kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 25 09 2016 10:25 voor het laatst bewerkt.

Marcel Duchamp

Marcel Duchamp (1887-1968)

1923 Marcel Duchamp door Alfred Stieglitz

Frans kunstenaar, 28 juli 1887 in Blainville bij Rouan, Noord-Frankrijk - 2 oktober 1968 Neuilly-sur-Seine bij Parijs.

Een van de opvallendste Franse kunstenaars van de 20e eeuw.
Duchamp behoorde tot de leidende figuren van de Dada-beweging in Parijs en New York.

Marcel Duchamp, broer van de schilder Jacques Villon, de schilderes Suzanne Duchamp en van de beeldhouwer Raymond Duchamp-Villon, was een der belangrijkste dadaïsten en schepper van de readymade (1913). Alter ego's (bijv. Rrose Sélavy) en woordspelletjes, de vierde dimensie en eroticisme spelen een belangrijke rol in zijn werk en zijn ideeën, die van grote betekenis zijn geweest voor de ontwikkeling van de beeldende kunst vanaf de jaren vijftig. Zo heeft hij, o.m. door zijn opvattingen over het ontstaansproces van een kunstwerk en over de relatie tussen kunst en leven, voorts door de inschakeling van beweging en toevalsfactoren in zijn werk, grote invloed uitgeoefend op stromingen als kinetische kunst, op-art, popart en conceptual art en op het ontstaan van environments en happenings. Ook op de ironische houding in de beeldende kunst van de jaren tachtig is Duchamp van grote invloed geweest.

Van 1904 tot 1910 volgde Duchamp het fauvisme, daarna het kubisme in een donkerder kleurengamma. Zijn Nu descendant un escalier (Mus. of Art, Philadelphia) werd de sensatie van de Armory Show in New York (1913). Zijn readymade Fountain (Mus. of Art, Philadelphia)– een op de rug gelegd urinoir dat met R. Mutt gesigneerd is – veroorzaakte veel opschudding, omdat het op de juryvrije tentoonstelling van de American Society of Independent Artists in New York (1917) geweigerd werd. Duchamp propageerde met Francis Picabia en Man Ray de dadabeweging in de Verenigde Staten en gaf de tijdschriften The Blindman en Rongwrong (1917) uit. Tussen 1915 en 1923 kwam zijn belangrijkste werk, La mariée mise à nu par ses célibataires, même (ook wel Large glass genoemd, Mus. of Art, Philadelphia), tot stand, een grote compositie op glas met zeer complexe betekenissen.

Hoewel men algemeen aannam dat hij de laatste decennia niets nieuws aan zijn oeuvre had toegevoegd, bleek na zijn dood dat hij in stilte van 1946 tot 1966 had gewerkt aan een environment, getiteld Etant donnés: 1° la chute d'eau, 2° le gaz d'éclairage, waarin de hele thematiek van zijn vorig werk samengevat lijkt te zijn. Het werk is geïnstalleerd in het Museum of Art te Philadelphia, waar zich het merendeel van Duchamps kleine oeuvre bevindt.

Behalve met beeldende kunst hield Duchamp zich ook bezig met schaken. Met V. Halverstadt schreef hij het schaakboek L'Opposition et les cases conjuguées sont réconciliées (1932).

WERK: en UITG: Rrose Sélavy (1939); The Collection of the Société Anonyme (1950; m. Katherine S. Dreier, red.); Marchand du sel (1959; Eng. vert. 1975); À l'infinitif (1966); Notes and projects for the ‘Large glass’ (1969); Marcel Duchamp: Notes (1980; red. P. Matisse); Gesprekken met Marcel Duchamp (Ned.vert.1991).

Aanvankelijk was hij bibliothecaris. Zijn schilderstalent werd in 1913 werkzaam en wereldkundig door zijn inzendingen op de zgn. Armory-Show in New York (het bekendste hiervan: Nu descendant un escalier). Met Picabia propageerde hij het dadaïsme maar later sloot hij meer aan bij de surrealisten. Hij gaf ook enkele tijdschriften uit.

Zijn stelregel was nooit iets te herhalen. Dit bevestigde hij door na zijn 20 schilderstukken en op doorzichtig glas gemonteerde reliëfachtige plastieken, in New York verder in zijn levensonderhoud te voorzien door middel van lessen Frans te geven. Duchamp werd beschouwd als de vader van de popart. (Summa)

Biografie
Duchamp werd geboren als derde zoon van de welgestelde notaris Justin-Isidore (roepnaam Eugène) Duchamp (1848-1925) en Lucie Nicolle (1856-1925). Lucies familie was zeer artistiek en via haar moederskant welvarend. Na hem kwamen nog zijn drie zussen Suzanne Duchamp (1889), Yvonne (1895) en Magdeleine (1898). Marcel Duchamp was een broer van de beeldhouwer Raymond Duchamp-Villon (1876-1918) en Jacques Villon (1875-1963). Het huis hing vol met schilderijen van Emile Nicolle, die in 1881 het initiatief nam tot het eerste prentenmuseum van Frankrijk, Galerie d'Estampes et d'Histoire Locale.

Marcel Duchamp begon in zijn tienerjaren te schilderen. In Rouen volgde Duchamp van september 1897 t/m juli 1904 het Lycée Corneille terwijl hij verbleef in het pension Ecole Bossuet.

Académie Julian
In 1904 vertrok Marcel naar Parijs, waar zijn broers Raymond Duchamp-Villon en Gaston (Jacques Villon) al woonden. Hij ging wonen naast zijn broer Jacques in de Rue Caulaincourt 71 in Montmartre. Later zou ook zijn zus Suzanne naar Parijs komen. Duchamp werd leerling van de Académie Julian, een soort voorbereidend atelier voor de Ecole des Beaux-Arts, en ontmoette daar vele andere schilders.

