kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 10-10-2008 voor het laatst bewerkt.

Leonardo Da Vinci

Leonardo di ser Piero da Vinci (1452-1519)

Leonardo da Vinci, de personificatie van het Renaissance ideaal van de universele mens (uomo universale), de veelzijdige mens: schilder, beeldhouwer, architect, uitvinder, filosoof, dichter, natuurvorser en geleerde.

Italiaans kunstenaar, vooral bekend door zijn schilderijen en tekeningen, maar ook als wetenschapper van zeer groot belang. Als kunstenaar is hij vooral bekend door zijn bijdrage aan de chiaroscuro techniek en zijn behandeling van het atmosferisch perspectief. Zijn talloze schetsen op het gebied van bouw-, waterbouw- en werktuigbouwkunde getuigen vaak van een goed inzicht en originele aanpak, maar de stand van de techniek in die dagen liet uitvoering meestal niet toe.

biografie
Geboren op 15 april 1452 als Leonardo di ser Piero da Vinci (Leonardo, zoon van Piero, uit Vinci), in het dorpje Vinci, gelegen op het Toscaanse platteland rond Firenze. Leonardo zelf ondertekende zijn werk met "Leonardo" of "Io, Leonardo" ("Ik, Leonardo").

Moeder Caterina en vader Piero waren niet getrouwd. Zijn vader, Ser Piero da Vinci, was een 25-jarige rijke grondbezitter en ambachtsman die zijn moeder een boerendochter genaamd Caterina in dienst had. Er wordt ook wel beweerd dat ze een slaaf van Piero was, afkomstig uit het Midden-Oosten, maar daarvoor is weinig bewijs. De vader nam de zorg voor zijn zoontje op zich, de moeder trouwde elders. Leonardo woonde eerst bij een boerenfamilie, maar vanaf zijn vijfde ging hij bij zijn vader wonen. Zijn vader was toen getrouwd met de 16-jarige Albiera Amadori. Zij kregen geen kinderen en daarom was Leonardo voor Albiera net een echte zoon.

Een half millennium later is er in en rond Vinci niet veel veranderd. De kerktoren domineert nog steeds het weidse landschap met aan de horizon de Albanoberg, op wiens top de volwassen Leonardo de omgeving bestudeerde. De hem omringende natuur was een godsgeschenk voor de scherp observerende kleine Leonardo, die reeds vroeg begon te tekenen wat hij rondom zich zag. Die natuur en de boeken in de bibliotheek van zijn vaders familie werden zijn school - een klassieke opleiding zou hij nooit krijgen.

Na de dood van Albiera verhuisde Leonardo met zijn vader naar Florence. Zijn vader trouwde na de dood van Leonardo's stiefmoeder nog drie keer en kreeg in totaal 12 kinderen.

Florence
Hij was 12 toen hij met zijn vader in Firenze ging wonen, toen een wereldcentrum van rijkdom, macht, kunst en wetenschap. Daar zou Leonardo Da Vinci uitgroeien tot dé figuur van de renaissance.

1466 Overtuigd van het tekentalent van zijn zoon, bezorgde vader Piero hem een stageplaats op het atelier van de belangrijke Florentijnse kunstenaar Andrea del Verrocchio. In diens atelier leerde Da Vinci schilderen, hout, steen en klei bewerken en de zilver- en goudsmeedkunst. Leonardo gebruikte gretig zijn ogen, zorgde ervoor dat hij alle technieken onder de knie kreeg en tekende voortdurend op wat hij zag. Behalve schilderen heeft hij hier ook de techniek van het bronsgieten geleerd; het is niet onmogelijk dat hij aan Verrocchio's ruiterstandbeeld van Colleoni (1483-1488; Venetië) heeft meegewerkt.

In 1472 trad Leonardo toe tot het Florentijnse schildersgilde, de Compagnia di San Luca en was hij eigen baas, hoewel hij nog enkele jaren als Verrocchio's helper optrad en in diens huis woonde.

Omstreeks 1473 schilderde hij in een door Verrocchio ontworpen Doop van Christus (Uffizi, Florence) de meest linkse engel en een klein stuk van het landschap. Zijn streven om een landschapsverschiet weer te geven als een versluierde, summier aangeduide en toch als een organisch geheel herkenbare wereld, komt telkens in zijn schilderijen en tekeningen voor. Grote belangstelling had hij voor de menselijke fysionomie, een onderwerp dat hij in allerlei nuanceringen uitgebeeld heeft, zowel in ideale, schone als in bizarre en zeer realistische typeringen.

