kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Mark Dion

Mark Dion (1961, USA)

Mark Dion werd geboren in 1961 in New Bradford, Massachusetts, studeerde aan de School of Visual Arts in New York, The University of Hartford, Connecticut en volgde het Independent Study Programme van het Whitney
Museum of American Art in New York. Dion behoort wat levensstijl betreft tot de zgn. air-port kunstenaars. Kunstenaars voor wie de wereldbol hun thuis is en die van locatie naar locatie, van manifestatie naar manifestatie en van museum naar museum vliegen. Op zeer uiteenlopende locaties maken zij hun werk.

Mark Dion probeert in zijn werk te verduidelijken hoe onze opvatting over de natuur bepaald wordt door wetenschap, media en ideologie. Zijn kunstwerken zijn vaak verzamelingen van zeer uiteenlopende aard, waarbij de ordening en de hiërarchie die hierdoor ontstaat van belang zijn. Hij baseert zich hierbij op de taxonomie zoals die door wetenschappers gebruikt wordt.

Dion gaat echter niet op de stoel van hen zitten, hij is zich terdege bewust van zijn positie als beeldend kunstenaar, waarbij zijn werk, ondanks de serieuze ondertoon, vaak humoristisch is. Zo kocht hij ooit in de Chinese wijk van New York allerlei uitheemse vissen op de markt, waarbij hij de namen van alle dieren probeert te achterhalen. Dit project was gedoemd te mislukken en straalde hierdoor vooral amateurisme uit.

Zoals je in de 17e en 18e eeuw de poeta doctus, de geleerde kunstenaar had, zo is Dion de geleerde kunstenaar van onze tijd. Graag laat hij zich afbeelden in een witte doktersjas: de werkkleding van de geleerde doener. Geen kwasten, verftubes, palet en paletmes maar scalpel, haarnetje, microscoop, rubberen handschoenen en plastic overschoenen als de bijhorende attributen. En geen verfspatten maar moddersporen. Zijn referentie is niet het museum voor hedendaagse kunst maar de Wunderkammer: de verzameling parafernalia, exotica, unica en rariteiten van de achttiende-eeuwse excentrieke wereldreiziger die uit verre oorden graag zijn souvenirs mee naar huis nam om de achtergeblevenen te verbazen met de wonderen der (verre) wereld.

Op locatie probeert hij ook vaak te ordenen en te systematiseren wat hij vindt. Dat deed hij bijvoorbeeld in “New York State Bureau of Tropical Conservation'' waarin hij alles uit het Orinoco bekken in Venezuela zoals planten en insecten in kaart bracht.

1993 - The Great Munich Big Hunt. Voor dit werk werd een 100 jaar oude, dode wilg naar de tentoonstellingsruimte gebracht. Daar zetten Dion en een aantal assistenten zich aan een nauwgezette vivisectie van de boom. De grote Insectenjacht kon beginnen. Muggen, vliegen, kevers, torren, wormen, duizendpoten, hommels, wespen, slakkenhuizen werden met een snel werkend gif gedood, gedesinfecteerd, geprepareerd en volgens esthetische normen naar grootte en soort gerangschikt. De planken en laden van de kasten vulden zich snel. Zij bleven als proeven van het wetenschappelijke proces achter en laten zich beschouwen als een kunstwerk om dat andere dan wetenschappelijke criteria dat proces hebben bepaald. Maar tegelijk legt het werk op een ongemakkelijke wijze onze rationele geest bloot: het hoe dan ook willen ordenen, classificeren, identificeren en archiveren. Het is misschien leuk om te weten dat deze tentoonstelling naast het gewone kunstpubliek veel entomologen en biologen trok met wie levendige discussies plaatsvonden.

