kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 06-02-2011 voor het laatst bewerkt.

Magdalena Abakanovicz

Poolse beeldhouwster en textielkunstenares, geboren 20 juni 1930 in Raszyn-Falenty bij Warschau. Ze leeft en werkt aldaar.

Magdalena Abakanowicz vestigde in de zestiger jaren internationale belangstelling op zich met haar grote gouaches op canvas. Midden zeventiger jaren nam haar werk een dramatische wending, toen zij begon met het vervaardigen van hoofden, lichamen, dieren en vogels uit basismaterialen als sisal, jute en hars. Dit was meestal gevonden materiaal, zoals touw en jute, dat zij vooral in havens vond en dan letterlijk tot op de draad uitploos. Snel werd dit karakteristiek voor haar gehele oeuvre.

De taal van de beeldhouwkunst in de jaren tachtig en negentig van de twintigste eeuw keert zich welbewust af van het minimalisme. Objecten en betekenisvolle figuren horen weer tot de mogelijkheden van kunstenaars. De Poolse kunstenares Magdalena Abakanowicz onderzoekt met haar beeldgroepen, opgebouwd uit jute, paardenhaar of hars, of zelfs in brons gegoten, de condition humaine van het getergde Polen van na de Tweede Wereldoorlog. Indrukwekkend zijn de zittende, staande en marcherende figuren zonder hoofd, die in groepen opgesteld, verwijzen naar het zware juk dat gewelddadige regimes op de bevolking leggen. De vervormde figuren uit deze serie werken werden door vrienden al vrij snel 'Abakans' genoemd.

De thematiek wordt haar niet alleen opgelegd door de maatschappelijke realiteit vanalledag, maar ook vanuit Abakanowicz’ autobiografie: haar moeder werd in de oorlog zwaar verminkt. De Poolse plooide zich niet naar de gangbare kunstvorm van na de tweede wereldoorlog, het sociaal realisme, maar werkte in haar eigen vorm en thema. Diegenen, die zich verzetten tegen de eigentijdse vormen van dehumanisering vinden dus ook inspiratie in het werk van Abakanowicz. Zowel de ritualistische betekenis, als de herinnering aan concentratiekampen maakt Abakanowicz’ werk niet alleen schokkend, maar ook relevant voor onze persoonlijke realiteit en verantwoordelijkheden. Niet voor niets heeft elke figuur een eigen huid en persoonlijkheid, terwijl de figuren in een groep vaak op dezelfde mal zijn gevormd.

Hoewel dit niet welgevallig was voor het Communistische regime, kreeg Abakanowicz het voor elkaar om een opleiding te volgen en over de gehele wereld tentoon te stellen. Zelfs in 1982, toen in Polen de noodtoestand werd uitgeroepen en de grenzen werden gesloten, kreeg zij toestemming om naar het buitenland te gaan om haar tentoonstellingen in te richten.
Haar langdurige docentschap aan de academie van Poznan (1965-1990) combineerde ze met andere docentschappen, waaronder Visiting Professor aan University of California, Los Angeles (1984). Naast vele eredoctoraten in de Verenigde Staten, Duitsland en Polen, ontving Abakanowicz ook waardering in de vorm van staatsonderscheidingen in Italië, Polen en Frankrijk voor haar vernieuwende ideeën die worden toegepast in haar kunst.

Magdalena heeft geen kinderen. Misschien kon ze wel daardoor praktisch elke dag aan haar werk besteden. Buiten het maken van haar kunstwerken is Abakanowicz druk bezig met de gehele organisatie rondom haar kunst. Ze regelt zelf alle tentoonstellingen en richt ze ook altijd zelf in. Verder besteedt ze veel tijd aan haar correspondentie. Magdalena heeft heel veel over haarzelf en haar werk geschreven in haar brieven aan derden. Ze heeft ook een aantal korte films gemaakt.
Haar man zet zich veel in voor haar werk. Hij staat Magdalena vaak bij in het oplossen van technische problemen rond haar beelden en hij diende soms als model voor haar werk. Verder heeft hij een uitgebreide bibliografie bijgehouden over het werk van zijn vrouw.

Biografie
Marta Abakanowicz (dit was haar geboortenaam, pas in 1950 heeft zij die veranderd in Magdalena) werd geboren in een klein dorpje in de buurt van Warschau. Haar ouders waren van aristocratische komaf, ze bezatten grote stukken grond en waren zeer welvarend. De geschiedenis van de familie van haar vader gaat helemaal terug tot Mongolië in de tijd van Genghis-Khan, 13de eeuw. Een afstammeling van deze machtige familie, was genaamd Abaka-Khan, de naam ontwikkelde zich later tot Abakanowicz.

