kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Michel Francois

Michel François (1956)

Brusselse kunstenaar, (1956 Sint-Truiden, België),

Michel François heeft zich nooit beperkt tot één discipline maar gebruikt allerlei soorten materialen en media en combineert industriële en natuurlijke objecten, foto's, video's, sculpturen en installaties. Michel François is geïnteresseerd in “de tekens van het leven” zoals gebaren, geluiden, beelden en alledaagse gebruiken en gewoontes.

In zijn vroege fotowerken uit de jaren tachtig, gepubliceerd in de vorm van posters en boeken zonder het noemen van de titel en context, laat Michel François individuen in beweging zien (draaiend of springend) en in aanraking met objecten (het aantrekken van een trui of het gooien van een bal).

Met zijn werken maakt Francois een soort inventaris van de wereld om ons heen. Daarbij maakt hij gebruik van een set van tegenstellingen. Soms zijn deze formeel zoals holle en bolle vormen, leeg en vol, licht en donker. Maar ook refereert hij aan andere tegenstellingen die gaan over maatschappelijke structuren zoals vrijheid en gevangenschap, werk en vrije tijd, rijkdom en armoede.

Francois werd internationaal bekend door zijn deelname aan oa. Documenta IX 1992, de Biennale Sao Paulo 1996 en de Biennale Venetie 1999. Op de Biennale van Venetië hing hij in 1999 het Belgische paviljoen vol pluizebolletjes van paardenbloemen en tartte zo het publiek, dat natuurlijk niets liever deed dan toegeven aan de destructieve neiging om ze uit te blazen.

In een Berlijnse galerie wist hij de dagelijkse galeriepraktijk te ontregelen door de bureaus vol te storten met kleurige bergjes prullen. En in het Centre Pompidou in Parijs, dat onlangs de installatie Le Salon Intermédiaire (2002) van hem aankocht, schendt hij de museumgrondwet niet aanraken. In zijn Salon mogen alle objecten worden aangeraakt zodat ze, net als bij 'gewone' voorwerpen, veranderen in het gebruik. Zo wordt de bank van wit piepschuim smoezelig door het zitten. Maar geen nood, van tijd tot tijd schraapt François de vuile piepschuim-zitting af totdat er uiteindelijk geen bank meer over is.

2003 Galerie Lumen Travo
In galerie Lumen Travo gaat hij ook weer ontregelend te werk, al is het nu subtieler. Het galeriebureau liet hij dit keer ongemoeid, maar pal daarboven bungelt een armoedig lampepeertje dat een beetje de spot drijft met de doorgaans onberispelijk strakke galerie-interieurs. Maar de lamp is geen lamp meer. François vulde hem met hete giethars waardoor het glas knapte en er een massief peertje overbleef. Ook de twee grote ballonnen die naast elkaar op een plank liggen, liet hij van substantie verwisselen door ze in glas te blazen. En de ongepelde pinda's op hun sokkel verraden door hun glans dat ze allang geen pinda meer zijn, maar gegoten in brons.

François lijkt geobsedeerd door metamorfoses. Bij de foto van een reusachtige omgehakte boom heb je de titel, Rhino-Tree, niet nodig om in de dikke stam meteen een liggende neushoorn te zien.

Bij zijn video-installatie Hallu drijft hij het spel van gedaanteverwisselingen nog verder door. We zien twee identieke projecties van handen die frommelen aan een stuk aluminiumfolie. In werkelijkheid is er maar één hand bezig, maar door een spiegeling lijken het er twee en zijn de vormen die opdoemen in de folie volmaakt symmetrisch. Een vleermuis verandert in een boeddha, een masker in een vogel en een aap in een tempel - het beeld is er nog niet, of het is al weg. Belgische kunstenaar Michel François speelt de relatie tussen werk en ruimte, beelden en architectuur, een nadrukkelijke rol. Het gaat daarbij om méér dan alleen een presentatievorm: het is een inhoudelijk concept dat richting geeft aan al zijn werk van de afgelopen twintig jaar. Ook de tentoonstelling Déjà vu, zijn eerste Nederlandse museumtentoonstelling, is door hem geconcipieerd als een geheel waarbinnen alle onderdelen aan elkaar gerelateerd zijn. Uitgangspunt was in dit geval de symmetrie die de reeks kabinetten (‘wolhokken') van De Pont hem bood.

