kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 20-05-2008 voor het laatst bewerkt.

Magisch-Realisme

De term wordt vooral gebruikt als aanduiding voor een aantal Nederlandse schilders die vanaf de jaren '20 en '30 actief waren. Temidden van een kunstwereld waarin steeds abstracter en expressiever geschilderd werd, grepen de magisch realisten juist terug op het realisme.

De Magisch realisten creëerden in hun voorstellingen een nieuwe, eigen werkelijkheid. Door de combinatie van wel en niet bestaande elementen, door het spel van licht en kleur en door de technisch perfecte afwerking maakten zij geheimzinnige, soms dreigende schilderijen die hun weergave van de werkelijkheid een vervreemdend karakter meegaven. De voorstellingen zijn dikwijls wel mogelijk, maar niet waarschijnlijk. Vaak verwijzen hun onderwerpen naar dood, dreiging en verval.

Het Magisch-Realisme is verwant met het surrealisme.

In 1925 gaf de Duitse criticus Franz Roh voor het eerst een naam aan deze stroming in de schilderkunst. Aldus gezien viel deze benaming al gauw samen met de Neue Sachlichkeit, waarmee Gustav Hartlaub, in 1924, het beklemmende werk van George Grosz en van Otto Dix had benoemd.

Magisch realisten: Pyke Koch, Carel Willink, Wim Schuhmacher, Raoul Hynckes en Dick Ket.

Magisch Realisme in Europa
Vanaf 1915 ontpopte de Italiaanse schilder Giorgio de Chirico met zijn Pittura Metafisica zich als de wegbereider tot het magisch realisme.
In Nederland treden vooral Maurits Cornelius Escher, Carel Willink, Corstiaan de Vries, Bas Kloens en Anneke Kuyper op de voorgrond. Daarnaast kennen we ook andere namen, als Pyke Koch, Wim Schumacher, Raoul Hynckes, Alfred Hafkenscheid en Dick Ket.
In België zijn dat Octave Landuyt, Jef Van Tuerenhout en Aubin Pasque, naast de grootmeesters Paul Delvaux en René Magritte.
Felix Labisse, Robert Tatin, Alain Giron, Max Bucaille, André Béguin en Gérard Eppelé zijn Franse naamdragers.
De Oostenrijkse Ernst Fuchs, de Italiaanse Leonor Fini en de Spaanse Salvador Dali genieten internationale bekendheid.
Onder de magisch realisten van heden ten dage valt bijvoorbeeld Patricia van Lubeck.

Magisch-Realisme (Fantastisch realisme) in de periode 1950-1970
Richting in de kunst waarin een poging wordt gedaan de empirisch vaststelbare werkelijkheid te verbinden met een 'andere' of ‘hogere' werkelijkheid, nl. die van een geestelijke of psychische orde. Niet alleen wordt getracht door een bepaalde weergave van de realiteit die hogere of psychische orde op te roepen, maar ook worden bewust metafysische verschijnselen verwerkt in een overigens nauw bij de realiteit aansluitende weergave. Op die manier wordt getracht een synthese te bereiken tussen werkelijkheid en verbeelding.
Het magisch realisme zoekt zijn inspiratie buiten de al te dagelijkse realiteit en binnen droom- en waanbeelden, vandaar ook de evenwaardige benaming Fantastisch Realisme. Engelsen hebben het hierbij vaak over Precise Realism en Sharp-Focus Realism. Technische en louter ambachtelijke vaardigheden zijn aan deze stijl inherent.

Het Fantastisch Realisme vindt zijn oorsprong in de filosofieën van Plato, Jung en Freud.

Plato: achter alle verschijnselen op aarde zijn eeuwige, volmaakte oerbeelden verscholen à Ideeën.

De aardse werkelijkheid is slechts een flauw afschaduwing van deze Ideeën. Aardse liefde is dus een afschaduwing van de volmaakte liefde (Idee). De mens kan alleen liefhebben, goed-doen enz. omdat zijn ziel zich nog iets herinnert van de volmaakte Ideeën-wereld.

Jung: in de psyche van de mens zijn die Ideeën (van Plato) nog onbewust aanwezig. Ze komen in dromen naar voren. Jung noemt dit archetypen.

Magisch-Realisme in de literatuur.
De term Magisch-Realisme is afkomstig van de Italiaan M. Bontempelli (Gente nel tempo, 1937) en werd toegepast op het werk van uiteenlopende auteurs als E.T.A. Hoffmann (Der goldene Topf, 1816), E.A. Poe (Tales, 1840, 1845), Alain Fournier (Le grand Meaulnes, 1913) en S. Vestdijk (De kelner en de levenden, 1949). Het is zeer de vraag of het werk van deze auteurs onder de noemer magisch realisme is samen te brengen, immers ook het symbolisme streeft naar de verbinding van het reële met het hogere, met name onder invloed van Plato's ideeënleer, terwijl het surrealisme het psychische met onze ervaringswerkelijkheid verbindt. Lanckrock is zelfs van mening dat er helemaal niet van een stroming gesproken kan worden, omdat het verschijnsel al sinds de Oudheid in de kunst voorkomt en het zich daarom verheft boven de verschillende -ismen (alleen de naam is nieuw; het verschijnsel is tijdloos).

