kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 01-12-2008 voor het laatst bewerkt.

Nicolaes Berchem

Nicolaes (Pietersz.) Berchem (1620-1683)

Noord-Nederlandse etser en schilder van pastorale landschappen in italianiserende stijl, geboren 1 oktober 1620 te Haarlem (1 oktober 1620 gedoopt) - overleden 18 februari 1683 in Amsterdam. (Op 18 februari 1683 gestorven (Thieme-Becker) en op 23 februari 1683 begraven (sterf- en begraafdatum volgens Dictionary of Arts).

Nicolaas Berchem was prentkunstenaar, schilder, tekenaar, decoratieschilder (van interieurs). Hij schilderde allegorieën, dieren, genrekunst, havengezichten, Italianiserende landschappen, jachtvoorstellingen, mythologie, religie, rivierlandschappen, landschappen, winterlandschappen, portretten en architectuur (als genre).

Leerling van Pieter Claesz., Jan Josefsz. van Goyen, Pieter Fransz. de Grebber, Nicolaes Moeyaert, Jan Baptist Weenix en Jan Wils (ca.1600-1666). (Jan van Goyen verbleef in 1634 in Haarlem; leertijd bij Jan Baptist Weenix onwaarschijnlijk daar deze een jaar jonger was dan Berchem.) Beïnvloed door Jan Both en Pieter van Laer. (In enkele werken van rond 1658 is de invloed van Jan Both duidelijk waarneembaar.)

Leraar van Abraham Jansz Begeyn, Johannes van der Bent, Nicolaes Berchem (II), Isaack Croonenbergh, Karel Dujardin, Johannes Glauber, Pieter de Hooch, Dirk Maas, Hendrick Mommers, Jacob Ochtervelt en Willem Romeyn. Nagevolgd door Nicolaes Berchem (II), Joseph Bidauld, Michiel Carrée, Huig van Dorre Wiltschut, Jan Griffier (I), Wilhelm von Kobell en Jan van der Meer (II). Invloed op Christian Hilfgott Brand, Pieter Bout, Adriaen van der Kabel, Jean Baptist Leprince, Jean Louis Demarne, Simon Mathurin Lantara, Jean Baptiste Pillement, Nicolas Antoine Taunay en Angelo Antonio Cignaroli.

In de jaren '50 van de 17de eeuw reisde Berchem mogelijk naar Italië, waarna hij kleuriger ging schilderen. Berchem wordt gerekend tot de tweede generatie Italianisanten, Nederlandse schilders die Italiaans aandoende landschappen en taferelen schilderden. In zijn schilderijen en in dat van andere italianisanten van de zogenaamde 'tweede generatie', komen een aantal terugkerende beeldelementen voor die samen een duidelijk arcadische sfeer scheppen. Dikwijls zien we paden die kronkelen tussen ruïnes, bomen, rotsen en heuvels met blauwachtige bergen op de achtergrond. Idyllische figuren, vaak herders met een kudde, boeren of reizigers, rusten of lijken zich kalm te bewegen in het landschap. De lucht geeft het hele schilderij een gouden of zilverachtige gloed: het gedroomde land. Daarnaast schilderde hij mediterrane havengezichten, historiestukken, allegorieën, religieuze en mythologische voorstellingen en genreschilderingen. Zijn rivier- en berglandschappen met idyllische taferelen, maken hem tot een voorloper van de rococo.

Nicolaes Berchem was een zeer productief schilder. Hij schilderde vooral gefantaseerde italianiserende landschappen, gestoffeerd met prominent aanwezige figuren en dieren, en beschenen door een herfstig, zuidelijk avondlicht. Berchem schilderde ook stoffage in landschappen van Ruisdael, Hobbema, Willem Schellinks, Jan Hackaert en anderen en heeft schilderijen gemaakt samen met Gerard Dou, Jan Wils en Jan Baptist Weenix (zie Sutton e.a. 1987-1988, p. 262).
Het oeuvre van Nicolaes Berchem (1621/22 – 1683) valt niet alleen op door de grote verscheidenheid aan thema’s en stijlen, maar ook door de enorme omvang: meer dan 800 schilderijen zijn aan hem toegeschreven. Berchem was ook een begenadigd tekenaar. Hij liet zo'n achthonderd tekeningen na. Zijn figuurstudies behoren tot de fraaiste uit de zeventiende eeuw. Bovendien vervaardigde hij meer dan vijftig etsen, voornamelijk met voorstellingen van dieren.
Hoewel er geen bewijs is dat hij ooit zelf in Italië is geweest, werd hij in de achttiende eeuw door de vele gravures en etsen naar zijn werk de bekendste Nederlandse Italianisant. Nicolaes Berchem wist als geen ander feilloos op de vraag van de markt in te spelen. Hij werd één van de meest geliefde en best betaalde kunstenaars van zijn tijd, die talrijke kunstenaars heeft beïnvloed. Zijn werk mocht in geen enkele vorstelijke verzameling ontbreken.