Om een twee jarige dienstplicht te ontlopen volgde hij een opleiding van drukker bij de drukkerij Imprimerie de la Vicomte in Rouen. Na het afleggen van het examen, waarbij hij gebruik maakte van etsen van zijn grootvader Emile-Frédéric Nicolle, kon hij als beoefenaar van een kunstambacht korter in dienst. Hij volgde in dat jaar een officiersopleiding.

In het begin van de 20ste eeuw schilderde Duchamp landschappen in een impressionistische stijl en zijn invloeden te zien van Cézanne en Seurat. Eind 1906 kwam hij na zijn militaire dienst terug in Parijs en ging hij schilderen in de stijl van het fauvisme met brutale, vloekende kleuren.

Duchamp leerde Juan Gris kennen en samen tekenden zij voor een uitgave van Paul Irible.

Hij verhuisde naar de Parijse voorstad Neuilly.

1910, het schaakspel

In 1909 exposeerde Duchamp op de eerste Salon de la Société Normande de Peinture Moderne te Rouen.

Tot 1910 schilderde hij hoofdzakelijk portretten en tekende hij illustraties voor de kranten Le Courier Français en Le Rire. Vanaf 1910 volgde Duchamp het kubisme in een donkerder kleurengamma.

Puteaux
Vanaf 1910 kwam een groot aantal kubisten bij elkaar in het atelier van de gebroeders Duchamp in de Parijse voorstad Puteaux. Tot deze Puteaux-groep behoorden ook Fernand Léger, Albert Gleizes, Jean Metzinger, Roger de la Fresnaye, Henri le Fauconnier, André Lhote en Robert Delaunay. Ook Apollinaire nam vaak aan de discussie deel. Deze zg. Puteaux-groep exposeerde gezamenlijk in de jaarlijkse Salon des Indépendants en de Salon d'Automne.

Salon de la Section d'Or ( Gulden Snede )
Later hield de groep aparte tentoonstellingen onder de naam Salon de la Section d'Or. In 1911 leerde Duchamp op de Salon d'Automne via zijn Rouense vriend Pierre Dumont de schilder Francis Picabia kennen. Het was het begin van een levenslange vriendschap.

1911, olie op doek, 146x114

Futurisme
Via het kubisme, Duchamp bezocht in 1911 o.a. het atelier van Georges Braque, kwam Duchamp tot een kubistische vorm van het futurisme. De reeks kubistisch-futuristische werken begon met 'Dulcinea' (1911) en loopt via 'Portret van een actrice' en de uitbeelding van de vibrerende 'Trieste jongeman in een trein' naar de verschillende versies uit 1911/12 van 'Naakt dat een trap afdaalt'. Zowel 'Trieste jongeman in een trein' als 'Naakt, een trap afdalend' was geïnspireerd op de eerste chromofotografieën van bewegende figuren van Jules Eteinne Marey en wellicht ook op de opvattingen die reeds in het werk van Kupka opdoken.
Omdat de wereld van de kunst nu volkomen naar eigen wetten handelen mocht, kon zij ook de behandeling van een probleem ter hand nemen dat tot nog toe min of meer ontoegankelijk had geleken en dat door de opkomst van de film - toen nog cinematografie - bijzonder dringend geworden was. Duchamp zet niet de vorm van een voorwerp, maar een reeks bewegingen - zoals men die aantreft op een film - om in vormen die voortgekomen zijn uit het kubisme. Daarbij blijft de voorwerpelijke samenhang van de figuur in zoverre verzekerd dat ondanks alle veranderingen en vertakkingen van de vormen de juiste indruk toch steeds blijft bestaan. Hier heeft iets plaats dat niet volkomen bij het beeld schijnt te passen.

De eerste grote tentoonstelling van futuristische schilderijen in Parijs werd geopend in de Galerie Bernheim-Jeune.

1911, nº 1

Nu descendant l'escalier
Het bekendste schilderij van Duchamp was: Nu descendant l'escalier (Naakt, een trap afdalend) uit 1911. Baanbrekend werk m.b.t. de weergave van de beweging in de tijd (vierde dimensie). De snelheid wordt in het werk aangegeven door stippellijnen. De mens bijna als een machine. Schokkend, alleen vanwege de titel. Maart 1912 stuurde hij het in naar de Salon des Indépendants waar het werd geweigerd wegens de titel die te poëtisch was voor de andere kubisten. Na een vergadering van de Puteaux kubisten, waar Duchamp niet voor was uitgenodigd, werden Jacques Villon en Raymond Duchamp-Villon naar de jongste broer gestuurd om hem te bewegen zijn schilderij terug te trekken of een andere naam te geven. Zonder iets te zeggen haalde Duchamp het schilderij weg. Het schilderij werd zonder veel ophef geëxposeerd op de Kubistische tentoonstelling in Galerie Dalmau in Barcelona. De expositie in 1913 in New York veroorzaakte wel een schandaal en zowel lof als hoon.

München
In 1912 ging hij eind juni voor twee maanden naar München, waar hij o.a. het schilderij De overgang van de maagd naar de bruid maakte. Ook maakte hij de eerste schets voor La mariée mise à nu par ses célibataires, même (De bruid ontbloot door haar vrijgezellen, zelfs). Tegenwoordig wordt dit 'Het grote glasraam' genoemd. Duchamp was uitgenodigd door Max Bergmann, die hij in 1910 in Parijs wegwijs had gemaakt in het artistieke milieu. Op 26 september 1912 bezocht Duchamp de Berlin Secession waar één zaal was ingericht met werken van jonge Franse schilders. Van Picasso zag Duchamp vier kubistische schilderijen hangen.

Na zijn terugkeer in Parijs (september 1912) stuurde hij zijn schilderij 'Naakt een trap afdalend' naar de Salon de la Section d'Or, waar het werd tentoongesteld.

