kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 30-10-2012 voor het laatst bewerkt.

Landschap

landschapsschilderkunst

Schildervorm die de natuur als zelfstandig genre presenteert.

De eerste voorbeelden van een landschapsschilderij zijn op muurtekeningen uit de Romeinse keizertijd terug te vinden. Op het einde van de oudheid en de antinaturalistische ommekeer in de kunst waren tot de 10de eeuw nog maar slechts weinig invloeden van de naturalistische landschapsschilderkunst te vinden. Daarnaast heeft zich vooral in China sinds de 6de eeuw een zelfstandige vorm van de artistiek gestileerde landschapsschilderkunst ontwikkeld, die zijn bloeitijd kende tussen 800 en 1200.

In de Middeleeuwen was de schilderkunst van het christelijke avondland echter bijna louter figuratief. Ze transformeerde al het niet-figuurlijke in een symbolische tekentaal of vlakke kleurmetafysica, zodat hier de presentatie van de natuur of de interesse voor natuurlijke vormen, al was het maar in de bouwornamenten, bijv. in de plantenkappitels van de romaanse kunst.
De eerste pogingen voor het weergeven van natuurmotieven vallen samen met de invoering van het perspectiefbeeld, dat sinds de tweede helft van de 14de eeuw in de schilderkunst belangrijker werd.

De eigenlijke start van de landschapsschilderkunst valt echter samen met de Nederlands-Bourgondische miniatuurschilderkunst op het einde van de 15de eeuw, concreet met het Turijns-Milanees Gebedenboek. Het principe van de natuurgetrouwe weergave daarentegen is terug te vinden in Konrad Witz' 'Petri Fischzug' van 1444. Een veertekening van Leonardo van 1473 betekent een verdere stap in de ontwikkeling, waarin het landschap niet als achtergrond voor menselijke groepen of handelingen optrad, maar zelfstandig op de voorgrond kwam. Leonardo da Vinci In het Duitse gebied waren de landschapsaquarellen van Dürer en de tekeningen van de Donauschool even belangrijk als da Vinci voor Italië. Bovendien werd nog eens in de werken van de kleine meesters het kleine formaat van de miniatuurschilderkunst kenmerkend voor de ontwikkeling van de zelfstandige landschapsschilderkunst, zoals op het hoogtepunt van de kunstrichting in de 17de eeuw.

De Nederlandse schilderkunst neemt hier een bijzondere plaats in, omdat hier meer een verschil volgens bepaalde beeldgenres en landschapstypes werd gemaakt. (Zie Ruisdal, Hobemma).
Atmosferische verschijnselen en de verandering van de jaargetijden verschenen pas in het werk van Pieter Brueghel.
Het zgn. ideale landschap ontwikkelde zich rond 1600 in Italië bij de in Rome werkzame schilders A. Caracci, P. Bril en Adam Elsheimer.
Omdat hier mythologische personages tot achtergrond verworden, spreekt men ook van het 'heroische landschap', een voorstellingswijze die zou gelden tot de 19de eeuw en die haar hoogtepunt bereikte in de geïdealiseerde en gestileerde landschappen van Claude Lorrain.

De 18de eeuw bleef bovendien op het vlak van de landschapsschilderkunst verregaand schatplichtig aan de verworvenheden van de 17de eeuw, omdat andere schildergenres in het middelpunt van de publieke belangstelling stonden, vooral de portretschilderkunst.

Een vernieuwende stap in de ontwikkeling was pas weer weggelegd voor de schilderkunst van de romantiek, die uit de centrale verhouding van mens tot natuur nieuwe voorstellingsvormen creëerde en daarbij het landschap als kenmerk van menselijke toestandsbeschrijvingen gebruikte (de eenzame mens in het landschap e.a.). De realistische stroming van de landschaps- en natuurvoorstellingen heeft haar wortels in de Engelse kunst, hier vooral bij Bonington, Constable en Turner.

Ze vond in Frankrijk bij de school van Barbizon weerklank en werd in Duitsland door Blechen en Menzel vertegenwoordigd. Op het einde van de ontwikkeling die hier werd ingeluid, vinden we de veranderde voorstelling van het landschap in het impressionisme, dat het realisme versterkte, overdroeg op de vorm van de waarneming en hierdoor de natuur tot een beleving van licht en kleur maakte. Ongeveer te zelfder tijd stond het werk van Cézanne, Hodler en van Gogh, voor sterker formeel gekenmerkte voorstellingswijzen, ook van het landschap trouwens, die werden opgenomen in de principes van het expressionisme, dat als laatste stijlrichting aan het landschap een eigen, empathische rol toekende en de relatie van de mens tot de natuur utopisch tegen de samenleving in een geïndustrialiseerde wereld tot uitdrukking bracht. In de volgende kunststromingen kreeg het landschap een eerder magere rol toebedeeld, bijv. in de 'neue-sachlichkeit' of in het surrealisme, hoewel het landschap in verschillende connotaties tot vandaag in de schilderkunst een geliefkoosd thema is gebleven.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1118.