kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 28-05-2008 voor het laatst bewerkt.

Musee-d'Art-Moderne-de-la-Ville-de-Paris

In de chique buurt rond de Place de l'Alma ligt aan de 11, avenue du President Wilson het Palais Tokyo. Het in neoklassieke stijl opgetrokken gebouw werd in 1937 neergezet ter gelegenheid van de Exposition internationale des Arts et Techniques, op de plaats waar voorheen de tapijtfabriek La Savonnerie stond. Het 'Museum' Palais de Tokyo bezet de westelijke vleugel. In de oostelijke vleugel is het Musée d'Art Moderne de la ville de Paris. De twee vleugels zijn door een zuilengalerij met elkaar verbonden en kijken uit over de terrassen die verfraaid zijn met figuratieve bas reliefs en beelden van de hand van Bourdelle.

Het Palais de Tokyo werd gebouwd voor de internationale expositie van kunst en technologie van 1937. Het werd gebouwd op de plek van een weeshuis dat in 1615 was opgericht door Marie de Médicis. In het weeshuis bevond zich ook een zeepfabriek, zodoende werden de weeskinderen goed aan het werk gehouden. Daarnaast maakten ze ook wandtapijten. Dit deden ze zo goed dat Louis XIII in 1626 de boel opkocht. De meeste van de wandtapijten die men kan zien in Versailles en in het Louvre werden hier gemaakt. Na veel wikken en wegen werd de boel verplaatst en werd op deze plek een militair depot gevestigd. In 1855 brandde dit depot af maar het werd binnen 1 jaar weer hersteld. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het tenslotte weer vernietigd. Tijdens de heropbouw van de stad kregen de architecten Dondel, Aubert, Viard en Dastugue de opdracht om het huidige gebouw te ontwerpen. Het gebouw wordt het Palais de Tokyo genoemd omdat de nabijgelegen straat in de periode 1571 - 1918 Tokio werd genoemd door de burgers. Daarna kreeg het de naam Avenue de New York. Nog voordat het Tokio heette, werd de straat genoemd naar een generaal van Napoleon, Billy. Deze generaal kwam om bij de slag bij Iéna.
Het paleis is het huis van het Mission du Patrimoine Photographique (M.P.P.), het Centre national de la Photographie (C.N.P), het FEMIS en andere organisaties die gerelateerd zijn aan de kunst en de film. De collectie bevat fotografie en technieken en is altijd verfrissend nieuw.

Website: Palais de Tokyo biedt sinds 2002 iets wat ze in Parijs nog niet kenden: een echte kunstenaarsruimte, dynamisch en actueel. Site de Creation Contemporaine noemt het centrum zich, want museum kun je het eigenlijk niet noemen. “Alles verandert hier voortdurend. We proberen te bewijzen dat het mogelijk is kunst op een andere manier te tonen”, aldus Nicolas Bourriaud (1965) een van de twee directeuren, de ander is Jérôme Sans (1960). Hun uitgangspunt is het Djemaa el-Fna-plein in Marrakech geweest: een open ruimte, half-markt, half-ontmoetingsplek. Er zal beeldende kunst te zien zijn, uiteraard, maar ook dans, literatuur, performances, design, installaties, video-kunst, mode-shows. Er zullen debatten georganiseerd worden en colloquia, en ontmoetingen tussen publiek en kunstenaars. Voorzover dat laatste al georganiseerd moet worden, want constante 'interactiviteit' tussen bezoekers en kunstenaars en kunstenaars onderling - en met name tussen Franse en buitenlandse kunstenaars - is één van de uitgangspunten. Kunstenaars gaan ter plaatse werken, terwijl het publiek rondloopt. Exposities of installaties zullen wisselend van duur zijn en worden 'spontaan' ingericht of vervangen door nieuwe evenementen. - (Museum voor Moderne Kunst van de stad Parijs) is een museum voor moderne kunst in de Franse hoofdstad Parijs, gesitueerd aan de Avenue du Président-Wilson 11 in het XVIe arrondissement. Het museum bezet de oostelijke vleugel van het Palais de Tokyo, terwijl de westvleugel (die eigendom is van de staat) gewijd is aan alle vormen van hedendaagse kunst.

Het museum werd opgericht in het kader van de Exposition Universelle van 1937, maar pas in 1961 werd het compleet geopend voor het publiek, dat er veel werken aantrof die beschikbaar waren gesteld door het Petit Palais en de kunstverzamelaars Emanuele Sarmiento, Mathilde Amos en Ambroise Vollard.