Tijdens de Russische Revolutie in 1917, werden bijna alle leden van de Abakanowicz familie vermoord. Twee van hen, Konstantyn, de vader van Magdalena en zijn broer ontvluchtten deze slachting en vestigden zich in Polen, het land van hun moeder.

De moeder van Magdalena, Helena Domaszowska kwam eveneens uit een welvarende familie. Tot aan de 18de eeuw had deze familie banden met de Poolse koningen. Magdalena werd vooral opgevoed door de dienstmeisjes, ze had niet zo’n sterke band met haar ouders. Haar moeder was teleurgesteld dat ze een meisje ter wereld had gebracht in plaats van een jongen, die het familiebezit zou erven en met een stevige hand zou leiden. Door de sociale status van haar ouders ging Magdalena niet naar de reguliere school en had ze geen contact met andere kinderen van haar leeftijd.

Geïsoleerd van de buitenwereld bracht ze veel tijd alleen door op het landgoed van haar ouders. Toen Magdalena zes jaar oud was kreeg ze les van een privé leraar. Het was echter geen succes. “When I was six, I was given a teacher. A stranger. I was used to strangers only from a distance. They made me uneasy.” Haar interesses gingen uit naar de natuur in plaats van naar de schoolboeken. Haar ouders respecteerden dat en dwongen haar niet tot leren. Daardoor had Magdalena veel tijd om de bossen verder te ontdekken.

Marta was gefascineerd door de natuur die haar omringde. Op het Poolse platteland was de natuur altijd een bron voor allerlei bijgeloof en mystieke verhalen. Hoewel haar ouders niet bijgelovig waren, had Magdalena deze verhalen toch opgevangen, wat haar fascinatie voor de natuur alleen maar vergrootte. Later beschreef Abakanowicz haar jeugd en haar fascinatie voor de natuur op een zeer poëtische wijze in ‘Portrait x 20’. “Best when no one saw me. I got up when the light came through the shutters. Beyond the park, near the marshes, the grass reached my face. I know each blade .” “Between the ponds and the pine grove was a fallow field. Sandy, white, overgrown with clumps of dry, stiff grass. It looked strange. The tips of each clump converged, forming a kind of tent. The whole wide area looked as if it were covered by minute bristling cones. No one ever changed anything there. Everyone knew it should be left alone. ‘They’ live in the grass, it was said.” “The country was full of strange powers. Apparitions and inexplicable forces had their laws and spaces. I remember ‘Poludnice’ and ‘ Zytnie Baby’. Whether I had ever seen them, I cannot say; in the hamlet peasant women talked about them. There were also some who know how to bring about illness or induce elflock. ”

Haar sprookjesachtige kindertijd werd brutaal onderbroken in september 1939 toen de Duitse troepen Polen binnenvielen. Magdalena was toen negen jaar. Hoewel de eerste jaren van de bezetting Falenty nog gespaard bleef van de slachtingen, liep de spanning op het platteland steeds hoger op. Het bos werd voor Magdalena verboden gebied, omdat het nu een schuilplaats was geworden voor vluchtelingen en partizanen, maar ook voor gewelddadige bendes. Haar vader leerde haar schieten. Op een nacht in 1943 drong een dronken man hun huis binnen en begon op haar moeder te schieten. Ze overleefde, maar verloor een arm. Magdalena verzorgde haar moeder en ze dacht dat ze later als verpleegster zou gaan werken. In 1944 werd de situatie echt ongrijpbaar. De frontlinie uit het oosten naderde. Uit angst voor het oorlogsgeweld, maar ook uit angst voor de Russen, vluchtte de familie hals over kop naar Warschau. Dat bleek achteraf niet zo’n verstandige beslissing te zijn. Warschau leek in de laatste oorlogsjaren in een hel te zijn veranderd. Op 1 augustus 1944 brak er een bloedige opstand uit tegen de Duitse bezetters. Duitsland reageerde er op met de “Verbrennungs-kommando” die als opdracht had heel Warschau met de grond gelijk te maken. Tijdens een razzia raakte de moeder van Magdalena kwijt in de menigte. Ze vond haar familie, uitgemergeld, pas na twee maanden weer terug, in Milanowek, een klein dorpje naast Warschau. Magdalena was toen 14 jaar. Ze werkte in een school, die veranderd was in een geïmproviseerd ziekenhuis, als hulpverpleegster. Elke dag werden er nieuwe gewonden binnen gebracht. ”Too many damaged people. A crowd.”

