kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Mark Manders

Nederlands multidisciplinair kunstenaar, geboren in 1968 als zoon van een meubelmaker in het Brabantse Volkel. Woont en werkt in Arnhem en Ronse Belgie.

Zelfportret als gebouw'
Manders bouwt sinds 1986 aan wat hij zelfportret als gebouw noemt. Dit zelfportret bestaat niet uit een schilderij of tekening van het gezicht van de kunstenaar, maar uit een verzameling van fantasierijke voorwerpen voortgesproten uit Mark Manders brein. Een imaginair onderkomen, compleet met plattegrond, waarin hij zijn binnenwereld openbaar maakt.

In de vorm bestaat deze fictieve constructie uit een aantal voorlopige grondplannen. 'Zelfportret als gebouw' dient als metafoor voor de voortdurende ontwikkeling in zijn denken en is als zodanig per locatie en tijd verschillend wat de vormgeving betreft. Voor elke expositie wordt een nieuw grondplan ontworpen, gevuld met objecten die gedachten belichamen en in die zin een onderlingende samenhang hebben.
Dingen, woorden, gedachten, betekenissen en associaties vormen de bouwstenen van het zich almaar uitdijende en inkrimpende universum van Mark Manders. Tekeningen, korte films, geordende objecten van onder meer (gebruiks)voorwerpen en meubelstukken, constructies, machines, lemen en bronzen beelden, gemodelleerde mens- en dierfiguren, duiken op in een parcours waarlangs hun plaats en betekenis continu verschuift, verdubbelt of verdwijnt. Het gebouw ontstaat - zoals ook woorden ontstaan - door de omgang met het leven en de dingen. Alle gedachten, gematerialiseerd of niet, die hem in dit gebouw omgeven zijn voor Mark Manders belangrijk en nooit absurd.

Manders: "Lopend door mijn gebouw word ik overal geconfronteerd met diepe stilstand, het is geweldig, de dingen alhier overwinnen mijn ogenblikkelijke denken en zijn mij zeer vertrouwd, ik verveel mij nooit.".

Manders had ooit de wens om schrijver te worden totdat hij merkte dat een schrijver ook de gedachten van de lezer dicteert doordat hij zijn verhaal vertelt met woorden. Beeldtaal bleek meer ruimte te bieden en tegelijkertijd in één oogopslag te ervaren zijn. De meest wonderlijke creaties komen in zijn gebouw voor. Hij heeft zelfs een opbergkast ontworpen waarin hij zijn mislukte gedachtes opslaat om te bewaren. De goede ideeën werkt hij uit in voorwerpen zodat wij zijn gedachtes kunnen zien. Het enige dat je nog moet lezen zijn de titels bij het werk.

Zijn doel is niet een compleet beeld te schetsen van een plaats of handeling, maar te onderzoeken wat in de geest ontstaat, het verschil tussen het benoembare en het onbenoembare. Objecten worden door Manders vaak aan elkaar verbonden of zo naast elkaar gelegd dat ze eruit zien of ze nog in elkaar gezet moeten worden: de losse onderdelen van het Zelfportret hebben meer weg van woorden dan van zinnen.

Vaak liggen Manders' sculpturen op de grond: de gladde vos met een eraan vastgebonden muis en de grote lemen, Etruskisch ogende poppen lijken ten prooi aan de zwaartekracht. Tegenover de slapende of net niet meer levende dieren hebben de 'dode' objecten (flessen, dobbelstenen, schoenen, potloden) een grote mate van aanwezigheid. Zo brandt de rode hangende sok op je netvlies door de combinatie met het landschap met besneeuwde dorre takken en maakt een gesloten bruine kast de indruk open te gaan, als je net even niet kijkt. Toch zien alle dingen er fragmentarisch uit, losgeslagen uit hun context: ook de verhalen moeten door de kijker nog in elkaar worden gezet.

Mark Manders zijn activiteit als beeldend kunstenaar wanneer hij de vraag stelt: 'Wat is nou mooier? Het woord 'kopje' of het kopje op zich?'; om vervolgens voor het 'werkelijke kopje' te kiezen vanwege de kleur en de mogelijkheid van het ding om licht en schaduw te vangen. De vraagstelling geeft Manders' manier van denkend kijken weer: een voortdurende verwondering over het feit dat een gedachte, of een abstract begrip als het woord 'vier' een concreet beeld oproept en omgekeerd, dat een beeld ook een gedachte of emotie teweegbrengt. Op het wegvallen van het onderscheid tussen de dingen en het denken is zijn oeuvre gebaseerd.

De kunstenaar is zichtbaar gefascineerd door het feit dat een voorwerp dat zich buiten het menselijke lichaam bevindt, het denken van de mens kan dirigeren. Hoewel hij zelf de regie van zijn ingerichte ruimtes in handen heeft, kan hij niet om de verbazing heen en evenmin om de eigen identiteit en eigen wil van de dingen die hij gebruikt. Manders respecteert de onontkoombare plek die de dingen innemen of afdwingen. Hij geeft toe aan de rol die een theezakje opeist. Op de vraag welke wetmatigheid zijn ordeningsprincipes bepaalt, is slechts één antwoord mogelijk: zó en niet anders dringen de dingen zich aan mij op.