Duchamp verhuisde van Neuilly naar Parijs. Via zijn broers leerde hij de Amerikaanse kunstcriticus en schilder Walter Pach kennen. Pach vroeg Duchamp deel te nemen aan de Armory-show.

Engeland
In augustus 1913 vergezelde Duchamp zijn zus Yvonne naar Engeland, waar zij een Engelse cursus in Herne Bay volgde. Begin september bezochten zij Londen. Hier bezocht Duchamp de National Gallery.

Daar zijn schilderijen niet verkocht werden, werd hij in 1913 bibliotheekbeambte in de Bibliothèke Sainte-Geneviève, waar Picabia's oom Maurice Davanne directeur was. Duchamp, die wilde stoppen met schilderen ging zelfs studeren voor bibliothecaris aan de L'Ecole Nationale des Chartes.

Broyeuse de chocolat no. 1

1914 Egouttoir

1913, chocolademolen
Zijn schilderij "Chocolademolen" gaf reeds de richting aan: Marcel Duchamp ging ironisch bedoelde objecten maken. Dit werk liep vooruit op de mechanische en antropomorfische figuren van zijn 'Vrijgezellenmachine' met de titel De bruid ontkleed door haar vrijgezellen, zelfs

objet trouvé
De kubistische en abstracte schilderkunst van de toenmalige Parijse avant-garde werd hem te serieus en te esthetisch. In 1913 reageerde hij door een op een keukenkruk gemonteerd fietswiel als kunstwerk te presenteren.

Flessendroger
Het jaar daarop kocht hij een flessenrek in een winkel, signeerde dit, en bracht ook dit als kunstwerk. Hij riep de flessendroger tot kunstvoorwerp uit zonder er iets aan veranderd te hebben. Door een gestandaardiseerd gebruiksvoorwerp op het niveau van de kunst te verheffen stelde Duchamp niet alleen een typisch dadaïstische daad, maar tegelijkertijd poneerde hij een nieuwe kunstvisie, die, zoals de ideeën, gecommercialiseerd zou worden. (Het origineel van 1914 is verdwenen.)

ready-made
Marcel Duchamp bedacht in 1915 voor zijn objets trouvés de term ready-made; een oorspronkelijk alledaags voorwerp dat, uitgekozen en ontheven van zijn eigenlijke functie en geplaatst in atelier, galerie of museum, de status krijgt van kunstwerk. Hij geloofde dat de onderwerpkeuze een integraal onderdeel van het artistieke proces uitmaakt.
Met zijn Ready Mades heeft de kunstenaar niet alleen de ontwikkelde burger geprovoceerd. Zijn objecten werden maatgevend voor de ontwikkeling van de objectkunst in het algemeen. Aan de andere kant heeft hij hiermee ook teweeggebracht dat men is gaan nadenken over de esthetische kwaliteiten van een kunstwerk, en heeft hij de weg gebaand voor de latere Concept-Art.

New York
Terwijl zijn vrienden, Apollinaire en Picabia, en zijn broers in dienst gingen bleef hij afgekeurd wegens een zwak hart achter in Parijs. Walter Pach, die in de herfst van 1914 weer terug was in Parijs, stelde Duchamp voor mee te gaan naar de Verenigde Staten. Duchamp boekte in 1915 op de Rochambeau, die op 6 juni uit Bordeaux vertrok en op 15 juni in New York aankwam. Hij maakte direct na aankomst via Walter Pach, die ook aan boord was, kennis met Louise en Walter Conrad Arensberg, die spoedig de belangrijkste verzamelaars van zijn werk werden. Door o.a. zijn in februari 1913 tentoongestelde schilderij 'Naakt, een trap afdalend' op de Armory Show te New York was hij een beroemdheid geworden. Walter Pach zorgde ervoor dat Duchamp werken had op de Third Exhibition of Contemporary French Art, die vanaf 8 maart 1915 gehouden werd in de Carroll Galleries, East 44th Street 9 te New York. Een van de vijf werken is Portrait uit 1911.

In New York ontmoette hij via Arensberg o.a. Jean Crotti, de fotografen Man Ray en Alfred Stieglitz. Op 4 december 1916 begeleidde Duchamp de zussen Florine en Ettie Stettheimer naar een diner waar ook Edgar Varèse was. Hier ontmoette Duchamp de pas uit Frankrijk gekomen Franse journalist Henri-Pierre Roché. Het zou het begin zijn van een levenslange vriendschap. In New York kwam Duchamp ook zijn vriend Francis Picabia weer tegen.

Society of Independant Artists
In 1916 richt hij samen met Man Ray, Picabia, Crotti en Marius de Zayas de dadaïstische beweging rond Arensberg en stieglitz, de Society of Independant Artists op. Nieuwe `ready-mades' zoals een sneeuwschep, een kam en een urinoir werden voorzien van teksten die géén associaties dienden op te roepen met het betreffende voorwerp. De keuze van de voorwerpen was, naar Duchamps eigen zeggen, een gevolg van visuele onverschilligheid: goede noch slechte smaak speelde daar een rol bij.