Na de bevrijding in 1945 werd Polen een satellietstaat van Rusland, het communisme werd ingevoerd en moet opgroeien in een land dat tot de val van de Berlijnse muur een totalitair regime kent. Aristocraten werden gezien als vijanden van de staat. Al het bezit van de familie Abakanowicz werd dus geconfisqueerd door de staat en verdeeld onder de boeren. Om te ontkomen aan vervolging, zocht de familie toevlucht in Toczew, een klein dorpje naast Gdansk, waar niemand op de hoogte was van hun afkomst. Ze leefden in armoede, maar de kinderen gingen wel naar school.

Toen Magdalena 19 jaar was begon ze met haar studie aan de Kunstacademie in Sopot. Ze studeerde schilderkunst en textiel. Een jaar later, in 1950, besloot ze haar leven op nieuw te beginnen. Dat was het moment waarop ze haar oude naam Marta in Magdalena veranderde. Ze verkocht haar winterjas om de reis naar de hoofdstad te kunnen betalen. Ze werd aangenomen op de Kunstacademie in Warschau waar ze studeerde van 1950 tot 1954.

Het leven in Warschau was niet gemakkelijk. Terwijl West-Europese landen opbloeiden door het Marshallplan, bleef Oost Europa achter, de wederopbouw verliep langzaam. Magdalena verbleef in studentenhuizen, waar soms wel 16 studenten op een kamer sliepen, en zelfs daar kon ze niet altijd terecht. Ze verdiende geld met allerlei baantjes, zoals straten vegen en bloed geven, en overleefde op gratis soep op de academie. Aan haar schilderijen werkte ze vaak ‘s nachts op school. Magdalena zegt met tegenzin haar studie te hebben gedaan. Ze voelde zich benauwd in de toentertijd heersende sociaal-realistische cultuur, ze vond dat die haar artistieke vrijheid beperkte. Maar Abakanowicz zette haar studie voort, zodat ze zich na haar afstuderen kon aansluiten bij de Poolse vereniging voor beeldende kunstenaars. Dat was destijds namelijk de voorwaarde om als kunstenaar te kunnen werken.

Meteen na haar afstuderen kreeg ze haar eerste baan als ontwerpster bij een zijde fabriek in Milanowek. In haar vrije tijd zette ze haar schilderwerk voort, ze kreeg ook een ruimte op de academie, waar ze ‘s nachts zelfstandig kon schilderen. Op aanraden van een leraar deed ze mee aan een ontwerp-wedstrijd voor Cepelia. Ze won een prijs en haar ontwerp werd in productie genomen.

In 1956 trouwde Magdalena met de ingenieur Jan Kosmowski.

In 1960 vond haar eerste solotentoonstelling plaats in ‘Kordegarda’, Warschau. Deze werd echter op het laatste moment afgelast, omdat de directeur geen toestemming gaf om abstracte schilderkunst tentoon te stellen. Het was nog steeds het tijdperk van het sociaal-realisme. Hoewel er dus geen officiële tentoonstelling heeft plaatsgevonden wordt deze toch gezien als Abakanowicz eerste tentoonstelling. De grote verdienste van deze tentoonstelling is namelijk dat het werd opgemerkt door Maria Laszkiewicz, een professionele weefster, die toevallig door een open raam naar binnen keek. Zij raakte onder de indruk van Abakanowicz’s werk, schreef haar in als kandidaat voor de ‘Biennale Internationale de la Tapisserie in Lausanne’. Magdalena kwam door de voorselecties heen en ze stortte zich helemaal op dit project. Maria Laszkiewicz stelde haar kelder en haar grote weefgetouw (2 meter lang) beschikbaar voor Magdalena’s werk. 'Volgens de voorschriften van Biennale Internationale moesten de afmetingen van het wandtapijt minimaal 12 vierkante meter zijn. Waar kon ik zoiets groots weven? De kamer die ik deelde met mijn man was 12 vierkante meter. Maria Laszkiewicz werd mijn mentor en mijn vriendin. De kelder was donker, vochtig en zonder verwarming. Ik was geobsedeerd door het werk. Ik had geen ervaring, dus ik wist niet echt hoe ik te werk moest gaan. Ik gebruikte waslijnen. Mijn collega’s kwamen en waren geshockeerd. ‘Poolse weefkunst zou worden onteerd.’- zeiden ze.' Magdalena exposeerde uiteindelijk met ‘Composition of White Forms', het werd een succes. Zo begon Magdalena’s carrière als textielkunstenares.