Zijn bekendste werk uit deze 'eerste Florentijnse periode' (1466-1482) is de 'Aanbidding van de drie koningen' (1481-1482; Uffizi, Florence), een enorm doek dat door de monniken van San Donato in Scopeto besteld was. Uit de vele voorstudies en het doek zelf blijkt dat hij toen nog vrij sterk onder invloed van Verrocchio stond. Dit werk is onvoltooid gebleven, omdat Leonardo in 1482 naar Milaan vertrok om in dienst van hertog Lodovico il Moro te treden.

homofilie
Leonardo schijnt nooit een intieme relatie gehad te hebben met een vrouw. In 1476 werd hij anoniem beschuldigd van homoseksuele contacten met een 17-jarig model, de notoire prostituee Jacopo Saltarelli. Samen met drie anderen werd Leonardo bij gebrek aan bewijs vrijgesproken van een aanklacht wegens homoseksueel gedrag.

1482-1499 Milaan
In 1482 trad Leonardo in dienst van Ludovico Sforza, 'il Moro', de feitelijke heerser van Milaan.
Van 1483 tot 1499 verbleef Leonardo in Milaan aan het hof van hertog Ludovico Sforza. Deze vertrouwde hem het ontwerp voor een ruiterstandbeeld toe, waarin zijn vader Francesco Sforza verheerlijkt moest worden en waarvan de kunstenaar een 7 m hoog monument wilde maken. Het is nooit uitgevoerd, alleen heeft enkele jaren een gipsmodel op ware grootte bestaan en zijn enige fraaie tekeningen (zilverstift op blauw getint papier, Royal Library, Windsor Castle) bewaard gebleven.

Hij bleef tot 1499 aan het hof in Milaan. Zijn werkzaamheden aldaar bestonden voornamelijk uit het ontwerpen van verschillende verdedigingswerken en krijgsmachinerieën. Daarnaast hield hij zich ook bezig met bruggen en waterwerken, een ontwerp voor de koepel van de Dom te Milaan en het organiseren van feesten.

In Milaan had hij ook zijn eigen studio, inclusief leerlingen. De belangrijkste schilderijen uit deze 'Milanese periode' zijn de 'Madonna in de grot' (ca 1485), waarvan twee versies bestaan, en het fresco 'Het laatste avondmaal' (ca 1495-1498) in de refter van de Santa Maria delle Grazie, Milaan. Hier is het moment weergegeven waarop Christus de woorden uitsprak dat een van de apostelen hem zou verraden. De achtergrond van Christus is licht (in tegenstelling tot de donkere achtergrond voor de apostelen) en neemt de werking van het aureool op een uitstekend doordachte wijze over.
Een aantal tekeningen (in de Accademia te Venetië, de Brera te Milaan, de Royal Library van Windsor) getuigt van de aandachtige voorbereidingen voor het Laatste Avondmaal (1495–1498; Santa Maria delle Grazie, Milaan; muurschilderingen), dat door Leonardo, in tegenstelling tot de gangbare opvattingen, vooral vanuit psychologisch standpunt vertolkt werd. Nieuw is ook, dat alle figuren te zamen achter de tafel zitten, ook Judas, die tevoren steeds geïsoleerd tegenover de anderen was opgesteld.

In deze tijd ontstonden schilderijen met voor Leonardo zo kenmerkende toepassing van chiaroscuro en sfumato, dwz. het schemerige, zachte licht en de fijne, subtiele vormgeving, die hij in de plaats stelde van de lineaire schilderwijze en de scherpe belichting van de Florentijnse schilderkunst uit het eind van de 15de eeuw. Deze geheel nieuwe artistieke zienswijze heeft hij ook neergelegd in zijn theoretische notities over de invloed van het licht op de kleuren en ze maken onderdeel uit van zijn uitspraken over de schilderkunst in het algemeen. Deze werden later verzameld tot een Trattato della pittura, waarvan de eerste uitgave in 1651 in Parijs verscheen.