Fontein
Zijn readymade Fountain (Mus. of Art, Philadelphia) – een op de rug gelegd urinoir dat met R. Mutt gesigneerd is – veroorzaakte veel opschudding, omdat het op de juryvrije tentoonstelling van de American Society of Independent Artists in New York (1917) geweigerd werd.
Begin 1917 werden in New York kunstenaars opgeroepen werken in te zenden voor een tentoonstelling met de titel 'De onafhankelijken'. De bedoeling van de tentoonstellingscommissie was het publiek duidelijk te maken dat in de nieuwe beeldende kunst níets moest en àlles mocht. Marcel Duchamp, die zelf deel uitmaakte van de commissie, wilde zijn collega's op de proef stellen. Stonden ze nu inderdaad zo open voor elke kunstvorm als ze beweerden? Zou het een echt 'onafhankelijke' tentoonstelling worden? Onder de schuilnaam R. Mutt zond hij een urinoir in, dat ondersteboven op een sokkel was bevestigd. Hij noemde deze 'ready-made' "Fontein".
De discussie tussen twee commissieleden, die het binnengekomen werk bekeken, kun je hier lezen.
G. Bellow riep 'Dit is schandalig!' en wendde zich verontwaardigd af van een wit urinoir dat op z'n kop was gemonteerd op een sokkel van hout.
'Dat hangt ervan af hoe je het bekijkt', vond Arensberg, een ander commissielid.
'We kunnen dit ding toch niet tentoonstellen?'
'We zullen wel moeten. Hij heeft 6 dollar meegestuurd. Volgens onze statuten moeten we alles aannemen wat als kunstwerk kan worden beschouwd.'
De gemoederen raakten steeds meer verhit en tenslotte explodeerde Bellow bijna: 'En als een kunstenaar paardenmest op een stuk linnen plakt en dat inzendt, moeten we dat dan óók tentoonstellen?'
'Ik ben bang van wel ja', antwoordde Arendsberg spijtig. 'Als hij op die manier het mooie wil uitdrukken, moeten we het accepteren. Bovendien, als je het onbevooroordeeld bekijkt, dan heeft dit object van R. Mutt mooie, heldere lijnen. Juist omdat hij het op de kop zette, heeft hij de pure eenvoudige vorm weten over te dragen en ons opmerkzaam gemaakt op iets nieuws.'
Uiteindelijk wees de commissie de inzending van Duchamp af en trok deze zich terug uit de organisatie.

Apolinère enameled
1916-1917, Een bewerkt reclamebord van de lakfabriek Sapolin Enamel. Beeld, schrift, collage en tekst leveren vele interpretatiemogelijkheden. De titel 'Apolinère enameled' verwijst ook naar zijn vriend, de dichter Guillaume Apollinaire, aan wie Duchamp dit werk cadeau wilde doen. Een meisje beschildert het hoofdeinde van een zwevend bed met verf van de firma Sapolin. Het woord Apolinère kan ook nog anders opgevat worden: 'a pole in air' (een pool in de lucht), een toespeling op de Poolse afkomst van Apollinaire én op het zwevende bed met de slagschaduwen. Door zulke woordspelletjes verandert Duchamp de taal van de reclame in een prikkelende geheimtaal, die vanzelfsprekende betekenissen op losse schroeven zet.
Duchamp bevond zich in New York, terwijl Apollinaire aan het front verbleef. Apollinaire gaf toen blijk van een patriottisch ideaal waarover de dadaïsten zich vrolijk maakten.

Katherine Dreier
In 1917 leerde Duchamp Katherine Dreier kennen bij de organisatie van de Independent Artists. Later, in 1920, richtten zij samen de Société Anonyme op. Duchamp propageerde met Francis Picabia en Man Ray de dadabeweging in de Verenigde Staten en gaf de tijdschriften The Blindman en Rongwrong (1917) uit.

Duchamp werkte vanaf 9 oktober 1917 ongeveer een half jaar bij de Franse militaire missie als persoonlijke secretaris van een Franse kapitein. Daarnaast gaf hij Franse les om in zijn onderhoud te voorzien.

Tu m', 1918 Olieverf en grafiet op linnen, met flessenwisser, veiligheidsspelden, moer en bout.
Zijn laatste grote werk met een nietszeggende naam. Het bewijst een verbijsterende verbeeldingskracht die zo ver op zijn tijd vooruit is, dat we pas nu, meer dan 50 jaar later, de waarde ervan volledig kunnen beoordelen. Het werk combineert - en brengt op de één of de andere manier tot een passend geheel - de meest gevarieerde en tegenstrijdige elementen uit de realiteit: de achtergrond is een subtiele schaduw, waardoor een grote lege ruimte wordt gesuggereerd, hetgeen nog wordt versterkt door een serie gekleurde, ruitvormige vlakken die deels over elkaar heen liggen en zo a.h.w. verglijden naar de linkerbovenhoek, en tevens door de realistisch uitgestoken vinger in het centrum; toch is deze ruimte ook een plat vlak, waarop we de schaduw zien van een fietswiel, een kurkentrekker en een kapstok. Er zit zelfs een scheur in het linnen, die met veiligheidsspelden wordt dichtgehouden. De spelden zijn echt, maar de scheur is slechts geschilderd. Ernaast zien we een geschilderde witte fles, waaruit een flessenwisser, een echte, steekt. Het enige symmetrische element in het werk zijn de twee series golvende lijnen: het resultaat van een ervaring die verwant is aan de proeven van Arp op het vlak van de wetten van het toeval. Deze onwaarschijnlijke mengeling van verschillende elementen vinden we later terug in popart en op-art in de jaren zestig.

Buenos Aires
Na de eerste wereldoorlog verblijft hij in Buenos Aires (van 19-9-1918 tot 22-6-1919). In Buenos Aires legde Duchamp zich toe op schaken.

Dada
In 1919 keert hij terug naar Parijs en sloot hij zich daar aan bij een Franse dadagroep, die in 1920 rond de schrijver André Breton was ontstaan.

