kunstbus

Ben jij onwetend, leerling, gezel, meester of uomo universale? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 06 03 2017 15:24 voor het laatst bewerkt.

Michelangelo Buonarroti

beeldhouwer, schilder, architect en dichter, geboren 06 maart 1475 Caprese (Toscane) - 18 februari 1564 Rome.

Michelangelo belichaamt hét kunstenaarsideaal van de Renaissance, de 'universele mens' 'uomo universale': hij was beeldhouwer, schilder, architect en dichter. Hij liet zich inspireren door de klassieke oudheid en beheerste de wetten van de anatomie en het perspectief. Hij is naast Leonardo da Vinci, Bramante en Raphael een dominerende figuur in de Italiaanse hoge renaissance.

In later jaren ontwikkelde Michelangelo een persoonlijke stijl met kenmerken uit het manierisme. Michelangelo was vooral geïnteresseerd in het dramatische effect van zijn werk. Hij speelde met de anatomie van zijn gebeeldhouwde figuren en met contrasten tussen gepolijst en 'onaf'.

Michelangelo Buonarroti voelde zich voornamelijk een beeldhouwer en had een gevoel voor het tonen van beeldhouwelijke elementen in al zijn werk. Veel van zijn ontwerpen hebben alleen overleefd via zijn tekeningen, waarin hij veelvuldig gebruik maakte van kruisarcering.

Het werk van Michelangelo is een weerspiegeling van de vele moeilijkheden in zijn leven. Op zijn geestdriftige opwellingen en zijn scheppingsdrang volgen zware ontgoochelingen en teleurstellingen. Zijn reuzengestalten hebben forse, gespierde vormen. Zelfs de schilderijen zijn plastisch opgevat. Zijn stijl is ondanks alles synthetisch, helder en duidelijk. Zijn werk vertoont reeds de kenmerken van de barok. Michelangelo had vele navolgers, die hem echter niet konden evenaren. Onder hen waren Daniele de Volterra en Sebastiano del Piombo en de beeldhouwers Giovanni Angelo Montorsoli, Raffaello de Montelupo en Giuglielmo della Porta.
Michelangelo is tevens de enige originele Italiaanse lyricus van de 16de eeuw, de andere volgden allen min of meer slaafs Petrarca na. Zijn Rime die bestaan uit sonnetten, stanzen, madrigalen en fragmenten, heeft hij grotendeels op rijpere leeftijd te Rome geschreven. In zijn poëzie bezong hij de aardse schoonheid als een weerspiegeling van de eeuwige schoonheid, de nacht, de dood, de kunst, als uitdrukking van het goddelijke in de mens; verder zijn liefde voor Vittoria Colonna en zijn patriottische en godsdienstige gevoelens. Zijn stijl is bondig, soms moeizaam en ruig en vaak (vnl. in zijn verzen over de dood en het verdriet) aangrijpend. Beroemd zijn o.a. de verzen aan Vittoria Colonna, aan Dante en aan zijn beeld de Nacht. Biografisch zeer interessant zijn ook zijn oprechte brieven (Lettere). (Summa; RDM)

Biografie
Michelangelo, eigenlijk Michelagniolo di Luvico di Lionardo di Buonarroti Simoni, werd op 6 maart 1475 geboren in de Italiaanse Toscaanse stad Caprese, als zoon van een magistraat: de verarmde maar pretentieuze Lodovico di Simone Buonarroti. Zijn prille jeugd bracht hij door in Settignano, een dorp van steenhouwers.

Al vrij snel na zijn geboorte verhuist de familie naar Florence. In Florence leerde hij de klassieke oudheid kennen, die van grote invloed is geweest op zijn werk. Als opgroeiende jongen gaat Michelangelo in de leer bij de beeldhouwer Bertoldo di Giovanni, een leerling van Donatello, en schilder Domenico Ghirlandaio en leert daar het (fresco)schilderen, maar hij onderging tevens de invloed van Massaccio en van het werk van Luca Signorelli. Ook bestudeerde hij de verzameling klassieke beelden van zijn beschermheer.

