kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Marokkaanse-kunst

Marokkaanse kunst

De kunst van de préhistorie
De oudste kunst die teruggevonden werd in Marokko zijn de prehistorische rotstekeningen in de Hoge en de Anti-Atlas die dateren van ongeveer 10 à 5.000 vC. In de rotsgraven werden talrijke geometrische figuren, mensen en dieren gegraveerd en werden vuistbijlen teruggevonden. Ze getuigen van de ontwikkeling van de veeteelt, vooral van het fokken van runderen, en van de evolutie in de bewapening (Chenorkian 1988). De sites waar tekeningen aangetroffen werden, "zijn dezelfde die nu nog centraal staan in het herdersbestaan: drenkplaatsen, kleine dalen, natuurlijke passages" (Brignon et al. 1967: 14). Er zijn heel veel afbeeldingen gevonden en ze behandelen heel diverse onderwerpen: wapens, dieren, mensen en symbolische figuren. De betekenis ervan blijft vaak moeilijk vast te stellen. Deze "herders en veefokkers" kunnen al beschouwd worden als voorouders van de Berbers. De herderseconomie overheerste overal, maar afbeeldingen van de haakploeg op rotstekeningen van de Yagour en de Oukaï-meden in de Hoge Atlas, geven aan dat de landbouw de mensen bekend was, op welk beperkt niveau dan ook.

amazigh / Imazighen
In de 5de eeuw v. Chr. gaf Herodotos de volkeren van Noord-Afrika ten westen van Egypte de naam Maxyes. Deze naam werd overgenomen door talrijke Griekse en Latijnse auteurs, in verschillende vormen, en lijkt niet meer te zijn dan een vervorming van het woord amazigh*, meervoud imazighen*, de naam waarmee de Berbers naar zichzelf verwezen. In een beroemd geworden passage beschrijft Herodotos de geheime ruilhandel in goud tussen Carthagers en Libische Berbers, met even verderop de zuilen van Heracles.

Volubilis
Van de Romeinse bezetting is vooral Volubilis interessant, waar resten van triomfbogen, thermen en woonhuizen te bezichtigen zijn en zeer goed bewaard gebleven vloermozaïeken.

Arabieren
Over het begin van de verovering door de Arabieren en de islamisering is nog steeds weinig bekend. Ondertussen staat wel vast dat de legers [van de Arabieren] nergens zoveel tegenstand ontmoet hebben en nergens zoveel tegenslag hebben moeten incasseren". Het offensief van leider Koceïla, begonnen vanuit Marokko, wordt voortgezet door Kahina, de koningin van de Aurès, nadat Oqba de dood vond bij één van de talrijke schermutselingen waarmee zijn raid gepaard ging.

De arabisering verloopt nog oneindig veel langzamer dan de verspreiding van de islam. Marokko blijft een door en door Berbers land en tegenwoordig bedienen de Arabischsprekenden zich nog van een taal die een mengvorm is ten overstaan van het klassieke Arabisch. In de dagelijkse spreektaal mengen ze namelijk Berbers met Arabisch taaleigen. De grammaticale structuur ervan en een niet onaanzienlijk deel van de woordenschat is afgeleid van het Berbers.

Islamitische kunst
Het hoofdstuk Islamitische kunst bestudeert ondermeer de moskee, minaret, mederse, paleizen en decors, evenals de bouwkunst in Fés, Meknès, Marrakech en Rabat.

De Marokkaanse kunst vormt in zijn geheel een originele synthese van Andalousische invloeden en oostelijke. Kunstenaars blinken uit in houtsnijwerk en schilderkunst, beeldhouwen met marmer, polychrome keramiek en gipssnijwerk. Zoals alle islamitische kunst is ze uitermate religieus: alles staat in het teken van Allah. Omdat voorstellingen van dieren, mensen en planten verboden zijn door de Koran ontwikkelde de islamitische kunst dan ook zeer mooie gestileerde, geometrische en abstracte vormen van decoratie.