natuurlijke materialen. Dergelijke kleden ontstaan tijdens het weven en niet langer middels een carton. De materialencombinaties zorgen voor een karakteristieke textuur (huid) met een geheel eigen zeggingskracht.
Abakanowicz speelt sinds 1955 een grote rol in het Poolse kunstleven, waar zich na de 2e wereldoorlog een met Tsjechoslowakije vergelijkbare ontwikkeling voltrekt. Op verschillende kunstakademies (Warschau, Krakau, Lodz, Sopot) en ateliers- werkplaatsen worden Pooise boerenweefsels en -kleden bestudeerd. Dit leidt tot individuele weefexperimenten, waarbij aandacht voor materiaal, textuur en structuur (opbouw) de belangrijkste uitgangspunten zijn. Deze aandacht resulteert in een heroriëntatie op materialen en hun eigenschappen en een heroriëntatie op de betekenis van textiel (functionele en symbolische aspekten). Hiermee is de weg geopend naar een volslagen andere benadering van het "wandtapijt", tegengesteld aan de traditionele opvatting (het decoratieve plaatjes naweven). Het gebruik van steeds meer verschillende materialen (als b.v.: sisal, grofgesponnen wol, jute, raffia, metaaldraad, bont, paardehaar, kunstvezels e.a.) en technieken versterkt de textuur en de structuur zodanig dat er sprake is van reliëf. Deze "wilde structuren" maken, dat het kleed als het ware losgroeit van de muur.

Zoals wij van andere Oost Europese kunstenaars ook zien, is haar materiaalkeuze bepaald door de keuze om destijds als kunstenaar niet voor het politieke regime te werken. Het sociaal realisme drukte zich uit in massieve werken van brons en staal. Kunstenaars als Abakanowicz, zochten het in hout, sisal, hennep touw en paardenhaar. Zij gebruikten materialen die vrij voorhanden waren en waarvan de distributie niet door het staatsapparaat werden gedirigeerd. Deze organische materialen hadden ook een ambachtelijke traditie. Abakanowicz's vroege werk bestond uit voorwerpen die als tapijten aan de wand opgehangen werden of die als kleding kon worden gedragen. Aan het eind van de 60er jaren maakte de kunstenares zich vrij van de muur en werden de zelfstandig in de ruimte staande figuren haar voornaamste expressie.

Magdalena werkte vanaf 1964 samen met haar assistente Stefania Zgudka.

Ze had van 1965 tot 1988 een kleine studio, in haar appartement op de tiende verdieping van een flat in Warschau.

In 1965 wint Abakanowicz de Grote prijs van Biënnale van Sáo Paolo.

Magdalena Abakanowicz doceerde als professor van 1965 tot 1990 aan de Hogeschool der Kunsten van Poznań in Polen. In 1974 promoveerde ze tot professor op deze academie. Zij schrijft metaforische essays over de menselijke geest, mythologie en religie. Bovendien was zij in 1984 gasthoogleraar aan de Universiteit van Californië - Los Angeles in de Verenigde Staten.


"De knoop en het touw", 1970, 350 cm x 3000 cm x diepte: 600 cm
(Een soortgelijke "touwimprovisatie" is te zien geweest op de 6e Biennale van Lausanne in 1973).
Abakanowicz improviseert met gigantische kabels, touwen, haspels en koorden verschillende ruimtelijke situaties, zowel binnen, als buiten. Het zijn eenmalige variabele projekten; er op gericht om ruimte te bepalen, ruimte te onderzoeken en ruimte te veranderen door middel van lineaire gegevens. Het gebruikte materiaal is onbelangrijk, is uitwisselbaar. Belangrijk is het zichtbaar maken van ruimte.


Backs (1976-82)

Vervaardigt Abakany, grootschalige beeldhouwwerken van zachte materialen. Na haar vroege weefsels en textielontwerpen ontwikkelde zij vanaf 1966 monumentale, biomorfe structuren van kokosvezel, touw en jute. Ze hangen aan het plafond, staan op de vloer of zitten, als gekromde lichamelijke omhulsels.

Van 1970-1979 maakt Abakanovicz een reeks Alteraties, figuratieve en non-figuratieve beeldengroepen van opgevulde jute en kunsthars.

In 1988 verhuisde Abakanowicz met haar man naar een eigen huis, met een ruime studio. In dat jaar vervaardigt Abakanovicz tien bronzen dierenkoppen voor het Olympisch park in Seoul.

In de late tachtiger en in de negentiger jaren begon Abakanowicz metaal te gebruiken voor haar sculpturen, zoals brons, evenals hout, steen en klei. Voorbeelden van haar nieuwe werken waren: Bronze Crowd (1990-91) en Puellae (1992).

In 1991/92 creëert Abakanovicz The Crowd van 36 figuren voor het Walker Art Center, Minneapolis.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Magdalena_Abakanowicz
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 656.