De verschillende elementen in de tentoonstelling vertegenwoordigen niet alleen een verscheidenheid aan beelden, vormen en materialen, maar ook aan ervaringen en denkrichtingen. Centraal in het werk van Michel François staat het genereren van nieuwe betekenissen voor bekende beelden en alledaagse situaties. Hij hanteert hierbij uiteenlopende middelen en media. Dit transformeren van het gewone naar het bijzondere wordt bijna als een uitnodiging aan de beschouwer voorgelegd. De tentoonstelling Déjà vu is als een parcours van afwisselende indrukken en ervaringen opgezet, waarbij de bezoeker deelgenoot wordt gemaakt van de associatieve hink-stap-sprongen die in zijn werk besloten liggen.

Zelf heeft François zijn werkwijze wel vergeleken met de ‘rhizome': de metafoor van woekerende plantenwortels die zich in verschillende richtingen tegelijk ‘vertakken'. Planten en bomen komen opvallend vaak in zijn werk voor. Zo heeft hij talrijke cactussen en vetplanten en allerlei knoestige boomstronken en stammen gefotografeerd. Het zijn verrassende observaties van de grillige structuur, de sculpturale vormen of het patroon van de bast.

De tegenstelling van holle en bolle vormen en van binnen en buiten is een ander weerkerend thema. Talrijk zijn de foto's van cirkels, gaten, holtes en bollingen. Alledaagse objecten zoals een bolletje touw, een ovaal stuk zeep, een autoband of een ballon krijgen plots een andere lading als een – tijdelijke – monumentale vorm. Het is aanlokkelijk om ook deze belangstelling metaforisch te duiden, als het leegmaken van gangbare interpretaties om de aldus ontstane ruimte met nieuwe betekenissen te kunnen vullen.

François' registraties kenmerken zich niet alleen door een zorgvuldige waarneming en welhaast poëtische associaties, maar tevens door een sterke betrokkenheid bij de wereld. De foto's die hij tijdens zijn vele reizen heeft gemaakt, getuigen hier eveneens van. Het zijn portretten van het gewone leven, werkende mensen en spelende kinderen, ogenschijnlijk simpel vastgelegd, maar niettemin meerduidig in hun betekenis. Het is de contradictie van het vastleggen van verandering en beweging die zo karakteristiek is voor zijn hele oeuvre. Een tegenstelling die terugkomt in de oppositie van twee- en driedimensionaal, statisch en dynamisch en van tijd versus tijdloosheid.

Beweging en verandering van vorm komen op allerlei manieren in zijn werk aan de orde: de keuze van niet-vormvaste materialen (zoals water en zeep), de associaties met plantengroei, de transformatie van objecten (zoals kapotvallende flessen) of de spiegeling van beelden en opstellingen. Ook Déjà vu is opgevat als een organische presentatie van verandering en interactiviteit. In een van de kabinetten druppelt inkt op een stapel kranten (de laatste editie wordt elke dag bovenop gelegd). De inktspatten vormen een voortdurend veranderende tekening op de vloer en het pak natte kranten wordt een amorfe sculptuur waarin de ‘tijd' van de tentoonstelling gevangen is. De wandgrote Octopus is eveneens door inkt gevlekt. De tegenstelling van drukinkt en echte inkt geeft het beeld een dubbele materialiteit.

De video Déjà vu laat zien hoe uit een prop aluminiumfolie spiegelende, symmetrische figuren ontstaan. De twee grote trossen ballonnen (één helder en één zwart) van Souffles dans le verre blijken niet van rubber maar van glas te zijn en als dreigende wolken in de ruimte te hangen, even kwetsbaar als hun opgeblazen evenbeeld. En in de ruimte waar een grote vetplant staat, dreigt een oplaaiend vuur de boel in de as te gaan leggen, terwijl in de glazen cabine van Pavillon een blok plasticine zojuist lijkt te zijn ontploft.

Ook het publiek wordt uitgenodigd om aan de continue transformatie bij te dragen. Bij Stones mag men van een grote stapel posters één exemplaar meenemen (net zolang tot de ‘sculptuur' van de stapeling is verdwenen) en Mur métal-aimant bestaat uit een metalen wand waarop men met magneetstrips eigen tekeningen kan maken.

François weet met zijn werk op subtiele wijze onze zintuigen op scherp te zetten. Zijn onorthodoxe fascinatie voor materialen, vormen en voorstellingen en de wijze waarop hij deze registreert en presenteert, ontregelen verwachtingen en bieden nieuwe betekenissen. Zoals een dichter met bestaande woorden een nieuwe taal lijkt te formuleren. Naar eigen zeggen is Michel François voortdurend op zoek naar ‘de schoonheid van de ervaring'.
Bron: (De Pont) zie ook www.8weekly.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 746.