Bouwkunst
Het indrukwekkendste in de islamitische kunst zijn de bouwwerken.

De sacrale kunst wordt gedomineerd door de moskee. Zij bestaat uit een vierkant plein, door gebouwen omsloten, met aan de tuinzijde meestal een zuilengalerij. De gebedsruimte zelf bestaat uit een rechthoekige of een vierkante zaal. In de naar Mekka gekeerde muur (kibla) bevindt zich een gebedsnis (mihrab). Vanop de kansel (minbâr) leest de imam voor uit de koran. Tegenover de mihrab bevindt zich een toren (minaret) van waarop de muezzin 5 maal daags oproept tot het gebed. In de voorhof staat meestal een fontein, waar de gelovigen zich reinigen alvorens de bidruimte te betreden. Het merendeel van de moskeeën die in Marokko te bewonderen zijn, zijn aan de buitenkant relatief sober. De centrale ingangspoort wordt gedecoreerd, de minaretten zijn veelal van rechthoekige en meer robuuste type.

medersa
Een ander belangrijk religieus bouwwerk is de medersa; dit zijn scholen waar theologie en islamitisch recht worden onderwezen. Omdat vele van deze scholen opgericht werden door sultans zijn ze vaak rijkelijk versierd. De meest opvallende decoratieve elementen zijn de kapitelen en de hoefijzerbogen, naast het gebruik van mozaïek, arabesken en moresken en Kufisch schrift, vooral in stucdecoraties en faïencebekleding.

In de niet-sacrale bouwkunst is de belangrijkste prestatie van de islamitische architectuur het paleis (alcazar) van de vorst. Verder kenmerkt de Marokkaanse architectuur zich door talrijke wallen, kasba's en graven.

koningssteden
De bezienswaardigste Arabisch-islamitische steden worden ook wel koningssteden genoemd. Dit zijn Fes, Marrakech, Meknes en Rabat. De verschillende dynastieën die zich opgevolgd hebben sinds de 9e eeuw hebben allemaal grote bouwheren gekend die hun stempel nagelaten hebben. Meerdere van hen hebben steden gesticht: Fes al-Bali (Fès l'Ancienne) werd in de 8e eeuw gesticht door de Idrisiden, Marrakech in de 11e eeuw door de Almoravieden, Rabat in de 12e eeuw door de Almohaden, Fès Djedid (Fès la Neuve) in de 13e eeuw door de Mérinieden. Deze laatste 2 dynastieën staan voor een bloeiperiode in de Moorse architectuur en beeldende kunst (ook Mozarabische stijl genoemd).

kasba's
Kasba's zijn versterkte burchten. Bij de Berbers bestaan ze uit tot 4 verdiepingen hoge lemen bouwwerken, met 4 uitstulpende hoektorens en versierd met eenvoudige geometrische motieven. Ze kunnen dienst doen als vluchtburcht, familiehuis of voorraadschuur.

stedebouwkundig
De traditionele moslimstad lijkt op het eerste zicht zeer chaotisch door de verwarring van steegjes en doodlopende straatjes. Het tegendeel is echter waar, want deze beantwoorden aan een nauwgezet plan dat de hiërarchie tussen de verschillende bevolkingsgroepen gestalte geeft. De moskee vormt het hart van het geheel. In haar nabijheid bevinden zich de medersa's en de souk van de bibliothecarissen. De andere beroepen groeperen zich rond de kern in precies afgebakende en geordende gedeelten, van de meest prestigieuze (bvb. souk van de wevers) tot de minder prestigieuze (bvb. souk van de looiers). Elke wijk kent een eigen relatieve autonomie en omvat een gemeenschappelijke ruimte met haar fontein, haar markt, haar hamman en enkele kruideniers; de huizen, die rond een patio gebouwd zijn, beschermen het persoonlijk leven van de ogen van de buitenwereld.