L.H.O.O.Q., 1919
In zijn aanval op de 'eeuwige' waarden van de westerse beschaving was Duchamp het meest rigoureus. Nu is de beroemde Mona Lisa van Leonardo da Vinci zijn doelwit. Door Duchamps iconoclastische daad gaat de raadselachtige glimlach van 'la Jaconde' nu schuil achter een snor en een sik. In de marge zijn de letters L.H.O.O.Q. aangebracht, wat - uitgesproken op zijn Frans - zo iets als 'zij is geil' betekent. Elle A Chaude Au Cul.

surrealisten
Later sloot hij zich aan bij de surrealisten tot 1925.

le Grand Verre (Het Grote Glas) of (La mariée mise à nu par ses célibataires, même)
Begin 1920 keerde hij terug naar New York waar hij verder werkte aan het 'Het grote glasraam', een grote glazen plaat met geschilderde motieven, waarin hij de thematiek van zijn vroegere schilderijen (1911-1914), de vereniging van man en vrouw in de paringsdaad en de ontmaagding van de bruid (Le passage de la vierge à la mariée, 1912) verder uitwerkte. Het geheel werd bewust geheimzinnig gemaakt en is alleen enigszins te ontcijferen met behulp van de ontwerpen en aantekeningen (gemaakt tussen 1912 en 1923) die hij reproduceerde en verzamelde in zijn Boîte's.
Toeval? Hij laat op een glasplaat stof vallen (anderhalf jaar lang) en lijmt hier en daar het stof vast. Waardoor het toeval dus uiteindelijk toch geen rol speelt.
Vooropzet: de seksuele daad van het begin tot het einde voorgesteld krijgen. Het lukte niet.
Linksboven: de bruid (overgang van maagd naar bruid). Bovenste helft = het ontkleden van de bruid en het aantrekken van de minnaars (orgasme: er moest een soort vloeistof loskomen).
Onderaan: de vrijgezellen (de negen kwaadaardige soorten) (vrijgezellenmachine). Er moest een verbinding tussen boven en onder komen (buisjes met een soort vloeistof), wat niet lukte. De glasplaat brak tijdens een tentoonstelling: Duchamp vond dit toeval enig!
In 1923 brak hij het werk aan het glasschilderij, dat nog lang niet voltooid was, af. Het thema bleef hem echter wel zijn hele leven bezighouden.

Société Anonyme
In 1920 richt hij met Katherine Dreyer en Man Ray de Société Anonyme, Museum of Modern Art op. De Société Anonyme, waarvan Dreier voorzitter was, Duchamp en Ray ondervoorzitters waren en Archipenko en Kandinsky lid, had tot doel een collectie representatieve moderne kunst te verzamelen.

Hij publiceert samen met man ray New York Dada in 1921.

het schaakspel
De laatste veertig jaar van zijn leven zijn voornamelijk gewijd aan het schaakspel. Duchamp probeerde in zijn onderhoud te voorzien door het inkopen en verkopen van kunstwerken. Door de dood van zijn ouders in 1925 had hij een kleine erfenis gekregen. Met V. Halverstadt schreef hij het schaakboek L'Opposition et les cases conjuguées sont réconciliées (1932).

In 1925 Constructie van de optische machines Roterende Halfcirkels.

In 1926 kocht hij 80 werken van Francis Picabia. Duchamp maakte de veilingbrochure met daarin voorwoord van Rrose Sélavy. Op 8 maart 1926 werd een succesvolle veiling gehouden in Hôtel Drouot te Parijs. Ook kocht Duchamp samen met zijn vriend Roché met de hulp van mevrouw Rumsey uit de nalatenschap van John Quinn negenentwintig beelden van Brancusi. In de jaren daarna verkocht Duchamp als hij geld nodig had geleidelijk zijn aandeel stuk voor stuk aan Roché. In verband met een tentoonstelling van Brancusi en om de schade aan het Grote Glasraam te bekijken ging Duchamp in de herfst van 1933 naar New York. Duchamp richtte in de Brummer Gallery een expositie in met 58 beelden van Brancusi.

Boîte verte
In 1934 ontwierp Duchamp het Boîte verte, een doos met 93 fotoducumenten, tekeningen, handgeschreven aantekeningen van 1911 tot 1915 en fotografische reproducties. In een oplage van 320 exemplaren, plus 20 in luxe editie, werd deze verzameling uitgegeven. Hierin openbaart zich wederom zijn dadaïstische gevoel voor komische effecten.

Internationale surrealistententoonstelling
Hoewel hij geen surrealistisch werk maakte, was zijn reputatie bij de surrealisten groot. Pas na 1935 leverde hij enkele daadwerkelijke bijdragen aan de ontwikkeling van deze richting: In 1936 neemt hij deel aan de tentoonstelling 'International Surrealists Exhibition' in Londen en 'Fantastic Art, dada, Surrealism' in New york. Hij verzorgde onder andere de inrichting van de grote surrealistententoonstelling in Parijs in 1938, waar hij 1200 lege vuilniszakken aan het plafond liet bevestigen.

In mei 1936 vertrok Duchamp vanuit Le Havre met de Normandie naar New York. In augustus 1936 bezocht Duchamp het echtpaar Arensberg in Hollywood. Hij had ze zeventien jaar niet gezien. Duchamp noteerde van de werken, die het echtpaar bezat, titel, afmetingen, data en kleuren. Bij Arensberg ontmoette hij ook opnieuw Beatrice Wood, een van de vele vrouwen rond Marcel Duchamp. Op weg naar New York bracht Duchamp een bezoek aan het Cleveland Museum of Art, daar Nu descendant un escalier door Arensberg was uitgeleend.

Boîte-en-Valise
In 1938 heeft hij het project 'Boite en Valise', een draagbaar museum, dat de meeste van de kleine werken van duchamp bevat.

Tweede Wereldoorlog
Op 14 mei 1942 vertrok Duchamp vanuit Marseille met de Maréchal Lyautey naar Casablanca en van daar uit met de Serpa Pinto definitief naar New York. Daar ontmoette Duchamp onder de vluchtelingen vele bekenden uit Parijs, zoals Léger en Mondriaan.