De expositie van 1937 werd geopend met enkele aanwinsten, waaronder De Dans van Henri Matisse, De Naakte in het bad en De Tuin van Pierre Bonnard, Het team (L’équipe) van Cardiff van Robert Delaunay, De Rivier van André Derain, De Discussen van Fernand Léger, De blauwe vogel van Jean Metzinger, vier Portretten van artiesten van Édouard Vuillard en meubels van Pierre Chareau, André Arbus en Jacques-Émile Ruhlmann. Daarnaast waren er decoraties te bewonderen van Robert en Sonia Delaunay, Albert Gleizes en Jacques Villon.

Heroprichting in het Palais de Tokyo
De ontvangst van de enorme erfenis van Girardin in 1953 was beslissend en gaf voor de Parijse autoriteiten de doorslag om een nieuw museum te openen in het Palais de Tokyo, aangezien het Petit Palais, waar de collectie tot dan toe gehuisvest was, te klein was geworden.

Na zes jaar werk werd het Musée d’Art moderne de la Ville de Paris ingewijd op 6 juli 1961, met de werken die tot dan toe in het Petit Palais hadden gehangen, aangevuld met aanwinsten van het Comité voor de Aanschaf van de Schone Kunsten en de collectie van Girardin.

In 1964 werd La Fée Électricité, gemaakt door Raoul Dufy voor het Paviljoen voor de Elektriciteit en het Licht van de expositie in 1937, geïnstalleerd in de grote Salle d’Honneur.

Meerdere renovaties
De eerste verbouwing na de opening, in januari 1971, wordt uitgevoerd in mei 1972. De zalen op de begane grond worden ingedeeld als losstaande interne gebouwtjes. Het oorspronkelijke plan wordt aangepast; men ontwerpt een vloer die de oude entréehal doorsnijdt, een tussenetage voor kantoren en een documentatiecentrum, een auditorium en een lift om alle etages te kunnen bereiken. Op verschillende plaatsen binnen het museum worden mobiele museografiën geplaatst, met verplaatsbare plafonds en tussenschotten. Dit flexibele ruimtegebruik, typisch voor dat tijdperk, heeft als gevolg dat het ARC ((Animation, Recherche, Confrontation) het departement voor hedendaagse kunst in het museum) als een nomade door het museum zwerft, voordat het zich uiteindelijk vestigt op de eerste etage.

Twintig jaar later vindt er opnieuw een verbouwing plaats, waarbij het luchtverversingssysteem van de zalen voor tijdelijke exposities op de begane grond wordt vervangen. Daarnaast worden er aanpassingen gedaan om de toegang voor personen met een handicap te vergemakkelijken. Tevens vraagt de aankoop van de teruggevonden versie van De onvoltooide Dans van Henri Matisse in 1993 om een nieuwe zaal, om het werk samen met De Dans van Parijs, dat al sinds 1937 in de collectie zat, tentoon te kunnen stellen. Tijdens de verbouwing wordt een onbelangrijke zaal heringericht en herdoopt tot de “Salle Matisse”, waar deze twee triptieken sindsdien permanent hangen.

Directeuren
. 1961-1988: René Héron de Villefosse
. 1988-2006: Suzanne Pagé
. 2007-heden: Fabrice Hergott

Het museum werd op 2 februari 2006 heropend met een expositie van Pierre Bonnard, na lange tijd te zijn gesloten vanwege een renovatie.

Het ARC (Animation, Recherche, Confrontation) is het departement voor hedendaagse kunst in het museum. Het departement werd in 1967 opgericht door Pierre Gaudibert, die de eerste directeur ervan werd. Zijn streven was om op de afdeling internationale kunst in allerlei te verzamelen. Suzanne Pagé, die in eerste instantie conservator was, nam in 1973 zijn taak over. Onder haar leiding splitste de afdeling zich af van het MAM en werd een autonoom museum. In 1988, toen Pagé tevens directuer van het MAM werd, kwam het ARC weer onder diens toezicht. De huidige directeur is Angeline Scherf, die Laurence Bossé opvolgde.
Tijdens de renovatie van het museum, van 2004 tot 2005, werden de werken van het ARC tentoongesteld in het Couvent des Cordeliers.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Mus%C3%A9e_d'Art_Moderne_de_la_Ville_de_Paris
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 366.