Ambachten
De kunstnijverheid staat in Marokko overal op het voorplan.

aardewerk
Vooral het aardewerk kent een zeer rijk patrimonium. De taferelen stellen bloemen en monochrome arabesken voor, meestal blauw of polychroom, in blauwe, groene, bruine of gele tinten.
Traditioneel zijn er vier belangrijke aardewerkcentra:
1. Wadi Lan in het uiterste noorden kenmerkt zich door haar rijke rode aarde. Het aardewerk is ongeglazuurd en wordt gebruikt als kookpotten, olielampen en koolbranders.
2. Op de rivierbanken van de Abu Reg Reg wordt een grote variëteit aan keramiek gemaakt. De stijl werd sterk beïnvloed door de Franse kolonisten en heeft een meer hedendaagse look.
3. Te Safi wordt in gele klei opvallend decoratief aardewerk geproduceerd, met mooie elegante zwarte lijnen en groenblauw email.
4. Het aardewerk van Fez (het typische blauwe 'Fukhari' of 'Bleu de Fez') is zeker het meest gerenommeerd. Eigenlijk gaat het om wit gebakken klei waar de decoraties in blauw worden opgeschilderd.

Ook de andere ambachten kennen een uitzonderlijke diversiteit in Marokko: kleurige tapijten (Rabat), Marokkaans leer (Meknes), wollen en zijden stoffen (Fes), zilveren en gouden sieraden, wapens, kromdolken uit Tiznit enz.

Literatuur
De Berberse literatuur is altijd uitzonderlijk levendig, of het nu gaat om verhalen en legenden of poëtische gezangen.

De literaire taal, de mondelinge traditie, in proza of in verzen, beantwoordt aan zeer strenge regels. Ze gebruikt een gesofisticeerde en metaforische stijl, herneemt terugkerende thema's (liefde, nostalgie, de ellende van het leven op het land), maar dan wel met improvisaties.
Hetzelfde geldt voor de mondelinge Arabische traditie, die de dialecttaal gebruikt. Ze bestaat uit een uitgebreid repertoire van gedichten, heldendichten, sagen en fantastische vertelsels.

De geschreven literatuur heeft zich in de Arabische taal eerder laat ontwikkeld, en, omdat ze zelden vertaald is, blijft ze slecht gekend in het Oosten. Het klassiek Arabisch wordt in Marokko slechts begrepen door een kleine elite, het dialect Marokkaans Arabisch is er daarentegen wijdverbreid.

De eerste schrijver van de moderne tijd was Allal al-Fasi, een poëet en een theoloog, en tevens een politiek redenaar die vocht voor de onafhankelijkheid van Marokko. De eerste roman werd gepubliceerd na de onafhankelijkheid (1957) "Pendant l'enfance" van Abdelmajid Ben Jelloun. Andere toonaangevende romanschrijvers zijn Mohammed Zefzaf (Murailles et Trottoirs, 1974), Ahmed el-Madini (Un temps entre l'accouchement et le rêve, 1976), Rabi Moubarak (le Vent d'hiver, 1978).

De poëtische school is rijker en bestaat sinds het begin van de eeuw. Sinds de onafhankelijkheid zijn Mohamed Seghini, Moustafa Madaoui, Ahmed Mejati, Allal el-Hajjam, Mohammed Bennis, Mohammed al-Achaari het vermelden waard.

Veel Marokkaanse schrijvers hebben ook in het Frans geschreven en kenden internationale gerenommeerdheid. De eerste oeuvres in het Frans, in de jaren '20 en '30, waren toneelstukken en novelles. Belangrijk om te vermelden is Tahar Ben Jelloun. Hij schrijft over de problemen en ellende rond migratie en won de Goncourt Prijs met zijn "Nuit Sacrée" uit 1987.

Bron o.a.: www.schoolzonderracisme.be


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1018.