Na de bezetting van Milaan door de Franse troepen (okt. 1499) reisde Leonardo naar Mantua, Venetië en ten slotte naar Florence.

tweede Florentijnse periode
In Florence ging hij werken als militair architect en ingenieur voor Cesare Borgia. (Borgia was de zoon van Paus Alexander VI en werd ook wel "Duca Valentino" genoemd).
Hij kreeg de opdracht om in het Palazzo Vecchio de slag bij Anghiari (1440; waar de Florentijnen de Milanezen versloegen) te schilderen. Hoe dit onvoltooid gebleven fresco (1504-1505) er uit heeft gezien, kan men afleiden uit de kopieën, die onder meer Peter Paul Rubens (1577-1640) van dit hevig bewogen tafereel maakte. In 1565 moest het fresco plaats maken voor een nieuwe decoratie van de hand van Giorgio Vasari (1511-1574).

Verborgen labo van Leonardo Da Vinci ontdekt
In hartje Firenze is een verborgen labo ontdekt dat door het genie Leonardo Da Vinci voor zijn studie van het vliegen en ander wetenschappelijk pionierswerk is gebruikt.
Zo heeft de Britse krant The Independent woensdag gemeld
Toen Da Vinci 51 was, keerde hij in 1503, na een verblijf in Milaan, naar Firenze terug. In brieven en een biografie uit de zestiende eeuw was er reeds sprake van dat hij over een verborgen labo beschikte in een klooster van de orde van de Servi di Maria, tussen het Instituut voor Militaire Geografie en de basiliek van de Santissima Annunziata. de bewuste kamers zijn nu gevonden. Een deel van de suite van Leonardo da Vinci, in een vleugel voor gastenkamers, werd nadien afgebroken om er stallingen te maken voor een belendend pand. In de kamers zijn fresco's gevonden die "imponerende gelijkenissen" vertonen met andere voorbeelden van het experimenteel werk van de Toscaanse schrijver, wetenschapper, filosoof en dichter. Zo is er een drieluik van vogels boven een later verwijderde afbeelding van de Maagd Maria. Een en ander verwijst volgens de ontdekker duidelijk naar de studies die Da Vinci maakte over de manier waarop vogels vliegen. Een engel aan de zijkant van het fresco verwijst naar de engel in een schilderij in het Uffizi-museum aan Da Vinci wordt toegeschreven en dat over Maria Boodschap handelt.

1503 De 'Mona Lisa'.
De Mona Lisa is het bekendste schilderij dat hij maakte. Een klein schilderij dat alleen te zien is achter een dikke laag glas in het Louvre in Parijs.
Belangrijk is zijn bijdrage tot het chiaroscuro, een schilderwijze met sterke licht/donkercontrasten, en vooral het geheel nieuwe sfumato: het weergeven van een atmosferisch perspectief, een fijn waas dat de vormen in vaagheid doet verlopen en waardoor de contouren onscherp blijven. Dit geeft zijn schilderijen een poëtisch, sfeervol karakter. Een beroemd voorbeeld van sfumato is de veelbeschreven raadselachtige glimlach van de Mona Lisa (de vrouw van Francesco del Giocondo (1503-1505), Louvre, Parijs); het raadselachtige ligt in het niet duidelijk belijnd zijn van de mondhoeken.

1506 tweede periode Milaan
In 1506 trok de rusteloze kunstenaar weer naar Milaan, nu in dienst van de Franse bezetters. Opnieuw hield hij zich in deze jaren bezig met een ruiterstandbeeld, ditmaal ter ere van maarschalk Giacomo Trivulzio. Ook dit kwam nooit tot stand.
In deze 'tweede Milanese periode' schilderde hij de 'Sint-Anna te drieën' en de 'Johannes de Doper', beide in het Louvre. Een krijttekening, die mogelijk een zelfportret is, bevindt zich in Turijn (ca 1513).

Rome
In sept. 1512, het jaar waarin de Fransen Milaan moesten verlaten, begaf Leonardo zich met vier leerlingen via Florence naar Rome. Hier was hij enkele jaren in dienst van Giuliano de 'Medici, een broer van paus Leo X. Hij kreeg in Rome niet veel te doen, maar wel ontstonden daar (1514) de tien magistrale tekeningen van de zondvloed (Windsor Castle), abstracte, visionaire composities, die verband hielden met zijn onderzoekingen naar de beweging van het water.

Terzelfder tijd heroverde de Franse koning, Frans I, Milaan. Na drie jaar van 1513 tot 1516 in Rome verbleven te hebben, vertrok Leonardo op verzoek van Frans I naar Frankrijk. Hij kreeg er woonruimte in het landhuis Cloux (thans: Clos-Lucé) bij Amboise (thans als museum opengesteld), tezamen met zijn vrienden Melzi en Salai.