Dan verhuisde hij naar de enigszins mysterieuze Academie van Lorenzo de Medici il Magnifico, via wie hij in contact met enkele van de grote wetenschappers van zijn tijd. Volgens sommige bronnen zou deze hem zelfs in zijn gezin opgenomen hebben. Daar kon hij de klassieke beelden bestuderen en de intellectuele humanisten uit de kring van de Medici ontmoeten.

Van 1490 tot 1492 woonde hij in Lorenzo di Medici's huis, waar hij beïnvloed werd door Neoplatonisch denken. Zijn vroege tekeningen vertonen de invloed van Giotto en Masaccio, terwijl marmeren relièfen van de Madonna van de Trappen (Madonna della Scala, ca. 1491) en van Het gevecht van de Centauren (1492)(beide te vinden in Casa Buonarroti, Florence) de invloed tonen van Donatello en de Romeinse sarcofagen. Zijn grootheid als beeldhouwer wordt reeds in zijn eerste werken en het in 1962 teruggevonden Crocefisso di San Spirito (1492-1493) kenbaar. Michelangelo schiep talrijke naaktfiguren.

In 1494, vlak voor Piero de Medici uit Florence werd verdreven, vluchtte hij naar Bologna, waar hij in aanraking kwam met het werk van Jacopo della Quercia, dat een brug trachtte te slaan tussen de klassieken en het realisme. In 1494 maakte hij standbeelden voor San Petronio (Bologna), en daar verbaasde de fanatieke monnik Savonarola hem met zijn apocaliptische ideeèn, die later zouden samengaan met zijn eigen tragische visie op het lot van de mensen.

Na de dood van Lorenzo en het korte bewind van de boeteprediker Savonarola, wiens ascetische godsdienst en republikeinse idealen de jongeman diepgaand beïnvloedden, vertrok Michelangelo in 1496 naar Rome. Tijdens zijn verblijf te Rome (1496-1501) werd zijn reputatie, die gevestigd was door de verkoop van een slapende Cupido (verloren) als een echt antiek stuk, bezegeld door zijn Piëta van het Vaticaan (1498-99) van de Sint-Pieterskerk. Michelangelo vond vooral de plastische schoonheid belangrijk. Het religieuze gevoel was slechts bijkomstig. Uit deze tijd dateert ook zijn eerste grote beeldhouwwerk, eem marmeren Bacchus (1496-1497; Bargello, Florence), die alle kwaliteiten van een antiek beeld bezat. In de kort daarna ontstane Pietà (St.-Pieter, Rome) kwam het eigen genie van Michelangelo voor het eerst volledig tot gelding.

Verwant aan de Pietà in de Sint-Pieter van Rome is de Madonna met Kind, ontstaan in de eerste jaren van de 16de eeuw (O.-L.-Vrouwekerk, Brugge). Zij vormt de overgang naar de beroemde staande David (1501-1503), in Florence gekapt uit een reusachtig blok marmer.

In 1501 keerde hij als beroemdheid terug naar Florence. Michelangelo kreeg van de nieuwe republikeinse regering de opdracht een kolossale David (1505-1504, Academie, Florence)) te beeldhouwen als symbool van verzet en onafhankelijkheid. Ook in 1501 gaf kardinaal Francesco Piccolomini hem een opdracht voor vijftien beelden voor de kapel van zijn familie in de dom te Siena. Slechts die van Petrus, Paulus, Pius en Gregorius kwamen tot stand (ca. 1501-04). Wellicht ontstond in deze periode de madonna met het kind (madonna van Brugge) (ca. 1504), die door Vlaamse kooplieden naar Brugge werd gebracht. Tevens maakte hij de classicistische marmeren David (1504, Accademia, Firenze).

