kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 12-06-2008 voor het laatst bewerkt.

Nicolaas Wijnberg

Nicolaas Wijnberg, 'Zelfportret met mijn motieven', 1976-1977, collectie Stedelijk Museum Amsterdam

Nicolaas Wijnberg, 'Schilder en model', 1941, particuliere collectie

beeldhouwer, beeldhouwer ( ceramiek), glasschilder, illustrator, monumentaal kunstenaar ( decorschilder), monumentaal kunstenaar ( mozaïek), muurschilder, schilder, textielkunstenaar van stadsgezichten, landschappen, stillevens, erotiek,

Geboren: Amsterdam 22-11-1918

Wijnberg werd geboren in 1918 in Amsterdam als zoon van een lithograaf en opgeleid aan de grafische school, tekenlessen van Jos Rovers. Op de Rijksakademie bezocht hij de avondklas van de befaamde Campendonck. Rijksacademie voor Beeldende Kunsten Amsterdam. Als schilder autodidact.

vanaf 1935 werd hij tekenaar op een vooraanstaand reclamebureau.

De eerste tentoonstelling van zijn vrije werk was in 1942 bij Galerie Robert in Amsterdam.

De oorlogsjaren brengt hij door in Eysden bij de beeldhouwer Teun Roosenburg en in 1943 dook Wijnberg onder bij zijn vriend Theo Kurpershoek in Laren waar hij Hans van Norden leerde kennen. Met deze schilder en met Hans Snoeck richtte hij in 1945 het Scapinoballet op.

In 1947 richt hij als antwoord op cobra samen met Kurpershoek en Van Norden de groep 'De Realisten' op, de verzamelnaam van een groep modern-figuratieve schilders. Zij wezen modernistische vormen en kleuren niet af, maar keerden zich tegen de abstractie van de Experimentelen, die na de oorlog tot norm werd verheven in de Nederlandse kunstwereld.

In 1948 werd Wijnberg voorzitter van de vakgroep Wandschilders van de Gebonden Kunsten Federatie.

In 1952 stapten de wandschilders uit de GKF en groepeerden zich in de VbMK, de Vereniging van beoefenaars der monumentale kunsten waarin Wijnberg actief bleef.

Op uitnodiging van uitgever Geert van Oorschot werd hij in 1958 redacteur beeldende kunst van het literair-politieke tijdschrift Tirade en voor diezelfde uitgever verzorgde hij de Dominoreeks, een serie kleine monografieën over figuratieve kunstenaars.

Niet alleen als verenigingsman en publicist maar ook als handelaar zette hij zich in voor zijn richting. Van 1965 tot 1970 dreef hij met Van Norden en Harry Op de Laak op de Nieuwezijds Voorburgwal Kabinet Floret, kunsthandel voor figuratieve kunst.

Wijnberg werkte voor alle theaterdisciplines, met bekende regisseurs als Abraham van der Vies, de Rus Pjotr Sjarow, Ton Lutz en Adrian Brine en choreografen als Hans van Manen en Françoise Adret. Hij was adviseur decorzaken bij het Nieuw Rotterdams Toneel en lid van de artistieke leiding van Zuidelijk Toneel Globe. Ook was Wijnberg de eerste hoogleraar scenografie (theatervormgeving) aan de door hem opgerichte faculteit van de Jan van Eyck Academie te Maastricht.

In 2000 werd hem de meest prestigieuze kunstprijs van Nederland toegekend: de Oeuvreprijs van het Fonds voor beeldende kunst, vormgeving en bouwkunst.

Zijn werk bevindt zich in de collecties van de belangrijkse musea en prentenkabinetten in Nederland en zijn archivalia en documentatie zijn raadpleegbaar in verschillende openbare studiezalen.

Voor Wijnberg is de tekenkunst het uitgangspunt van al zijn werkzaamheden. In zijn schilderijen is dat zichtbaar in de sterk lineaire vormgeving, de ruwe schilderwijze en het bijna schrille kleurgebruik. In de loop der tijd ontwikkelt Nicolaas Wijnberg in zijn schilderijen een eigen expressionistische stijl, waarin genres als figuur-, stilleven- en landschapschilderkunst door elkaar heen lopen. Hij brengt deze elementen in een nieuwe relatie tot elkaar en schept daarmee als het ware zijn persoonlijk theater. Zijn inspiratiebronnen zijn vrijwel onbeperkt: de Duitse expressionisten, Ensor, Campigli, Cézanne, enz., enz. Zijn stijl varieert van expressionistisch tot surrealistisch maar is vooral 'des Wijnbergs'. De expressiviteit van de Duitsers zit er zeker in, de ongrijpbare en levenslustige fantasie van de Belgen ook, maar evenzeer de schone harmonie en het streven naar perfectie van de latijnse wereld.

Nicolaas Wijnberg schildert figuratief, maar doorspekt zijn naakten, landschappen, stillevens en portretten met speelse symbolen en verwijzingen, waardoor hij een eigen realiteit schept die door zijn expressionistische manier van schilderen nog wordt versterkt. "Ik schilder uit mijn hoofd met de natuur bij de hand," zegt Nicolaas Wijnberg. "Het schilderij begint meestal met een vorm, een ritme of een kleurendrieklank, dan sluipt de natuur naar binnen. Dat proces neemt veel tijd in beslag. Tegenwoordig ben ik soms uren met een schilderij bezig. Mijn landschappen kunnen gelezen worden van boven naar beneden. De lucht eerst, zoals altijd. Mijn schilderijen zijn vaak van een hoog standpunt uit gezien. Het vlak is steeds aanwezig. De oude wandschilder leeft voort in de meeste grote schilderijen. Thema's zijn vaak: het eenzame huis, en bergen. Maar dat zal wel komen door de berg in mijn naam. Steeds vaker lees ik muzikale vormen in mijn grotere werk, rapsodies zo je wilt, thema met variaties, repetities van vormen en omkeringen. Accenten als ritmische figuren. Visuele muziek, vandaar de grote maten, onpraktisch maar wel met ruimte voor de orkestrale kleur."

Nicolaas Wijnberg illustreerde: Edward de Bono, De zaak van de verdwenen olifant; Mario Puzo, Na elke bocht ontdek je wat
Nicolaas Wijnberg maakte de omslagillustratie voor: Norma Fox Mazer, Mevrouw Vis, aap en de vuilniskoningin


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 29.