kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Neo-Expressionisme

Ook wel nieuwe wilden, nieuwe schilderkunst, Neue Malerei of Heftige Malerei genoemd, term uit de jaren tachtig voor de expressieve schilderkunst die eind jaren zeventig en begin jaren tachtig door voornamelijk jonge kunstenaars gemaakt werd, echter ook gebruikt ter benaming van de kunst van hun directe voorgangers en leermeesters, zoals de Duitsers Markus Lupertz, A.R. Penck, Georg Baselitz en de Amerikanen Eric Fischl, Julian Schnabel en Susan Rothenberg.

De term neo-expressionistisch wijst op het weer opduiken van expressionistische kenmerken in het werk van schilders uit de Verenigde Staten en Europa (met name uit Duitsland) in het begin van de jaren tachtig. Neo-expressionistische werken vertonen vaak een hoogst individuele signatuur en zijn over het algemeen met veel verve gemaakt.

Algemeen wordt het neo-expressionisme gezien als een reactie op de objectgerichte puristische en conceptuele tendenzen in de kunst sinds 1960. Het neo-expressionisme was taboe-doorbrekend in zijn herwaardering van de anti-intellectuele, intuïtieve schildershandeling, die uitdrukking gaf aan persoonlijke gevoelens en gedachten. Men wilde weer beelden maken en verhalen vertellen, wat door de periode van dogmatisch formalisme lange tijd niet meer mogelijk leek.

Neo expressionisme was een van de vele richtingen waarin het Postmodernisme zich aan het eind van de jaren zeventig ontwikkelde. De koele en cerebrale benadering en de voorkeur voor puristische abstractie werden afgewezen. Neo-expressionistische kunstenaars sloten zich aan bij de notie van de dode schilderkunst en grepen terug op alles wat eerder was verworpen: figuratie, subjectiviteit, openlijke emoties, autobiografische elementen, geheugen, psychologie, symbolisme, seksualiteit, literatuur en een verhaallijn.

Deze stroming van schilders waarin men in het na-oorlogse Duitsland terugkeerde naar de traditionele schilderkunst die verwant is aan de expressieve schilderkunst van het Expressionisme heeft haar wortels in de lokale traditie, in mythes en sprookjes en in populaire cultuuruitingen als strips, popcultuur en volkskunst. Veel jonge neo-expressionisten waren ook actief op andere gebieden, vooral muziek, in het alternatieve circuit.

De stroming verwierf zich dankzij grote tentoonstellingen als A new spirit in painting in Londen (1982), Documenta 7 in Kassel (1982) en Zeitgeist in Berlijn (1982) in korte tijd een enorme populariteit.

De term Neo-expressionisme kwam aan het eind van de jaren tachtig ook in zwang voor kunstenaars als Jörg Immendorf (1945), Anselm Kiefer (1945), Sigmar Polke (1941) en Gerhard Richter (1932). De term werd ook wel aangewend voor het werk van de Neue Wilden, waaronder Rainer Fetting (1949). In verschillende landen kregen de neo-expressionisten eigen benamingen in Duitsland Neue Wilden of Heftige Malerei, in Italië transavantgarde, in Frankrijk figuration libre, in de Verenigde Staten pattern and decoration. In het Nederlands spreekt men wel van nieuwe schilderkunst (vertegenwoordigers o.a. Peter van de Klashorst, Maarten Ploeg).


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 746.