Na de Tweede Wereldoorlog ging Duchamp in mei 1946 terug naar Frankrijk om zijn familie te zien, zijn visum in orde te maken en te proberen namens Johnson Sweeney werken van Picabia, Brancusi, Delaunay en anderen te verkrijgen voor het Museum of Modern Art. In januari 1947 kon Duchamp met een nieuw visum naar New York afreizen.

Meer dan veertig belangrijke werken van Duchamp werden door de familie Arensberg op 28 december 1950, via de speciaal opgerichte Francis Bacon Foundation, ondergebracht in het Philadelphia Museum.

In 1951 is hij lid van het 'College de Pataphysique'.

In 1954 had Duchamp gezondheidsproblemen. Hij werd opgenomen in het ziekenhuis voor een blindedarmontsteking en toen hij herstellende was kreeeg hij een longontsteking. Een maand later werd hij in het ziekenhuis opgenomen voor een prostaatoperatie. Duchamp hield zich daarna bezig met de inrichting van de Arensberg collectie in Philadelphia.

Op 16 januari 1954 trouwde Duchamp met Alexina Sattler, roepnaam Teeny. Zij was gescheiden van Pierre Matisse, de zoon van Henri Matisse. Dit was het begin van vele openbare optredens. Dankzij inspanningen van Alfred Barr Jr., James Thrall Soby en Nelson A. Rockefeller werd Duchamp op 30 december 1955 Amerikaans staatsburger.

In 1957 is er de tentoonstelling 'Les Freres Duchamp' in het Solomon R. Gugenheim Museum, New York.

Vanaf 1958 bracht het echtpaar jaarlijks de zomer door in Parijs en het Spaanse Cadaqués. Salvador en Gala Dalí, die woonden in het nabijgelegen Port Lligat, trokken met de familie Duchamp op.

In 1962 onderging Duchamp een tweede prostaatoperatie.

1963 eerste retrospectieven Pasadena Art Museum
Op 8 oktober 1963 was de opening van de eerste grote tentoonstelling van werken in het Pasadena Art Museum onder de naam By or of Marcel Duchamp or Rrose Sélavy. In de eerste zaal hing het vroege werk, in de tweede tekeningen en zaken die met het schaken te maken hadden en in de derde zaal de kubistische werken. In de hoofdzaal een replica van het 'grote glasraam', afkomstig van het Zweedse Moderna Museet, en de ready-mades. In de twee laatste zalen waren de optische werken en de Boîte-en-valise tentoongesteld. In totaal waren 114 werken te zien.

In de zomer van 1966 werd in de Tate Gallery te Londen de expositie The Almost Complete Works of Marcel Duchamp gehouden. Richard Hamilton bracht 184 werken te samen en maakte zelf aan de hand van de originele tekeningen een replica van Het Grote Glasraam.

Na de oorlog verklaarde hij opgehouden te zijn met het creëren van kunst. Intussen sloeg zijn vroegere werk enorm aan bij een jongere generatie, vooral de readymades, die, met toestemming van Duchamp, in de jaren zestig opnieuw in omloop werden gebracht door de Italiaanse kunsthandelaar Arturo Schwarz.

Etant Donnés (Gegeven: 1. De Waterval, 2. Het verlichtingsgas)
Materialen: Van hout, fluweel en steen tot plexiglas, een gaslamp en motor.
Hoewel men algemeen aannam dat hij de laatste decennia niets nieuws aan zijn oeuvre had toegevoegd, bleek na zijn dood dat hij in stilte van 1946 tot 1966 had gewerkt aan een environment, getiteld 'Etant donnés: 1° la chute d'eau, 2° le gaz d'éclairage', waarin de hele thematiek van zijn vorig werk samengevat lijkt te zijn. Het werk is geïnstalleerd in het Museum of Art te Philadelphia, waar zich het merendeel van Duchamps kleine oeuvre bevindt: Étant donnés, een environment (ruimte) waarin men niet, zoals in veel environments, naar binnen kan gaan, maar waarvan men het interieur slechts door twee gaten in een houten deur, als een voyeur, kan aanschouwen. De beschouwer ziet een naakte vrouwenfiguur in driekwartprofiel, met afgeschoren schaamhaar en een gasbrander in de hand. Haar arm is bedekt met droge twijgen. Op de achtergrond zien we een boslandschap met een meertje en een waterval.

In 1967 publiceert hij Boîte Blanche met met alle aantekeningen, foto's en schetsen voor zijn werk 'Het Grote Glas'.

In 1968 Neemt marcel duchamp nog deel aan de tentoonstelling 'Dada, Surrealism and their Heritage' in het Museum of Modern Art, New York.

Marcel Duchamp overleed op 2 oktober 1968 aan een hartaanval te Neuilly-sur-Seine, een voorstad van Parijs. Zijn as werd bijgezet in het familiegraf op het Cimetière Monumental te Rouen. Op zijn gedenksteen staat: D'ailleurs, c'est toujours les autres qui meurent (=Trouwens, het zijn altijd anderen die sterven). Na zijn dood werd in juni 1969 een nieuwe ruimte geopend in het Philadelphia Museum of Art om het laatste werk van Duchamp, Etant Donnés, waaraan hij meer dan twintig jaar werkte tentoon te stellen.

Zijn antikunst visie op het kunstenaarschap en op de betekenis van kunst oefenden een enorme invloed uit op de moderne kunst. Het is moeilijk zich van Duchamps kunst een samenhangend beeld te vormen, ook al omdat sinds de jaren vijftig zeer verschillend geaarde kunstenaars, zowel in Europa als in de VS, ieder een eigen Duchamp-mythe creëerden.