Naamsvarianten: Claes, Cornelis van Berchom, Berghem, Berighem, Berrighem, Claes Pietersen. De naam Berchem komt van de geboorteplaats van zijn vader (zie lit. Van Thiel-Stroman 1999, p. 242, noot 1 en p. 243, noot 36); als Claes Pietersen ingeschreven in het Haarlemse gilde in 1642 (zie lit. I. van Thiel-Stroman, p. 236). Cornelis de Bie, Het Gulden Cabinet vande edel vry Schilder-const, Antwerpen 1661, p. 282 en 385 noemt hem Cornelis van Berchom (zie lit. I. van Thiel-Stroman, p. 242 en 243, noot 38).

Aangetroffen signaturen: NBerchem, CBerghem, CBerighem en CBerrighem (zie lit. Stechow 1965).

Zoon van Pieter Claesz. (1597/98-1660/61), vader van Nicolaes Berchem II (1649-1672) en schoonzoon van Jan Wils (ca 1600-1666), eigenlijk stiefschoonzoon, want Wils was stiefvader van zijn vrouw

Biografie
Nicolaes of Claes Berchem was de zoon van Haarlemse stillevenschilder Pieter Claesz. waarvan hij ook zijn eerste schilderlessen kreeg. In het begin van zijn loopbaan kreeg hij ook les van onder anderen Jan van Goyen. Berchems vroegste werk bestond ook uit landschappen geschilderd in Van Goyens losse stijl in bruine en gele kleuren. Verder heeft hij les gehad van Nicolaes Moeyaert, Pieter de Grebber, Jan Wils en Jan Baptist Weenix, die hij zijn neef noemde.

Italië 1635 - 1642
voor of in 1642? (zie Von Sick) Of deze reis werkelijk heeft plaatsgevonden, staat geenszins vast.

Werkzame periode 1642 – 1683
Na zijn opleiding werd hij Op 6 mei (Dict. of Art) 1642 lid van het Haarlemse Sint-Lucasgilde.
In de notulen van het Haarlemse St. Lucasgilde van 3 juni 1642 entreegeld als betaald vermeld en in augustus en september 1642 leerlinggeld betaald voor Willem Romeyn, Guillaem le Febre en Claes Symonsz. Schout (zie lit. Van Thiel-Stroman 1999, p. 236); i in 1683 gestorven

?Na een reis door Italië keerde hij in 1646 terug naar Haarlem?

Haarlem 1645 - 1649
op 13 januari 1645 lidmaat van de Gereformeerde Kerk; op 2 oktober 1646 trouwde hij met Catrijne Claesdr. de Groot (huwelijkse voorwaarden op 30 september 1646), met wie hij op 22 maart 1649 een testament liet opmaken. Zij was de stiefdochter van de landschapschilder Jan Wils; in 1647 geboorte eerste zoon genaamd Nicolaes, die in 1649 overleed, kort voor de geboorte van zijn tweede zoon, eveneens Nicolaes genaamd die op 13 april 1649 werd gedoopt.

Bentheim 1650
Een 1650 gedateerde krijttekening bekend van Kasteel Bentheim.
In 1650 reisde Van Ruisdael met zijn collega Nicolaes Berchem vanuit zijn geboortestad Haarlem naar het Nederlands-Duitse grensgebied om inspiratie op te doen voor zijn landschappen. Tijdens deze reis bezochten zij ook kasteel Bentheim.

Italië 1651 - 1653
In de jaren '50 van de 17de eeuw reisde Berchem mogelijk naar Italië, waarna hij kleuriger ging schilderen. Uit Italie had hij tal van schetsen meegenomen die hem als basis dienden voor zijn landschapschilderingen. Zijn rivier- en berglandschappen met idyllische taferelen, vervuld van een Mediterrane gloed, maken hem tot een voorloper van de rococo. Zijn Italiaanse landschappen getuigen van een hunkering naar het arcadische leven ver van het stadsgewoel en werd tot voorbeeld voor etsen van zijn tijdgenoten.