Terzelfder tijd heroverde de Franse koning, Frans I, Milaan. In 1516 accepteerde hij de invitatie van de koning naar Frankrijk te komen. Hij kreeg er woonruimte in het landhuis Cloux (thans: Clos-Lucé) bij Amboise (thans als museum opengesteld), tezamen met zijn vrienden Melzi en Salai.
Ook als wetenschapper was Leonardo van belang. Als typisch voorbeeld van de uomo universale, het Renaissance-ideaal van het veelzijdige genie, werd hij regelmatig als raadsman gevraagd voor de meest uiteenlopende zaken. Zo werd zijn advies gevraagd voor de kanalisatie van de rivier de Arno, het droogleggen van de Pontijnse moerassen, de aanleg van een enorme brug over de Bosporus en de bouw van een kapel. Het was dan ook in de functie van raadgever dat Frans I Leonardo da Vinci uitnodigde naar Frankrijk te komen.

Leonardo stierf in Frankrijk op 2 mei 1519 te Cloux (bij Amboise) en ligt begraven in de Kapel van St. Hubertus in het kasteel van Amboise.

Samen met raphael, michelangelo buonarroti en Titiaan wordt hij gezien als de meesters van de hoog renaissance in Italië. Het Louvre in Parijs (Mona Lisa, 1503), de Uffizi in Florence en de National Gallery in Londen bezitten schilderijen van Leonardo.

Talrijke losse, ongeordende bladen met de meest uiteenlopende notities en illustraties kwamen in 1519 in het bezit van zijn erfgenaam en leerling Francesco Melzi. Na Melzi's dood in 1570 raakten ze verspreid, totdat de beeldhouwer Pompeo Leoni ca 1600 tien delen met Leonardo's geschriften verzamelde en samenbracht in één geweldige foliant, de Codex Atlanticus (Bibl. Ambrosiana, Milaan). Maar ook elders in Europa vindt men losse bladen met aantekeningen en illustraties (o.a. Royal Library, Windsor Castle) en in 1965 werden twee tot dan onbekende notitieboeken ontdekt in de Biblioteca Nacional in Madrid, de Codices Madrid I en II (die vooral technische ontwerpen bevatten).

Leonardo de Uitvinder
Als geleerde heeft Leonardo zich o.m. beziggehouden met wis- en natuurkunde. Hij ontwierp werktuigen als hefbomen, geschut en muziekinstrumenten, hij observeerde de vlucht van vogels en kwam zo tot ontwerpen voor vliegmachines (zie onderaan). Hij bestudeerde de menselijke anatomie en geologische verschijnselen.

Het resultaat van zijn veelzijdige onderzoekingen is terug te vinden in de enorme hoeveelheden schetsen op bouw-, waterbouw- en werktuigbouwkundig terrein. In dienst van Lodovico il Moro raakte Leonardo betrokken bij de verbouwing van de Dom van Milaan. Hij maakte ook vorderingen op het gebied van de theoretische architectuur en krachtberekening. Zijn belangrijkste uitvinding was de nu nog overal toegepaste schutsluis met puntdeur. Deze sluis had hij ontworpen om de loop van de rivier de Arno te veranderen. Vliegende vogels brachten hem op het idee van vliegmachines. Nadat een vliegpoging in 1505 mislukte, maakte hij een ontwerp voor een helikopter, dat echter nooit werd uitgevoerd.

Ook zijn militaire uitvindingen waren talrijk. Zo ontwikkelde hij een vroege voorloper van het machinegeweer en gestroomlijnde in plaats van ronde kogels. Om schepen onder water tot zinken te kunnen brengen construeerde hij een duikerpak (uitgerust met zwemvliezen) en boorgereedschap. Ook ontwierp hij een bovormige duikboot waarin één man kon plaatsnemen.

De meeste van zijn ontwerpen zijn echter nooit uitgevoerd en zijn invloed op de ontwikkeling van de techniek was dan ook beperkt.