Magisch-Realisme in de Spaanstalige literatuur.
Bij veel Spaanse, maar ook Zuid-Amerikaanse kunstenaars is van oudsher een zekere hang te bespeuren naar het magisch realisme. Namen die door het hoofd spoken zijn die van de schrijvers Gabriel Garcia Marquez en Vargas Llosa, de excentrieke schilder Salvador Dali en de filmende 'duivelskunstenaar' Luis Bunuel.

Felipe Alfau werd in 1902 geboren in het Spaanse Guernica en emigreerde tijdens de eerste wereldoorlog naar New York. Het manuscript 'Locos' voltooide hij in 1928, maar het duurde tot 1936 voor een uitgever het liet drukken in een oplage van 2000 exemplaren. Slechts een klein aantal critici kon Alfau's experimentele, op het magisch realisme vooruitlopende manier van schrijven, waarderen. Zijn tweede boek werd zelfs helemaal niet uitgegeven en gefrustreerd staakte hij zijn literaire bezigheden.

In 1929 treffen drie jonge Midden-Amerikaanse schrijvers elkaar in Parijs. Het zijn de Cubaan Alejo Carpentier, de Guatemalteek Miguel Angel Asturias en de vorig jaar overleden Venezolaan Arturo Uslar Pietri. Ze zijn op zoek naar nieuwe literaire vormen die uitdrukking kunnen geven aan de specifieke werkelijkheid van Latijns Amerika, maar ondergaan tegelijk de invloed van het op dat ogenblik alomtegenwoordige surrealisme. Uit die kruisbestuiving wordt het 'magisch realisme' geboren, dat vanaf de jaren zestig stormenderhand de wereld zal veroveren en sindsdien bijna synoniem is geworden met de Latijns-Amerikaanse literatuur.

Alledrie de schrijvers publiceren in het begin van de jaren dertig een boek dat tot de eerste voorbeelden daarvan gerekend wordt. Carpentier beschrijft de typisch Cubaanse mengeling van Spaanse en zwarte cultuur in Ecue-Yamba-ó (1933), Asturias bundelt in 1930 zijn verhalen in De legenden van Guatemala en datzelfde jaar schrijft Uslar zijn historische roman Rode lansen, waarin hij de onafhankelijkheidsoorlog van Venezuela tegen de Spaanse koloniale macht (1811-1821) beschrijft. In datzelfde jaar wordt de honderdste sterfdag van Simon Bolívar herdacht, wiens persoon in dit boek voortdurend op de achtergrond aanwezig is.

Bij het 'magisch realisme' ervan moet men zich niet de sprookjesachtigheid voorstellen die een grootmeester als Gabriel Garcia Marquez een generatie later aan zijn boeken wist mee te geven, ook al was het Uslar zelf die die term na de Tweede Wereldoorlog in circulatie bracht.

Het magisch realisme is moeilijk te omschrijven. Dat kan alleen door het te vergelijken met de literatuur die doorgaans wordt geschreven in Europa en de Verenigde Staten: daarin is de intrige logisch, zijn de personages redelijk en heeft alles een verklaring. Er is bij dat soort schrijven niet veel ruimte voor fantasie, mysterie of overdrijving. Het uitgangspunt van het magisch realisme daarentegen is dat de wereld een idiote chaos is, waar alles kan gebeuren. De beste voorbeelden zijn de werken van Gabriel García Márquez, waarin een meisje in linnen lakens gewikkeld naar de hemel vliegt, in sinaasappels diamanten groeien en vissers in hun netten olifanten en dwergen uit zee ophalen. De clou is dat die schijnbare fantasieën een volstrekt redelijke verklaring hebben. Het meisje werd zwanger en om de schande te verbergen sloten haar ouders haar in een klooster op en zeiden daarna tegen iedereen dat ze in die linnen lakens gewikkeld naar de hemel was gevlogen. Bandieten hadden de diamanten in die sinaasappels gestopt om ze het land door te smokkelen. Een wervelstorm had een circus in de lucht getild en in zee weer laten vallen, en zo kwam het dat die vissers de volgende dag olifanten en dwergen in hun netten vingen.

Het magisch realisme is een stijl waarin gewone voorvallen in een overdreven taal worden verteld, terwijl de uitzonderlijkste voorvallen op een nuchtere manier worden verteld. In het magisch realisme wordt een wezenlijke rol gespeeld door natuur, geschiedenis, politiek, maatschappelijke thema's en alle menselijke hartstochten. Er is niets eenvoudig aan die stijl, zelfs de taal wordt tot het uiterste opgerekt. Het magisch realisme werd zo geliefd dat het jarenlang werd nagevolgd door schrijvers van elders, maar voor de meesten van hen heeft het nooit zo goed gewerkt doordat het alleen maar een literaire kunstgreep was, terwijl het perfect paste in Latijns-Amerika, waar de werkelijkheid nooit is wat ze op het eerste gezicht lijkt. De schrijvers uit het hoogtij van de Latijns-Amerikaanse literatuur die zich van het magisch realisme bedienden, verzonnen geen fantastische vertellingen maar vertelden de verhalen die ze kenden op een toon die aansloot bij de overdreven werkelijkheid van hun werelddeel.

Nederlandse Auteurs: Hubert Lampo, Johan Daisne. Ook Simon Vestdijk en Bordewijk schreven magisch-realistische boeken.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Magisch_realisme
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 391.

Tweets by kunstbus