Gedurende het eerste decennium van de 16e eeuw houdt hij zich herhaaldelijk bezig met de schilderkunst, eerst in Florence, waar hij met Leonardo wedijvert in de (verloren gegane) decoratie van het Palazzo Vecchio en de Tondo Doni, de geschilderde tondo van de Heilige Familie (Uffizi).

 uitvoert, zijn enige voltooide paneel. Samen met de onvoltooide Kruisafneming (1509, National Gallery Londen) is dit het enige olieverfschilderij dat Michelangelo heeft nagelaten. De opdracht voor de twaalf apostelen voor Santa Maria del Fiore dateert van 1503. Het onvoltooide beeld van Matteus is het enige waaraan hij begon. Ook de Madonna Pitti (Museo Nazionale, Firenze) is uit deze tijd.

Michelangelo moest ook een fresco schilderen in het Palazzo Vecchio, nl. De slag bij Cascina (1504-1506). Het verdwenen werk was een tegenhanger van Da Vinci's Slag bij Anghiari en toonde verkrampte naakte soldaten in een dynamische compositie die de Florentijnse kunstenaars (o.a. Raffaël) fascineerden.

In 1505 vertrok hij opnieuw naar Rome, waar hem een gigantische opdracht wachtte: het praalgraf, versierd met veertig marmeren figuren, dat paus Julius II voor zichzelf wilde doen oprichten onder de koepel van de in aanbouw zijnde nieuwe Sint-Pieter. Hij maakte hiervoor een groots ontwerp, waarvan slechts het wandgraf met de indrukwekkende Mozesfiguur (1516-17) en de beelden van de vier slaven (1520-22) voltooid werden. Twee van deze slavenbeelden zijn te Firenze, de overige twee in het Louvre.

In 1505/1506 schilderde hij een H. Familie voor Angelo Doni (Uffizi, Florence). Ongeveer terzelfder tijd werkte hij in wedkamp met Leonardo da Vinci aan kartons voor muurschilderingen, de Slag bij Cascina, voor het Palazzo Vecchio, die verloren zijn gegaan.


Nadat Michelangelo de opdracht voor de tombe was toegewezen gaf Julius hem de opdracht om het plafond van de Sixtijnse Kapel te beschilderen, waarmee hij alles achter zich liet wat tot dan toe op soortgelijk terrein was gepresteerd, terwijl hij voor de schilderkunst nieuwe mogelijkheden opende. Van 1508 tot 1512 werkte Michelangelo aan het plafond. Hij schilderde het scheppingsverhaal, de val van het eerste mensenpaar en de geschiedenis van Noach in het eigenlijke gewelf. In de grote hoekgedeelten kwamen episoden uit de geschiedenis van Israël en verder de profeten en de sibyllen. De creazione di Adam is een van de afbeeldingen die hij schilderde. Op deze fresco zie je God afgebeeld in menselijke gedaante die Adam het leven schenkt. Later zijn vele naaktfiguren in pauselijke opdracht door anderen overschilderd.

Vanaf 1512, na de dood van Julius II, gaven zijn erfgenamen Michelangelo opnieuw de opdracht om een tombe te maken. Dit liep uit tot 30 jaar van procesvoering. Michelangelo kon zijn plannen voor een mausoleum voor Julius II in de Sint Pieter niet uitvoeren. Zijn kolossale Mozes (Sint Pieter in Vincoli, Rome) en het standbeeld genaamd Slaven (Academie, Florence: het Louvre) zouden daarbij ingesloten moeten worden.

Na de dood van paus Julius II (1513) kon Michelangelo enige tijd ongestoord aan diens graftombe werken, maar de nieuwe paus Leo X alias Giovanni dei Medici stuurde hem al snel naar Firenze (waar de Medici in 1512 opnieuw geïnstalleerd waren) om aan een architectuurproject deel te nemen, nl. het ontwerpen van een voorgevel voor de San Lorenzo, de familiekerk van de Medici (1515). Andere concurrenten waren Sangallo, Sansovino en Baccio d'Agnolo. Michelangelo's winnende ontwerp (1516-17) werd echter nooit uitgevoerd. Nadat hij bijna twee jaar in de marmergroeven bij Carrara had doorgebracht werd het plan voor de gevel van San Lorenzo, zeer tegen de zin van Michelangelo, in 1520 opgegeven. Hij kreeg echter onmiddellijk een andere belangrijke opdracht.