Hij bestudeerde de anatomie van mens en dier door de secties op lijken (hetgeen door paus Leo VI verboden werd). Zijn waarnemingen resulteerden in zeer gedetailleerde tekeningen van het skelet, de spieren en het bloedvaatstelsel. Bij het vergelijken van de bloedvaten van een oude man en een tweejarige jongen ontdekte hij de arteriosclerose, de vernauwing van bloedvaten. Na een sectie op een zwangere vrouw beschreef hij als eerste op juiste wijze de ligging van de foetus in de baarmoeder en de functie van de placenta. Bekend zijn ook zijn ideeën over de proporties van het menselijk lichaam, die hij op wiskundige manier wilde beschrijven.

Vitruvian man:
Leonardo da Vinci tekent het ideale menselijk lichaam gebaseerd op een pentagon met de verhoudingen 1:1.618

vliegmachines
Leonardo was uitvinder die veel tijd besteedde aan het probleem van vliegen. Zelf wilde hij als een 'bovennatuurlijk' schepsel de vlucht van een vogel nabootsen. Aan zijn droom om als mens te kunnen vliegen gingen jarenlange observaties over de vlucht van de vogels vooraf, vooral de bouw van hun vleugels, de spieren in de vleugels en de betekenis van de veren. Als uitvinder ontwierp hij na zijn beschouwingen over luchtweerstand, elasticiteit en voortbeweging vervolgens diverse vliegmachinerieën. Zijn conclusies zette hij op papier met veel tekeningen.

Daarna ging hij, geïnspireerd door de mythologische held Icarus, vleugels maken die aan een man konden worden bevestigd, zodat deze kon vliegen. De vleugels waren gemaakt van een houten netwerk van nerven met daarover een stoffen bekleding. Daaroverheen moest een laag veren gelijmd worden om de luchtweerstand te vergroten.
Leonardo: 'De mens kan misschien leren, met behulp van grote vleugels, kracht te halen uit de weerstand van de lucht, en zo in staat zijn zegevierend de lucht te overwinnen en zich erboven te tillen.'

De nauwkeurigheid waarmee hij al zijn plannen op papier zette, wekt de indruk dat het ook zijn bedoeling was om die projekten werkelijkheid te doen worden. Toch is dit slechts sporadisch gebeurd. Eénmaal, zo luidt een hardnekkig gerucht, heeft een jonge medewerker, getooid met vleugels als een vogel, onder grote publieke belangstelling de sprong van een kerktoren gewaagd en is wonder boven wonder heelhuids op de grond aangekomen. Sindsdien was voor Leonardo het hoofdstuk 'vliegen' afgesloten. Mislukt. Meestal ging de Meester al op andere projekten over, voordat de zaak concreet werd.

In het begin van zijn onderzoekingen ontwierp hij toestellen met bewegende vleugels. Later realiseerde Leonardo zich dat een mens op deze manier nooit kon vliegen. Het gevaarte was te zwaar en de spierkracht van de mens was te klein en niet doeltreffend.

Leonardo ging nu de spierkracht van de mens anders gebruiken. Een mechanisch systeem moest op een efficiëntere manier van de spierkracht gebruik maken. Hij kwam bij zijn vliegende schroef, tegenwoordig helikopter genaamd. De tekening toont hoe het er uit moest zien; een metalen geraamte waarover gesteven linnen is gespannen. De linnen schroef moest door een mens worden aangedreven en snel gaan roteren. Het toestel zou niet echt de lucht de in kunnen gaan, maar heeft de man die de eerste echt vliegende helikopter ontworp, Igor Sikorsky, waarschijnlijk wel beïnvloed. Leonardo: 'Ik denk dat, als dit schroeftoestel goed gemaakt is ... van gesteven linnen (om de poriën af te dichten) en snel gedraaid wordt, deze schroef ... omhoog zal klimmen.'

Leonardo was tevens de uitvinder van de parachute. De parachute was gemaakt van een luchtdicht materiaal in een piramidevorm. Leonardo maakte een schets 300 jaar voor de eerste geslaagde parachutesprong in 1797. Leonardo's ontwerp is echter niet gebruikt bij het ontwikkelen van de hedendaagse parachutes, vermits zijn tekening pas op het einde van de 19de eeuw werd gevonden. Leonardo: 'Als iemand een tent heeft gemaakt van dicht materiaal, waarvan elke kant 12 armlengtes breed en even hoog is, dan kan hij van elke hoogte springen zonder zich te bezeren.'

Clos Lucé, 1471, Amboise
Het Clos Lucé van Le Loup is het sterfhuis van Leonardo da Vinci. .


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2083.