Mark Manders zegt dat de wereld veel mooier is dan we denken. Dat de dingen rondom ons het denken dicteren. Dat we heel anders met de dingen rondom ons kunnen omgaan en opeens valt hem een gedicht van Paul van Ostaijen binnen: Marc groet 's morgens de dingen: 'Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem... ploem ploem/dag stoel naast de tafel..'

In een vitrine gevuld met zand staat een schoen waarin door de neus een zwarte trechtervorm is aangebracht. De andere opening is afgeplakt met tape, met een trechter erboven. ,,Als je 's nachts je schoenen uitrekt, kruipt meteen de nacht erin'', zegt hij. En hij trekt zijn schoen uit om te illustreren hoe dat werkt. ,,De nacht wil overal ingaan. Dat gebeurt altijd op dezelfde manier. Zo verander ik dat.''

Manders is niet alleen in zijn beeldtaal maar ook letterlijk een dichter, zoals blijkt uit de tientallen publicaties die hij met Roger Willems onder de paraplu van 'ROMA Publications' heeft gerealiseerd. Deze activiteiten kunnen niet los worden gezien van de manier waarop Manders zich in de kunstwereld profileert. Voor Mark Manders vormt tekst de grondslag van zijn complexe verbeelding. De meeste kunst die hij maakt, ontstaat ook vanuit een tekst. Een zin die hij opschrijft, een citaat. Een beeld dat hij zo opwekt. Als geen ander is hij in staat om zijn gedachten en ideeën te infiltreren in de wereld van de dingen. De kruisverbanden die hij tot stand brengt, bestaan feitelijk uit verbindingen van voorwerpen.
Hoewel de gewetensvolle ordening van voorwerpen een conceptuele aanpak aannemelijk maakt, openbaren de toewijding en liefdevolle aandacht waarmee hij de dingen bejegent de poëtische kant van de kunstenaar. De op steeds andere plaatsen en tijden ingerichte kamers van Manders' ideële gebouw roepen een pöetische wereld op die verwant is aan de wereld van het geschreven woord.

Mark Manders vertegenwoordigde Nederland op de Documenta II in Kassel (2002), de Biennale in Venetie (1993 en 2001), XXIV Sao Paulo Biennale, (1999) en de Manifesta 5 in San Sebastian, Spanje. Hij exposeerde in het Moma in New York en maakt een grote expositie in het Art Institute in Chicago. Hij exposeeerde in het MuHKA in Antwerpen (1994), de Staatliche Kunsthalle in Baden-Baden (1998), The Drawing Centre in New York (2000) en The Art Institute of Chicago (2003). In 2005 Had hij solotentoonstellingen staan in het UC Berkeley Art Museum in Berkeley, San Francisco en in het Irish Museum of Modern Art in Dublin.
Ook in Nederland breekt hij door. In Nederland exposeerde Manders onder meer in het Van Abbemuseum in Eindhoven (1994) en het Stedelijk Museum Amsterdam (2000). Hij won in 2002 de Philip Morris Kunstprijs en exposeerde in datzelfde jaar in het Museum Kroller-Muller in Otterlo onder de titel Kaleidoscope Night.

1992 Prix de Rome.

2001 Een van de vijf geselecteerde Nederlandse kunstenaars voor de Biënnale van Venetië en deelname aan Sonsbeek 2001.

2002 Philip Morris Kunstprijs - beeldende kunst.
De jury kende de oeuvreprijs begin november 2001 toe en vermeldde in het rapport dat de prijs werd toegekend, omdat 'Mark Manders steeds opnieuw komt met verrassende oplossingen om nietige, alledaagse dingen te humaniseren. Hij negeert het functionele en in een door hem gecreëerde esthetische setting verleent hij de voorwerpen een eigen waarde.'
De prijs bestaat uit 25.000 euro, te besteden aan een zelfgekozen project. Daarnaast krijgt de winnaar een expositie in het Cobra Museum in Amstelveen Documenta 11, Kassel
Het kunstenaarschap van Mark Manders behelst verschillende facetten. Literatuur, filosofie en beeldende kunst zijn onvervreemdbare aspecten van zijn werk. Geen wonder dat hij hoog op de prioriteitenlijst stond van Okwui Enwezor, de samensteller van de elfde Documenta, ‘s werelds belangrijkste kunstmanifestatie. Enwezor is warm pleitbezorger voor de integratie en combinatie van elementen uit uiteenlopende maatschappelijke invloedsferen.

2002 - Mark Manders en ROMA Publications in het Kröller-Müller Museum,
Theezakjes, koffiekopjes, een spaarpot, een knijpfles Nivea Sun, ongeopende kuipjes koffiemelk, een pak rietsuiker en een doosje lucifers zijn door Mark Manders liefdevol en met zorg geordend tot ‘een stilleven uit zijn jeugd‘. Dat stilleven is vervolgens opgenomen in een groter geheel van vervreemdende interieurelementen, schijnbaar functionele apparaten en twee fabriekspijpen.
‘Ieder ding bevindt zich in een ruimte van mogelijke connecties. Deze ruimte kan ik me leeg denken, maar niet het ding zonder ruimte,‘ stelde Wittgenstein vast in zijn ‘Tractatus logico-philosophicus‘. Manders gebruikt dit statement als basis voor de tentoonstelling 'Kaleidoscope Night' in de grote zaal, waar hij zes kunstwerken (vijf installaties en een tekening) heeft samengebracht die gezien kunnen worden als voorlopige plattegronden. Samen roepen ze het beeld op van een fictieve bewoner.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1006.