kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Naturalisme

Zie ook realisme.

Realisme (van Lat. realis of res = ding), periode van de Europese literatuur van 1830 tot 1890.

De wortels van het realisme gaan terug tot de maatschappelijke ontwikkeling in de eerste helft van de 19e eeuw. Na de nederlaag van Napoleon I in 1815 en de nieuwe ordening van Europa door het congres van Wenen brak in Europa een tijdperk van 'reaal-politiek' aan. De burgerlijke stand, die de afgelopen jaren voorstander van sociale en politieke hervormingen geweest was, onderwierp zich aan de omstandigheden, erkende de verdere machtspositie van de adel, omdat men geloofde, door groeiende economische invloed stapsgewijs de eigen interesses door te kunnen zetten.

Hierbij kwam, dat de natuurwetenschappen een andere waarneming van de werkelijkheid lieten ontstaan. Anders dan in de voorafgegane decennia geloofde men nu aan de herkenbaarheid van de wereld door middel van nuchtere theorieën, waarmee mens en omgeving alleen tot het bestaande feitelijk-empirische materiële beperkt werd, en ieder transcendent geloof als onwerkelijk afgewezen werd. Het experiment werd verheven tot algemeen bindend werktuig om de waarheid te vinden; innerlijke zielstoestanden en zelfs de gevoelswereld van de enkeling traden op de achtergrond.

Een markante gebeurtenis die deze ontwikkeling in Europa als het ware legaliseerde, was in 1830 de benoeming in Frankrijk van de burgerkoning Louis-Philippe tot regent. Deze verbinding tussen de economisch georiënteerde burgerlijke stand en de heersende adel, hief de oude eenheid van ''bourgeois'' en 'citoyen', van economisch en politiek perspectief (hervormingen van de grondwet, democratisering van de maatschappij) duidelijk op. Hierdoor werd, vooral voor de meestal uit burgerlijke kringen afkomstige kunstenaars, een smeulend innerlijk conflict tussen fantasie en werkelijkheid, tussen het mogelijke en het bestaande ontstond - een tegenspraak, die in het vaak voorkomende onderwerp van het conflict tussen kunstenaar en burger reeds in de romantiek voorbereid.

Schrijvers die deze discrepantie in hun werken thematiseerden, waren in Frankrijk Stendhal ('Het rood en het zwart' 1830, 'De Chartreuse van Parma' 1839) , Honoré de Balzac ('Vader Goriot' 1833, 'Eugénie Grandet' 1835), Gustave Flaubert ('Madame Bovary' 1857, 'Leerschool der liefde' 1845/69) en Guy de Maupassant ('Bel-ami' 1885). Hun werken lijken in navolging van het wetenschappelijke experiment op gebruiksaanwijzingen. Personages, uit de meest verschillende sociale lagen samengesteld, weerspiegelen in hun onderlinge conflicten als het ware de maatschappelijke situatie, een situatie, waarin het geld ethische waarden vervangt, de menselijke relaties aan een doelgerichte functionaliteit ondergeschikt gemaakt worden, en de enkeling, als hij zich niet aan het heersende pragmatisme onderwerpt, ten ondergang gedoemd is. Het lot van de romantisch aangelegde Emma Bovary, die in een prozaïsch stadje aan de zijde van haar bekrompen man ten onder gaat, of van Julian Sorel, die in de paradoxale verbintenis van vooruitgang (rood) en achteruitgang (zwart) maatschappelijk niet uit de voeten kan, illustreren dit.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1293.