Als bouwmeester was Michelangelo, naast Bramante, de grootste kunstenaar van het Italiaanse Cinquecento. Zijn eerste grote opdracht, de façade voor de San Lorenzo te Florence, kwam niet verder dan het ontwerp en de voorbereidende werkzaamheden (1516-1520). Van 1520 tot 1534 werkte hij aan de bouw van de Sacrestia Nuova van dezelfde kerk, bestemd om de Medicigraven te huisvesten en in hetzelfde complex bouwde hij vanaf 1524 aan de manieristische Biblioteca Laurenziana, die echter eerst door zijn leerlingen Giorgio Vasari en Ammanati zou worden voltooid. Immers, in 1529 werd het werk onderbroken door het beleg van de stad, waarbij hij de leiding kreeg over de versterkingen. Een duidelijk verschil tussen bezinning en actie kun je zien in zijn standbeelden van Jiulio en Lorenzo di Medice, en zijn allegorische voorstellingen van Dageraad, Avond, Nacht en Dag.

Leo X vroeg hem in 1520-21 een grafkapel voor de Medici te bouwen die als de Sagrestia Nuova deel uitmaakt van de San Lorenzo en een tegenhanger is van de een eeuw vroeger door Brunelleschi ontworpen Sagrestia Vecchia. De werkzaamheden aan de kapel schoten goed op want in 1524 was het gebouw praktisch afgewerkt. Het werk aan de graftombes vorderde minder snel, onder andere door de verwarde politieke toestand, en slechts twee van de vier voorzien graftombes werden voltooid. In de Medici-kapel bevindt zich bij de toegangsdeur de eenvoudige sarcofaag met de resten van Lorenzo il Magnifico (+ 1492) en van zijn vermoorde broer Giuliano (+ 1478). Op de sarcofaag staat Michelangelo's Madonna met kind (1521 ontworpen, 1524-34 gebeeldhouwd) tussen de door leerlingen gemaakte beelden van de Heiligen Cosmas en Damiano. De plannen voor hun graftombes en die van Leo X zijn nooit uitgevoerd. Rechts staat de Sarcofaag van Giuliano dei Medici, hertog van Nemours (+ 1516). De hertog (1526-1534) is voorgesteld als officier in dienst van de keizer, met aan zijn voeten de halfliggende figuren van een mannelijke Dag (il Giorno, 1526-31) en een slapende vrouwelijke Nacht (la Notte, 1526-31). Links staat het grafmonument van Lorenzo dei Medici, hertog van Urbino (+ 1519) aan wie Machiavelli Il principe opdroeg. Hij is voorgesteld als krijgsman met peinzend neergeslagen ogen en wordt daarom Il pensiero genoemd (ca. 1525). Onder hem bevinden zich eveneens halfliggende figuren, voorstellende de Dageraad (l'aurora, 1524-27) en de Avondschemer (il crepusculo, 1524-31). Niettegenstaande de onvoltooide staat beschouwen velen deze kapel als een van de prachtigste kunstwerken van de wereld.

Ondertussen kreeg Michelangelo in 1524 van Clemens VII, alias Giulio dei Medici, de opdracht een bibliotheek te bouwen in het klooster van San Lorenzo om de waardevolle boekencollectie der Medici een waardig onderkomen te geven. De Bibliotheca Laurenziana (1524-1559) bestaat uit een vestibule en een lange rechthoekige leeszaal (10x46 meter). De indrukwekkende ingang en trap waren vrijwel voltooid bij Michelangelo's vertrek. B. Ammanati en G. Vasari legden er de laatste hand aan, volgens plannen en instructies die de grootmeester had nagelaten.