Inkt op papier/Ets
Op de rand van een put zit een herdersjongen fluit te spelen. Naast hem staat een meisje met een 'spinrok', een stok met wol om te spinnen. De herdershond en wat vee scharrelen rond. Een tafereeltje als dit is kenmerkend voor het werk van Nicolaes Berchem. Berchem schilderde en etste honderden idyllische landschappen. De inspiratie daarvoor deed de Haarlemse kunstenaar op tijdens zijn reizen. Hij was aan de Duitse grens (met Jacob van Ruisdael) en wellicht ook in Italië. Berchems Italianiserende voorstellingen zijn dikwijls gekopieerd door andere kunstenaars. Ook deze prent is op die manier gebruikt. De herdersjongen komt, ingelegd in hout, voor op een schrijfkabinet uit de 18de eeuw. - (gilde

Inkt op papier/Ets, 17,7 x 24,2 cm
Drie koeien rusten samen met twee herders in de schaduw van een boom. Een schaap ligt op de voorgrond en achter het groepje staat een geit. Net als bij veel Italianiserende landschappen beschijnt een laagstaande zon het tafereel. In het heiige uitzicht doemen de omtrekken van bergen op. Zo heeft Nicolaes Berchem het landschap mogelijk zelf in Italië waargenomen. Toch is de voorstelling niet direct naar de natuur gemaakt. Twee van de koeien ontleende Berchem namelijk aan een prent van Paulus Potter uit 1643. Deze dierschilder plaatste de koeien in een typisch Hollands landschap, terwijl Berchem een zuidelijk vergezicht als decor gebruikte.

Amsterdam 1661 - 1670
Een notariële akte van 9 juni 1661 vermeld hem als wonende in Amsterdam (zie lit. I. van Thiel-Stroman, p. 242) om in het voorjaar van 1670 terug te keren naar Haarlem. Hij werkte als ontwerper voor de graveur Jan de Visscher, die een atlas publiceerde.

Haarlem 1670 - 1674
op 11 juli 1670 werden Berchem en zijn vrouw weer ingeschreven als leden van de kerk; op 16 september 1670 weer vindern van het gilde, in 1672 en 1674 wel voorgedragen maar niet benoemd (zie I. van Thiel-Stroman, p. 242)

Amsterdam 1677 - 1683
in 1677 verhuisde hij naar Amsterdam, waar hij - wonende op de Lauriersgracht - op 18 februari 1683 stierf (Thieme-Becker). Hij werd begraven in de Westerkerk.

Rome, ca. 1679-1683, Inkt op papier/Penseel in bruin, ondertekening in grafiet, pen in bruin, 51,7 x 62,2 cm
De ruïnes van het Romeinse Colosseum werden vaak door kunstenaars in beeld gebracht. Nicolaes Berchem laat dit zien door in zijn tekening van de bouwval twee schetsende collega's weer te geven. Op de voorgrond zijn bovendien twee vrouwen die de was doen en een oude herder met een kudde geiten afgebeeld. Zij vormen het voorste 'plan' (niveau) van de compositie. Er zijn nog twee 'plans': de grote vervallen bogen in het midden en de zonbeschenen tribunes op de achtergrond. Berchem signeerde zijn tekening in sierlijke letters: 'NcBerchem'. Deze manier van ondertekenen hanteerde de kunstenaar vanaf 1679.
Het Colosseum werd gebouwd in de eerste eeuw na Christus. Er werden gladiatorenwedstrijden en dierengevechten gehouden. Het kolossale amfitheater, dat 50.000 toeschouwers kon bevatten, stortte na de Romeinse tijd in. De met planten begroeide ruïne was een geliefd onderwerp van kunstenaars. Door de eeuwen heen is het Colosseum vaak geschilderd, getekend en gefotografeerd. Of Nicolaes Berchem zelf het Colosseum in Rome heeft gezien, is niet zeker. Het is heel goed mogelijk dat hij voor deze imposante tekening gebruik maakte van de talrijke prenten en tekeningen die van de Romeinse ruïne in omloop waren.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 352.