkend met zijn schildersbagage op de rug, eerbiedig begroet door zijn vriend en beschermer. Dit schilderij heeft hij zelf gedoopt tot: Bonjour, Monsieur Courbet (G. Courbet, Bonjour. Monsieur Courbet, 1854. Montpellier, Museum). Eenieder die gewoon was schilderijen van academische kunst tentoongesteld te zien, moet dit stuk toen gewoonweg kinderachtig zijn voorgekomen. Hier zijn immers geen gracieuze houdingen, geen vloeiende lijen, geen indrukwekkende kleuren. Het idee op zichzelf, dat een schilder zich als een landloper, in hemdsmouwen afbeeldde, moet de respectabele kunstenaars en hun bewonderaars als een smaad zijn voorgekomen. Dat was ook juist de indruk, die Courbet wenste te maken. Hij wilde dat zijn doeken een verzet zouden betekenen tegen de aangenomen conventies van zijn tijd; hij wenste dus de burgerman door een schok uit zijn zelfgenoegzaamheid te doen ontwaken en de waarde van een niet tot compromis geneigde, oprecht artistieke zin tegen het behoud van traditionele clichés uit te spelen. En dit is door Courbet oprecht gemeend. In een voor karakteristieke brief uit 1854 schreef hij: 'Ik hoop altijd mijn levensonderhoud met mijn kunst te verdienen, zonder ook maar één ogenblik mijn geweten te beliegen, zonder zelfs ooit, zoveel als met een handpalm kan woorden bedekt, te schilderen, enkel om iemand te behagen en om gemakkelijker te verkopen.' Hier klinkt een zekere arrogantie door, en dat is ook duidelijk te zien in bovengenoemd schilderij, de welhaast hautaine houding waarmee Courbet de groet in ontvangst neemt, alvorens zijn eigen weg weer te gaan, en met hem tevens de kunst.

Met en door de romantiek krijgt de kunst en daarmee ook het kunstenaarsschap en de positie van de kunstenaar iets exclusiefs. Zo heeft de Duitse romanticus Böcklin zichzelf afgebeeld als kunstschilder, met palet en penseel in de aanslag. Onderwijl kijkt de 'fiedelende-dood' (een skelet/geraamte dat een viool bespeelt) vanachteren, leunend, over zijn schouder mee. De boodschap is duidelijk. Ook Böcklin wacht ooit de-dood, de mens en het leven zijn immers vergankelijk. Maar zijn werk zal door zijn kunstenaarsschap eeuwig voortbestaan, en in wezen Böcklin zelf ook in dit zelfportret.
Het wordt helemaal verheven toen de Fransman Péladan in de catalogus van de eerste Salon de la Rose+Croix in 1892 de gevleugelde woorden schreef: 'Kunstenaar, gij zijt priester...kunstenaar, gij zijtkoning...kunstenaar, gij zijt magiër'. In een zelfportret van Gauguin (1848-1903) zien we deze exaltrante romantische opvatting terug (Paul Gauguin, zelfportret met heiligenschijn, 1889. National Gallery of Art, Washington). Gauguin meet zichzelf hier een aureool (nimbus) aan, verklaart zich daarbij tot een heilge, omringt zich met een appel en een slang, als verwijzingen naar de Zondeval en het Verloren Paradijs. Maar zijn kunst zal de mensheid verlossing brengen en het aardse paradijs weer doen terugkeren.

Vak: Kunstgeschiedenis (Nieuwe Media & Cultuur)
Thema: Portretten en de representatie van de mens (man/vrouw) in de kunst
Docent: Martin Lacet


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 13.