Alter ego's (bijv. Rrose Sélavy) en woordspelletjes, de vierde dimensie en eroticisme spelen een belangrijke rol in zijn werk en zijn ideeën, die van grote betekenis zijn geweest voor de ontwikkeling van de beeldende kunst vanaf de jaren vijftig. Zo heeft hij, o.m. door zijn opvattingen over het ontstaansproces van een kunstwerk en over de relatie tussen kunst en leven, voorts door de inschakeling van beweging en toevalsfactoren in zijn werk, grote invloed uitgeoefend op stromingen als kinetische kunst, op-art, popart en conceptual art en op het ontstaan van environments en happenings.

Ook op de ironische houding in de beeldende kunst van de jaren tachtig is Duchamp van grote invloed geweest. Zijn kunstenaarschap inspireerde jongeren als de Amerikaanse componist John Cage, de Amerikaanse beeldende kunstenaars Jasper Johns en Robert Rauschenberg, de Engelse beeldende kunstenaar Richard Hamilton, en vele kunststromingen uit de jaren zestig zoals pop art, Nouveau Réalisme, minimal art, conceptual art en op-art.


Werken:
Naakt een trap afdalend (Nu descendant un escalier) II, 1912, olieverf op doek, 148x89, Philadelphia, Museum of Art, Verzameling Arensberg
De mens bijna als een machine. Past in de kubistische traditie. Geweigerd op het Salon des Indépendants wegens de titel. Was te poëtisch voor de andere kubisten. De snelheid wordt in het werk aangegeven door stippellijnen. Zeer enthousiast onthaald in de V.S. Baanbrekend werk m.b.t. de weergave van de beweging in de tijd (vierde dimensie). Schokkend, alleen vanwege de titel. Duchamp liet zich nadien niet meer opnemen in of associëren met een bepaalde groep. (Amarant)

Omdat de wereld van de kunst nu volkomen naar eigen wetten handelen mocht, kon zij ook de behandeling van een probleem ter hand nemen dat tot nog toe min of meer ontoegankelijk had geleken en dat door de opkomst van de film - toen nog cinematografie - bijzonder dringend geworden was. Duchamp zet niet de vorm van een voorwerp, maar een reeks bewegingen - zoals men die aantreft op een film - om in vormen die voortgekomen zijn uit het kubisme. Daarbij blijft de voorwerpelijke samenhang van de figuur in zoverre verzekerd dat ondanks alle veranderingen en vertakkingen van de vormen de juiste indruk toch steeds blijft bestaan. Hier heeft iets plaats dat niet volkomen bij het beeld schijnt te passen. (KIB 20ste 91; Janson 660)

. De koning en de koningin omringd door gezwinde naakten, 1912, olieverf op doek, 115x128, Philadelphia, Museum of Art, verzameling Arensberg
. De overgang van maagd naar bruid, 1912, olieverf op doek, 59x54, New York, Museum of Modern Art

Schuifdeur met een watermolen uit verwante materialen (glissière contenant une moulin à eau en metaux voisins), 1913-15, olie, stroken metaal en looddraad op glasplaat, 79x147 (84x102?) (aan beide zijden besneden), Philadelphia, Museum of Art, Verz. Arensberg
Duchamp heeft in geen van zijn werken rekening gehouden met de maatstaven die door de toenmalige regels aangelegd werden. Onderdelen van een schuifdeur en staaltjes van techniek hebben voor hem minstens dezelfde waarde. In elk geval is Duchamp zeer beslist afgeweken van het weergeven van de natuur. Als uitvinder van de readymade heeft hij eenvoudig het voorwerp zelf op een voetstuk gemonteerd en daarmee tot kunstwerk verheven, ofwel heeft hij de problematiek van het kunstwerk willen doen uitkomen. (KIB 20ste 91)

Flessendroger, 1914 (replica uit 1964), metaal, hoogte 64, readymade, Parijs, Musée Maillol
Het origineel van 1914 is verdwenen. In 1964 is een serie van acht replica'’s gemaakt.
Hij riep de flessendroger tot kunstvoorwerp uit zonder er iets aan veranderd te hebben. Door een gestandaardiseerd gebruiksvoorwerp op het niveau van de kunst te verheffen stelde Duchamp niet alleen een typisch dadaïstische daad, maar tegelijkertijd poneerde hij een nieuwe kunstvisie, die, zoals de ideeën, gecommercialiseerd zou worden. (Histoire; Leinz 86)

Chocolademolen nr. 1, 1914, olieverf, garen en potlood op zwart gegrond doek, 65x54, Philadelphia, Museum of Art, verzameling Arensberg

Apolinère enameled, 1916-1917, karton en beschilderd reclamebord van Sapolin Emaille, 25x34, Milaan, Gal. Schwarz
Een bewerkt reclamebord van de lakfabriek Sapolin Enamel. Beeld, schrift, collage en tekst leveren vele interpretatiemogelijkheden. De titel 'Apolinère enameled' verwijst ook naar zijn vriend, de dichter Guillaume Apollinaire, aan wie Duchamp dit werk cadeau wilde doen. Een meisje beschildert het hoofdeinde van een zwevend bed met verf van de firma Sapolin. Het woord Apolinère kan ook nog anders opgevat worden: 'a pole in air' (een pool in de lucht), een toespeling op de Poolse afkomst van Apollinaire én op het zwevende bed met de slagschaduwen. Door zulke woordspelletjes verandert Duchamp de taal van de reclame in een prikkelende geheimtaal, die vanzelfsprekende betekenissen op losse schroeven zet.

