kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Moderne Beeldhouwkunst

Tijdens het neoclassicisme en de romantiek stagneert de ontwikkeling op het gebied van vormgeving en uitdrukkingskracht in de beeldhouwkunst. De uitvinding van de fotografie neemt gedeeltelijk de behoefte weg de wereld naturalistisch af te beelden. Schilders gaan op zoek naar nieuwe uitdrukkingsvormen zoals binnen het impressionisme. De beeldhouwkunst blijft lang achter bij de ontwikkeling in de schilderkunst. Monumenten worden vooral in de classicistische stijl vervaardigd. Hierbij zijn technische perfectie, herkenbaarheid en heroïek de belangrijkste kenmerken.

Gericault, Honore Daumier,

Impressionisme 1885 – 1920 Poging momentindruk in beeld te brengen door oa. lijnen technisch te verdoezelen.

Edgar Degas, Paul Gauguin,

Maillol,

Rodin, Camille Claudel, Antoine Bourdelle, Hans Albiker, Bernhard Hoetger, Georg Kolbe, Gustav Vigeland.

Ernst Barlach, Wilhelm Lehmbruck,

Bernhard Heiliger, Adolf von Hildebrand, Gerhard Marcks, Ewald Mataré, Marini,

Expressionisme 1910 – 1940 Uitdrukken van individuele emotie door accentueren van houdingen.

Kubisme 1920 – 1940 De dingen in de natuur zijn volgens geometrische vormen opgebouwd.

Brancusi, Derain, Matisse, Picasso, Archipenko, Boccioni, Duchamp-Villon, Lipchitz, Laurens, Zadkine,

Tatlin, Rodtsjenko, Gabo, Pevsner,

Vanuit het expressionisme en het kubisme aan het begin van de 20e eeuw ontwikkelt zich de moderne beeldhouwkunst. Kunstenaars als Brancussi, Picasso, Duchamp en Giacometti laten het realisme in de beeldhouwkunst los. De ontwikkelingen in de moderne kunst zijn echter nog niet toegankelijk voor een groot publiek. Er is dan ook veel kritiek op de ontwikkeling van de abstractie in de beeldhouwkunst.

Abstracte Kunst 1920 Vlakken en lijnen zwakken de directe figuratie af en trachten het abstracte begrip te suggereren.

Duchamp, Man Ray, Schwitters, Giacometti.

De abstracte beeldhouwkunst ontwikkelt zich vanuit verschillende richtingen. De antikunst van Dada en Marcel Duchamp zorgt voor een aardbeving waarvan de naschokken in het artistieke landschap tot op vandaag nog voelbaar zijn.

Surrealisme 1930 Samenbrengen van elementen uit de puur realistische figuratie tot een imaginair irreëel gegeven.

Kinetische kunst 1930 Beeld of beeldgedeelten worden in beweging gehouden door externe factoren.

Gonzales, Calder,

Arp, Moore,

Giacometti, David Smith,

Tingueley, Niki de Saint Phalle, David Mach,

Pop-Art 1960 Popular Art. De trivialiteit van de consumptiemaatschappij wordt geaccentueerd

Hyperrealisme 1960 Realisme weergegeven met fotografische nauwkeurigheid, veelal in polyester-materie.

Eveneens in de tweede helft van de eeuw luiden de Minimal en Concept Art het einde in van de moderne kunst.

Nouveau Réalisme 1960 Afwijzing van het conformisme bij de abstracte kunst. Poging zich te integreren in de technologische realiteit van de hedendaagse wereld.

Rauschenberg, Kienholz, Oldenburg, Paolozzi,

Caro, Serra, Nauman, Beuys,

Assemblage 1970 Samenbrengen van niet bij mekaar horende, vaak afgedankte gebruiksvoorwerpen, of gedeelten ervan, tot nieuw origineel beeld.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 48.