In 1527 brak de omwenteling uit en de Medici werden verdreven. Alle werkzaamheden aan hun opdrachten vielen stil. Wellicht werkte Michelangelo in die periode nog aan enkele beelden voor het graf van Julius II, zoals de vreemde La Vittoria en de onvoltooide Lo schiavo barbuto en lo schiavo giovane. Hij werd belast met de verdedigingswerken en versterkte de heuvel van San Miniato. De stad werd in 1530 door verraad echter weer overgeleverd aan de Medici. Michelangelo hield zich schuil, maar de paus beloofde hem vrijheid als hij de grafmonumenten zou afwerken.

In 1534 verliet hij Firenze. De 30 laatste jaren van zijn leven bracht hij als het ware in ballingschap door te Rome. In 1534 werd hij door Paulus III aangezocht de altaarwanden van de kapel te beschilderen; het resultaat was het Laatste Oordeel, waaraan hij van 1534 tot 1541 werkte (onthulling 31 oktober 1541). De grootse visie, die hieraan ten grondslag ligt, is echter van het begin af bekritiseerd. De naakte figuren werden in 1559 door Daniele da Volterra, de 'broekenmaker', van gewaden voorzien.

Ten slotte voltooide hij nog twee grote fresco's in de Cappella Paolina van het Vaticaan (1542-1550), de Conversie (bekering) van Paulus en het Heilig verklaren/kruisiging van Petrus in de Pauline Kapel.

Tussen 1548-55 kwam de Florentijnse piëta (graflegging van Christus) tot stand: een piramidevormige groep waarin Michelangelo zichzelf uitbeeldde als Nicodemus.

Vanaf nu wijdde Michelangelo zich volledig aan architectuur als de hoofdarchitect van de Sint Pieterskerk, waarvan hij de opzet diepgaand veranderde: hij handhaafde de plattegrond in de vorm van een Grieks kruis, maar wijzigde de koepel; ook dit plan bleef onvoltooid. Andere bouwwerken in Rome door hem uitgevoerd zijn het Capitoolplein met de monumentale trap (1547) en de kerk Santa Maria degli Angeli in het tepidarium van de thermen van Diocletianus (1560-1561).

Van zijn architectonische activiteiten moet de bibliotheca Laurenziana te Firenze vermeld worden. Dit laatste gebouw werd onder zijn leiding voltooid door Ammannati en Vasari (1559). Na de dood van Antonio da Sangallo (1546) voltooide Michelangelo het Palazzo Farnese. Vanaf 1547 was hij bouwmeester van de Sint-Pieterskerk te Rome. Hij greep terug naar het ontwerp van Bramante, dat hij nieuwe inhoud gaf en begon met de bouw van de koepel van de Sint-Pieter zoals die door Brunelleschi was bedoeld.

In zijn laatste jaren toonde het werk van Michelangelo een meer geestelijke en abstracte vorm, zoals bijvoorbeeld de twee onvoltooide Pietä groepen en de Rondanini Pietä (Castello Sforzesco, Milan).

Hij overleed in 1564 in Rome en werd begraven in de Santa Croce in Florence. Zijn graftombe, naast de cenotaaf van de door hem zo bewonderde Dante, werd ontworpen door Vasari.

Als dichter is Michelangelo bekend gebleven door zijn verzen en sonnetten gericht aan zijn vriend Cavalieri en aan Vittoria Colonna. Liefde, schoonheid en godsdienst zijn er de thema's van. Soms ook (zoals in een befaamd kwatrijn op zijn beeld de Nacht) keerde hij zich fel tegen de bestaande politieke en maatschappelijke toestanden. Verreweg de meeste schreef hij tussen 1534 en 1564 in Rome; door vreemden achterhaald, zijn ze in 1623 door zijn achterneef en naamgenoot in sterk verbasterde vorm gepubliceerd. Pas in de 19de eeuw zijn ze naar de originele manuscripten uitgegeven.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Je kunt ook zelf een opinie of encyclopedisch artikel op Kunstbus of Muziekbus plaatsen!

lexicon opinie

Test je algemene kennis op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 994.