Duchamp bevond zich toen (1916-17) in New York, terwijl Apollinaire aan het front verbleef. Apollinaire gaf toen blijk van een patriottisch ideaal waarover de dadaïsten zich vrolijk maakten. (Leinz 87; Histoire)

Fontein, 1917 (replica 1964), porselein, 38x48x61, Londen, Tate Gallery
Duchamp had in die tijd al carrière gemaakt als avant-gardekunstenaar en maakte deel uit van een selectiecomité voor een tentoonstelling voor sculptuur in New York. Hij kocht bij een sanitairwinkel een urinoir, voorzag het van de handtekening R. Mutt en presenteerde het als stuk voor de tentoonstelling. Alhoewel de tentoonstelling officieel open stond voor iedereen die een bijdrage betaalde, werd het urinoir verworpen. Het zou ‘immoreel’ zijn en ‘niet meer dan sanitair’. Wat het allemaal nog veel grappiger maakte, was dat het urinoir qua vorm opvallend voor overeenkomsten vertoonde met de organische, abstracte beeldhouwwerken van Constantin Brancusi, die al eerder in de V.S. te zien waren geweest. (ck 12-13)

DUCHAMP, Tu m', 1918, olieverf en grafiet op linnen, met flessenwisser, veiligheidsspelden, moer en bout, 71x315, New Haven (Connecticut), Yale University Art Gallery, legaat Katherine S. Dreier
Zijn laatste grote werk met een nietszeggende naam. Het bewijst een verbijsterende verbeeldingskracht die zo ver op zijn tijd vooruit is, dat we pas nu, meer dan 50 jaar later, de waarde ervan volledig kunnen beoordelen. Het werk combineert - en brengt op de één of de andere manier tot een passend geheel - de meest gevarieerde en tegenstrijdige elementen uit de realiteit: de achtergrond is een subtiele schaduw, waardoor een grote lege ruimte wordt gesuggereerd, hetgeen nog wordt versterkt door een serie gekleurde, ruitvormige vlakken die deels over elkaar heen liggen en zo a.h.w. verglijden naar de linkerbovenhoek, en tevens door de realistisch uitgestoken vinger in het centrum; toch is deze ruimte ook een plat vlak, waarop we de schaduw zien van een fietswiel, een kurkentrekker en een kapstok. Er zit zelfs een scheur in het linnen, die met veiligheidsspelden wordt dichtgehouden. De spelden zijn echt, maar de scheur is slechts geschilderd. Ernaast zien we een geschilderde witte fles, waaruit een flessenwisser, een echte, steekt. Het enige symmetrische element in het werk zijn de twee series golvende lijnen: het resultaat van een ervaring die verwant is aan de proeven van Arp op het vlak van de wetten van het toeval. Deze onwaarschijnlijke mengeling van verschillende elementen vinden we later terug in pop- en op-art in de jaren zestig. (Janson, 661)

L.H.O.O.Q., 1919, reproductie van de Mona Lisa van Leonardo da Vinci; snor en sik met potlood toegevoegd door Duchamp, 20x12, New York, privéverzameling

L.H.O.O.Q., 1919-1940, Collotypie, 19x12, Rotterdam, Museum Boijmans van Beuningen
In zijn aanval op de 'eeuwige' waarden van de westerse beschaving was Duchamp het meest rigoureus. In dit werk is de beroemde Mona Lisa van Leonardo da Vinci het doelwit. Door Duchamps iconoclastische daad gaat de raadselachtige glimlach van 'la Joconde' nu schuil achter een snor en een sik. In de marge zijn de letters L.H.O.O.Q. aangebracht, wat - uitgesproken op zijn Frans (elle a chaud au cu) - zo iets als 'zij is geil' betekent. De vrouwelijke pendant gaf hij de naam Rrose Selavy (Eros, c’est la vie: eros, zo is het leven)

Duchamp maakte in 1940 een nieuwe versie, toen hij voor zijn Boîte-en-valise een facsimile vervaardigde van zijn 'readymade rectifié' uit 1919. Duchamp ging hierbij zorgvuldig te werk. Met behulp van sjablonen zijn kleuren, snor en sik handmatig aangebracht. De helderblauwe lucht van het origineel heeft daarbij plaatsgemaakt voor een vaal bruingroen. (Internet)

Hij ontheiligde het werk door Mona Lisa van een snorretje te voorzien en haar tot man te verklaren en door de letters onderaan het werk. Het ging Duchamp niet simpelweg om de vervreemding hij wilde ook aantonen dat een algemeen bekend motief door een kleine toevoeging of weglating van een naam, attribuut of signatuur veranderd kan worden. Het resultaat is dan geen klinkklare onzin, maar vervreemding en meerduidigheid. (Leinz 86; ck 13)

Roterende glasplaten, 1920, vijf beschilderde glasplaten die rond een metalen as dra&aien en vanaf een afstand van één meter een enkele cirkel lijken, 121x184 en 90x14 (glasplaat), New Haven, Yale University Art Gallery

Waarom niet niezen, Rrose Sélavy?, 1921, Readymade: 152 blokjes marmer in de vorm van suikerklontjes, thermometer, sepia, vogelkooi, 15x26x14, Philadelphia, Museum of Modern Art, Verzameling Arensberg

Het grote glasraam: la mariée mise à nu par ses célibataires, même, 1961, kopie naar het origineel uit 1923, Stockholm, Moderna Museet
Toeval? Hij laat op een glasplaat stof vallen (anderhalf jaar lang) en lijmt hier en daar het stof vast. Waardoor het toeval dus uiteindelijk toch geen rol speelt.
Vooropzet: de seksuele daad van het begin tot het einde voorgesteld krijgen. Het lukte niet.
Linksboven: de bruid (overgang van maagd naar bruid). Bovenste helft = het ontkleden van de bruid en het aantrekken van de minnaars (orgasme: er moest een soort vloeistof loskomen).
Onderaan: de vrijgezellen (de negen kwaadaardige soorten) (vrijgezellenmachine). Er moest een verbinding tussen boven en onder komen (buisjes met een soort vloeistof), wat niet lukte. De glasplaat brak tijdens een tentoonstelling: Duchamp vond dit toeval enig! (Amarant)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 741.