Op de biënnale in Venetië deed hij in 1997 een poging om het afval van de stad te ordenen. Hij liet ongeveer 3 kubieke meter modder uit de gracht baggeren, waarbij hij alles dat hij vond meticuleus analyseerde en categoriseerde. Dion graaide met rubberhandschoenen in de afvalklissen en maakte wat hij vond schoon, schraapte de modder eraf, poetste zijn vondsten op en rangschikte ze. Analoog aan de werkwijze en methodes van een archeoloog (het werk is niet voor niets te boek gesteld als Archeology) trachtte hij de herkomst van de stukken in kaart te brengen. Land, jaartal, materiaal, specifieke bijzonderheden. Vervolgens plaatste hij gevonden delen van min of meer gelijke grootte naast elkaar op een paneel en lijstte dat in. Alsof het opgeprikte vlinders waren. U moet zich hierbij stukken aardewerk, glas, gebruiksvoorwerpen enz. voorstellen van ongeveer 10x10 cm. De delen van deze polifonische collectie uit verschillende tijden - een gehavend coladopje geplakt naast een ragfijne rand van een zeventiende-eeuws schoteltje, naast amethisten knopen - vormden een wonderlijke harmonie. Het leek een zuivere echo van de harmonie der sferen, een van de geliefkoosde renaissance motieven.

Theatrum Anatomicum, 1997. Deze video is een registratie van het project de anatomieles die Mark Dion in 1997 initieerde voor de tentoonstelling (P)reservations in Maastricht. Deze les was een openbare anatomiedemonstratie van professor Wim Weijs en preparateur Wim Kersten die een bok ontleedden. Deze actie vond plaats in de zaal waar ooit Rembrandt zijn Anatomieles van professor Tulp schilderde.

Voor de Vleeshal in Middelburg, een gotische hal uit de 16e eeuw, bedacht Dion een werk dat als een spinrok voor het weven van verhalen kon dienen. Op een podium liet hij een schip plaatsen; het schip rustte met zijn kiel ook op de grond waardoor je het idee had dat het schip door het podium gezakt was. Het was meer een wrak dan een schip; de kombuis was tochtig, de deurtjes verdwenen, het dek vertoonde gaten. De achterwand van het podium was een donker doek dat zwaar weer aankondigde. Rond het schip, op het podium, lagen artificiële en reële strandelementen: echte schelpen, plastic zeedieren, een rots van papier-maché, wier, touw, afval. Een ventilator zorgde voor wind, een grammofoon voor zeegeluiden. Deze props waren niet aan het oog onttrokken maar duidelijk zichtbaar opgesteld. Had de kunstenaar een goochelaar willen zijn dan had hij meteen al in zijn trucs prijsgegeven. Het werk leende zich uitstekend voor sombere bespiegelingen: over de vervuiling van de wereldzeen, over de verdwenen grenzen tussen echt en onecht - en daarmee op een ander niveau over theater en beeldende kunst. Het ging hier duidelijk om een theatrale enscenering van uiteenlopende verhalen. De verdwenen haven van Middelburg, de ontheemde vissersvloot van Arnemuiden; het was een referentie naar Dions geboorteplaats, New Bedford - eens de grootste vissershaven van Amerika, waar Melville zijn inspiratie voor Moby Dick opdeed. Maar nu bedreigd door vervuiling en overbevissing.

2001 - 'Shipwreck' - Dion wil een oud scheepswrak in de bossen van Zeewolde plaatsen. Het bos moet langzaamaan bezit nemen van het wrak. Hij maakte verschillende tekeningen, met verschillend perspectief en een tekening van het overgroeide scheepswrak, zoals het er uiteindelijk uit moet komen te zien. Dion's ensceneringen zijn vaak vrij theatraal en zelf doet hij aan performances. Deze twee elementen zijn terug te vinden in het voorstel voor Shipwreck, met het enige verschil dat de bezoeker de speler in de performance is en het bos met het wrak het decor. Schepen zijn altijd gebruikt om andere landen en gebieden te ontdekken. De uitwisseling van culturen hoorde daarbij. Deze keer zal de natuur sterker zijn. Het Flevoland als cultuurland, nieuw gemaakt door mensen, gepland en berekend. Het overwoekerde schip zal hier een tegenstelling van zijn: het zal u terug in de tijd plaatsen.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 744.